> > >
Paul Verlaine
Paul Verlaine

Paul Verlaine

Ongeveer een uur na dit stil vertier, maar meer nog groots spectaculair vertoon, fluit de locomotief gerekt — en we rijden het Haagse station binnen.— Den Haag! Den Haag!, blaffen de blaffers. Ik vraag me af waar ik ben in mijn uiterste verwarring.

Paul Verlaine wordt beschouwd als een van de grootste Franse dichters. Hij bezocht in 1892 Den Haag en maakte hiervan een verslag van 57 pagina's. Dit is een vertaald uittreksel uit dit verhaal.

Quinze jours en Hollande (1892)

Want ik dacht dat men La Haye moest zeggen, o monsieur Perrichon! (Londres, dat de Engelsen London noemen! Enz.!)

Terwijl ik aan het dralen ben, aan het sukkelen en mij verveel, doet de brave B..., die mij in Parijs heeft gekend, teken van op het balkon,en op een wenk van hem,ontnemen tien, twintig personen, die uit de schaduw treden in volle elektrisch licht,

De Haagse schilder Philip Zilcken bewoonde de villa Hélène in het Bezuidenhout.
De Haagse schilder Philip Zilcken bewoonde de villa Hélène in het Bezuidenhout.
mijn geringe bagage en ontvoeren me eerder dan ze me brengen tot bij een gerieflijke huurkoets, in Parijs niet te vinden, en zo word ik weggebracht op de draf van een uitstekend paard (Is hier dan alles goed in Holland?), gevolgd door twee rijtuigen, langs mooie straten, misschien niet te Vlaams, misschien niet Vlaams genoeg, goed verlicht en zwierig van aanleg.

Heel wat keren rijden we onder overdekte passages, die uitkomen op een hertogelijke of koninklijke of nog een andere plaats, elke of daaromtrent met een stenen, marmeren of bronzen Willem de Zwijger.

Er is er zelfs een bij van de Mathildische Nieuwerkerke. De Verlainse stoet, aangezien Verlaine en Verlainien bestaan, houdt stil bij de ingang van een passage met vitrines, niet verschillend van vele andere, zoals de Galeries Viviennes, de Galeries Saint-Hubert, maar deze is vanzelfsprekend van jongere datum, beter.

De Passage en café-restaurant Riche.
De Passage en café-restaurant Riche.
Trouwens is de architectuur, de opstelling, de verlichting aannemelijk; eveneens de elegantie en de prijs... ongeveer die van Parijs.

Dit wonder van de dagen draagt de nederige of de hovaardige naam, zoals gij wilt, in het Frans en in het Hollands ‘Le Passage’, zonder de naam van een groot man of een plaats op sleeptouw.

In het centrum van deze Passage bestaat een gelegenheid voor het drinken van likeuren, Schiedam, bitter, erg beklant, maar zonder veel vertoon.

Schilder Philippe Zilcken en ik worden gescheiden, neen, niet van het vulgum, maar van het urbanum, van het civile, het citadinum pecus,

Philippe Zilcken  was een Haags beeldend kunstenaar en schrijver.
Philippe Zilcken was een Haags beeldend kunstenaar en schrijver.
en, overtuigde plattelandsbewoners,die we zijn, we rijden ‘zweepslags’ naar het eerder verre buitenverblijf, Helene-Villa (alweer een naam om weg te lopen, naar de polders dit keer, Bezuidenhout, waarde vriend), waar een Belgische vrouw, niet kwader, maar hoeveel beter dan een Parijse(verontschuldig een gekwetste), in goed en geestig ons ontvangt zonder al te veel morren.

Weglopen naar de polders,’ zei ik gisteravond, maar ik heb er nu werkelijk in geslapen, en uitstekend, mag ik u verzekeren. Het is negen uur in de morgen, precies op tijd om me klaar te maken en naar beneden te trekken voor het ontbijt.

Terwijl ik was, kijk ik door het raam en stel rondom mij het bestaan vast van water en weiland, nog steeds in strookjes, en waarin koeien en verre windmolens. — De molens dienen om het overtollig water naar de hoger gelegen kanalen te stuwen en zo naar zee te doen vloeien via een grote stroom. Maas, Amstel...

Ik daal de trap af en vind mijn gastheren, die op het punt staan aan tafel te gaan.

Met genoegen onderga ik de aanwezigheid van Zilckens schoonmoeder, een zeer aangename vrouw, die aardig converseert.

De Haags-Indische  schilder Jan Toorop. In 1937 werd op de hoek van de Jacob Catslaan en de Buitenrustweg een monument voor deze vernieuwer opgericht.
De Haags-Indische schilder Jan Toorop. In 1937 werd op de hoek van de Jacob Catslaan en de Buitenrustweg een monument voor deze vernieuwer opgericht.
Zilcken laat niet af en intussen rollen de mooie zinnen... Er wordt gebeld... zal ik maar zeggen gelukkig? Nog een medeplichtige van gisteravond, Toorop, symbolistisch schilder (goed en zeer goed). Hij wordt vergezeld door Albert Verwey, dichter van hoge faam in Holland en over wie ik in de gelegenheid zal zijn meer bijzonderheden te vertellen. Daar ik vermoed wat me in grote trekken, als ik het zo mag zeggen, nog te wachten staat

Een meid klopt en, mag ik zeggen gelukkig? — ik zeg het —, kondigt aan dat het eten op tafel staat. We gaan zitten aan een goed gedekte dis, die we alle eer bewijzen. Dadelijk vergeet ik mijn lezing, ben heel en al attent voor de dames, babbel met mevrouw Zilcken en met haar moeder, vooral over Brussel, Parijs en kantwerk; nu en dan wissel ik enkele woorden met Verwey, die zich moeilijk uitdrukt in onze taal, die hij toch grondig kent.

Elk haar staat overeind bij die Verwey. Het enige vervaarlijke trouwens in zijn echt ingoede, bijna kinderlijke uitdrukking. Hij is trouwens nog zeer jong, ten hoogste dertig, hij ziet er niet eens zo oud uit.

Terug naar het atelier, waar de laatste hand wordt gelegd aan het ding voor vanavond, onder het geniepige oog van ergens een opnametoestel, wazig gericht. Maar de Meester verklaart dat we de stad in moeten. 

En na korte tijd bevinden we ons in het hart van de stad. Even tijd voor een goeiendag aan Blok in zijn overwegend Franse boekhandel in de Prinsenstraat en voor een halte in een bodega vlakbij — en we gaan de zaal bezoeken waar ik vanavond moet spreken.

Albert Verwey op twintigjarige leeftijd in 1885.
Albert Verwey op twintigjarige leeftijd in 1885.
Het is in een van de kamers, die het lokaal uitmaken van de Haagse vrijmetselaarsloge. Het ziet er dubbel protestants uit. De muren in klaar groen geschilderd vertonen ook iets dergelijks, grijs, of helros, mijn memorie blijft haperen.
Geen goud, geen enkele versiering. Als meubels een kroonluchter in brons, een honderdtal stoelen,een lezenaar, spreekgestoelte of tribune, in een hoek... In het midden een verhoog met de traditionele tafel, groen laken, twee blakers en een leeg glas.

Alle schikkingen voor vanavond halfnegen zijn getroffen, we kunnen de stad eens afzien. Zeer mooi, deze stad: Vlaamse huizen dit keer, prachtige winkels, Nederlandse netheid.

En we gaan ons aperitief bitter-Schiedam ditmaal pakken in een overgroot voor mij nieuw café. Helemaal in spiegels, zoals dat trouwens van de ‘Passage’; planten, chrysanten. De cafés hier doen denken, maar dan in het groot, zeggen we in het grootse, aan die van Parijs.

 

De Passage in 1904
De Passage in 1904
Er wordt gedronken en gerookt en bij het drinken verorbert men kleine, harde, gezouten taartjes. Zij die de zeer talrijke kranten en tijdschriften willen lezen in dit persland beschikken over lange tafels in een van de klaarste hoeken van de instelling. Maar het uur voor het avondmaal breekt aan.

Zilcken heeft iets geflikt met een ‘huurrijtuighouder’ en een prachtige bijna-karos voert ons, rokers van Batavia-sigaren, vroeg naar Helene-Villa.

 

 

 

 

 

 

Cultuur

Wijken

Ga naar boven