Boven de poort van de Boterstraat aan de Prinsegracht staat het jaartal 1650. Dat is het jaar dat de Waag verplaatst werd van het slop De Zak (bij de Grote Kerk) naar de Prinsegracht. De Waag was een overheidsgebouw waar goederen gewogen werden zodat er belasting over geheven kon worden.

De Boterwaag aan de Prinsegracht in 1690.
De Boterwaag aan de Prinsegracht in 1690.

De Waag

De Prinsegracht vormde de aanvoerroute voor de boeren uit het Westland die in Den Haag hun waren kwamen aanbieden. Hierdoor werden de Prinsegracht en de Grote Markt een brandpunt van de handel in groenten, fruit, granen en zuivelproducten. Op de Waag konden ze hun koopwaar laten wegen en verhandelen. De boterhandel vond eerst plaats in een kleine ruimte binnen de Waag

Deze kleine ruimte bleek al gauw te klein en de ruimte werd in 1663 uitgebreid door de aankoop en sloop van twee achterhuisjes. De aanvoer van en de handel in boter en kaas werden steeds belangrijker.

Paulus Constantijn la Fargue schilderde de Boterwaag (l) aan de Grote Markt in 1769.
Paulus Constantijn la Fargue schilderde de Boterwaag (l) aan de Grote Markt in 1769.
De Magistraat (bestuurders) besloot daarop in 1681 om voor de boterhandel een groot eigen gebouw te stichten. De grond was al grotendeels gemeente-eigendom, het nog ontbrekende hoekhuis Prinsegracht-Grote Markt werd erbij gekocht en gesloopt.

De boterhandelaren kregen een ruime zaal met een gewelfde galerij rondom en een lichtkoepel in het midden. De weegschalen voor algemeen gebruik verhuisden van de linker- naar de rechterkant van het Boterstraatje. Het nieuwe gebouw, de Boterwaag, ontworpen door Bartholomeus van Bassen, bediende echter alleen de groothandel in boter en kaas. 

Stukkenboterhuis

De kleinere, particuliere, boterhandel had echter ook behoefte aan een plaats waar de boter verhandeld kon worden. Dit werd een hal van 18 bij 12,5 meter. In dit Stukkenboterhuis was van voor naar achter een rij met kolommen geplaatst die de bovenverdieping droegen. Dat is het gebouw links van de Bart Smit (vroeger textielhandel Van Moorsel) aan de Grote Markt, dus links van de poort.

De Boterwaag aan de Prinsegracht in 1923. Rechts is nog net een stukje van de Grote Markt te zien.
De Boterwaag aan de Prinsegracht in 1923. Rechts is nog net een stukje van de Grote Markt te zien.
Van 1 april t/m 31 oktober vond de Botermarkt plaats op maandag en vrijdag van 7 tot 13.00 uur. Tussen 1 november en 31 maart begon de markt op 8 uur in de ochtend.

Bedrog

Aan de Prinsegracht nummer 5 staat het huis Luchtenburch dat nu deel uitmaakt van het gerestaureerde complex. In 1650 was het huis Luchtenburch een groot, deftig huis met een dubbele stoep in het midden.

Het pand werd bewoond door de weduwe van Reynier van Luchtenburch. De nieuwe Boterwaag moest pal naast deze woning gebouwd worden. De Magistraat sloot daarom een overeenkomst met de weduwe waarin vastgelegd werd dat de muur van de Waag verankerd mocht worden in haar oostelijke bouwmuur.

De hal van de Boterwaag tijdens de verbouwing van 1979.
De hal van de Boterwaag tijdens de verbouwing van 1979.
Ruim driehonderd jaar later, bij de grote restauratie van de jaren 1980,  bleek echter dat de Magistraat — of de bouwmeester Bartholomeus van Bassen — de weduwe Luchtenburch had bedrogen. De Waag blijkt  aan die kant helemaal geen eigen muur te hebben. De Boterwaag 'hangt' aan de muur van het huis Luchtenburch. Die muur was echter zo sterk dat hij de dubbele vracht kon dragen. Aan de andere kant van het Waaggebouw, waar funderingspalen door de veenlaag heengeslagen werden, ontstonden wel verzakkingen. 

Renovatie

Aan het einde van de jaren 1960 werd het gebouw bijna niet meer gebruikt. Het gebrek aan voldoende onderhoud dreigde grote schade aan te brengen aan het complex. In 1972 ontstond daarom het plan om de verwaarloosde Boterwaag te renoveren en om te vormen naar appartementen. Verder moesten hier repetitieruimten komen voor studenten van het Koninklijk Conservatorium

Deze plannen hadden tien jaar lang heel veel voeten in de aarde maar 1982 was de klus geklaard. De repetitieruimten  waren gesneuveld maar de appartementen werden gerealiseerd. Verder was de oude centrale hal in de oude luister hersteld. Hier zit nu een grand café met een groot terras op de Grote Markt. Er hangt nog de oude weegschaal uit 1682.

Langs de beide boterhuizen loopt het Boterstraatje dat de Prinsegracht met de Grote Markt verbindt. Het complex bevindt zich in de wijk Kortenbos.

Het Boterwaag-complex aan de Grote Markt. Met van links naar rechts de Boterwaag voor de groothandel. een voormalige particuliere woning op Grote Markt nummer 8 en het Stukken Boterhuis.
Het Boterwaag-complex aan de Grote Markt. Met van links naar rechts de Boterwaag voor de groothandel. een voormalige particuliere woning op Grote Markt nummer 8 en het Stukken Boterhuis.
Huurders

De Boterwaag bleek af en toe toch een maatje te groot en de bovenliggende etages werden in de loop der eeuwen aan een bont gezelschap verhuurd.

 

Het huis Grote Markt 8 maakte geen onderdeel uit van de Boterwaag, In 1969 zat hier het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze.
Het huis Grote Markt 8 maakte geen onderdeel uit van de Boterwaag, In 1969 zat hier het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze.
Grote Markt 8

Het huis Grote Markt 8 hoorde oorspronkelijk niet bij de Boterwaag en is waarschijnlijk het oudste gebouw van het complex. Aan de buitenkant is dit echter niet te zien.  De gevel dateert uit de 18de eeuw. Het gebouw is in de loop der tijd een paar keer naar boven vergroot.

De Riemer

In 1725 schreef de Haagse historicus Jacob de Riemer het volgende: "Vermits het Boterhuis door den sterken aanwasch en toeloop zoo van koopluiden als huisluiden te klein was geworden, voor den geenen die met stukken boter te markt komen, een tweede gezet, 't welk daarom ook den naam van het Stukken-Boter-Huis draagt. Dit is mede een tamelijk goed gebouw, hebbende dezelve hoogte en zodanig geschikt, dat het met weinige moeite en kosten aan het voorste (Boterhuis) gehegt en gevoegt kan worden".

Details

Details over de verschillende huurders van de Boterwaag.

Sint Lucasgilde

De bovenkamer werd vanaf 1656 in gebruik gegeven aan het Sint Lucasgilde. Dat was een aanzienlijk kunstenaarsgenootschap dat gesticht werd in 1537. Bekende kunstenaars, zoals Paulus Potter, Jan van Goyen en Caspar Netscher, zijn lid geweest.
Ieder moest één werk voor een bescheiden bedrag aan het gilde afstaan; werd dat verkocht dan was de meerprijs voor de club.
In 1676 werd een nieuwe overeenkomst met de Magistraat gesloten. De huur verviel, maar als tegenprestatie moesten de kunstenaars een schilderij voor de burgemeesterskamer leveren; de Prins van Oranje op een paard. 

Collegium Musicum Perpetuum

In 1725 werd er een muziekcollege in Den Haag gesticht. Het wordt gevormd door de muziekhandelaar Nicolaas Selhof samen met Johan Pollio, Mattheus Maaswijck, Johan Stap, Codde, P. van Meerloo, I.M. Stolzfeind, Mattheus Dier, J. Beeckhoff en Lambertus Crooswijk.
Aeneas Egbertus Veldcamps, de organist van de Grote Kerk had de leiding.

L’Ordre de Sainte-Cécile Royale

Een voorbeeld van een tamelijk elitair besloten formeel muziekcollege is het muziekgezelschap dat vermoedelijk kort na 1750 is opgericht onder de Franse naam L’Ordre de Sainte-Cécile Royale (De orde van de Koninklijke Sint Caecilia).
In 1758 kreeg het gezelschap toestemming om gratis een ruimte in de Waag te benutten.
Het Haags Gemeente-Museum bewaart nog een bokaal van het gezelschap, alsmede een reglement, in leer gebonden, getiteld ‘Manuel ou Quint-essence des loix fundamentales et additionnelles de l’Ordre de Sainte Cécile Royale, à l’usage des chevaliers.’ (Handleiding of kwintessens van de oorspronkelijke en toegevoegde wetten van de Orde van de Koninklijke Sint Caecilia, ten gebruike van de ridders.)

