Georgette Hagedoorn
Georgette Hagedoorn

Georgette Hagedoorn

Den Haag is de hofstad van Nederland, dat heb ik in het grijze verleden al op de lagere school geleerd. Mijn Franse moeder voegde daar aan toe: ”La Haye, c’est une ville qui vous ouvre les bras.” Daarmee wist ze slim de voor haar onuitsprekelijke naam ’s-Gravenhage te omzeilen.

Een hart in 's-Gravenhage

Want twee gutturale medeklinkers in één adem, bezorgt een Frans tongetje schapende keelpijn. Dat ze Den Haag toedichtte haar bezoekers gaarne in de armen te sluiten is een bewijs dat ze zich tot die stad voelde aangetrokken.

Haar affectie deed ze op in kranten en tijdschriften want wij woonden niet in Den Haag. Van mij denkt men alom dat ik een echte Haagse ben, maar ik ben hier pas na de oorlog neergestreken zoals de zilver meeuwen op het Scheveningse strand.

Mijn ’maman’, die graag een oranje korreltje mee pikte, bekeek met genoegen de fototjes van ’la petite reine’, zoals ze onze toenmalige koningin Wilhelmina noemde, als deze door de stad werd gereden. Ze vond het allemaal ”eel mooi, maar ce n’est pas Paris.”

Daar was natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Als een ”echte” Haagse voel ik mij toch onverbrekelijk verbonden met deze mooie stad.

De Van Boetzelaerlaan in 1964.
De Van Boetzelaerlaan in 1964.
Ik heb hier ook mijn beste herinneringen liggen. Herinneringen zijn de voorraadkast van de ziel. De mijne staat bol van kleine en grote gebeurtenissen - diep verdriet en grote vreugde, alles door mijn karma er luki’aak ingegooid.

Bij tijd en wijle in die zielekast grabbelen is een leerzame tijdpassering. Je ontdekt weer eens hoe betrekkelijk veel gebeurtenissen in je leven zijn. Zo bezit ik nog een klein mandje waaraan je meteen kunt zien dat het uit een dure zaak is gekomen. Al leen het lintje heeft de tand des tijds niet doorstaan. En meteen zie ik mezelf terug op mijn achtste jaar tijdens mijn allereerste logeerpartijtje in Den Haag op de van Boetzelaerlaan.

Maison de Bonneterie in juli 2014.
Maison de Bonneterie in juli 2014.
Mijn gastvrouw was een heel hartelijke Indische vriendin van mijn moeder. Ze was niet erg ’senang’ met mijn uiterlijk. Ik zag er dan ook niet uit. Altijd wel een winkelhaak in mijn jurk, een losgetornde zoom of een inktvlek. Mijn haar was een complete ragebol.

Puntgaaf zie ik weer voor mij hoe ik werd meegeno men in de tram die tenslotte stopte vlak bij de ach terste etalage van het Magazijn de Bonneterie. In een vrolijk licht stonden daar twee, als jonge meis jes aangeklede etalagepoppen. Volmaakt vanaf de lakschoentjes, jurkjes, witte hoedjes en een beeldig mandje met lintjes aan de hand. Mijn ogen rolden in hun kassen als biljartballen die de weg kwijt zijn op het groene laken.

Maison de Bonneterie was een winkel voor de meer behoudende chique. Deftige families kwamen hier generatie na generatie hun garderobe samenstellen. Deze tekening komt uit 1915.
Maison de Bonneterie was een winkel voor de meer behoudende chique. Deftige families kwamen hier generatie na generatie hun garderobe samenstellen. Deze tekening komt uit 1915.
Na een half uurtje was er één meisje minder in de etalage en was ik omgetoverd in een pril dametje dat met preutse voetjes in lakschoentjes wegtrippelde over het Binnenhof. Met een mandje - dat mandje - in de hand. Een complete metamorfose kun je wel zeggen. En al is de etalage verlegd, ik mag nog graag als oude mevrouw in de Bonneterie winkelen. Maar nu natuurlijk met een leren handtas. Met de Amsterdamse toneelgroep kwam ik wel eens spelen in Den Haag in de prachtige Koninklijke Schouwburg. De stad ki’eeg ik dan maar amper te zien. Verder dan het toneel en de kleedkamer kwam ik niet. Wel waren er altijd de heerlijke Haagse hopjes.

Soms zat prinses Juliana in haar loge. Ik heb nog altijd spijt dat ik nooit eens gewoon naar haar toe geklommen ben om haar die verrukkelijke bruine suikertjes te geven. En haar voor te stellen de hofstad om te dopen tot hopstad. Maar dat had vast weer niet gemogen.

De Koninklijke Schouwburg gezien vanuit de Amerikaanse ambassade. Links, in de Schouwburgstraat bevindt zich de artiesteningang en de  los- en laadloods.
De Koninklijke Schouwburg gezien vanuit de Amerikaanse ambassade. Links, in de Schouwburgstraat bevindt zich de artiesteningang en de los- en laadloods.
Grabbelend in mijn Haagse herinneringen kom ik onvermijdelijk op het allerbelangrijkste en waardevolste juweel dat alleen met voorzichtige handen mag worden aangeraakt. Een glazen doos, waarop met gouden lettertjes gegraveerd staat ”Martinus Nijhoff”. Hierin liggen kostbare herinneringen als groot diamanten hai't. Elk facet straalt een ge beurtenis uit of een eigenschap van hem. Niet alleen de unieke kunstenaar maar ook van de levenseen van kunstenaar, de man waarmee ik een lange, maar veel te korte tijd het leven heb mogen delen.

Met hem wandelde ik iedere avond over het Voorhout. Hij was een voorbeeldige Hagenaar, een fenomeen waar deze stad trots op mag zijn. Hij was er gebo ren en getogen en kreeg het Haagse vaandel van zijn Haagse ouders mee. Dat heeft hij onkreukbaar voor zich uitgedragen, in zijn werk, in het leger en in het verzet.

Georgette Hagedoorn stond in 1967 veertig jaar op de planken.  Ze werd hiervoor op 26 september 1967 gehuldigd.
Georgette Hagedoorn stond in 1967 veertig jaar op de planken. Ze werd hiervoor op 26 september 1967 gehuldigd.
Samen met hem heb ik mogen wonen in het oeroude Haagse kloostertje van de Kloosterkerk. Met in de oude tuin vier moerbeibomen, een Italiaans vijvertje en tweehonderd merels. Zijn hart is daar gebroken. Alleen het genadeloze lot kon een einde maken aan ons geluk, maai' niet aan zijn geest. Die leeft voort. Niet alleen in zijn werk, maar ook in de statige lanen van Den Haag. Want vooral daar zie ik hem nog overal.

De dichter Martinus Nijhoff woonde in de periode 1942-1953 in een voormalig klooster in de Kleine Kazernestraat. Op 24 februari 1980 onthulde zijn weduwe Georgette Hagedoorn, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van uitgeverij BZZToH een plaquette.
De dichter Martinus Nijhoff woonde in de periode 1942-1953 in een voormalig klooster in de Kleine Kazernestraat. Op 24 februari 1980 onthulde zijn weduwe Georgette Hagedoorn, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van uitgeverij BZZToH een plaquette.
Georgette Hagedoorn woonde in de jaren 1960 in het Julianahofje aan de Zwarteweg. Deze foto werd in 1964 gemaakt. Het hofje werd rond 1980 gesloopt.
Georgette Hagedoorn woonde in de jaren 1960 in het Julianahofje aan de Zwarteweg. Deze foto werd in 1964 gemaakt. Het hofje werd rond 1980 gesloopt.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven