Aan de rand van de Plaats, op het Groene Zoodje werden eeuwen lang criminelen terecht gesteld. Het publiek was altijd welkom bij de openbare terechtstellingen.

Op het plein tegenover het Gouden Hooft ondergingen veroordeelden op de Kaak (schandpaal) publiekelijk lichte straffen.
Op het plein tegenover het Gouden Hooft ondergingen veroordeelden op de Kaak (schandpaal) publiekelijk lichte straffen.

Publieke bestraffingen

Voor 1800 werden criminelen anders en zeker publiekelijker bestraft dan tegenwoordig. De uitvoering van de straffen was een openbare aangelegenheid, bijgewoond door familie, vrienden en overige belangstellenden.

De straffen waren vaak lichamelijk en werden ook uitgevoerd op overleden personen. Hierbij hadden rechters de keuze uit onthoofding, ophanging, verdrinking, wurging, verstikking of verbranding.

Den Haag was lange tijd gesplitst in een grafelijk deel (het Hof van Holland) en het dorp Die Haghe. Beiden met een eigen grondgebied en een eigen rechtspraak.

In Den Haag had de bestuursambtenaar, de baljuw, de beschikking over diverse locaties waar hij de bestraffing kon laten uitvoeren.

Misdadigers konden als crimineel gebrandmerkt worden. Onder andere de Hollandse Leeuw kon op de bovenarm of het gezicht gedrukt worden.
Misdadigers konden als crimineel gebrandmerkt worden. Onder andere de Hollandse Leeuw kon op de bovenarm of het gezicht gedrukt worden.
Op het Buitenof bevond zich tot de zestiende eeuw de grafelijke Diefsteen, de gevanghenisse, een hoog en zeer smal gebouw, dat op 7 juli 1554 overging naar de gemeente Den Haag.

In het dorp, op de Vismarkt, tegenover het huidige Gouden Hooft ondergingen veroordeelden op de Kaak (schandpaal) publiekelijk lichte straffen. Ze werden aan de kaak gesteld.

Naast het stadhuis, aan de kant van de Grote Kerk, werd in de zeventiende en achttiende eeuw op afroep een schavot gebouwd voor de executie van misdadigers. Hier stond ook een Pellorijn, een op een spil ronddraaiende kooi, waarin overspelige vrouwen en prostituees rondgedraaid werden. Dit gebeurde zo langdurig dat de vrouwen 'zich deerlyk begosten te bestruyven’, ze braakten alles uit.

De galg van het dorp Den Haag stond opgesteld in de buurt van de Joodse begraafplaats. Hier werd bijvoorbeeld in mei 1619 Gilles van Ledenberch, een van de medestanders van Johan van Oldenbarnevelt opgehangen.

 

Op het galgenveld in het huidige Laakkwartier werden lijken opgehangen om de mensen die de stad binnen kwamen af te schrikken.
Op het galgenveld in het huidige Laakkwartier werden lijken opgehangen om de mensen die de stad binnen kwamen af te schrikken.
 Het galgenveld bevond zich ten zuiden van de stad aan de weg naar Delft. Dat was vlak bij de huidige Laakmolen, oftewel Galgenmolen, aan de Trekweg. Hier werden geëxecuteerden publiekelijk tentoongesteld.

Ook de Oude Mannenberg in het Haagse Bos, achter het Malieveld, was een executieplaats, vooral voor uit de band gesprongen militairen.

De graaf was de baas van het Hof van Holland en hij sprak recht wanneer hij in Den Haag verbleef. Later werden zijn plaatsvervangers de rentmeester van Noord-Holland en de baljuw met de welgeborenen.

De bestraffingen van de Regtsplaetse van den Hove van Hollandt vonden plaats voor een hek dat de Vijverberg scheidde van de Plaats.

Op dit schilderij van Gerrit Berkheyde uit 1690 is duidelijk te zien waar de naam het Groene Zoodje vandaan komt.
Op dit schilderij van Gerrit Berkheyde uit 1690 is duidelijk te zien waar de naam het Groene Zoodje vandaan komt.
Dit permanente schavot was sinds 1446 verhoogd en niet toegankelijk. Het werd niet regelmatig gebruikt en daardoor tierde het gras en onkruid hier welig. Eigenlijk een verhoogd tuintje, oftewel een groen zoodje. Zeker in vergelijking met de zanderige omgeving.

Groene Zoodje

Het stenen schavot was manshoog en ongeveer zes bij zes meter groot. Aan de zijkant leidde een smal trapje omhoog. Op deze executieplaats bevond zich 't 'heylich Cruys optie Plaetse daer men rechte'. Voor het kruis hing sinds 1451 een lantaarn, 'die lanterne di hanct voor 't heilich Cruys an den Viverberch' Op de hoeken van het gemetselde terras stonden gebeeldhouwde leeuwen met in hun klauwen het wapen van Holland.

Hier werden dus criminelen bestraft die veroordeeld waren door het Hof van Holland, zeg maar de "rijksoverheid". De "Gemeente Den Haag" mocht echter voor terechtstellingen die veel publiek trokken ook gebruik maken van het Groene Zoodje.

Het schavot van Hollandse Hove op het Groene Zoodje in 1555. Met daarop het Grote of Heilige Kruis. De leeuwen houden het wapen van Holland vast.
Het schavot van Hollandse Hove op het Groene Zoodje in 1555. Met daarop het Grote of Heilige Kruis. De leeuwen houden het wapen van Holland vast.
De jaren verstreken en stapje voor stapje eigende de magistraat (Gemeente Den Haag) zich de executieplaats toe. In 1616 werd een galg toegevoegd wat tot milde protesten van het Hof leidde. De magistraat startte hierop naar de rechter om zo het gebruik van de executieplaats af te dwingen.

Aan het begin van de achttiende eeuw escaleerde de boel. Een kleermakersgezel was op het Voorhout, het Hofgebied, vermoord. Substituutschout (politieagent) Van der Dussen liet het lijk echter naar het Haagse stadhuis bij de Grote Kerk brengen. Hiermee werd de moord een Haagse zaak en de eventuele veroordeling van de dader ook.
Het Hof pikte dit niet en liet daarop niet alleen Van der Dussen opsluiten, maar ook zijn chef de baljuw.

Van der Dussen kreeg een zware straf opgelegd, drie jaar verbanning uit Holland. De magistraat tekende echter binnen een dag beroep aan bij de Staten van Holland en deze liet het tweetal vrij. Het vonnis werd opgeschort totdat de Staten uitspraak hadden gedaan.

Publiek vermaak
In de Gouden Eeuw waren de openbare terechtstellingen een publiek vermaak.

Het Groende Zoodje in 1597. De beul staat op het punt een veroordeelde te onthoofden.
Het Groende Zoodje in 1597. De beul staat op het punt een veroordeelde te onthoofden.
Er werd onthoofd, opgehangen, verdronken, gewurgd, verstikt en verbrand. En er waren combinaties, zoals de lichte radbraak waarbij de veroordeelde eerst gewurgd werd voordat hij geradbraakt werd.

Dit allemaal ter vernedering van zijn nagedachtenis en tot lering en vermaak van het toegestroomde publiek.

De adel werd bestraft met onthoofding 'metten zwaarde'. Gewone misdadigers kwamen aan de galg of kwamen er nog minder genadig vanaf.

De beul van Haarlem

Een executie met het grote zwaard op het Groene Zoodje.
Een executie met het grote zwaard op het Groene Zoodje.
Eenvoudige tuchtmaatregelen zoals brandmerken voerden de substituutschouten uit. Zij kregen er extra salaris voor. Voor de uitvoering van de zwaardere straffen en zeker de doodstraffen huurde men de beul van Haarlem in.

Deze beul had heel Holland en Zeeland als werkterrein en was officieel in grafelijke dienst. Hij genoot een vast en fors jaarsalaris en verdiende er het een en ander bij door vonnissen in diverse andere steden te voltrekken.

Het beroep van scherprechter had echter een lage status. De beul werd door het volk geminacht en als een onthoofding niet in één slag lukte, haalde hij de volkswoede op de hals. Meermalen kwamen beulen er niet levend van af. Bij een mislukte onthoofding kreeg de scherprechter sowieso een boete.

Op deze plek bevond zich tot 1717 het gemetselde schavot op het Groene Zoodje. Na 1717 werd voor iedere executie het schavot uit hout opgebouwd en weer afgebroken.
Op deze plek bevond zich tot 1717 het gemetselde schavot op het Groene Zoodje. Na 1717 werd voor iedere executie het schavot uit hout opgebouwd en weer afgebroken.

Beroemde executies

Jan de Bakker

Karel V was de zeer katholieke en intolerante vorst van Europa. In maart 1522 stelde deze Karel V in de Nederlanden naar Spaans voorbeeld de inquisitie in. Dit betekende boekverbrandingen, openbare marteling en, de brandstapel.

In september 1525 was de landvoogdes Margaretha van Savoye vanuit Mechelen in Den Haag gearriveerd. Zij was de nicht van Karel V en de bestuurder van de Nederlanden. Op 25 september nam ze plaats op de voor haar gebouwde publieke tribune op de Plaats, recht tegenover het Groene Zoodje.

Jan de Bakker werd in 1525 vanwege ketterij veroordeeld tot de brandstapel. Dit schilderij werd in 1684 door A van Rusting gemaakt
Jan de Bakker werd in 1525 vanwege ketterij veroordeeld tot de brandstapel. Dit schilderij werd in 1684 door A van Rusting gemaakt
Het publiek werd in bedwang gehouden door de schout en zijn mensen want de terechtstelling was zeer omstreden.

Op die dag ging een vuil luyters boef, een smerige Lutheraan (protestant), verbrand worden. Jan Janszoon van Woerden, beter bekend als Jan de Bakker (of Johannes Pistorius) was een gehuwde onderpastoor uit Woerden. Hij predikte al een paar jaar in het geheim de nieuwe leer van Luther.

In 1525 werd hij gevangen gezet in de Gevangenpoort. Jan werd veroordeeld 'gebrant te worden te pulvere toe, zulcx dat van hem geen memorie en zij'. En aldus geschiedde onder het toeziend oog van de landvoogdes en haar hofdames.

De beul stuurde de rekening: 'Dat hij gebrant heeft eenen heer Jan van Woerden'. De kosten:1000 elzetakken van 3 stuiver de 100 dat maakt 30 stuivers, turf voor 2 pond en 3 schellingen, riet 3 schelling, een gele zotskap 1 schelling en 6 penningen, het worgsnoer 5 schelling, en 2 stopen wijn voor de biechtvaders.

In de Grote Kerk werd in 1930 ter ere van Jan een gebrandschilderd raam onthuld. Het is nog steeds te bezichtigen.

Wendelmoed Claesdochter

Wendelmoed Claesdochter uit Monnickendam verwierp de belangrijkste rooms-katholieke rituelen en werd daarvoor op de brandstapel gezet.
Wendelmoed Claesdochter uit Monnickendam verwierp de belangrijkste rooms-katholieke rituelen en werd daarvoor op de brandstapel gezet.
Ook Wendelmoed Claesdochter uit Monnickendam hing de leer van de sacramentariërs aan. De rooms-katholieke sacramenten, de belangrijkste rituelen, werden verworpen. Alleen door het geloof, en niet door een ritueel zoals de tegenwoordigheid van Christus in het heilig sacrament, zou men in de hemel kunnen komen. De autoriteiten wilden twee jaar na de dood van Jan de Bakker dit soort ideeën wederom de kop in drukken. Wendelmoed werd daarom in als eerste vrouw in Holland verbrand. Dit geschiedde op 20 november 1527 op het Groene Zoodje. Zij stierf 'gelijck of een kind in slaep ware gevallen'.

Het verzet tegen de verbrandingen nam echter steeds meer toe. Het publiek nam op den duur zo'n dreigende houding aan, dat de terechtstellingen soms niet op het Groene Zoodje, maar op de afgelegen galgenvelden op de Scheveningseweg of bij de Laakmolen werden voltrokken.

Jan van Parijs en Jan de la Vigne vermoordden de juwelier Jan van Weli in mei 1616
Jan van Parijs en Jan de la Vigne vermoordden de juwelier Jan van Weli in mei 1616
En na 1553 weigerden de stadsbesturen in Holland om nog langer ketters te verbranden.

Jan en Jan

Jan van Parijs en Jan de la Vigne waren vertrouwelingen van prins Maurits. Zij nodigden in mei 1616 een juwelier uit op het Binnenhof en beroofden en vermoorden hem. Deze spectaculaire roofmoord werd bestraft met een zware radbraak. De veroordeelden werden levend geradbraakt het welcke schrickelijck was om te sien, ten overstaan van een publiek van veel duysent persoonen dat van heinde en ver was toegestroomd.

Claes Jansz. Visscher maakte in 1623 dit stripverhaal over de executie van de Arminiaanse verraders  Reinier van Oldenbarnevelt, David Coorenwinder en Adriaan van Dijk. Ze werden op het Groene Zoodje geëxecuteerd en later naar het galgenveld in het huidige Laakkwartier vervoerd.
Claes Jansz. Visscher maakte in 1623 dit stripverhaal over de executie van de Arminiaanse verraders Reinier van Oldenbarnevelt, David Coorenwinder en Adriaan van Dijk. Ze werden op het Groene Zoodje geëxecuteerd en later naar het galgenveld in het huidige Laakkwartier vervoerd.
Na hun executie werden de lijken met behulp van teer geconserveerd en overgebracht naar het galgenveld. Daar werden ze aan een rad opgehangen. Het ontbindingsproces zou jaren duren.

De misdaad sprak zo tot de verbeelding dat een kunstenaar in 1639 de moord op een schilderij vastlegde. Dit schilderij bevindt zich nu in het Haags Historisch Museum.

Van Oldenbarnevelt

Op 13 mei 1619 werd de machtigste man van de westerse wereld, Johan van Oldenbarnevelt, na een schijnproces op het Binnenhof onthoofd. De vrouw en zonen van Van Oldenbarnevelt verloren echter niet alleen hun man en vader, maar ook hun titels, netwerk en bezittingen.

De beide zonen, Reinier en Willem, konden de onrechtmatige moord niet verkroppen. Ze beraamden daarom een paar jaar later een in hun ogen gerechtvaardigde wraakoefening. Ze wilden de moordenaar van hun vader, prins Maurits, vermoorden. Het plan mislukte echter en Reinier werd gepakt en veroordeeld. Hij werd op 28 maart 1623 op het Groene Zoodje onthoofd.

Henri de Fleury de Coulan, bijgenaamd ritmeester Buat  voerde tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog verboden onderhandelingen met de Engelsen. De ritmeester werd betrapt en op 11 oktober 1666 op het Groene Zoodje onthoofd. De gravure is van Jan Luyken.
Henri de Fleury de Coulan, bijgenaamd ritmeester Buat voerde tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog verboden onderhandelingen met de Engelsen. De ritmeester werd betrapt en op 11 oktober 1666 op het Groene Zoodje onthoofd. De gravure is van Jan Luyken.
Ritmeester Buat

Henri de Fleury de Coulan, beter bekend als ritmeester Buat, was een fervent aanhanger van de stadhouder Willem III, maar werkte voor raadspensionaris Jan de Witt. Buat onderhield in naam van de stadhouder van Oranje een geheime briefwisseling met de Engelse adel, de vijand. Hij werd betrapt en op 11 oktober 1666 onthoofd.

Voor de Haagse bevolking was Buat echter een held en zijn onthoofding was voor hen het zoveelste bewijs van de doortraptheid van het bewind van raadpensionaris (minister president) Johan de Witt.

Jacob van der Graaff

Ongeveer zes jaar later, op 21 juni 1672, liepen de Amsterdamse burgemeesterszonen Jacob en Pieter Van der Graaff met twee vrienden over de Vijverberg. Ze zagen licht branden in de Statenzaal en wisten dat degene die ze verantwoordelijk achten voor de dood van ritmeester Buat nog aan het werk was.

Toen Johan de Witt naar buiten kwam, vielen ze hem aan. Ze staken de raadpensionaris met een mes en sloegen hem bont en blauw, maar hij overleefde de aanslag.

Jacob van der Graaff werd gearresteerd en een paar dagen later veroordeeld. Vrienden vroegen aan Johan de Witt om clementie. Deze eiste echter een zware straf en Jacob werd daarop onthoofd.

De vrienden van Oranje beschouwden de jonge van der Graaf als een martelaar en wederom was Jan de Witt de boeman.

Johan de Witt

Op 20 augustus 1672 werden Jan en Kees de Witt door aanhangers van stadhouder Willem III gelyncht. De lijken werden aan de wipgalg op het Groene Zoodje gehangen.
Op 20 augustus 1672 werden Jan en Kees de Witt door aanhangers van stadhouder Willem III gelyncht. De lijken werden aan de wipgalg op het Groene Zoodje gehangen.
Johan de Witt was de belangrijkste Nederlandse politicus in de tweede helft van de zeventiende eeuw. De Witt was tegelijkertijd minister van Marine en minister van Buitenlandse Zaken. Onder het bewind van Johan en zijn broer Cornelis was Nederland het rijkste en machtigste land ter wereld. De broers hadden echter een machtige tegenstander, prins Willem III van Oranje. De Haagse bevolking was traditioneel Oranje gezind en daarmee een tegenstander van de Witt.

In 1672 werd de Republiek van diverse kanten bedreigd. Engeland en Frankrijk hadden in 1670 een pact tegen de Republiek gesloten en vielen van twee kanten aan. Tegelijk vielen de Duitse bisdommen van Keulen en Munster ook de Republiek binnen. En de gehate broers kregen de schuld van alle problemen.

Cornelis werd in augustus 1672 met een smoesje gearresteerd en in de Gevangenpoort opgesloten. Toen Johan hem op 20 augustus op kwam zoeken, escaleerde de boel. Beide broers werden door Oranjegezinde soldaten naar buiten gesleurd en op de Plaats vermoord.

De boze Haagse bevolking hing daarna de lijken van de De Witten ondersteboven aan de wip (galg) op het Groene Zoodje. Uit de lijken werden als aandenken stukken gesneden en soms zelfs opgegeten.

Pas tegen middernacht kregen de familie en bediendes de gelegenheid om de zwaar verminkte lichamen los te snijden en in alle stilte te begraven in de Nieuwe Kerk aan het Spui. Er is nooit een grafmonument voor hen opgericht.

De Plaats met op de afscheiding naar de Lange Vijverberg het Groene Zoodje. Rechts de Gevangenpoort en de Hofvijver.
De Plaats met op de afscheiding naar de Lange Vijverberg het Groene Zoodje. Rechts de Gevangenpoort en de Hofvijver.
Hagenaars kochten later de ledematen als herinnering aan de gruwelijke gebeurtenis. De tong van Johan en een vinger van Cornelis kwamen in 1889 bij het, huidige, Haags Historisch Museum terecht.

In 1918 werd op de Plaats een standbeeld van Johan de Witt onthuld.

Schijn executie

Johan Barton de Montbas was een Franse commandant van de cavalerie in dienst van de Republiek.

Bij de Franse inval van 1672 gedroeg hij zich en laf en werd daarom ter dood veroordeeld. Hij vluchtte echter naar de Fransen en kwam daarmee buiten bereik van de Nederlandse justitie.

De beruchte Gelderse legeraanvoerder Maarten Van Rossem plunderde in 1528 Den Haag. De bende loopt hier met de buit over het Groene Zoodje.
De beruchte Gelderse legeraanvoerder Maarten Van Rossem plunderde in 1528 Den Haag. De bende loopt hier met de buit over het Groene Zoodje.
Stadhouder Willem III beval daarop de symbolische executie van Montbas. Terwijl het toegestroomde publiek toekeek, werd op het Groene Zoodje een portret van Montbas aan de galg opgehangen en door de Haagse jeugd enthousiast met stenen bekogeld.

Overlast

De deftige bewoners van Plaats, Kneuterdijk en Vijverberg vonden de platvloerse attractie voor hun deur beneden alle peil. Een verzoekschrift aan het Hof van Holland om de permanente executieplaats af te breken en te vervangen door een incidenteel op te richten schavot, werd meer dan honderd jaar lang genegeerd.

Het schavot werd pas in 1719 afgebroken. Daarna werd gebruik gemaakt van een executiepodium dat tijdelijk opgebouwd werd voor een veroordeling.

Tijdens de Franse bezetting werd op 12 september 1812 een ter dood veroordeelde op het Groene Zoodje  door een Franse beul geëxecuteerd. Deze gebruikte voor de onthoofding een moderne guillotine.
Tijdens de Franse bezetting werd op 12 september 1812 een ter dood veroordeelde op het Groene Zoodje door een Franse beul geëxecuteerd. Deze gebruikte voor de onthoofding een moderne guillotine.
Boeken

In juni 1764 werd de Dictionnaire philosophique uitgebracht. Een boek waarin de Franse filosoof Voltaire kritiek leverde op het Christendom. De overheid reageerde snel en al op op 14 december 1764 zag de Engelse ambassadeur Sir Joseph Yorke vanuit zijn huis aan de Kneuterdijk dat de boeken tijdens een openbare boekverbranding op Het groene zoodje verbrand werden.

Het einde

Op 12 september 1812, tijdens de Franse bezetting, werd voor het eerst in Den Haag een veroordeelde onthoofd door een Franse beul. Veel toeschouwers haastten zich naar de Plaats om de guillotine, symbool van de Franse macht, en de terechtstelling te zien.

Het Binnenhof, de Plaats en het Groene Zoodje rond 1685 geschilderd door Gerrit Berckheyde.
Het Binnenhof, de Plaats en het Groene Zoodje rond 1685 geschilderd door Gerrit Berckheyde.
Twee jaar later, in 1814, deed het Groene Zoodje voor het laatst dienst. De beul wurgde toen een vrouw die haar man had vergiftigd. In 1830 werd de Gevangenpoort als gevangenis opgeheven.

De doodstraf werd in Nederland formeel in 1860 afgeschaft, maar werd in 1945, tijdelijk, ingevoerd voor de bestraffing van oorlogsmisdadigers.

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven