Het Elsemoerstraatje liep vanaf het Lage Zand naar het Spui. De straat is waarschijnlijk vernoemd naar Elsje Moer, een populaire vroedvrouw die in de buurt zeer bekend was. De beroemdste tijdelijk bewoner van de straat was de vrouwenveroveraar Casanova.

De Elsemoerstraat in 1907  vanaf het Lage Zand richting het Spui. Dit deel van de stad behoorde toen tot de armste buurten van Den Haag.
De Elsemoerstraat in 1907 vanaf het Lage Zand richting het Spui. Dit deel van de stad behoorde toen tot de armste buurten van Den Haag.

De straat

In 1623 speculeerde Pieter Parel met grond in de buurt waar vroeger het Klooster in Galilea gestaan had. Hij bezat grote delen van het terrein dat ongeveer begrensd werd door de tegenwoordige straten Lange Poten, Spui, Houtmarkt en Korte Houtstraat.  Pieter Parel woonde om de hoek op het Spui. Hij legde onder andere de Elsemoerstraat aan die de eerste eeuwen ook wel Parelstraat genoemd werd.

De Elsemoerstraat was een klein, smal straatje met pakhuizen. In 1889 woonden hier nog 97 mensen, waarvan 17 in hofjes. De straat liep van het Spui naar het Lage Zand, ongeveer tussen de huidige bibliotheek en de Hulshoff. De straat werd rond 1970 gesloopt. 

Casanova

In 1759 arriveerde de beroemde Venetiaanse vrouwenversierder Giaccomo Casanova in Den Haag. Hij nam met zijn twee lakeien intrek in het hotel Prins van Oranje in de Elsemoerstraat. De straat bezat in die tijd enige standing en in het hotel logeerden diverse hoogwaardigheidsbekleders.

Casanova kwam niet naar Nederland om vrouwen het hof te maken, maar om 15 miljoen goudgulden te lenen.

De Elsemoerstraat in 1954. In de verte is het Lage Zand zichtbaar. Op de voorgrond loopt het Spui.  Door de slechte toestand van de huizen heeft men de muren moeten stutten
De Elsemoerstraat in 1954. In de verte is het Lage Zand zichtbaar. Op de voorgrond loopt het Spui. Door de slechte toestand van de huizen heeft men de muren moeten stutten
Hij reisde in opdracht van de Franse koning Lodewijk XV, die in geldnood zat, naar het welvarende Den Haag. Casanova werd door de joodse bankier Tobias Boas, tevens de financier van stadhouder Willem IV, uitgenodigd voor het diner in de St. Jacobstraat. Casanova ging echter eerst bij de Franse gezant langs. Daar hoorde hij dat de graaf De Saint-Germain óók in Den Haag was om geld voor Lodewijk XV te zoeken. De graaf van Saint-Germain was net zoals Casanova een charlatan en avonturier en regelmatig op de vlucht voor de autoriteiten.

Het is niet bekend wat Casanova met Boas besproken heeft. Hij vertrok later naar Amsterdam om daar te onderhandelen met bankier Hope, maar niet nadat hij een ruzie met twee Fransen uitgevochten had. "Ik liep een eindje in de richting Scheveningen om mijn tegenstander op te wachten". In een bosje gaf hij een van die twee Fransen een flinke degenstoot.

Dezelfde plek als op de vorige foto, maar dan in 1967. De woningen aan de linkerkant zijn inmiddels gedeeltelijk gesloopt.
Dezelfde plek als op de vorige foto, maar dan in 1967. De woningen aan de linkerkant zijn inmiddels gedeeltelijk gesloopt.
De Elsemoerstraat in 1939.
De Elsemoerstraat in 1939.
De Elsemoerstraat in 1910.
De Elsemoerstraat in 1910.
De kinderen aan het einde van de Elsemoerstraat staan op het Spui. Deze foto werd in 1954 gemaakt.
De kinderen aan het einde van de Elsemoerstraat staan op het Spui. Deze foto werd in 1954 gemaakt.
Giacomo Casanova
Giacomo Casanova