> > >
Willem Jonckbloet
Willem Jonckbloet

Willem Jonckbloet

Ongeveer midden door dit kwartier loopt het Spui, dat is, zoo als de naam het niet aanduidt, een stilstaand, vuilwater, dat geuren rondom zich verspreidt waarmeê depatchouli niet te vergelijken is.

Physiologie van Den Haag door een Hagenaar werd in 1843 geschreven door de zes-en-twintigjarige Willem Jonckbloet (van het Jonckbloetplein). De schrijver nam de Hagenaars de maat en deze waren not amused:  'Jonckbloet mocht wel bidden, dat hij 't nooit had gedaan.' Die negatieve reactie betrof echter niet zijn meedogenloze beschrijving van de lagere standen die onder erbarmelijke omstandigheden rond het Spui woonden. Het boekje had uiteindelijk geen consequenties voor Jonckbloet, Hij was namelijk de bastaardzoon was van koning Willem II. 

Tereenrezijde van dit niet murmelende beekje woont en krioelt het kroost Abrahams van minder gehalte

Mannen,vrouwen, kinderen en insekten, in een aantal straten verspreid, wier welluidende namen ik niet zal nederschrijven ,hoewel ze u, lezer, het beste denkbeeld van het eigenaardige dier wijk zouden geven; maar u, lezeres, licht eene antiperistaltische beweging van de maag zouden veroorzaken.

 

Reizende marskramers en sterrenwichelaars en wat niet al die voor één stuiver over een touw hangende den nacht door brengen.
Reizende marskramers en sterrenwichelaars en wat niet al die voor één stuiver over een touw hangende den nacht door brengen.
Aan de overzijde van het water vindt ge armoede, landlooperij, weelderige losbandigheid en lage ontucht elkander de handreikende. Het uiterste gedeelte is een groote bedelaarsdoelen, eene ware cour des miracles.

Het is daar even als in Töplitz, ieder huis is bijna ingericht om vreemden te herbergen en welke vreemdeling en Italianen met draaiorgels, beurzensnijders met valsche passen en even valsche sleutels, Savoyaards met apen en ander ongedierte, reizende marskramers en sterrenwichelaars en wat niet al, die alle over en door elkaar voor den civielen prijs van vier duiten -de uitdrukking centen kent men daar nog niet - staande slapen, of voor één stuiver zich de luxe kunnen permitteren, van over een touw hangende den nacht door te brengen, wanneer ze niet den voorkeur geven om met den neus aan een spijker langs den wand te hangen.

 

Het Spui kijkend naar het Zieken rond 1820. Dit tafereeltje werd vastgelegd door de Haagse schilder Bartholomeus van Hove.
Het Spui kijkend naar het Zieken rond 1820. Dit tafereeltje werd vastgelegd door de Haagse schilder Bartholomeus van Hove.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven