> >
Aad Nuis
Aad Nuis

Aad Nuis

Den Haag kan het niet helpen. Als Hilversum, Amsterdam en de rest van Nederland zich kwaad maken over wat hier weer is uitgebroed, dan bedoelen ze politiek Den Haag - en politici zijn geen Hagenaars.

Politiek Den Haag (1990)

Ambtenaren vaak wel, maar de politieke beslissers zelden. Als er een belangrijk debat is in de Tweede Kamer spoedt de minister-president zich daarheen vanuit Rotterdam, en de fractieleiders van de grote partijen uit Leiden, Kerkrade, Amsterdam en Wanrooij. Alleen Voorhoeve kon het op de fiets af, maar dat hoeft nu niet meer.

Ik heb het eens nagerekend: van de 150 Kamerleden wonen er 16 in Den Haag en nog eens 6 in de randgemeenten. De andere 128 komen uit alle hoeken van het land. En ook die zestien zijn niet alle maal even zuiver op de Haagse graat. Ik hoor er bijvoorbeeld zelf bij, en ik had al meer dan vijftig jaar elders gewoond toen ik hier vier jaar geleden terecht kwam.

En Doeke Eisma, de enige andere Haagse ingezetene in mijn fractie, is net als ik begonnen in de Staten van Gelderland. Het is niet zo vreemd als het lijkt. Volksvertegenwoordigers horen een beetje gespreid over het volk te leven. Partijen zien daarop toe; Kamerleden krijgen als troost ook meer betaald naarmate ze verder weg wonen.

Het Binnenhof in februari 2021.
Het Binnenhof in februari 2021.
Hun beroep is het enige waarin woon-werkverkeer over grote afstanden nog steeds wordt aangemoedigd, of zelfs afgedwongen. En toch hoor je steeds het verwijt dat Haagse politici in een afgesloten wereldje leven en geen weet hebben van wat er werkelijk omgaat in het land.

Is dat verwijt dan niet terecht?

Het wordt sterk overdreven, zou ik zeggen, maar een kern van waarheid zit er wel in. Dat komt zo. Een verafwonend Kamerlid komt meestal op dinsdagmorgen naar Den Haag, blijft daar tot donderdagmiddag en gaat dan weer zo vlug mogelijk naar huis.

 

De Binnenhoffontein met daarachter de gebouwen van de Eerste Kamer  gezien in juni 2015.
De Binnenhoffontein met daarachter de gebouwen van de Eerste Kamer gezien in juni 2015.
Voor de twee nachten die hij overblijft, zoekt hij een hotel - vroeger was dat vaak Parkhotel De Zalm, waarvan de bar op zulke doordeweekse avonden een geanimeerd verlengstuk van de Haagse wandelgangen was - of een bescheiden eigen onderkomen.

’s Avonds wordt er doorgewerkt, want hoe meer papier er geslikt wordt, hoe minder er in het lange weekend mee naar huis hoeft. Wie dichterbij woont, in Amsterdam, Utrecht of Breda, haalt het elke avond wel naar huis, al of niet via een spreekbeurt elders, mits hij of zij niet te lang in de stad blijft hangen.

Dat hoeft ook niet, want het Kamergebouw is dag en nacht open, en biedt alles watje nodig hebt. Je kunt er werken, praten, bellen, eten en drinken, alleen niet zo goed slapen. Het geordend ruziemaken bevordert er merkwaardig genoeg de saamhorigheid. Het Binnenhof is een klooster, en kloosterlingen gaan in hoofdzaak met elkaar om. Het staat in Den Haag, maar de meeste Kamerleden kennen Den Haag niet, de arme stad die de schuld krijgt van alles wat zij doen.

Behalve hun gebouw kennen zij de weg naar het station of de grote weg, een paar departementen en een stuk of wat eethuizen in de onmiddellijke omgeving. Ik heb er ooit eens één in het Danstheater gezien.

Toen ik tien jaar geleden als nieuw Kamerlid uit Winterswijk kwam en iets met geloofsbrieven op Binnenlandse Zaken moest doen, ontmoette ik daar Marcus Bakker die een andere nieuwkomer onder zijn hoede had, zijn partijgenote Ina Brouwer.

De Binnenhoffontein was in 1880 een geschenk van de Haagse burgerij.
De Binnenhoffontein was in 1880 een geschenk van de Haagse burgerij.
Met zijn drieën liepen wij door kleine straatjes terug naar het Binnenhof. ”Hoe heet het hier eigenlijk?” vroeg ik. ”Ik zou het niet weten,” sprak de Nestor van de Kamer. ”Ik loop hier altijd zo vlug mogelijk en het liefst met m’n ogen dicht doorheen. Den Haag, niks voor mij. Als ik hier klaar ben, gauw terug naar Zaandam.”

Zaanstad leek mij ook niet alles, maar dat hield ik voor me. Ik zei dat ik me toch wel iets van Den Haag voorstelde, veel groen, de duinen, het strand waar je de politiek eens uitje hoofd kon laten waai en als het te veel werd.

”t Is gek datje het zegt,” zei Bakker, ”weet je dat die gedachte vorige week ineens ook bij mij is opgekomen? Kun je daar met de tram komen dan?”

Het vergulde beeld van Willem II van Holland op de top van de Binnenhoffontein.
Het vergulde beeld van Willem II van Holland op de top van de Binnenhoffontein.
Blijkbaar schrok hij een beetje van zijn eigen lichtzinnigheid, want Ina kreeg meteen een vaderlijke waarschuwing dat voor zulke dingen in het drukbezette leven van een Kamerlid uiteraard geen plaats was. Mij waarschuwde hij niet. Ik vertegenwoordigde nu eenmaal het frivole deel van de natie; hoe vaker ik mijn kop liet leegwaaien hoe beter.

Misschien was de oude Zaankanter een extreem geval, maar zijn houding was typerend. Als je Kamerleden op de man of de vrouw af hun mening over Den Haag vraagt, vinden ze er niks aan. Er is niets te doen. ’s Avonds kun je in de binnenstad een kanon afschieten. Hooguit raak je een paar kwajongens die uit verveling een fikkie stoken of een telefooncel mollen.

Een groot dorp. Toen ik na jarenlang forensen Winterswijk verliet en op Scheveningen ging wonen, toonden vooral mijn Amsterdamse vrienden in de Kamer zich opmerkelijk bezorgd. Was er iets niet goed met mij? Winterswijk, daar hadden ze begrip voor kimnen opbrengen, dat was tenminste nog iets, als je op den duur niet gek werd van zoveel onverdunde natuur. Maar als ik daar nu toch van terugkwam, waarom dan niet ge woon naar Amsterdam, de stad waar alles gebeurde, het luilekkerland van de creatieve geest?

Wat zocht ik in Den Haag, behalve dan dat ik er toevallig mijn werk had? Dat kon toch onmogelijk voldoende reden zijn? Onbekend maakt onbemind. Nu moet erkend worden dat Den Haag voor de oppervlakkige beschouwer de schijn niet meeheeft.

Het Binnenhof in november 2018.
Het Binnenhof in november 2018.
Inderdaad, iets minder bruisende dan het centrum van Den Haag na negen uur ’s avonds is nauwelijks denkbaar.

In veel opzichten is het inderdaad de overtreffende trap van een provinciestad, groter maar niet wezenlijk anders van aard dan Arnhem of Zwolle.

Amsterdam en Rotterdam zijn unica, kleinere copieën bestaan er niet van. Er bestaat een Gelders Haagje - een Gelders Mokumpje is niet voorstelbaar, al zou Nijmegen er misschien graag voor doorgaan.

Den Haag is de meest representatieve stad van Nederland. Den Haag vat Nederland samen, Amsterdam en Rotterdam springen eruit. Dat is de eerste indruk.

Op de Dag van de geschiedenis werd op 20 augustus 2017 de geschiedenis van Den Haag tot leven gebracht. Met onder andere een demonstratie van rond 1900 voor het vrouwenkiesrecht.
Op de Dag van de geschiedenis werd op 20 augustus 2017 de geschiedenis van Den Haag tot leven gebracht. Met onder andere een demonstratie van rond 1900 voor het vrouwenkiesrecht.
Die is bij nader inzien niet onjuist, maar wel oppervlakkig. In bepaalde, zeer wezenlijke aspecten is Den Haag de minst provinciale stad van Nederland, maar die aspecten laten zich pas op den duur goed herkennen, als de ruimte en de gevarieerdheid van de stad langzaam maar zeker tot de nieuwe bewoner zijn doorgedrongen.

Den Haag mist de luidruchtige zelfverzekerdheid van de grote broers, maar het heeft in alle onopvallendheid een heel oude, heel beproefde, heel internationale allure.

Een stad in pasteltinten, er waait een lichte zeewind, ook cultureel en politiek.

Misschien heeft het iets te maken met al die rechters en diplomaten en gepensioneerde referendarissen, maar er heerst hier een kalme tolerantie, een discrete wereldsheid die mij na een paar jaar even goed begint te bevallen als de bosjes, de duinen en het strand.

Het Buitenhof met rechts het Binnenhof  tijdens een van de boerenprotesten in december 2019.
Het Buitenhof met rechts het Binnenhof tijdens een van de boerenprotesten in december 2019.
Ik wil niet idealiseren, de harde stemmen en het botte onbenul van een bepaald soort Haagse deftigheid staan mij nog sterker tegen dan de ergste strapatsen van de FC-supporters, maar hoe opdringerig die ook mogen zijn, ze vullen de Haagse ruimte minder dan de merkwaardige, onnadrukkelijke onbekrompenheid die ik bedoel. Den Haag op zijn best is Nederland op zijn breedst.

Op het Binnenhof heeft men daar geen weet van, men drijft er in een luchtbel door het luchtledig, of als het Vaticaan door Rome. De griffiers weten wel beter natuurlijk, maar dat zijn ambtenaren, Hagenaars, die geven de heren gelijk en verstoppen hun reserve in een stembuiging die alleen hoorbaar is bij een oplettendheid die politici zelden opbrengen. Dus zullen de arme sukkelaars uit de provincie nooit weten hoe goed zij af zijn in deze stad.

De eeuwige ijscoboer op het Binnenhof in mei 2018.
De eeuwige ijscoboer op het Binnenhof in mei 2018.
In Amsterdam en Rotterdam zouden ze platgeslagen worden, in de provincie zouden ze ademnood krijgen. Alleen hier komen ze tot hun recht, en stijgen ze misschien zelfs een beetje boven zichzelf uit. Ze weten het niet - maar waar om zouden ze het ook moeten weten? De oude ooievaar heeft hen stevig vast, en houdt zijn verstandige snavel dicht.

Aad Nuis was een D66-parlementariër die in de jaren 1982-1998 in diverse functies op het Binnenhof werkte. Tijdens het Kabinet Kok (1994-1998) was Aad Nuis staatssecretaris van Cultuur en Media.

Het Binnenhof gezien vanaf de Lange Vijverberg in februari 2017.
Het Binnenhof gezien vanaf de Lange Vijverberg in februari 2017.
De Binnenhoffontein bevat  vier wapenschilden door helmen bekroond. Dit is de Nederlandse leeuw.
De Binnenhoffontein bevat vier wapenschilden door helmen bekroond. Dit is de Nederlandse leeuw.
Het Binnenhof gezien vanaf de Lange Vijverberg in februari 2017.
Het Binnenhof gezien vanaf de Lange Vijverberg in februari 2017.
De klok in een van torens van het Binnenhof.
De klok in een van torens van het Binnenhof.
Dit carillon bevindt zich bovenin de linkertoren van de Ridderzaal.
Dit carillon bevindt zich bovenin de linkertoren van de Ridderzaal.
Straatmuzikanten bij de ingang van de Grote Zaal in september 2015.
Straatmuzikanten bij de ingang van de Grote Zaal in september 2015.
De ingang van de Grote Zaal in de sneeuw in februari 2021.
De ingang van de Grote Zaal in de sneeuw in februari 2021.
Het grote raam boven de ingang van de Grote Zaal op het Binnenhof. Dit is de Nederlandse Leeuw.
Het grote raam boven de ingang van de Grote Zaal op het Binnenhof. Dit is de Nederlandse Leeuw.
Het borstbeeld van Rudolph Thorbecke in een van de zalen van het Binnenhof 1a.
Het borstbeeld van Rudolph Thorbecke in een van de zalen van het Binnenhof 1a.
De Grote Zaal op het Binnenhof vlak voor Prinsjesdag in september 2015.
De Grote Zaal op het Binnenhof vlak voor Prinsjesdag in september 2015.
Dit zijn de oude groene bankjes uit de oude Tweede Kamer. Ze staan vanaf 1992 in de Oude Balzaal en worden nauwelijks meer  gebruikt.
Dit zijn de oude groene bankjes uit de oude Tweede Kamer. Ze staan vanaf 1992 in de Oude Balzaal en worden nauwelijks meer gebruikt.
De binnenplaats van het Binnenhof. Door de poort is het Buitenhof zichtbaar. De foto werd in februari 2019 gemaakt.
De binnenplaats van het Binnenhof. Door de poort is het Buitenhof zichtbaar. De foto werd in februari 2019 gemaakt.
Het Binnenhof is aantrekkelijk voor toeristen.
Het Binnenhof is aantrekkelijk voor toeristen.
Een doorkijkje naar het Binnenhof vanaf een poort aan het Buitenhof.
Een doorkijkje naar het Binnenhof vanaf een poort aan het Buitenhof.
Het besneeuwde Binnenhof in januari 2019.
Het besneeuwde Binnenhof in januari 2019.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven