Tomas Lieske
Tomas Lieske

Tomas Lieske

Laat mij alleen de bergen met het zachte grijs
verscheppen, tussen de ovens
en het uniforme stof. Tot aan mijn dood
zit het roet tussen mijn brood geblazen.

Vuilverbranding, Loosduinseweg

Hier ligt het afval van mijn stad.
Ik selecteer wat niemand kan gebruiken:
de lijken van de poppen, de huiselijkheid
van natte dozen, gestroopte machines
uit de keukens van het afgelopen jaar.

Ik word genaamd de schandvlek van de streek,
bezorger van een sediment van zwart
en vettig slib, maar niemand ziet
dat deze plaats mij als polytheen gegoten
zit, dat dit park van grijze struiken stof
mijn zachtste blazen omzet in een vorm.

 

De vuilverbranding met de witte schoorstenen links en de elektriciteitscentrale in 1969.
De vuilverbranding met de witte schoorstenen links en de elektriciteitscentrale in 1969.
De avond trekt nu op, de hemel neemt
dezelfde kleur als mijn verlaagde wereld
en de zon is in mijn ovens weggezakt,
het brandgeluid is tot vriendelijk zwijgen
gekomen, de wolken uit de hoge pijpen
zijn tot onzichtbaarheid weer ingedaald.
Nu zal mijn beminde komen rijden.
Geen belt, geen stort, zo effen grijs als hier.
Zij zal de enige zijn die kleur bekent
en op een bal van poeder zal zij,
een nieuwe Assepoester in mijn
bestoven hand, verrijzen. Vaag
blijft de avond hangen.

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven