Adriaan Bogaers (1795-1870)

De roem van 's-Gravenhage (18e eeuw)

's-Gravenhage, 't hof der hoven,
Willems wiege en bakermat,
met geen penne of tong te loven,
wijkt in heerlijkheid geen stad;

wijkt in rijkdom noch vermogen,
noch in schoonheid, noch in naam,
alles 't geen ooit bralde in d'ogen
of geroemd werd door de faam.

Zijne bossen, zijne duinen,
dor doch rijk aan vee, en vrij;
zijne linden hoog van kruinen
zetten hem die luister bij.

hoe schoon liggen gracht en straten
langs Stadhuis en Kneuterdijk,
en de woningen der Staten,
Plaats en Plein en markt en wijk.

Braaf van aanzien,schoon belommerd,
rijk van pracht en overdaad,
als 's lands adel onbeslommerd
streeft in koetsen langs de straat.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven