Jan Campert
Jan Campert

Jan Campert

Adieu

De zomer is al haast voorbij,
adieu, mijn lief verloren...
de wind jaagt achter wolken aan,
adieu, mijn uitverkoren... 

Het is een vriendlijk spel geweest
van wederzijdsch behagen,
adieu,... de nachten waren lang
al die voorbije dagen.

De wolken worden grijzer en
de avonden zijn kouder
en eigenlijk moest je slapen gaan
aan mijnen warmen schouder.

De goede zon gaat op recès,
de sterren blijven achter;
daar kijk je naar, daar kijk ik naar;
het leven wordt wat zachter.

En grijs wordt ook de groote zee
achter de grauwe duinen;
de laatste asters staan in bloei
in kleine vale tuinen.

De stad steekt al haar lichten aan,
adieu, mijn lief verloren...
en met de zomer is ’t gedaan,
adieu, mijn uitverkoren... 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven