Conrad (Coenraad) Busken Huet (1826-1886) was een Haags letterkundige en predikant en degene die de term Gouden Eeuw introduceerde.

Conrad Busken Huet was een Haagse schrijver en literatuurcriticus die een voorname rol heeft gespeeld in de Nederlandse letteren van de 19e eeuw.
Conrad Busken Huet was een Haagse schrijver en literatuurcriticus die een voorname rol heeft gespeeld in de Nederlandse letteren van de 19e eeuw.

Leven

Busken Huet wijdde zich sinds 1862 geheel aan de journalistiek. Van 1862-1865 was hij redacteur van De Gids. Van 1868-1876 verbleef Busken Huet als journalist in Nederlands-Indië. Busken Huet verdiende als hoofdredacteur van de Java-Bode 12 duizend gulden per jaar, meer dan een minister. Een reguliere journalist moest genoegen nemen met 500 gulden per jaar.

Conrad stond bekend als een voortreffelijk letterkundig criticus en was als zodanig de auteur van de belangrijke Litterarische Fantasien en Kritieken (25 delen) en Persoonlijke herinneringen aan Potgieter (1877). 

In 1868 publiceerde hij zijn roman, Lidewyde, dat geen succes werd en een schandaal veroorzaakte door het realisme waarmee erotiek beschreven werd.

In de grote cultuurhistorische studies Het land van Rubens (1879) en Het land van Rembrand (1882-1884)  bekeek Busken Huet de Nederlandse geschiedenis meer van een afstand. Hij was een stuk kritischer dan wat tot dan toe gebruikelijk was. Het bezorgde Conrad meer lof dan al zijn vroegere werk.

Gouden Eeuw

De Busken Huetstraat in 1924.
De Busken Huetstraat in 1924
In Het land van Rembrand herintroduceerde Busken Huet de term 'Gouden Eeuw' en bepaalde hij dat Rembrandt de grootste Nederlandse schilder was. 

Niet gewaardeerd

Conrad werd gedurende zijn leven niet erg gewaardeerd voor zijn pionierswerk en de inbreng van zijn literaire en culturele bagage. Bovendien was hij tegelijk radicaal en aristocratisch. Het leverde hem geen officiële erkenning, geen eredoctoraat, noch een benoeming tot hoogleraar op. Hij maakte te veel vijanden in literaire kringen door op rechtlijnige wijze met zijn scherpe kritiek zijn tegenstanders af te maken. 

De Busken Huetstraat in 1977.
De Busken Huetstraat in 1977
In zijn laatste levensjaar beledigde hij koningin Emma zo hartgrondig, dat Huets neef, die als uitgever voor de publicatie verantwoordelijk was, er een proces voor kreeg. Busken Huet had Emma een `Keulsche pottenmeid' genoemd en een berooide vrouw die haar jeugd uit eerzucht had weggeworpen aan een afgeleefd man (koning Willem III). Dergelijke uitspraken werden gezien als majesteitsschennis.

Het is daarom verwonderlijk dat  op 18 juli 1921 twee straten in Spoorwijk naar Busken Huet vernoemd werden. De Busken Huetstraat begint bij de Alberdingk Thijmstraat en eindigt bij de Hildebrandstraat. De Lidewijdestraat loopt in een kromming van de Beetsstraat naar de Schimmelweg.

Busken Huet

Busken Huet was een taalkunstenaar die in Litterarische fantasien en kritieken vele boeken en geschriften becommentarieerde.

De Busken Huetstraat in 2010. Links openbare basisschool De Spoorzoeker.
De Busken Huetstraat in 2010. Links openbare basisschool De Spoorzoeker.
De Busken Huetstraat in 2014. Links de huizen uit 1921. Rechts de nieuwbouw uit 2002 . De straat aan de linkerkant is de Camera Obscurastraat.
De Busken Huetstraat in 2014
De school in de Busken Huetstraat 22-24 in 2014. Deze school heette tot 1 augustus 1984 de Busken Huetschool. Op deze datum werd de naam veranderd in de Spoorzoeker. In 1992 werd het oude gebouw afgbroken en vervangen voor nieuwbouw.
De school in de Busken Huetstraat

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven