Jan van der Heyden was een bekwaam schilder, etser, tekenaar en schrijver, maar ook een werktuigkundige en de naamgever van een straat in Den Haag. Kortom een man van singulier vernuft.

Jan van der Heyden
Jan van der Heyden

Schilder

Jan van der Heyden werd in 1637 in Gorinchem geboren. Zijn ouders verhuisden naar Amsterdam en daar zou Jan zijn twee grote uitvindingen doen. Van der Heyden trad op 26 juni 1661 in het huwelijk met de 30-jarige Sara Terhiel, van Utrecht. Bij het aantekenen gaf hij als beroep schilder op.

Over zijn schildersopleiding is echter niets bekend. De portrettekenaar Jacob Houbraken vertelde ooit dat Jan als schilder les had gekregen van een onbekende glasschilder.

Stadsgezichten

Kort na het midden van de zeventiende eeuw werd het stadsgezicht een geheel eigen genre binnen de prent- en schilderkunst. Het stadsgezicht werd een specialisatie van Jan van der Heyden. Hij maakte composities van verschillende stadsdelen, waarbij hij zijn kennis van andere steden gebruikte. Zijn schilderijen waren vaak topografisch incorrect maar Van der Heyden gaf details, zoals metselwerk, wél nauwkeurig weer.

De Van der Heydenlantaarn bestond uit een reservoir met een gesloten en een open gedeelte. Deze  waren verbonden met een tuit met daarin een lemmetpijpje en een pit.
De Van der Heydenlantaarn bestond uit een reservoir met een gesloten en een open gedeelte. Deze waren verbonden met een tuit met daarin een lemmetpijpje en een pit.
Van Jan van der Heyden zijn circa 120 stadsgezichten bekend en zo’n 90 andere schilderijen.  Daarnaast maakte Jan vele gravures en technische tekeningen. De schilderijen werden goed verkocht. Van der Heyden schilderde de eerste afbeelding van het Huis ten Bosch. Later zou hij verschillende keren het Huis ten Bosch en de daarbij behorende tuinen in beeld brengen.

Toch zou Jan bekender worden als uitvinder.

Straatlantaarn

In de middeleeuwse steden was het 's nachts aardedonker, op hier en daar een lantaarn bij een herberg na. Vanaf de zestiende eeuw werden op 32 plaatsen in Den Haag kaarslantaarns geplaatst. Deze werden later vervangen door olielampen. Deze lampen waren echter zeer onderhoudsgevoelig omdat het roet de ruitjes van de lantaarn vervuilde.

Jan van der Heyden ontwierp in Amsterdam in 1669 een sterk verbeterd type straatlantaarn. Hij loste het probleem van de ventilatie op met luchtopeningen aan de boven- en de onderzijde. De bovenste luchtopening zat in een blikken snuiver en deze bovenventilatie zorgde er voor dat de oliewalm weg kon trekken. De Van der Heyden-lamp brandde op raapolie met een vlam aan een katoenen pit. De lamp had een reservoir waar voor bijna honderd branduren aan olie in zat.

Het Haagse stadsbestuur was geïnteresseerd in de nieuwe lampen en in 1673 kreeg Jan de opdracht ook voor Den Haag een ontwerp en een compleet stadsverlichtingsplan te maken. Het leverde hem 93 gulden op. Toch duurde het nog tot 1678 voor de driehonderd olielantaarns werden geplaatst. Op drie meter hoge palen, op muurarmen en soms ook aan over de straat gespannen draden.

De belangrijkste uitvinding van Jan van der Heyden was een buygelijke buys, om haar gedaante een slang genaamd. Deze brandslang wordt tot op de dag van vandaag door de brandweer gebruikt.
De belangrijkste uitvinding van Jan van der Heyden was een buygelijke buys, om haar gedaante een slang genaamd. Deze brandslang wordt tot op de dag van vandaag door de brandweer gebruikt.

Brandweer

Jan van der Heyden was gefascineerd door branden en hij legde veel grote branden in Amsterdam op tekeningen vast. De brandweer gebruikte een primitieve brandspuit. Daaraan werd een lange kromme koperen pijp geschroefd, waardoor het water tot op het dak kon worden gespoten.

De spuiten waren echter heel zwaar en onpraktisch en moesten op sleden met paarden verplaatst worden. Veel pompiers waren nodig om met menselijke emmer-kettingen water in de pomp te gooien.

De Jan van der Heijdenstraat met links de Minckelerstraat.
De Jan van der Heijdenstraat met links de Minckelerstraat.
Van der Heyden bedacht hierop twee belangrijke verbeteringen. De uitvinding waarop in 1672 octrooi werd aangevraagd, wordt tot op de dag van vandaag door de brandweer gebruikt. Jan verving de koperen pijp door een buigzame buis van leer of dik zeildoek, de brandslang.