Het lidmaatschap was 35 per jaar; het seizoen duurde van midden-november tot Pasen. Introductie was slechts toegestaan aan dames en buitenlanders.
Het gezelschap kende actieve en passieve leden, maar bij aantreden als lid gingen actieve vóór.
Op de band van het reglement zijn vergulde stempels aangebracht. Aan de ene zijde is een manshoofd te zien met een vinger die naar het oor wijst; daarbij gaat het opschrift ‘Mystère de l’Ordre’ (Het geheimenis van de Orde). Op de andere zijde is een dame te zien die een rechthoekig klavier bespeelt, waarbij de spreuken ‘Un même penchant nous unit’ (Dezelfde liefhebberij verbindt ons) en ‘Vive le Prince d’Orange’ (Leve de prins van Oranje).
Mede door de laatste spreuk wordt de indruk gewekt dat het gezelschap zijn leden recruteerde uit Haagse hof- en aanverwante kringen. De toevoeging ‘Royale’ bij Sint Caecilia zou daarom wel eens betrekking kunnen hebben op de Engelse koninklijke prinses Anna van Hannover, van 1751 tot 1759 regentes van stadhouder-in-spe Willem V.

Het gezelschap behoorde tot de intekenaren op Francesco Pasquale Ricci’s Six sonates Opus 4 (Londen, 1768).

Bron: Rudolf Rasch, Geschiedenis van de Muziek in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1572-1795

De Boterwaag aan de Prinsegracht in juni 2014. De meest linkse poort is de toegang tot de Boterstraat.
De Boterwaag aan de Prinsegracht in juni 2014. De meest linkse poort is de toegang tot de Boterstraat.
Het Stukken Boterhuis gezien vanaf de Grote Markt.
Het Stukken Boterhuis gezien vanaf de Grote Markt.
De Boterstraat kijkend naar het einde van de Prinsegracht tak. Aan de rechterkant het Stukken Boterhuis.
De Boterstraat kijkend naar het einde van de Prinsegracht tak. Aan de rechterkant het Stukken Boterhuis.
Het Stukken boterhuis bevindt zich op deze foto uit 1960 aan de rechterkant.
Het Stukken boterhuis staat op deze foto uit 1960 aan de rechterkant.
De Boterstraat met aan de rechterkant de Boterwaag.
De Boterstraat met aan de rechterkant de Boterwaag.
De Boterstraat kijkend naar de Prinsegracht. De Boterwaag staat hier links op de foto.
De Boterstraat kijkend naar de Prinsegracht. De Boterwaag staat hier links op de foto.
De Boterstraat iets verderop in de straat. Aan de linkerkant het oude Stukken Boterhuis dat nu opgedeeld is in appartementen.
De Boterstraat iets verderop in de straat. Aan de linkerkant het oude Stukken Boterhuis dat nu opgedeeld is in appartementen.
De arm van de Boterstraat die naar de Grote Markt leidt. Aan de linkerkant het pand van Bart Smit. Aan de rechterkant het Stukken Boterhuis (nu een appartementengebouw).
De arm van de Boterstraat die naar de Grote Markt leidt. Aan de linkerkant het pand van Bart Smit. Aan de rechterkant het Stukken Boterhuis (nu een appartementengebouw).
De Boterstraat heeft een romantische uitstraling. De kunstschilder Anton Pieck (bekend van het sprookjesbos in de Efteling) legde dit tafereeltje vast in 1950.
De Boterstraat heeft een romantische uitstraling. De kunstschilder Anton Pieck (bekend van het sprookjesbos in de Efteling) legde dit tafereeltje vast in 1950.
Vanaf 1926 was het Oranje-Nassau-Museum in de Boterwaag gevestigd. Dit is een knipsel uit de Haagsche Courant van 25 augustus 1925.
Vanaf 1926 was het Oranje-Nassau-Museum in de Boterwaag gevestigd. Dit is een knipsel uit de Haagsche Courant van 25 augustus 1925.
De Grote Markt met het Boterhuis. Links is de Prinsegracht zichtbaar.
De Grote Markt met het Boterhuis. Links is de Prinsegracht zichtbaar.