Gerrit Achterberg schreef het Haagse gedicht Passage
Gerrit Achterberg

Gerrit Achterberg

Passage (1953)

(Dit gedicht siert de gevel van de rotonde in de Passage)

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd  
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog weergalmen
en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven