Als in de 14e eeuw iemand belazerd was, was hij aangetast door de lazarusziekte, melaatsheid. Deze zieken vormden een gevaar voor de omgeving. Social distancing werd ook in Den Haag erg serieus genomen en het opvanghuis stond daarom eeuwenlang ver buiten het dorp aan het Zieken.

Jezus betreedt het land van de onreinen, de leprozen.
Jezus betreedt het land van de onreinen, de leprozen.

Inleiding

Lepra

Lepra is een oude ziekte die al in het oude testament genoemd werd en ook in Europa rondwaarde. Het aantal besmettingen nam met de middeleeuwse kruistochten echter sterk toe.

In 1179 vaardigde paus Alexander III een decreet uit dat bepaalde dat lepralijders afgezonderd moesten worden, zelfs apart begraven. Men wist dat lepra besmettelijk was, maar de kerk beschouwde lepra ook als een straf van God voor zondig gedrag van de lepralijder zelf of van zijn ouders. Het boek Leviticus beval: 'Hij is onrein, afgezonderd zal hij wonen.'

Een leproze kondigde zijn komst aan met een ratel.
Een leproze kondigde zijn komst aan met een ratel.
En dus werden leprozen aan strikte regels onderworpen. De zieke moest zijn bovenlip bedekken en smalle paden, die hem in contact met anderen zouden kunnen brengen, vermijden. Verder moest hij moest schoenen dragen om de wegen niet te besmetten.

In 1413 bepaalde graaf Willem VI dat degenen die mogelijk lepra hadden in de Sint-Jacobskapel buiten Haarlem gekeurd moesten worden. Positief getesten ontvingen een vuylbrief of een lazarusbrief welke het recht gaf te bedelen voor hun levensonderhoud. Zo'n vuylbrief was daarmee geld waard. De melaatse kon de brief immers illegaal doorverkopen.

Het Leprooshuis en de Sint Corneliskapel in 1570 op een reproductie uit 1715.
Het Leprooshuis en de Sint Corneliskapel in 1570 op een reproductie uit 1715.
Aan de andere kant probeerden mensen met een onschuldige huidziekte een vuylbrief te krijgen om zo in aanmerking te komen voor de bijbehorende bedelvergunning. Of nog beter: een plekje in het Leprooshuis. Want daar werd goed gegeten en gedronken.

Leprooshuis

Het Leprooshuis bevond zich op de grens van het huidige Zieken en het Rijswijkseplein. Dat was toen de grens met Rijswijk.

Het huis stond op de plek waar sinds 1826 het Griekse tempeltje staat. Nu Rijswijkseplein 39. 

Het terrein van het Leprooshuis in lichtrood geprojecteerd over een moderne kaart. De Corneliskapel  stond op de plek bij de W. Dat is het huidige tempeltje (Wachtje) op het Rijswijkseplein. Verkeer via het Spui (pijl) liep vast op het Hek (H) dat de doorgang van het Spui naar het Zieken versperde. Vanaf de Wagenstraat ontstond een nieuwe weg naar Rijswijk die langs de sloot van het Leproosterrein liep. Dit werd later de Bogt van Guinee (BG), het huidige Huijgenspark.
Het terrein van het Leprooshuis in lichtrood geprojecteerd over een moderne kaart. De Corneliskapel stond op de plek bij de W. Dat is het huidige tempeltje (Wachtje) op het Rijswijkseplein. Verkeer via het Spui (pijl) liep vast op het Hek (H) dat de doorgang van het Spui naar het Zieken versperde. Vanaf de Wagenstraat ontstond een nieuwe weg naar Rijswijk die langs de sloot van het Leproosterrein liep. Dit werd later de Bogt van Guinee (BG), het huidige Huijgenspark.
Zelfvoorzienend

Het verpleeghuis was zelfvoorzienend met een eigen moestuin, begraafplaats en kapel. Het had huizen en schuren in alle maten en was omgeven door sloten. Het terrein was ruim driehonderd meter lang en op het breedste stuk bijna tweehonderd meter breed.

Het terrein liep zo'n beetje vanaf het huidige Groenewegje tot aan het Rijswijkseplein. Dat was bij de stichting in 1358 op 700 meter van de rand van het dorp.

Hier werden vanaf 1358 de Haagse melaatsen verpleegd. Op 18 augustus 1562 werd een overeenkomst gesloten met Cornelis Suys, heer van Rijswijk over de opname van Rijswijkse en Voorburgse leprozen. Deze gingen tot die tijd naar het Leprooshuis in Leiden. De Westlanders volgden rond 1600.

In oud Nederlands: ' ingeboren buyrluyden van der Hage ofte inder jurisdictie wonende daer contract by onssen advyse meede gemaect es ende inder selver plaetsen woenachtich zijn geweest den tijt van vijff jaeren ofte meer als buyrluyden ofte die binnen der voors. plaetsen gebooren zijn van vaeder ende moeder'.

Het Leprozenterrein  op een tekening uit  1593 van Floris Jocbsz. Met onderin de Sint Corneliskapel.
Het Leprozenterrein op een tekening uit 1593 van Floris Jocbsz. Met onderin de Sint Corneliskapel.
De opname in het Leprooshuis werd stapje voor stapje minder vrijblijvend en uiteindelijk verplicht. Er werd overigens nauwelijks een poging gedaan om de zieke te genezen. Het doel was voornamelijk om de besmettelijken buiten de stad te houden. En daarna maar afwachten hoe de ziekte zich zou ontwikkelen.

Commercieel

Vanaf de zestiende eeuw werd de instelling meer commercieel. Een deel van het terrein werd als proveniershuis ingericht. Na 1562 konden zogenaamde commensalen (kostgangers) zich na een positief advies van de leproosmeester inkopen. Daarna hadden ze levenslang gratis kost en inwoning.

Nieuwe bewoners moesten een bed met peluw (hoofdkussen) meenemen. Verder een stoel voor bij het bed, een gevoerde deken met vier lakens, een tinnen kan en een pispot. Of gewoon zes Carolusguldens. Ze kregen na genezing de spullen mee naar huis.

Als een zieke of commensaal overleed, werden zijn bezittingen tot een waarde van honderd pond aan het Leprooshuis nagelaten. Voor het bedrag boven de honderd pond ging een derde naar het Leprooshuis en twee derde naar de erfgenamen.

Personeel

De leprozen woonden in het sieckhuys en de commensalen en het personeel in het gesonthuys. Dit personeel bestond uit een 'vader en een moeder' die de dagelijkse leiding hadden.

De Sint Corneliskapel in 1730. Met op de voorgrond het Zieken en op de achtergrond voor de bomen de nog onbebouwde Bogt van Guinee.
De Sint Corneliskapel in 1730. Met op de voorgrond het Zieken en op de achtergrond voor de bomen de nog onbebouwde Bogt van Guinee.
Daarnaast waren er dienstboden en een sluter (portier). Het hoofdbestuur werd sinds 12 augustus 1524 gevormd door vier leproosmeesters. Zij hadden tot taak het huis en de kapel 'in raecke ende daecke te houden'. De rentmeester nam de financiële zaken voor zijn rekening.

De zieken mochten zich binnen het terrein vrij bewegen en dan tot het hec toe teynden der siecken kaede bij de Spoye ende voerts zuytwaerts tot ande Raede Molen.

Oftewel, de grens lag bij het hek dat tussen het Spui en het Zieken geplaatst was. Richting Rijswijk mocht men tot aan de  raede molen wandelen. Dit was een molen die op plek stond van de huidige Laakmolen bij de Trekvliet.

Het ziekenhuis werd bestuurd vanuit de kerk en daarom waren er op godsdienstig gebied strenge bepalingen. De melaatsen waren verplicht elke dag 'te leesen vijff Pater Nosters ende vijff Ave Marien.'

De uitgever Iven Besoet tekende in 1757 de Delftse Trekvaart. Aan de linkerkant het Leprooshuis. Rechts van het water werd 150 jaar later de Pletterijkade aangelegd.
De uitgever Iven Besoet tekende in 1757 de Delftse Trekvaart. Aan de linkerkant het Leprooshuis. Rechts van het water werd 150 jaar later de Pletterijkade aangelegd.

Kerk

De Sint Corneliskapel werd in 1358 aan het zuideinde van het Zieken gesticht. In 1450 werd een nieuw altaar ingewijd. De opname in het Leprooshuis was niet vrijblijvend. De zieken die konden bewegen, waren verplicht om iedere dag in de kapel de mis bij te wonen.

Op zondag en feestdagen werden in deze kapel extra preken of sermoenen gehouden.

De sterken moesten voorafgaand aan Pasen veertig dagen vasten. Alle zieken konden met Pasen, Pinksteren en Kerstmis het heiige sacrament krijgen.

Natuurlijk was het ten strengste verboden te 'vloucken, qualick spreecken noch oick zweeren bij God, zijn heylighe lijden'

Het Leprozenterrein links van het water in 1570. De wandelaars middenboven lopen over het Spui, maar worden door een hek tegengehouden. Aan de andere kant van het hek begint het Zieken waar alleen Leprozen mochten komen.
Het Leprozenterrein links van het water in 1570. De wandelaars middenboven lopen over het Spui, maar worden door een hek tegengehouden. Aan de andere kant van het hek begint het Zieken waar alleen Leprozen mochten komen.
Als een leproos toch de fout in ging, moest hij extra bidden voor zijn weldoeners. En de straf kon worden verzwaard door het avondmaal te vervangen voor water en brood. De echt hardnekkige boosdoeners werden voor zes weken uit het tehuis verbannen.

Inkomsten

Het opvangtehuis werd via de kerk georganiseerd. Schenkingen en aalmoezen van Hagenaars in ruil voor een aflaat genereerden inkomsten voor het onderhoud aan de St Corneliskapel en de zorg voor de zieken.

Bovendien kreeg het Leprooshuis in 1573 het recht om tien jaar lang in de Hofvijver te vissen. Het lijkt er op dat vissen toch een andere tak van sport is dan het runnen van een ziekenhuis want al op 30 november 1578 verhuurden de leproosmeesters het visrecht aan een andere partij.

De melaatsen droegen ook hun steentje bij. Vanaf 1518 mocht het ziekenhuis langs het Zieken wilgen, eiken of populieren planten. De opbrengt van het hout kwam ten goede aan het tehuis. Vrouwen konden binnenshuis naaien of spinnen.

Tot 1654 mochten de leprozen op Vastenavond in januari of februari optochten en ommegangen in Den Haag maken. Dit waren georganiseerde bedeltochten waarbij de zieken het dorp ingingen om onder begeleiding van een tamboer en een paar dienstboden aalmoezen op te halen. In juni en juli vertrok de groep naar het Westland om daar levensmiddelen op te halen. Het Westlandse uitje werd na 1655 verboden.

Het Leprooshuis en het Zieken (rechts) in 1781. De weg was toen al bijna honderd jaar  open en het gebouw werd als Proveniershuis gebruikt. Op de achtergrond is nog net de Laakmolen zichtbaar.
Het Leprooshuis en het Zieken (rechts) in 1781. De weg was toen al bijna honderd jaar open en het gebouw werd als Proveniershuis gebruikt. Op de achtergrond is nog net de Laakmolen zichtbaar.
Leprozen mochten zich uiteraard niet zo maar tussen het volk mengen en moesten altijd herkenbaar zijn aan hun zieckencleederen. Een Hagenaar kon de leproze herkennen aan een vlieger (wijde mantel) en een lazarusklep (een zwarte hoed met een witte band). Met het geluid van een houten klepper konden ze hun komst aankondigen.

Tijdens de oorlog tegen de Spanjaarden (1568-1648) verkeerde het tehuis in financiële problemen en moest het gered worden door middel van subsidies van de Magistraat en de Kerkmeesters van de Grote Kerk.

Sta in de weg

Het Leprooshuis stond bij de stichting ver buiten het dorp Die Haghe. De weg langs het leprozenterrein was alleen toegankelijk voor de zieke bewoners.

De Bogt van Guinee in 1772 (de naam werd in 1873 veranderd in Huijgenspark) . Deze weg was langs de rand van het Leproos terrein aangelegd en sloot in de verte aan op de Wagenstraat. Het groene park aan de linkerkant bestaat nog steeds.  Het voormalige Leprooshuis rechtsvoor werd in 1828 afgebroken.
De Bogt van Guinee in 1772 (de naam werd in 1873 veranderd in Huijgenspark) . Deze weg was langs de rand van het Leproos terrein aangelegd en sloot in de verte aan op de Wagenstraat. Het groene park aan de linkerkant bestaat nog steeds. Het voormalige Leprooshuis rechtsvoor werd in 1828 afgebroken.
Bij de (huidige) overgang tussen het Zieken en het Spui, de brugghe bi der siecken lude, stond een toegangshek dat moest voorkomen dat Hagenaars het leprozenterrein zouden betreden. En het hek vormde ook een blokkade voor de leprozen.

Trekschuiten mochten niet aanleggen bij de kade van het Zieken.

Naarmate het dorp groeide werd deze blokkade een steeds grotere sta in de weg. Al het verkeer van en naar Rijswijk ging over het Zuideinde (nu Wagenstraat) via de andere kant van het leprozenterrein. In het verlengde van de Wagenstraat ontstond vanaf ? de Bogt van Guinee (nu Huygenspark) dat precies het verloop van de sloot langs het Leprozenterrein volgde.

De druk om het Zieken weer open te gooien werd echter steeds groter. In de zeventiende eeuw nam het gevaar van lepra af. In 1628 waren er nog slechts vier patiënten in het Leprooshuis en in 1654 overleed de laatste zieke.

 

Het Leprooshuis in 1761 geëtst door de Haagse kunstenaar PC La Fargue. We staan hier op het huidige Rijswijkseplein en kijken naar het Zieken in de richting van het Groenewegje.
Het Leprooshuis in 1761 geëtst door de Haagse kunstenaar PC La Fargue. We staan hier op het huidige Rijswijkseplein en kijken naar het Zieken in de richting van het Groenewegje.
Op 22 mei 1642 werd de sloot rond het terrein met toestemming van het Hoogheemraadschap van Delfand gedempt, maar het duurde toch nog tot 1699 voordat het Leprooshuis zijn functie verloor. 

De hekken werden gesloopt, de sloten rondom het terrein werden gedempt, boten mochten weer aanmeren en het verkeer mocht voor het eerst in bijna 350 jaar weer over het Zieken rijden.

Einde

Het Leprozenhuis werd een proveniershuis, zeg maar een bejaardentehuis, waar oude commensalen konden wonen. De Corneliskapel werd vanaf 1699 een vergaderzaal voor de vier regenten.

In 1790 kocht de Haagse magistraat het gebouw en het terrein. Het huis werd vanaf 1795 tijdens de Franse bezetting korte tijd als kazerne en militair hospitaal gebruikt.

Het Wachtje op het Rijswijkseplein functioneerde vanaf 1827 als belastingkantoor voor de lokale accijnsheffing.
Het Wachtje op het Rijswijkseplein functioneerde vanaf 1827 als belastingkantoor voor de lokale accijnsheffing.
Op 26 mei 1826 werden de vervallen gebouwen voor 3700 gulden verkocht werd aan het slopersbedrijf Blansjaar. Deze sloopte de gebouwen een jaar later in 1827. 

In 1826 ontwierp stadsbouwmeester Zeger Reijers op het Rijswijkseplein het tempeltje dat er nu nog staat. Dit Wachthuisje werd gebruikt als kantoor voor de gemeente-accijnzen (invoerrechten) en vanaf 1871 als gebouw van de koepokinenting. Daarna, in de twintigste eeuw, werd het een restaurant en vanaf 1986 zit er een advocatenkantoor.

regels en voorschriften deel 1

De regels en voorschriften van het Leprooshuis uit de 14e en 16e eeuw zijn in het bovenstaande verhaal uitgediept. Onder de tabbladen vindt u de originele teksten.

het begin

In deze tekst uit 1359 wordt besproken dat meester Heynric op de maandag, dinsdag en woensdag na Pasen een brug moet maken bij de zieke mensen.

item betaelt meyster Heynric tsaderdaghs thout te beslaen ende an die scraghe gewrocht daer men mede bregghede bi der siecken lude II st.
item tsmanendaghs, sdinxdaechts, swoendaechts na Paeschen an die scraghe gewrocht ende die brugghe te maken bi der siecken lude ende bi der nuwer bregghe III daghen, sdaghs

godsdienstige verplichtingen

Dit zijn de godsdienstige verplichtingen van de Leprozen.

Ze moeten alle daege misse te hooren die men aldaer in der cappelle sal doen, zoe verre sij nyet beddevast en leggen ende eer men den confiteor van den misse leest, elcxs op zijn plaetse te wesen upte verbeurte van die daer inne negligent ofte versuymelicken waere, des noens zijn portie te verbeuren ende des sonnendaechs ende andere heylighe daeghen als men aldaer sermoen doet tselfde sermoen ende die misse daer an te hoeren mit andachticheyt ende devocie, biddende voor alle den weldoenders van den leproeshuysse voors. op gelycke peyne als boven.

kleding

De kleding van de Leprozen.

zoe wye God visiteert metter siecte der lazarie ende vuyten volcke geweesen wordt ende behoert te blijven, hetzij vreemde vuytheemsche gasten ofte andere, die salt gehouden veesen met zieckencleederen te gaen, te weeten met een vlieger, een hoet ofte bonet up zijn hooft mit eenen witten bant daeromme ende een clappe opte borst ende in de hant,

blijvende vuyten volcke alst behoert sonder op eenige mercten ofte vleyshallen te commen ofte in gedranghe van volcke ofte daer vergaderinghe van menschen es, maer sullen gehouden veesen daer buyten te blyven, te gaen ende te staen haerluyder vlyeger aen hebbende ende clappe te slaen ende lazarusteycken te draeghen als voors. es, daer mense by zal mogen bekennen alst behoert.

intimiteit

Als zieken willen trouwen of met elkaar naar bed gaan dan:

sullen beyde gaeder terstont ende metter daet thuys verlaeten ofte de facto bij den officier daer vuyt gestelt worden. Evenzoo zal het gebeuren met zieken van beiderlei kunne, die „oncuyselycken mit malcanderen converseerden, sulcxs dat geschaepen soude zijn, dat zij bij den anderen kinderen souden moeghen procreren. en sullen in den Haighe noch in Haechambochte nyet moeghen gaen bedelen op correctie van den gerechte.

gasten

Bij feestdagen mogen geen gasten uitgenodigd worden:

yemant ter werelt te moeghen nooden, aenhaelen ofte bij hemluyden roupen ofte gehengen bij hemluyden te mogen commen eeten off drincken ofte geselschap te houden, all waert oick zoe, dat yemant hemluyden daer toe soude willen ofte begeren te gheven ofte te schencken.

bedelaars

Geen overnachtingen voor bedelaars:

item zoe en zal men gheen vreemde luyden in den voors. huysse herbargen dan die besmet ofte becommert zijn metter lasarie en den meesters verthoont sullen hebben heuren brief f, daer bij dat blijcken zal, zijluyden vuyl geschouwet ende van der lasarie besmet zijn, die welcke men zal herbarghen eenen nacht ofte twee ende langer nyet, mer wat truwanten ofte bedelaers achter landen lopende met hoerluyder bryeven ende anders, die en zal men in geenreley manieren in den voors. huysse moegen herbergen.

familie

Zelfs familie mag niet langs komen of eten komen brengen:

en sullen oick de voors. ziecken leproessen nyet moegen noeden haeren moeder, kinderen nochte gene vrunden, wye dattet zij noch gheene andere vreemde siecken ofte gesonde luyden omme bij hemluyden te commen eeten ofte drincken spijs ofte dranck toe te steecken noch oick buyten den huysse te haelen ofte doen haelen eenighe zwaere bieren ofte wijnen omme alsoe daer met malcanderen ofte yemandt van haer vrunden soe voors. es te drincken.

regels en voorschriften deel 2

De regels en voorschriften van het Leprooshuis uit de 14e en 16e eeuw zijn in het bovenstaande verhaal uitgediept. Onder de tabbladen vindt u de originele teksten.

financiën

Wat ontvangt de rentmeester (de financiële man) van het Leprooshuis:

die ontfangen sal alle de incoemen ende schulden den leproeshuyse incoemende ende sal noch gehouden wesen alle jaeren drie ofte vier maenden ten lancxten nae dexpiratie van tjaer te doen zijn absolute reeckeninghe ende reliqua.

respect

De zieken moesten alle respect verschuldigd aan de bestuurders en het personeel van het Leprooshuis:

hij zij oudt ofte jonge, man ofte vrouwe, den vaeder ende moeder, mitsgaders den sluyter ende haeren booden, die nu zijn ofte naemaels wesen sullen gehoersaem ende onderdanich te wesen van al tselfde, dat hen van hoerluyden gehieten ende verboeden sal worden

commencalen

Niet zieke commencalen werden tegen een vergoeding en onder advies van de leproosmeester in het leprooshuis toegelaten:

ende en zullen die voors. leproesmeesters gene gesonde luyden in den voors. huysse laeten woenen, als commensalen dan die daer inne dienen ende den meesters bij onssen advyse oerbaer sullen duncken te weesen aen te nemen totten sieckhuysse proffijte

bewegingsvrijheid

Hier werd bepaald in welk gebied de zieken zich mochten bewegen:

binnen tbegryp ende limyten hemluyden gestelt als binnen theck staende bij den Spoye ende die Raede Moeien.

En bij uitzondering daarbuiten:

mits anhebbende een vlyeger mitte clap opte borst ende eenen witten bant om haeren hoet ofte bonet.

voorrechten

De voorrechten:

alle weecke een beede deur den Hage die naar ouder gev,roenten ende haercommen bij den dienstbooden van den zelven leproeshuysse gebeeden ende gegadert zal worden

collectebussen

Waar mochten de collectebussen geplaatst worden:

een peticiebort in den kercke alhyer, tot Scheveninghe, tot Eyckenduynen ende Nootdorp onder den gementen van den Nyeuwenveen staende, onder Haechambachte gelegen ende aldaer te kercke beboerende.

 

Het Zieken in september 2018. Het flatgebouw staat op het Rijswijkseplein.
Het Zieken in september 2018. Het flatgebouw staat op het Rijswijkseplein.
Op zo'n beetje deze plek op het Rijswijkseplein stond tot 1699 het Leprooshuis. Deze foto werd in januari 2020 gemaakt.
Op zo'n beetje deze plek op het Rijswijkseplein stond tot 1699 het Leprooshuis. Deze foto werd in januari 2020 gemaakt.