Vijf jaar later, op 21 september 1677, kreeg Van der Heyden octrooi op een verbeterde brandspuit. Deze machine was lichter dan de oude machine en had een grotere waterdruk. De grootste aanpassing was echter dat de brandspuit water uit de gracht kon zuigen. Hierdoor was het gesleep met emmertjes water voorbij.

De gemeente Den Haag was geïnteresseerd in deze nieuwe uitvinding, maar de aanschaf had wel wat voeten in de aarde. Pas op 27 februari 1687 werd voorgesteld om vier brandspuiten aan te schaffen.

De Jan van der Heijdenstraat tijdens de hongerwinter van 1944.
De Jan van der Heijdenstraat tijdens de hongerwinter van 1944.
Het jaar erop, op 16 januari 1688, kwamen Jan van Swieten en Jan van der Heyden op bezoek bij de gemeente Den Haag. Hun overtuigingskracht was dusdanig dat Den Haag voor 8 x f 925 gulden acht slangbrandspuiten met twee jaar garantie kocht.

De nieuwe aankopen vonden onderdak in 's lands magazijn op de Nieuwe Haven, tot de brandspuithuisjes waren getimmerd.

De aanschafprijs van de pompen daalde na verloop van tijd. De vrijwillige brandweer van Loosduinen kocht in 1697 een brandspuit bij Jan van der Heijden de Jonge (de zoon van) te Amsterdam, voor f 415.-

De straat

De aanleg van de Goeverneurlaan  en de Jan van der Heijdenstraat in 1928.
De aanleg van de Goeverneurlaan en de Jan van der Heijdenstraat in 1928.
In de 17e eeuw werden namen niet heel erg nauwkeurig vastgelegd. Voor de straatnaam had de Gemeente Den Haag in 1907 negen opties. 

Het werd in 1907 uiteindelijk de Jan van der Heijdenstraat. De verlenging van de straat in 1928 werd echter de Jan van der Heydenstraat genoemd. De straat loopt vanaf het Lorentzplein naar de Rijswijkseweg en door de wijken Laakkwartier-Oost en de Noordpolderbuurt.

In het stratenpatroon van Laakwartier-Oost is de hand van de architect Berlage zichtbaar. Met name de onhandige vork van de Van Musschenbroekstraat en de Jan van der Heijdenstraat bij het Lorentzplein is een Berlagiaans trademark. Maar ook de romantische bocht in de Jan van der Heijdenstraat is van de hand van de beroemde architect.

Details

Details

Van der Heydenlantaarn

In 1788 verscheen Het Vaderlandsch woordenboek deel 19 waarin deze omschrijving van de Van der Heydenpaal werd opgenomen.

Zij bestaan naamelijk in een Lamp hangende in een vierkanten Lantaarn twee voeten hoog van boven wijder dan beneden gedekt met een blikken snuiver met verscheiden openingen nederwaarts uitkoomende die zonder eenigen togt te doen binnen koomen den rook van het brandende Lamppit aan alle zijden uitlaaten.

Deeze Lantaarn rust op een houten paal van bijkans tien voeten hoog behalven de zulke welke aan een ijzeren arm aan de Huizen van veele burgers of op de hoeken van Straaten en Gragten of van openbaare Gebouwen zijn vastgemaakt.

Tot nog toe zedert het laatst van t Jaar 1669 wanneer VAN DER HEYDE's Lantaarnen eerst wierden ingevoerd heeft zijne inrigting stand gehouden Terwijl wij dit schrijven in 1788 heeft men eenen aanvang gemaakt met het plaatzen van Lantaarnen van de zelfde soort doch in gedaante eenigzins verschillende van de oude en met twee Pitten voorzien hangende aan een hoogen ijzeren Staak boven in de gedaante van een Zwaanenhals geboogen en die door middel van een touw welk langs den Staak loopt nedergelaaten en om hoog getrokken kunnen worden.

De hoeveelheid olie was voldoende om de pitten 100 uur te laten branden. De lantaarns kostten zeven gulden, de palen, het stellen inbegrepen, vijf gulden. Om altijd olie bij de hand te hebben werd in de buurt van de Hofvijver een oliemagazijn gebouwd. De bewoners moesten de lantaarns zelf onderhouden; de kosten werden geïnd door het heffen van een belasting, die lantaarngeld heette.

Lantaarn

Hieronder de geschiedenis van de Haagse lantaarnpaal.

De eerste lantaarnpalen werden niet iedere avond aangestoken. Bij volle maan was het licht genoeg op straat en het licht van de maan was toch sterker dan de straatlantaarns.
Voor het aansteken en onderhouden van de olielampen werden mensen aangesteld door de Sociëteit (gemeente) en die stonden onder leiding van de Controlleur van de Lantaernen, de eerste chef van de openbare verlichting in Den Haag.

In 1679 begon de plaatsing van honderd koperen lantarens op drie meter hoge palen. In de achttiende eeuw waren dit er veel meer geworden. Het model was toen echter anders dan in de tijd van Jan van der Heyden. De koperen lantaarns werden vaak gestolen. Het nieuwe blikken model van 1720 was veel minder in trek bij het dievengilde. Ook de glazen ruitjes moesten beschermd worden door baldadige jeugd. De magistraat ging publiceren dat het stukgooien van de ruitjes der lantaarns strafbaar was.

Op de Vijverberg en het Voorhout had de Societeit chique 'glazen kloklantarens' laten plaatsen. Het oliemagazijn waarin raapolie - de brandstof voor lantarens - werd bewaard, bevond zich aan de muur van de Hofvijver. De lantarens zelf hadden ook reservoirtjes waarin voldoende olie kon voor honderd branduren.

In 1774 bezat Den Haag 1659 olielantaarns, verdeeld over de twaalf wijken waarin de stad toen was verdeeld. De kosten van de straatverlichting bedroegen in 1794 ruim ƒ 22.000, -, in 1802 ruim ƒ 27.000, - en in 1809 ruim ƒ 32.000, -. In de jaren 1813-1815 werd hiervoor zo'n ƒ 27.000, - per jaar uitgegeven.

Het vullen en aansteken van al die lantarens was een enorme klus. Er waren vier lampenverzorgers en twintig aanstekers in dienst.

Vier vullers vulden de oliereservoirs aan en ontdeden het glas van de lantaarns van roetaanslag. Ze hadden er een volle dagtaak aan. De twintig lantaarnopstekers waren 's avonds en 's ochtends maar een paar uur in de weer om het licht aan te steken en weer te doven. Hun salaris was dan ook een stuk lager.

Dat aansteken van de lampen was overigens lastig want de lucifer werd pas in 1825 uitgevonden. Voor die tijd gebruikte de lantaarnopstekers een tondeldoos met daarin brandbaar katoen. Met behulp van een vuurslag en een vuursteen stak men de tondel in brand en pas daarna kon de lantaarn worden aangestoken.

Het doven van de lantaarns was een stuk simpeler. Een blaasbalg pompte lucht in een koperen blaasapparaat waarbij het uiteinde bij de vlam gehouden werd waardoor deze doofde.

Vanaf halverwege de negentiende eeuw werden olielantaarns vervangen door gaslantaarns. Via een buizenstelsel werd gas naar de lantaarns getransporteerd. De lantaarnopsteker stak ook bij dit systeem iedere avond de lantaarnpaal aan.

Rond 1910 werden de eerste elektrische lantaarnpalen geplaatst. In 1919 waren er naast 3900 elektrische straatlantaarns nog 5700 gaslantaarns. Vijf jaar later was dit er nog maar vijftien. Het tijdperk van de lantaarnopsteker was voorbij.

Brandspuit

Op 16 Januari 1688 arriveerden Johan van Swieten en Johan van der Heyden in Den Haag op uitnodiging van de gemeenteraad. Zij waren respectievelijk de opzichter van de brandspuiten en die van de straatlantaarns van Amsterdam. Hieronder een verslag uit 1688.

En is deselvewegens de Societeit voorgehouden, dat Haer Ed. Mog. voornemens waeren van agt spuyten te willen koopen met afvraginge aen den voorn. van der Heyde, dewelcke bij octroy van Haar Ed. Gr. Mog, tot het privative maken van dien hier te lande is geregtigt, tot wat somme hij van der Heyden dezelve spuyten met haere pompen, slangen en verder toebehoren zoude willen en konnen leveren, waerop bij haar resp. zijnde verklaard, dat den Hage bequamelyk met de voorsz. agt spuyten zoude veesen voorsien en ook dezelve nodig hadde, heeft verder den voorn. van der Heyde wijders ider spuyt met slang en pompen en verder toebehooren op 1000 guldens gesteld, welke eysch en insettinge gehoord zijnde, is de gemelde van der Heyde buyten gegaen en is voorts over het geeyste met den controlleur van Swieten gesprooken en nadat denselve hadde verklaart, dat onbeschroomt 900 guldens voor ider brandspuyt mogte werden geboden, is denzelve gelast met van der Heyde daerover te spreeken en de voorn. somme van 900 guldens aan te bieden, gelijk te dien einde van Swieten buyten gegaan zijnde, de voorz. somme in den naeme van de Societeit heeft geboden, dan bij van Swieten zijnde gerapporteerd, dat de gem. van der Heyde ter voorz. somme de voorz. leverantie verklaarde niet te konnen doen, is na gedane omvrage wat daeromtrent finalyk zoude werden gedaen, goed gevonden en verstaen, dat wegens ider spuyt guldens meerder zoude werden uitgelooft, des dat de voorn. van der Heyde gedurende den tijt van twee jaeren deselve spuyten, slangen en pompen behoorlyk met smeeren als andersins zoude onderhouden, waerop de voorz. opzienders weder zijnde binnen gestaen is aen dezelve van der Heyde het voorz. geresolveerde gecommuniceerd en denzelve afgevraegd of onder de gem. gestelde conditie deselve leverantie zoude doen en is eintlijk na veel wisseling van woorden verdragen, dat de voorn. van der Heyde ter somme van 925 guldens ider spuyt ten dienste van den Haige sal leveren en ook deselve met haar slangen en pompen den tijt van twee jaeren buyten kosten van de Societeit onderhouden.

Beeld Lantaarnopsteker

Op de Mallemolen, op de hoek met de Javastraat staat een beeld van een lantaarnopsteker. Dit beeld van Loek Bos werd hier geplaatst in opdracht van de Koninklijke Haagse Woningvereniging van 1854. Uitgangspunt was dat een van de beroepen van de eerste bewoners van het hofje werd afgebeeld.

Loek Bos vond de kleding van de lantaarnopsteker echter ouderwets en besloot zijn uitdossing te mixen met die van andere voormalige bewoners van het hofje. De lantaarnopsteker kreeg daarom een koetsierslivrei aan en een schoorsteenvegershoed op. Het beeld werd op 1 februari 2008 feestelijk onthuld.

 

Een originele Jan van der Heyden brandspuit.
Een originele Jan van der Heyden brandspuit.
De Van der Heydenpaal was 9,5 voet lang. De lantaarn zelf was  twee voet hoog.
De Van der Heydenpaal was 9,5 voet lang. De lantaarn zelf was twee voet hoog.
De gevangenpoort met rechts van het midden, half achter de boom,  een Jan van der Heydenpaal.
De gevangenpoort met rechts van het midden, half achter de boom, een Jan van der Heydenpaal.
Huis ten Bosch werd opgeleverd  in 1652. Jan van der Heyden schilderde het in 1665. Van der Heyden was hiermee de eerste schilder die het huis in verf vastlegde.
Huis ten Bosch werd opgeleverd in 1652. Jan van der Heyden schilderde het in 1665. Van der Heyden was hiermee de eerste schilder die het huis in verf vastlegde.
De Jan van der Heijdenstraat gezien vanaf het Lorentzplein.
De Jan van der Heijdenstraat gezien vanaf het Lorentzplein.
De Jan van der Heijdenstraat bij huisnummer 111 kijkend richting de Pasteurstraat.
De Jan van der Heijdenstraat bij huisnummer 111 kijkend richting de Pasteurstraat.
De Jan van der Heijdenstraat bij huisnummer 118 kijkend naar het Lorentzplein.
De Jan van der Heijdenstraat bij huisnummer 118 kijkend naar het Lorentzplein.
De Jan van der Heijdenstraat in 1989, kijkend vanuit de Eliasstraat.
De Jan van der Heijdenstraat in 1989, kijkend vanuit de Eliasstraat.
Op 27 januari 2019 zorgde een gasontploffing voor een ravage in de Jan van der Heijdenstraat. Op deze foto van 1 februari is de achterliggende Pasteurstraat zichtbaar.
Op 27 januari 2019 zorgde een gasontploffing voor een ravage in de Jan van der Heijdenstraat. Op deze foto van 1 februari is de achterliggende Pasteurstraat zichtbaar.
De Jan van der Heijdenstraat bij nummer 50 op 7 februari 2019.
De Jan van der Heijdenstraat bij nummer 50 op 7 februari 2019.
Dit gebouw op de kruising van de Jan van der Heijdenstraat, de Linnaesstraat en de Pasteurstraat bevat onder andere de wijkbibliotheek en werd in 1991 neergezet.
Dit gebouw op de kruising van de Jan van der Heijdenstraat, de Linnaesstraat en de Pasteurstraat bevat onder andere de wijkbibliotheek en werd in 1991 neergezet.
De Jan van der Heijdenstraat in februari 2019. Met aan de overkant de Zacharias Jansenstraat.
De Jan van der Heijdenstraat in februari 2019. Met aan de overkant de Zacharias Jansenstraat.
De Jan van der Heijdenstraat op de hoek (links) met de Paets van Troostwijkstraat.
De Jan van der Heijdenstraat op de hoek (links) met de Paets van Troostwijkstraat.
Een replica van de Jan van der Heydenpaal in het Hofje van  Nieuwkoop.
Een replica van de Jan van der Heydenpaal in het Hofje van Nieuwkoop.