> > >

Louis Couperus

Ik heb Den Haag verlaten, ontrouwe zoon der Ooievaarstad, als ik steeds geweest ben - met plotse terugkeringen, onverwacht schoon niet ondoordacht - om mij in Gelderland te vestigen. Ons oude Gelre heeft iets meer romantisch behouden dan Zuid-Holland en ik had behoefte, misschien, aan wat neo-oude romantiek in mijn leven.

Louis Couperus woonde tussen 1915 en 1921 op de Hoge Wal 2. Uit deze tijd stamt zijn beroemde uitspraak: 'Zo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar.'
Louis Couperus woonde tussen 1915 en 1921 op de Hoge Wal 2. Uit deze tijd stamt zijn beroemde uitspraak: 'Zo ik ièts ben, ben ik een Hagenaar.'
De winkels van Den Haag (1923)

Ik zal u, lezer, dus spoedig schrijven van donkere bossen, oude stadjes, Veluwe- en Betuwe-sagen, ja zelfs van spoken en witte wijven, maar voor ik dit doe, zou ik hier een soort afscheid willen nemen van... Den Haag? Neen, dat hoeft niet. Het reisje De Steeg-Den Haag is wel eens wat omslachtig met overstappen, maar in een paar uur ben je toch weer hier of daar.

Louis Couperus woonde vaker in het buitenland dan in Den Haag, maar was toch verknocht aan de Hofstad. Ondanks deze liefde verhuisde Louis in maart 1923 naar het dorpje De Steeg in Gelderland. Couperus overleed hier vier maanden later. Dit verhaal werd op 8 april 1923 in het Haagse dagblad Het Vaderland gepubliceerd.

Afscheid neem ik dus niet van de Haagse vrienden en kennissen. Maar er is iets anders, dat mij, stil in het allerinnigste van mijn bewogen gemoed, verontrust. En dat is dit - maar vertel het nu niet dadelijk in Arnhem! dat zou daar geen vriendelijke indruk maken - waar zal ik voortaan winkelen?

Ik ken de winkels in Arnhem helemaal niet en ik hou zo van de winkels in Den Haag. Als ik zes paar sokken of een dozijn zakdoeken meen te moeten behoeven, moet ik dan even de trein naar Den Haag nemen?

'En hoe moet ik nu aan bloemen komen als ik niet meer bij mevr. Maitland-van der Laan binnenstuif'. De foto van de huidige bloemenwinkel werd in apri 2021 gemaakt.
'En hoe moet ik nu aan bloemen komen als ik niet meer bij mevr. Maitland-van der Laan binnenstuif'. De foto van de huidige bloemenwinkel werd in apri 2021 gemaakt.
En bij Hillmer mijn emplettes doen? Wie zal voort aan mijn apotheek zijn, als ik niet meer in kan lopen bij Schoevers en Van Essen? Waar koop ik voortaan mijn folio-papier, waarop al mijn ‘literatuur’ wordt geschreven - kleine en grote roman, novelle, schets en artikel - als ik niet even bij Damen inval op mijn morgenwandeling?

En hoe moet ik nu aan bloemen komen als ik niet meer bij mevr. Maitland-van der Laan binnenstuif, verlokt door tulpen in januari en rozen in december? Nu ja, dat is alles, het Noordeinde, maar Doppenburg, op het Lange Voorhout is de rivaal in de bloemenkwestie!

Ik wil maar zeggen, dat ik met alle deze Haagse ‘zaken’, en met nog tal van andere op zeer goede voet sta, eigenlijk in allervriendschappelijkste lade en zulke relatie duurt, trots mijn herhaaldelijke afwezigheid, reeds sedert jaren en is vol met hartelijkheid gemengd.

Het Noordeinde toen Couperus er rond liep, in 1917. Ter oriëntatie, het Art nouveau pand aan de linkerkant is huisnummer 12 en wordt nu gebruikt door kledingwinkel IKKS. Vanaf 1878 zat hier de toen bekende speelgoedwinkel Nieukerke
Het Noordeinde in 1917. Ter oriëntatie, het Art nouveau pand aan de linkerkant is huisnummer 12 en wordt nu gebruikt door kledingwinkel IKKS. Vanaf 1878 zat hier de toen bekende speelgoedwinkel Nieukerke.
Een praatje over ‘nu en toen’, toestanden van destijds en heden ten dage, blijft niet uit; met de heer Damen heb ik het over de politiek en met mevr. Maitland over de tijd, toen ik bij haar vader — ‘Van der Laan — in de Parkstraat, steeds als uitgaand jongmens er mijn gardenia kocht, een evening-dressbloem, helemaal uit de mode! Waar is de tijd gebleven?!

De Haagse winkels hebben steeds iets aparts van hoffelijkheid en hartelijkheid behouden voor hun oude ‘Haegse klanten en zal ik die stemming nu dadelijk in Arnhem vinden, nu ik mijn kasteel bezig ben te bouwen in De Steeg (alias stulp)?

Stemming is iets, dat geweven wordt, door tijd en omstandigheid en is niet zo maar te commanderen of te betalen.

Ik zal niet alle namen noemen om de heren en dames niet verlegen te maken

Kunstzaal Kleykamp was vanaf 1916 gehuisvest in een grote witte villa aan de Oude Scheveningseweg schuin tegenover het Vredespaleis. Louis Couperus (derde van links, met hoed) werd er in 1923 gehuldigd.
Kunstzaal Kleykamp was vanaf 1916 gehuisvest in een grote witte villa aan de Oude Scheveningseweg schuin tegenover het Vredespaleis. Louis Couperus (derde van links, met hoed) werd er in 1923 gehuldigd.
maar als mijn ‘grote’ kleermaker mij zegt, wanneer ik hem vraag: ‘Heb ik nu heus geen nieuwe rok nodig?’ terwijl ik mijn rok van driejaren her voor hem pas met een angstig gemoed: ‘Meneer Couperus, een nieuwe rok is heus nog niet nodig , dan vind ik dat een leuk antwoord.

Of als bij mijn ‘andere’ kleermaker — groot en ‘groot’ is maar relatief volgens Einstein — de uitstekende coupeur mij zegt: ‘U bromt dikwijls op me, maar ik hou toch van u’, dan is dat weer een gezegde, datje hart steelt.

Lieve Hemel, zal ik die zelfde leuke ‘winkelstemming’ dadelijk in Arnhem vinden, waar ik totaal on bekend ben? Ik vrees ervoor en het is een tragisch geval.

De tijd is ver in het Verleden verzonken, dat ik in de Haagse winkels ‘jonker’ genoemd werd, al ben ik niet van adel. De héél voorname winkels in Noordeinde en Hoogstraat noemden je, als je achttien of negen tien was en je had iets chics, en voornaams nodig - reuzefijn, zeggen ze thans, geloof ik — ‘jonker’.

Louis Couperus met zijn hond Brinio. De foto werd gemaakt in de tuin van antiquair Van Leeuwen, aan het Noordeinde.
Louis Couperus met zijn hond Brinio. De foto werd gemaakt in de tuin van antiquair Van Leeuwen, aan het Noordeinde.
Even goed als in Den Haag veel ‘freule’ gezegd werd in winkel en salon tegen een titelloze jonge juffer van notabele familie. Maar al ben ik geen ‘jonker’ meer, een zekere hoffelijkheid is toch steeds gebleven over en weer en als deze hoffelijkheid met hartelijkheid wordt aangevuld, gaat het aan het hart daarvan afscheid te nemen. Ik ben een vreselijk gevoelig mens.

Het is zeker iets moeilijk, te winkelen, het is moeilijk te koopen en te verkoopen. Daar had ik het verleden nog over met Van Leeuwen, den antiquair van het Noordeinde, toen Het Leven mij kieken wilde in zijn tuin, samen met mijn hond Brinio.

Er zijn namelijk menschen die zoodra ze iets hebben gekocht, het niet goed vinden.

Deze tuin achter een winkel aan het Noordeinde wordt de Couperustuin genoemd omdat hij hier vaak vertoefde en aan zijn novellen werkte. De foto met Couperus' hond Brinio werd hier geschoten.
Deze tuin achter een winkel aan het Noordeinde wordt de Couperustuin genoemd omdat hij hier vaak vertoefde en aan zijn novellen werkte. De foto met Couperus' hond Brinio werd hier geschoten.
Er zijn ook menschen, die alles wat ze koopen, zoodra het in hiin bezit is, prima vinden en puik. Ik sta zelve, geloof ik, tusschen beiden. Ik koop en kies veel met impulsie maar heb zelden berouw al vind ik het gekochte of bestelde ook nóóit ideaal, Ik stel me een kostuum, een lamp, een kast, een doosje postpapier, altijd idealer voor, dan het in werkelijkheid kan zijn. Maar ik schik me in de noodlottige onvolmaaktheid van het leven.

Wat is het leven toch moeilijk! Wat een problemen zijn er niet in op te lossen. Hoe gecompliceerd is niet het aardse bestaan. Ik denk er hard over.. de moeilijkheid te ontduiken en nooit meer iets te koopen. Kleeren heb ik nog vele, voor mijn heele verder leven: bloemen krijg je nog weleens cadeau, maar foliopapier voor artikelen in Het Vaderland... Ja, dat zal ik altijd nodig hebben.

Nogmaals de Couperustuin, met op de voorgrond de negentiende-eeuwse sfeer  in  een achterkamer van S. Van Leeuwen Antiquairs.
Nogmaals de Couperustuin, met op de voorgrond de negentiende-eeuwse sfeer in een achterkamer van S. Van Leeuwen Antiquairs.
De Steeg is een klein dorp aan de rand van de Veluwe. Fans van Couperus lieten er een huis bouwen.   In maart 1923 ging de schrijver wonen in huis Het Sunneke. Op deze foto zit hij op de veranda.
De Steeg is een klein dorp aan de rand van de Veluwe. Fans van Couperus lieten er een huis bouwen. In maart 1923 ging de schrijver wonen in huis Het Sunneke. Op deze foto zit hij op de veranda.

Cultuur

Wijken

Ga naar boven