Jan ten Brink
Jan ten Brink

Jan ten Brink

De zomerzon fonkelt en weerkaatst met verblindend schitterlicht op de ruiten van de aanzienlijke huizen in de residentie. Zij straalt een regen van gouden vonken uit over elk voorwerp, dat zij ontmoet: over den rug van den Zwijger op het Plein, over de toppen der boomen aan den Vijverberg,

Jan ten Brink (van de Jan ten Brinkstraat) schreef in 1872 de roman De schoonzoon van mevrouw De Roggeveen.

In dit verhaal verzet de gevallen aristocrate mevrouw De Roggeveen zich tegen de liefde van haar dochter voor  de vrijdenker Willem Plankman, een godleugenaar en een schrijver om den broode.

De schoonzoon van Mevrouw de Roggeveen

over het eilandje en het spiegelgladde water, dat het oude torentje naast het Mauritshuis bespoelt, over de gevels, die in het Voorhout rijzen, over de glinsterende leien van de Kloosterkerk, over de ruischen de popels voor de Willemskerk,

over het onoogelijk stellage in het Willemspark - want wij schrijven 1864 - over dit alles weeft de schitterende zomerzon een mantel van doorschijnend goud.

Het Mauritshuis in de jaren 1930. De tram rijdt over de  korte Vijverberg. Met rechts van het Mauritshuis het torentje van de premier.
Het Mauritshuis in de jaren 1930. De tram rijdt over de korte Vijverberg. Met rechts van het Mauritshuis het torentje van de premier.
Mild en grootmoedig van natuur, spatten hare straalbundels met kwistigen overvloed langs hooge muren en grauwe daken naar omlaag, en zoo daalt een schemer van haren gloed in de vochtige keukenkelders aan de straat. Zij dringt verder door,en bezoekt de nederige huisjes der achterbuurten, de sterk bevolkte hofjes, en groet de kwijnende bloempotten der oude vrouwtjes.

Zij werpt een blik in de kleine vertrekjes, en zendt een gulden groet aan de legerstede der armoede, waar hopelooze lijders tevergeefs naar lafenis smachten.Zij zet hare reis voort over schuren en daken, en schiet hare gouden pijlen inmorsige steegjes en gore sloppen, waar havelooze kinderen onder luid gekrijsch een armen vreemden hond met steenworpen verjagen, waar schorre stemmen bij het open- en toeslaan der deuren klinken, waar een dronkaard met wankelenden sta pover hobbelige steenen en vuilnis naar huis spoedt, terwijl hij de vuist balt tegen de lieve zon, die elke ellende zonder schaamte verlicht.

De pantoffelparade wandelt in 1905 langs de Kloosterkerk.
De pantoffelparade wandelt in 1905 langs de Kloosterkerk.
Maar ginds spelen de zonnestralen over de purperen gordijnen, die de pronkvertrekken der fraaie villa's en paleizen aan de Zeestraat en de Javastraat beschermen, en gluren naar binnen om benijdenswaardig levensgenot of neerslachtige verveling te bespieden,of het statig gelaat der officiƫele bezoekers aan zware beproevingen te onderwerpen.

De zomerzon rijst hoog boven den luid gonzenden bijenzwerm in den grooten bijenkorf der residentie -

zij schenkt haar goud gratis aan purper en aan lompen, zijverheldert de cel van den gevangene, het leger van den eenzamen kranke, de werktafel van den bezigen arbeider en de rustbank der leege weelde.

 

'Maar ginds spelen de zonnestralen over de purperen gordijnen, die de pronkvertrekken der fraaie villa's en paleizen aan de Zeestraat beschermen.' Dit is de Kunstzaal Kleykamp in 1923.
'Maar ginds spelen de zonnestralen over de purperen gordijnen, die de pronkvertrekken der fraaie villa's en paleizen aan de Zeestraat beschermen.' Dit is de Kunstzaal Kleykamp in 1923.
De Javastraat rond 1900.
De Javastraat rond 1900.