Artikelindex

Het legendarische Maison Krul, het zoete symbool van Den Haag, behoorde bij de drie grote banketbakkers van Europa. Krul was in 1970 een van de laatste overlevenden uit een vervlogen tijdperk

De Haanmolen was in de 18e eeuw eigendom van molenaar Krul. Met de opbrengsten uit de molen werd in 1834 aan het Noordeinde  het eerste Krul-filiaal geopend. Deze foto werd in 1890 gemaakt.
De Haanmolen was in de 18e eeuw eigendom van molenaar Krul. Met de opbrengsten uit de molen werd in 1834 aan het Noordeinde het eerste Krul-filiaal geopend. Deze foto werd in 1890 gemaakt.

De Zoete inval

Rond 1780 was de eigenaar van de Haanmolen op de hoek van de Noordwal en de Westsingel een welvarend man. Zijn graanbedrijf aan de Lutherse Burgwal floreerde en zijn zoon Hendrik bouwde deze graanhandel verder uit.

De eerste generatie

Hendrik's jongste zoon, Bertus (1816), wilde ook iets met graan doen, maar dan anders. Bertus wilde graag banketbakker worden. En dus kocht vader in 1834 een oude banketbakkerswinkel aan het Noordeinde, De Zoete Inval.

De tweede generatie

Bertus droeg in 1866 de bakkerij en winkel over aan zijn zoon Johannes Adolfus Krul (Dolf). Het ondernemersbloed vloeide ook bij deze telg door de aderen. Dolf gooide het ouderwetse bord van De Zoete Inval de deur uit en zette, heel deftig, zijn eigen naam boven het winkelraam: Koek en Banketbakkerij J. A. Krul.

De buren

Alleen het beste was goed genoeg. En daarom ging de firma Krul alle ingrediënten voor haar banket zelf maken.

J.A. Krul in zijn deftige banketbakkerswinkel. In de etalage twee marmeren platen  met elk een tiental met confiserie gevulde kristallen stolpen. Daaronder een vijftiental taarten, die elk op een metalen voetje van verschillende hoogte konden worden uitgestald. De foto werd rond 1900 gemaakt.
J.A. Krul in zijn deftige banketbakkerswinkel. In de etalage twee marmeren platen met elk een tiental met confiserie gevulde kristallen stolpen. Daaronder een vijftiental taarten, die elk op een metalen voetje van verschillende hoogte konden worden uitgestald. De foto werd rond 1900 gemaakt.
Dolf schafte in 1897 een moderne gasmotor en een cacaomolen aan. En verder een distilleerapparaat om zelf kirsch te kunnen maken voor de kersenbonbons en marasquin voor het getrempeerd gebak. Het bedrijf maakte zo haar eigen likeur, spijsvulling en chocolade.

Deze chocoladeproductie bezorgde de omwonenden echter nogal wat overlast. Een boze buurman sleepte Dolf Krul daarom voor het kantongerecht.

In de rechtszaal werd gediscussieerd over de vraag of een cacaomolen nu een echte molen was of niet. Het openbaar ministerie dagvaardde een deskundige om over de kwestie te adviseren. De expert was echter een lid van een concurrerende bakkerij, de firma Rademaker. Krul verloor het proces.

Als reactie kocht Dolf Krul verschillende aanpalende huizen in de Molenstraat en de Oude Molstraat. Inclusief de panden rondom de Blauwe Gang, de achteruitgang van de Krulfabriek. Hiermee voorkwam hij  toekomstige klachten en stelde hij de expansie van het Krul-imperium zeker.

In maart 1903 werd de oude Krul bakkerij afgebroken en vervangen door nieuwbouw. De nieuwe Salon de Rafraîchissements werd op 17 november 1903 feestelijk geopend.
In maart 1903 werd de oude Krul bakkerij afgebroken en vervangen door nieuwbouw. De nieuwe Salon de Rafraîchissements werd op 17 november 1903 feestelijk geopend.
Dolf voerde veel moderniseringen door maar de grootste doorbraak kwam met de derde generatie Krul.

20e eeuw

De luxe banketwinkels annex thee- en koffiegelegenheden waren in Europa aan het einde van de 19e eeuw zeer populair. Bijvoorbeeld Sacher en Dehmel in Wenen, Fortnum & Mason in Londen, Babington in Rome en Kies in Brussel.

Dolfs zonen Antoni en Louis overtuigden hun vader ervan dat dit de toekomst was. Een Salon de Rafraîchissements zou een nieuw tijdperk inluiden.  

Wenen

J.A. Krul vertrok in 1901 samen met zijn dochter Marietje en haar kersverse echtgenoot de Haagse architect L.A.H. de Wolf naar Wenen om daar inspiratie op te doen over de modernste bakkerswinkels.

De Wolf had eerder, van 1897 tot 1899, in Wenen gewerkt. Hier had hij kennis gemaakt met de Weense Jugendstil.

De architect ging bij thuiskomst met Marietje in de Willemstraat 50 wonen. En Louis mocht voor Krul een nieuwe theesalon in de Weense stijl bouwen.

De lunchroom Krul aan het Noordeinde in 1966. Rechts aan de muur hangt een foto van prinses Beatrix en prins Claus. Zij trouwden op 10 maart 1966 en Krul mocht de bruidstaart maken.
De lunchroom Krul aan het Noordeinde in 1966. Rechts aan de muur hangt een foto van prinses Beatrix en prins Claus. Zij trouwden op 10 maart 1966 en Krul mocht de bruidstaart maken.
De oude bakkerij en het buurpand, de winkel in galanterieën op nummer 46 van broer Willem, werden afgebroken. Na 8 maanden werd het nieuwe Krulcomplex aan het Noordeinde 44 in 1903 opgeleverd. Het was 18 meter breed en 60 meter diep geworden.

En op dinsdag 17 november was het dan zo ver. De feestelijke opening van de Salon de Rafraîchissements . Dit was tevens het laatste feestje voor de oude Johannes (Dolf) Krul want hij hield het voor gezien. Zijn zonen namen de regie over. 

Vader Dolf verhuisde naar een etage boven de juwelier Steltman en later naar de Paleisstraat. Na de dood van zijn vrouw verhuisde hij voor de laatste maal en deze keer naar de Bezuidenhoutseweg 205.

Maison Krul

Noordeinde 44

De Weense jugendstil bevatte cirkels, vierkanten en symmetrie. Dit in tegenstelling tot de organische vormen, uitbundige krullen en asymmetrie van de Belgische en Franse art nouveau.

Architectuur

De gevel van Krul is opgebouwd uit witte, matte Silezische baksteen, met horizontale banden van blauw-geel-blauw en sokkels van Labrador graniet.

Maison Krul aan het Noordeinde 44 in de jaren 1930.
Maison Krul aan het Noordeinde 44 in de jaren 1930.
Over de eerste en tweede verdieping lopen twee ronde erkers met vensters van rondgebogen glas. Daarboven twee balkonnetjes met aan beide kanten pilasters.

Door de hekjes met de cirkelmotieven, de ijzeren ornamenten in de hoeken van de ramen, de diverse uitsparingen in de wand, en het patroon van de kozijnen werd de gevel tot een op zichzelf staand grafisch spel van lijnen en vlakken.

Op de begane grond bevonden zich grote etalageruiten en vier ingangen: een voor de winkel, een voor de salon, en twee voor de bovenverdiepingen. Dit is na 1970 onherkenbaar veranderd. 

Interieur

De winkel en de Salon de Rafraîchissements hadden ieder een aparte ingang, maar stonden binnen wel met elkaar in verbinding. Een glazen uitstalkast scheidde de salon van de winkel.

De lunchroom in 1966. De kast in het midden van de foto bevindt zich nu in het Drents Museum in Assen.
De lunchroom in 1966. De kast in het midden van de foto bevindt zich nu in het Drents Museum in Assen.
De achterwanden waren bedekt met grote spiegels. Het meubilair en de vitrines waren van donker glanzend mahonie met ingelegde tinnen versieringen. Dit was het ontwerp van architect De Wolf dat ook in de gevel was verwerkt. De cirkels, delen van cirkels en een vierkant waren ook in het interieur terug te vinden. Het houtwerk was ivoorkleurig geschilderd en met goud afgebiesd

Achter het salon en winkel bevonden zich de kantoren, een buffetkamer een afdeling voor de expeditie. Ook hier een in- uitgang op het Noordeinde. Verder het magazijn, de eetkamer van het personeel, de woning van de chef, de wc's van het personeel en diverse werkplaatsen.

De chocoladefabriek besloeg drie etages en was voorzien van de nieuwste machines. De toegang bevond zich in de Molenstraat.

Het volledige gebouw was onderkelderd. In de kelder bevonden zich een tiental afdelingen en de koelkamer voor de chocola. De 60.000 eieren werden in hiervoor gemetselde bakken in kalkwater bewaard.

De Banketbakkerij in de Molenstraat in 1915 met op de achtergrond directeur Krul. Links is nog net de suikerketel zichtbaar  met daarin het door de Suikerwerkerij geproduceerde halffabricaat. In deze ruimte bevindt zich nu restaurant Humphrey's.
De Banketbakkerij in de Molenstraat in 1915 met op de achtergrond directeur Krul. Links is nog net de suikerketel zichtbaar met daarin het door de Suikerwerkerij geproduceerde halffabricaat. In deze ruimte bevindt zich nu restaurant Humphrey's.
Elektriciteit

Elektriciteit was in 1903 niet vanzelfsprekend. Een gasmotor van 25 p.k dreef niet alleen de chocoladefabriek aan, maar voorzag ook de moderne elektrische verlichting van energie. Het gas voor de motor moest echter ook zelf gemaakt worden (uit antraciet) want in Nederland werd nog geen gas gewonnen.
Het toppunt van moderniteit was het liftensysteem dat de etages met elkaar verbond.

In de Molenstraat werd nog een aparte winkel gevestigd waar bestellingen werden aangenomen en uitgevoerd.

... gebak van Krul

De prachtige nieuwe winkel paste goed bij de sfeer van de Passage, het Kurhaus, de gefortuneerde Indiëgangers en het deftige Haagse publiek. Hier kwam de elite, de welgestelden uit de betere buurten, de mensen met personeel.

Zowel de clientele als het bedienend personeel bestond bij Maison Krul vrijwel geheel uit vrouwen, of eigenlijk dames. Meneer kwam mee om de gekochte taartjes te dragen.
Zowel de clientele als het bedienend personeel bestond bij Maison Krul vrijwel geheel uit vrouwen, of eigenlijk dames. Meneer kwam mee om de gekochte taartjes te dragen.
Een taartje bij Krul werd het hoogtepunt van een dagje winkelen in sjieke zaken als Schröder en Maison de Bonneterie. De schnitten, het Dobosch-gebak, de Crocant-bouche en nog vele andere patisserieën werden beroemd.

De elegante gasten, meestal dames, namen plaats aan een tafeltje met marmeren blad en werden bediend door een in het zwart geklede serveerster met een wit schortje. Deze jugendstill kleding paste mooi bij het interieur van de noenzaal. De serveuse bracht de koffie of thee en het lievelingsgebak: bijvoorbeeld een Mont Blanc-gebakje  of een Creme Italienne. En alles was altijd vers.

Maar de taartjes waren eigenlijk minder belangrijk dan het zien en gezien worden in de nieuwste garderobe. Op een strategische plaats in de tearoom deden de klanten de grootst mogelijke moeite om het taartje zo beschaafd mogelijk naar binnen te werken en voornaam door te slikken, 'met hoofd rechtop en de blik op oneindig'.

Chocolade machines met David van der Voorn in 1933.
Chocolade machines met David van der Voorn in 1933.

Expansie

In de tearoom van Maison Krul werd het steeds drukker. Tijd om uit te breiden.

In 1904 was er in Scheveningen een stenen circusgebouw in jugendstil opgetrokken. Ook het luxe Palace Hotel had voor de Weense bouwstijl gekozen. Dit paste wel bij de uitstraling van Maison Krul en dus werd een winkel in de deftige badplaats geopend. Dit werd de Kurhaus-galerij 27 gevolgd door een filiaal in de Oranjegalerij, bij het Oranjehotel. Louis de Wolf zorgde voor dezelfde mooie toonbank als die in het Noordeinde.

Daarna werden na 1910 filialen geopend op de Bezuidenhoutseweg 16, de Zoutmanstraat 8. Na 1920 werd een groot deel van Den Haag bediend met weer nieuwe filialen aan de Frederik Hendriklaan 79, Stevinstraat 196, Javastraat 7, Valeriusstraat 8, Alkemadelaan 20, de Haagweg in Rijswijk en de Parkweg Voorburg.

De Oranjegalerij was een soort van overdekt winkelcentrum dat zich bij het chique Oranjehotel aan de Boulevard bevond. Hier werd rond 1910 een Confiserie et Chocolaterie Royales winkel geopend.
De Oranjegalerij was een soort van overdekt winkelcentrum dat zich bij het chique Oranjehotel aan de Boulevard bevond. Hier werd rond 1910 een Confiserie et Chocolaterie Royales winkel geopend.
De stevige bakfietsen bezorgden de taartjes en koekjes er werd een tweede automobiel ingezet.

Architect De Wolf werd weer ingeschakeld en deze maakte het ontwerp voor de verbouwing van Molenstraat 2-4, Molenstraat 12 (1908) en dat van de in 1929 in strakke Amsterdamse Schoolstijl gebouwde chocoladefabriek aan het pand Molenstraat 6-10.

De oude panden in de Oude Molstraat bevatten paardenstallen, een koetshuis en een gang. De modernisering ging echter door en Krul had behoefte aan parkeerplaatsen voor de bedrijfsauto's. In 1946 besloot Gerard Krul daarom om de hele boel af te breken. Even later verrees hier een garage, een woning en een grote binnenplaats.

Achterwerk

Gerard Krul was de zoon van Antoni en vormde samen met broer Jan de vierde generatie Krul. Hij moest na de oorlog beslissen of een klein verkooppunt in de Molenstraat een goed idee was.

Daarom werd als experiment het retourgebak uit de filialen en de moederzaak in deze winkel verkocht. En dat voor half geld. De kleine kale winkel had direct succes. De Krul taartjes hadden zo'n goede reputatie dat minder kapitaalkrachtige gezinnen genoegen namen met één dag oud gebak, maar wel met het Krul-logo op de doos.

Al spoedig werd het winkeltje door de klanten Het Achterwerk genoemd.

Dames en wannabe dames aan het Noordeinde 44 rond 1925.
Dames en wannabe dames aan het Noordeinde 44 rond 1925.
Het enige probleem was dat de deur sloot als het retourgebak uitverkocht was. Vandaar dat er 's ochtends een rij mensen stond te wachten totdat de winkel om elf uur open ging.

Het één dag oude Krulgebak werd in een gewoon Kruldoosje met logo verkocht. Een buitenstaander kon daardoor niet zien of het gebak uit het Noordeinde kwam of uit de Molenstraat. Haagse bluf in optima forma.

Haagse bluf

Haagsche bluf of kouwe kak was een typisch Haags verschijnsel waarbij het tonen van een hoge maatschappelijke klasse zeer belangrijk was. Hagenaars die boven hun stand leefden, moesten met weinig geld de schone schijn op zien te houden.

De bezorgdienst van Maison Krul in 1963.
De bezorgdienst van Maison Krul in 1963.
De bekende houten hammen, de met aardappelen gevulde vioolkisten en de schuifkaas.

Bij Krul werd de thee geserveerd in een zilveren theepotje met daarnaast een zilveren waterkannetje met kokend water. Sommige klanten namen een extra theezakje van thuis mee om bij Krul een extra kannetje heet water te vragen om zo kosteloos de Krultijd te verlengen.

Het Krul personeel mocht de clientèle geen strobreed in de weg leggen. En dus kon een klant een uur lang genieten van het kleinste gebakje en zo een uur lang bekeken en herkend worden.

 

Noordeinde 44-46 winkel. De winkelbediendes droegen een  soort jugendstill-kleding die goed samenging met de stijl van de winkel.
Noordeinde 44-46 winkel. De winkelbediendes droegen een soort jugendstill-kleding die goed samenging met de stijl van de winkel.
Sommige Hagenaars bestelden een ons koekjes en lieten die door de bestelauto van Krul bezorgen. Deze herkenbare auto in de straat werkte dermate statusverhogend en daarmee populair dat de bezorgdienst voor Krul een verlieslatende zaak werd.

Koninklijk

De tearoom was bijna de buurman van het Paleis Noordeinde en prinses en later koningin Wilhelmina hield van zoetigheid. Ze verwende zich regelmatig met de kersenbonbons van Krul. Haar man, prins Hendrik, kwam af en toe langs om een ontbijtkoek te kopen.

Koningin Juliana kwam er graag incognito 'tea-en' en prins Bernard was een liefhebber van Baumkuchen, een Duitse laagjescake dat gebakken werd op een open houtskoolvuur.

 

Aldegonda Sarter nam de inpakafdeling over van Josine Krul. Zij vierde op 1 februari 1932 haar  25-jarig jubileum bij Krul. Op deze foto uit 1933 stoppen haar meiden de Haagse Hopjes in mooie doosjes.
Aldegonda Sarter nam de inpakafdeling over van Josine Krul. Zij vierde op 1 februari 1932 haar 25-jarig jubileum bij Krul. Op deze foto uit 1933 stoppen haar meiden de Haagse Hopjes in mooie doosjes.
De Haagse schrijver Louis Couperus kocht er de brosse koekjes die hij zo graag at bij zijn vermout. In 1969 werd zijn roman De Boeken der kleine zielen verfilmd. Enkele scenes werden opgenomen in de verversingssalon Krul.

Problemen

Bij Krul maakten 120 personeelsleden niet alleen alleen de taartjes, bonbons andere lekkernijen, maar ook de ingrediënten zoals jam, limonade, marasquin, en kirsch.

De rappe stijging van de salarissen na de Tweede Wereldoorlog vormde echter een steeds groter probleem. En zeker de in 1960 ingevoerde vrije zaterdag bedreigde het bedrijfsmodel. Wie ging immers op zaterdag de verse taartjes du jour maken als het personeel thuis zat?

Saneren

Maison Krul in het laatste jaar van haar bestaan in 1970.
Maison Krul in het laatste jaar van haar bestaan in 1970.
Met pijn in het hart begon Gerard Krul zijn producten te saneren. Waren zestig verschillende soorten bonbons wel nodig?

Warme en koude puddingen met bijbehorende sausen werden weinig meer gegeten. Gerard schrapte er twintig van de drieëndertig. 

De fabricage van drie van de zeven ontbijt-koeken werd gestopt. Vijftien van de veertig soorten koekjes en tien van de zestig verschillende taarten werden voortaan niet meer gemaakt.

De productie van echt tijdrovende producten, zoals chocoladesigaren, hoestbonbons en Kruls-limonades, werd helemaal gestopt.

Om de kosten nog meer te drukken werden de minst renderende en verst liggende filialen gesloten. En af en toe werd een pand verkocht om zo inkomsten te genereren.

Deze vitrinekast stond bij Maison Krul aan het Noordeinde midden in de zaak als een divider tussen de lunchroom en een doorgang. De foto werd gemaakt in her Drents Museum in augustus 2019.
Deze vitrinekast stond bij Maison Krul aan het Noordeinde midden in de zaak als een divider tussen de lunchroom en een doorgang. De foto werd gemaakt in her Drents Museum in augustus 2019.
Er werd echter ook een bonbon-filiaal nieuwe stijl geopend op de hoek naar het Palace Hotel. Bij dit Pallisa konden klanten, op z'n Brussels aan het raam, uit het volledige bonbon assortiment een keuze maken.

Een ander experiment was de vestiging van een Italiaans restaurant in de Molenstraat. Restaurant Riccio maakte een veelbelovende start toen prinses Beatrix er met haar verloofde prins Claus kwam eten. De opbrengsten uit deze experimenten waren echter onvoldoende om de bedrijfsvoering weer rendabel te maken. 

Einde

Hoewel de winkel en tearoom aan het Noordeinde nog steeds grote aantallen klanten trokken, ging in 1970 het gerucht dat een faillissement nabij was.

Louis Couperus schreef in 1901 zijn grote roman, De boeken der kleine zielen. Dit zeer Haagse verhaal speelt zich af in de coterietjes van de gegoede klasse.  In 1969 werd het boek verfilmd. Onder andere in Maison Krul, met Ellen Vogel.
Louis Couperus schreef in 1901 zijn grote roman, De boeken der kleine zielen. Dit zeer Haagse verhaal speelt zich af in de coterietjes van de gegoede klasse. In 1969 werd het boek verfilmd. Onder andere in Maison Krul, met Ellen Vogel.
De klanten namen bij een bezoek steeds vaker stiekem een aandenken mee naar huis. Er werden zoveel melkkannetjes en theekopjes gestolen dat in de laatste weken voor de sluiting nog inventaris moest worden vervangen.

Op 15 november 1970 werd het Krul imperium na 135 jaar gesloten.

Gerardus Leonardus en Johannes Antonius Krul: 'We willen onszelf niet imiteren; we kunnen het oude peil niet meer handhaven en daarom sluiten we. Wij willen voortleven op de naam, de renommee die we hebben'

In 1972 werd het grote pand verkocht. Een gedeelte van de inrichting van de bakkerij belandde in het Banketbakkersmuseum in Amsterdam en de inrichting van de salon werd opgeslagen in de kelders van het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst te Amsterdam. Via via kwam een deel van het art nouveau interieur in het Drens Museum in Assen terecht waar het nu te bewonderen valt.

Gerard Krul in 1999 over de afnemende kwaliteit van voedsel: 'Neem nou de chocolade. Die moet tijdens de fabricage rusten, mijnheer. Daar wordt vandaag de dag niet meer aan gedacht. Niemand neemt daar nog de tijd voor. (...) Chocolade is een kruid, geen karton'.

Graf
Katholieke Kerkhof aan de Kerkhoflaan
De familie Krul had een familiegraf met een eenvoudige hardstenen zerk uit 1942.  Aan het hoofdeinde stond een opstaande steen met daarop een halve cirkel met kruis.

In dit familiegraf lag onder anderen Antoni Wilhelmus Krul begraven. Geboren in Den Haag op 22 maart 1878 en begraven op 22 augustus 1942. Het lijkt er op dat het graf in 2018 geruimd werd. 

J.A.H. en C.M. Krul werden in de linkervleugel van de arcade bijgezet.

Tearoom Tango

De bekende cabaretier Wim Sonneveld maakte in 1966 een komisch lied over een deftige Haagse golddigger in een tearoom. De tekst van TearoomTango werd geschreven door de Haagse Michel van der Plas

 

In 2019 werd het aloude Krul omgebouwd naar 8 appartementen genaamd Maison Royal. De naam verwijst naar zowel de lunchroom als het koninklijk paleis dat honderd meter verderop staat.
In 2019 werd het aloude Krul omgebouwd naar 8 appartementen genaamd Maison Royal. De naam verwijst naar zowel de lunchroom als het koninklijk paleis dat honderd meter verderop staat.

  • Toen ik jou de roze tearoom langzaam binnenschrijden zag
  • Met je kaalgevreten bontjas en je arrogante lach.
  • En nu zit je aan m´n tafeltje en vraagt me -mag ik thee-
  • En je attaqueert m´n taartjes en wat kijk je weer gedwee

Van der Plas maakte een paar jaar later ook een gedicht bij de sluiting van Maison Krul

Details

Details

De oprichter van de Krul imperium, Johannes Lambertus Krul in 1860. Hij leidde de koek- en banketbakkerij van  1834-1866. Johannes was de eerste van vier generaties Krul.
De oprichter van de Krul imperium, Johannes Lambertus Krul in 1860. Hij leidde de koek- en banketbakkerij van 1834-1866. Johannes was de eerste van vier generaties Krul.
19e-eeuwse reclame voor de bakkerswinkel van J.A. Krul.
19e-eeuwse reclame voor de bakkerswinkel van J.A. Krul.
Willem Krul was de jongere broer van Dolf Krul en bezat een galanteriewinkel naast de banketbakker. Dit pand werd in 1903 afgebroken.
Willem Krul was de jongere broer van Dolf Krul en bezat een galanteriewinkel naast de banketbakker. Dit pand werd in 1903 afgebroken.
De bezorgdienst van Maison Krul in 1935.
De bezorgdienst van Maison Krul in 1935.
Chique clientèle bij  Maison Krul in de jaren 1930.
Chique clientèle bij Maison Krul in de jaren 1930.
De zeer jonge Annie Meunier bedient hier de hopjesmachine die de hopjes geautomatiseerd inpakte. Emma Stolkwijk begeleide haar.
De zeer jonge Annie Meunier bedient hier de hopjesmachine die de hopjes geautomatiseerd inpakte. Emma Stolkwijk begeleide haar.
De bakkerij, met ovenist Willem Hageman. Hij en zijn collega Klaassen waren verantwoordelijk voor het luxebrood, hanekammen en de  stollen. De foto werd in 1933 gemaakt.
De bakkerij, met ovenist Willem Hageman. Hij en zijn collega Klaassen waren verantwoordelijk voor het luxebrood, hanekammen en de stollen. De foto werd in 1933 gemaakt.
De banketbakkerij in 1933. Op deze foto worden amandelen gesorteerd.
De banketbakkerij in 1933. Op deze foto worden amandelen gesorteerd.
Taartjes en bonbons werden in de achterliggende werkplaatsen gemaakt. De keuken zat echter direct aan de salon vast en was het domein van de serveersters die hier thee en koffie maakten.
Taartjes en bonbons werden in de achterliggende werkplaatsen gemaakt. De keuken zat echter direct aan de salon vast en was het domein van de serveersters die hier thee en koffie maakten.
Het grote voormalige Krulpand aan het Noordeinde in 2016. Bij NE het Noordeinde en bij PNE het paleis.
Het grote voormalige Krulpand aan het Noordeinde in 2016. Bij NE het Noordeinde en bij PNE het paleis.
Een arbeider verdiende rond 1915 10-20 gulden per week. Koekjes voor bij de thee kostten bij Krul 1,25 gulden.
Een arbeider verdiende rond 1915 10-20 gulden per week. Koekjes voor bij de thee kostten bij Krul 1,25 gulden.
De bakkerij in de jaren 1930.
De bakkerij in de jaren 1930.
Het grondstoffenmagazijn aan de Molenstraat in 1933 met achterin het uitgaveloket. Dit was tevens de Suikerwerkerij. Hier werd bijvoorbeeld de kern van de bonbons geproduceerd. Maar de  suikerbakkers maakten ook caramels, noga's, beignets, fondant, borstplaat, suikerbeesten, bruidsuikers en hopjes.
Het grondstoffenmagazijn aan de Molenstraat in 1933 met achterin het uitgaveloket. Dit was tevens de Suikerwerkerij. Hier werd bijvoorbeeld de kern van de bonbons geproduceerd. Maar de suikerbakkers maakten ook caramels, noga's, beignets, fondant, borstplaat, suikerbeesten, bruidsuikers en hopjes.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven