Peter Berger
Peter Berger

Peter Berger

Zomer in Scheveningen (1962)

De boten van mijn jeugd
deinen op de horizon,
ze trekken hun rook
aan tedere rukjes mee,
soms zitten ze minutenlang stil
als duiven op een huis van water,

dan valt het hele beeld weer open,
het ruist door de gaten in de branding,
verderop bladert de wind verstrooid in de zee
hij laat de golven door het water lopen.

de duinen liggen met gesloten ogen
half op hun zij,
de lange ruglijn van het slapend zand,
de lange enkels zonder einde.