Artikelindex

In de tweede helft van de zeventiende eeuw kwamen in toenemende mate joden in Den Haag wonen. Hierdoor ontstaat ook de noodzaak om uit te zien naar een terrein dat kan worden ingericht als joodse begraafplaats.

Liggende stenen treft men aan bij Sefardische (Portugese) gemeenschappen (afkomstig van het Iberisch Schiereiland). In Den Haag werd deze traditie door een deel van de Asjkenazische (Hoogduitse) Joden overgenomen.
Liggende stenen treft men aan bij Sefardische (Portugese) gemeenschappen (afkomstig van het Iberisch Schiereiland). In Den Haag werd deze traditie door een deel van de Asjkenazische (Hoogduitse) Joden overgenomen.

De migratie

Vele joden woonden eerst in Antwerpen, maar toen dat tijdens de 80-jarige oorlog in Spaanse handen kwam, trokken zij verder en kwamen in de buurt van de Nieuwe Uitleg in Den Haag terecht. Anderen trokken door naar Leiden of Amsterdam.

Rijk en arm

Dit waren de rijke Portugese joden (Sefardische joden, naar het Hebreeuwse voor Iberisch Schiereiland, Sefarad). Zij hadden invloed op de behandeling van staatszaken, door hun nauwe contacten met hof en staten en als belangrijke financiers van de stadhouder-koning.

Rond 1675 kwamen de eerste, arme, Hoogduitse joden uit Polen en Duitsland (Asjkenazische joden, zo genoemd naar analogie van het Hebreeuwse woord voor Duitsland Asjkenaz). Zij woonden eeuwen lang in het gebied rond de Nieuwe Kerk. Beide groepen spraken een verschillende taal en vormden ook in sociaal opzicht verschillende groepen.

Salomon Verveer overleed in 1876. Deze foto van het grafmonument  werd waarschijnlijk rond 1890 door zijn broer Maurits Verveer gemaakt.
Salomon Verveer overleed in 1876. Deze foto van het grafmonument werd waarschijnlijk rond 1890 door zijn broer Maurits Verveer gemaakt.
Voor de buitenwacht telde echter voornamelijk hun gemeenschappelijke religie en werden ze als één (geloofs)gemeenschap gezien.

Alexander Polak

De Hoogduitse Ziskind Pos vernederlandste zijn naam naar Alexander Polak. Hij was een winkelier in katoen en zijde aan het Spui die op 21 januari 1694 toestemming kreeg van de Raden en Rekenmeesters van de Domeinen van Holland en West-Friesland om aan de Scheveningseweg een Joodse begraafplaats in te richten.

Dit werd "een plaatse, namentlijk een hoekie duijns, beoosten het Scheveningse Tolhuijs, van ses roeden vierkant, ten eijnde omme haare dooden aldaar te mogen begraven". 

Het Joods kerkhof in 1955.
Het Joods kerkhof in 1955.
De graven op een joodse begraafplaats mogen niet worden geruimd omdat "jij zult rusten en opstaan tot jouw bestemming aan het einde der dagen" (Daniel 12:13). Bij de komst van de Messias zullen de doden immers herleven.

Nadat de Hoogduitse en Portugese gemeenten in 1695 land hadden aangekocht, bestond er ruimte om ten oosten van het tolhek een "schuur" te bouwen, bedoeld voor het bewaren van de gereedschappen, het bergen van dode lichamen tijdens het maken van het graf en het plegen van de ceremoniën, voorafgaande aan de eigenlijke begrafenis. In juli 1695 werd de begraafplaats al vergroot tot 100 roeden in het vierkant. 

Conflicten

Reeds in 1700 ontstond een groot conflict tussen de Hoogduitse en Portugese Natie, dat vele jaren zou gaan duren.

Vlees

Jakob de Mercado, parnas (bestuurder) van de Portugese gemeente had zonder toestemming van of kennisgeving aan de Hoogduitse gemeente voor ƒ 1559,25 de begraafplaats laten omheinen en er een huisje bijgebouwd. Hij eiste nu dat de Hoogduitse gemeente hem de helft hiervan terug zou betalen, wat geweigerd werd.

(1) Ziskind Pos (Alexander Polak), de oprichter van de begraafplaats werd in 1697 als eerste op zijn eigen kerkhof begraven. Zijn vrouw ligt onder steen nummer 2. Beide stenen zijn in 1866 vervangen door een nieuwe. Op de achtergrond het Metaarhuisje.
(1) Ziskind Pos (Alexander Polak), de oprichter van de begraafplaats werd in 1697 als eerste op zijn eigen kerkhof begraven. Zijn vrouw ligt onder steen nummer 2. Beide stenen zijn in 1866 vervangen door een nieuwe. Op de achtergrond het Metaarhuisje.
Mercado liet vervolgens beslag leggen op de halve-stuivergelden die de slachter (beestensnijder) Jakob Tobias Gans van de Hoogduitse gemeente beheerde en die bestemd waren voor de armenzorg. 

In deze tijd leefden er geen arme Portugese joden in Den Haag.  De rijke Portugese families aten grote hoeveelheden vlees. Zodoende betaalden de Portugezen door de halve-stuivergelden voor de Hoogduitse armen. De Portugese gemeente eiste daarom gemeenschappelijke controle over de inkomsten van het vlees. Dit alles leidde tot vele processen, zelfs tot in de Hoge Raad.

In 1710 werd de begraafplaats in tweeën gedeeld. De Hoogduitse joden kregen een eigen gedeelte om te gebruiken. De Portugese joden bleven hun doden op het oudste gedeelte begraven en kochten er later nog een stuk bij. Het huisje stond op het Portugese deel, maar de Hoogduitsen mochten hier te allen tijde gratis gebruik van maken.  

Het metaarhuisje

In 1737 brandde het metaarhuisje echter geheel af, waarbij tevens een deel van de houten omheining verloren ging.

Het metaarhuis (Bet Tohorah) is bedoeld voor het ritueel reinigen van de doden. Bij deze reiniging wordt het lichaam geheel afgedekt met een laken terwijl er kommen warm water over uitgegoten worden.
Het metaarhuis (Bet Tohorah) is bedoeld voor het ritueel reinigen van de doden. Bij deze reiniging wordt het lichaam geheel afgedekt met een laken terwijl er kommen warm water over uitgegoten worden.
De beide Portugese gemeenten BethJahacob en Honendal, eigenaren van het huisje sinds de splitsing van de begraafplaats, bouwden vervolgens een nieuw stenen 'Huisje der Ommegangen'.  Dit rodeamentoshuisje of metaarhuisje aan de oostzijde van het afgebrande huisje bestaat nog steeds. Daarbij grepen ze de gelegenheid aan om een weg voor koetsen en wagens aan te leggen van het tolhek naar de begraafplaats en naar dit huisje. 

Tijdens de in 1987 uitgevoerde grote restauratie van de begraafplaats kon dit via een oude foto van één der omwonenden in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht. 

Aanvankelijk werd in dit witte huisje de rituele reiniging en het aankleden van de overledene verricht, alvorens deze in een eenvoudige ruwhouten kist ter aarde wordt besteld. Tegenwoordig gebeurt dit in een daarvoor geschikte ruimte in, bijvoorbeeld, een ziekenhuis, en worden metaarhuisjes op joodse begraafplaatsen meer als ruimte om een rouwrede uit te spreken gebruikt. 

De Portugese beheerderswoning dateert van 1768. Op deze foto gezien vanaf de Scheveningseweg in oktober 2014.
De Portugese beheerderswoning dateert van 1768. Op deze foto gezien vanaf de Scheveningseweg in oktober 2014.
Beheerderswoning 

De Portugese beheerderswoning op de begraafplaats dateert van 1768. Op de begraafplaats stond ook een beheerderswoning met het metaarhuisje van de Hoogduitse joden. Dit gebouw is in 1930 wegens de vervallen staat gesloopt. De stenen muur om de begraafplaats dateert uit de 19de eeuw en het begin van de twintigste eeuw.

Als gevolg van de sterke toename van het aantal Hoogduitse joden in Den Haag moet de begraafplaats regelmatig worden uitgebreid. Het grootste deel ervan is dan ook Hoogduits. In de jaren die volgden werden zowel de Portugese als de Hoogduitse begraafplaats regelmatig vergroot wat iedere keer weer voor conflicten zorgde. 

Omstreeks 1900 was het Hoogduitse gedeelte zo goed als vol. In 1906 werd daarom in Wassenaar een nieuwe begraafplaats ingericht. Van het Hoogduitse deel wordt sindsdien nog slechts zeer sporadisch gebruik gemaakt. Bijvoorbeeld met via vroeger door de familie gekochte graven, zoals in 2000 in geval van de staatsrechtgeleerde prof.mr. David Simons. 
Het Portugese gedeelte wordt af en toe nog gebruikt.

Het duinige landschap van de Joodse begraafplaats ligt hoger dan de naastliggende Timorstraat. Hierdoor wordt de muur scheef geduwd en moet deze periodiek hersteld worden.
Het duinige landschap van de Joodse begraafplaats ligt hoger dan de naastliggende Timorstraat. Hierdoor wordt de muur scheef geduwd en moet deze periodiek hersteld worden.

Na de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog was de gedecimeerde Joodse gemeenschap niet meer bij machte de begraafplaats, in de oorlog overigens ook nog beschadigd, te onderhouden. Dit leidde tot verwaarlozing en verval van het terrein. Terwijl de begraafplaats nu juist één van de weinige herinneringen is aan het eens zo bloeiende Joodse leven in Den Haag was.

Heden

Het terrein is grotendeels met gras bedekt met hier en daar een oude eik. Het terrein is schijnbaar willekeurig bedekt met eenvoudige liggende zerken. Er is een opvallende uitzondering: een rijk geornamenteerde natuurstenen sarcofaag waar de Haagse schilder Salomon Verveer is begraven.

Aan weerszijden van het hek bij de entree van de begraafplaats zijn twee stenen met Hebreeuwse letters geplaatst. Hierop staan de initialen van de namen van zowel de Asjkenazische als de Sefardische gemeente: rechts CH.D. afkorting van Chonendal of Honendal, de naam van de Sefardische gemeente en links de afkorting A.J. , Adas Jessurun of Adat Jesjoeroen, de naam van de Asjkenazische gemeente.

Genummerde graven

Op het kerkhof zijn een aantal markante graven genummerd.  

1 Ziskind Pos (Alexander Polak), oprichter van de begraafplaats, oudste, eerste, Hoogduitse graf, 1697
2 Beile Pos, vrouw van Ziskind Pos, 1700
3 Jozef Israël Mello, voorzanger, tweede begravene, eerste Portugese graf, 1699
4 Tsadik Cohen Belinfante, belangrijke rabbijn, 1786
5 Arje Leib Halevi, rabbijn, 'Hager Ray', zoon van Saul Amsterdammer
6 Dina Halevi, dichteres, vrouw van Saul Halevi, dochter van de Amsterdamse rabbijn Arje Leib Lowenstam
7 Saul Halevi, opperrabbijn van Den Haag, 1785,'grafsteen opvallend begroeid door stam v eik nr.3
8 M. Lehren, bekende rabbijn in Den Haag, 18151
9 Jacques Levi Lassen, bekende Haagse zakenman, en zijn zus Pauline Levi Lassen, 1962 / 1958 ..,
10 Mr. Carel Asser, belangrijk jurist, 1836
11 Jozef Asjer Lehmans, opperrabbijn van Den Haag, 1842
12 Sjalom Zurkann, schenker pand joods bejaardentehuis Newé Sjalom, Den Haag, 1846
13 Mr. Lodewijk Asser, rechter en lid Provinciale staten, 1850
14 Prof.Mr.Dr. Jacques Oppenheim, Lid Raad van State, 1925
15 D.S. van Zuiden, geschiedschrijver van joods Den Haag, 1941
16 Mr. M.H. Godefroi, eerste joodse minister in Nederland, 1882/ 5642
17 Tobias Tal, opperrabbijn van Arnhem en Den Haag, 1898
18 Jozef Israëls, kunstschilder, 1911 / 5671
19 S.L. Verveer, kunstschilder, 1876
20 Jacob van Jacob Ferares, sefardisch opperrabbijn Portugees Israëlitische Gemeente te Den Haag, 1884
21 Prof.Mr. David Simons, belangrijk rechtsgeleerde, 2000

Dit draagtoestel staat in het metaarhuisje en wordt gebruikt om de doodskist naar het graf te vervoeren.
Dit draagtoestel staat in het metaarhuisje en wordt gebruikt om de doodskist naar het graf te vervoeren.
De afgebroken zuil symboliseert het plotseling afgebroken leven. Dit graf is een combinatie tussen een plat liggende steen met Hebreeuws opschrift en een zuil op een vierkante sokkel met Nederlandse tekst.
De afgebroken zuil symboliseert het plotseling afgebroken leven. Dit graf is een combinatie tussen een plat liggende steen met Hebreeuws opschrift en een zuil op een vierkante sokkel met Nederlandse tekst.
Het graf van de Haagse schilder Jozef Israëls op de Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg.
Het graf van de Haagse schilder Jozef Israëls op de Joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg.
Op 12 augustus 1911 overleed Jozef Israels. Bij zijn begrafenis op de Joodse begraafplaats was een grote menigte aanwezig. Het groepje mensen links van het midden staat op het grafmonument van de schilder Salomon Verveer. De nummers op de hoeden: 1. Jhr.mr.dr. H.A. van Karnebeek, burgemeester van Den Haag. 2. Minister A.S. Talma. 3. F.P. ter Meulen, voorzitter van Pulchri Studio .
Op 12 augustus 1911 overleed Jozef Israels. Bij zijn begrafenis op de Joodse begraafplaats was een grote menigte aanwezig. Het groepje mensen links van het midden staat op het grafmonument van de schilder Salomon Verveer. De nummers op de hoeden: 1. Jhr.mr.dr. H.A. van Karnebeek, burgemeester van Den Haag. 2. Minister A.S. Talma. 3. F.P. ter Meulen, voorzitter van Pulchri Studio .
Het graf van  Saul Halevi wordt bewaakt door een oude eik. Sinds de benoeming van opperrabbijn Saul Halevi in 1748  beleefde de Haagse Hoogduitse joodse gemeente er een geestelijke bloeitijd. Het graf wordt nog regelmatig door volgelingen bezocht.
Het graf van Saul Halevi wordt bewaakt door een oude eik. Sinds de benoeming van opperrabbijn Saul Halevi in 1748 beleefde de Haagse Hoogduitse joodse gemeente er een geestelijke bloeitijd. Het graf wordt nog regelmatig door volgelingen bezocht.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven