Anoniem

Loflied (18e eeuw)

Haagje verheven, dat ons kan geven
des werelds vreugd in het aardse dal,
wie zou niet trachten om bij u te wezen
waar men ziet zweven niets dan blij geschal?

Aanziet er de linden, waar u zult vinden
gezamenlijk daar niets dan adel-zwier.
Aanziet de hoeken van alle vier de winden,
waar u zult vinden niets dan blij getier.

Uit west komt 't koren, uit noord laat horen
het ruisen van de wilde, woeste zee.
Het Haagse Bos wie zou dat niet bekoren?
Haar zuivre sporen zijn vol dartel vee.

Zoekt u te minnen, een zoete engelinne,
geen schoner plaats op 't aardrijk werd bewoond
waar men kan zulke zoete meisjes vinden
als in Den Haag door ons hier wordt bewoond.

 

De oorspronkelijke 18e eeuwse tekst

Haagje verheven,
Dat ons kan geven, Des Waerelds Vreugde op het Aardze Dal:
Wie Zou niet tragten om by u te wezen,
Daar men ziet zweven,
Niet als bly Geschal.

Aanziet ‘er de Linden,
Daar zult gy vinden,
Gezamentlyk daar niet als Adel zwiert,
Aanziet de hoeken aan alle vier de Winden,
Daar zult gy vinden,
Niet als bly Getier.

Uit ’t West komt Kooren,
Uit ’t Noord laat hooren,
Het ruizen van de wilde woeste Zee:
Het Haagsze Bos,
Wie zou dat niet Bekooren,
Haar Zuider Spooren,
Zyn vol dartel Vee.

Wie durft haar melden?
Wie durft daar Schelden?
De Burgers Kloek zyn treffelyk wel Geleerd;
Den Kyzer Karel om haar Deugd te melden,
Onder de Helden,
Hy het Vlies Vereerd.

Zoekt gy te Minne,
Geen schoonder Plaats op t’ Aardryk werd Bewoond,
Daar men kan zulke zoete mooje Meisjes vinden,
Als in den Haag by ons hier werd vertoont.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven