Gerrit Achterberg
Gerrit Achterberg

Gerrit Achterberg

Gerzon (1953)

De ogen blinken en de wangen gloeien.
Een zachte brand staat om de handen heen.
Wie winkelt wordt gegadigde meteen,
want het geringste kan de aandacht boeien.

Een etaleur staat met een pop te stoeien.
Hij waant zich met zijn eigen vrouw alleen.
Wij kunnen ons er kwalijk mee bemoeien.
De vreugde is vandaag aan elk gemeen.

Naar alle kanten gaan vitrines heen.
Staande als grote prisma's opgesteld
achter elkaar, verdichten zij het niet
tot op het voorwerp dat men liggen ziet.
Zij halen u naar hier met lichtgeweld
en variƫren u voor iedereen.

Meer Haagse gedichten van Gerrit Achterberg

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven