P.C. Boutens
P.C. Boutens

P.C. Boutens

Winter-stad (1909)

In het koele gouden bad
van het fijne winterlicht
rijst de grote mensenstad
tot een droomverlucht gezicht:
al de gangen, al de zalen
waar de ziel in droom mag dwalen.

Boven glansgewassen pleinen
waar de stille mensen lopen,
juichen klokken uit haar open
torens zuiver door de reine
luchten naar verrukte dromer
al de hartstocht van zijn zomer...

Hart, wat hielp ons lange zoeken,
daar wij toch gevonden worden?
Al de woorden in de boeken
zijn als blaren die verdorden
voor de onvoorziene lach
van de kortste zonnedag! 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven