Een van de meest beruchte instellingen in de Nederlandse jeugdzorg was zonder twijfel Huize Groenestein aan de Loosduinseweg. Vanaf de jaren twintig in de vorige eeuw werden de zusters en broeders van Groenestein van  kindermishandeling beschuldigd.

Vanaf 1650 was er in de omgeving van de huidige Gaslaan / Loosduinseweg een boerderij met de naam Groenestein. Deze boerderij groeide langzaam uit tot een buitenplaats. 

Het gesticht Groenestein aan het einde van de 19e eeuw.
Het gesticht Groenestein aan het einde van de 19e eeuw.

Het weeshuis

Verbouwde boerderij

Halverwege de negentiende eeuw ontstond in het oude katholieke weeshuis aan de Warmoezierstraat steeds meer behoefte aan uitbreiding van de bestaande capaciteit omdat het aantal (half)wezen bleef toenemen. In 1878 kon dank zij een grote gift van de weduwe Schiefbaan-Hovius de buitenplaats Groenestein en een groot stuk grond aan de Loosduinseweg gekocht worden.

Het herenhuis Groenestein werd verbouwd voor de huisvesting van de wezen. Voor de jongens werd een deel van het huis ingericht. De meisjes moesten genoegen nemen met de verbouwde paardenstal.

De Groenestein kapel.
De Groenestein kapel.
Aan de zijkant van de school werd een kapel gebouwd voor de Zusters van Liefde uit Tilburg die de verzorging van de meisjes en jonge kinderen op zich namen. De Broeders van de Christelijke scholen te Grooten Bijgaarden zorgen voor de jongens. 

Dit weeshuis kreeg de naam Schiefbaan-Hovius. In de volksmond werd het gesticht echter al snel Huize Groenestein genoemd.

Nieuwbouw

Tussen 1883 en 1885 werd een nieuw pand, ontworpen door architect W.B. van Liefland, neergezet. In de linkervleugel van het gebouw aan de Loosduinseweg werden de meisjes gehuisvest. 

Echter pas in 1892 ontstond de karakteristieke gevel. Er werd toen een nieuwe vleugel voor de jongens aan de rechterkant en een nieuwe kapel gebouwd. Over deze nieuwe afdeling schreef een krant: "bij iedere slaapzaal is een vertrekje ingericht vanwaar de ganse zaal kan worden overzien en waar des nachts een der broeders zal vertoeven".

De hal in Groenestein in 1935.
De hal in Groenestein in 1935.
Verder werd in de achtertuin een nieuwe bewaarschool (kleuterschool) en lagere school neergezet voor de meisjes, de Mariascholen. De ingang van deze scholen was aan de Gaslaan 1. 

Huize Groenestein stond recht tegenover de Engelenburgstraat en de vleugel links van het midden liep door tot in de Gaslaan. De andere vleugel lag vrij met een soort plantsoen en daar naast stond een rijtje huizen waar een opening is was met een groot hek. 

In 1924 werden het weeshuis en de scholen administratief van elkaar gescheiden. In het gesticht woonden op dat moment 182 jongens en 115 meisjes, waarvan een kwart voogdijkinderen. Vier jaar later, in 1928, werd het gouden jubileum gevierd. 

Op 1 februari 1950 werd de Mariaschool voor lager onderwijs aan de Gaslaan 1 opgeheven. De kleuterschool bleef bestaan.

Groenestein werd in 1971 verkocht en daarna afgebroken.

Deze foto van de broeders werd gemaakt ter ere van het vijftig jarig jubileum van het weeshuis in 1929.
Deze foto van de broeders werd gemaakt ter ere van het vijftig jarig jubileum van het weeshuis in 1929.

De gefrustreerde dienaren van de Heer 

Bij wet was vastgelegd dat particuliere instellingen voogdijkinderen onder hun hoede konden nemen mits ze aan bepaalde voorwaarden voldeden; een gezonde ligging, voldoende ruimte voor de inwonenden, liefst een eigen slaapkamer, maar als dat niet mogelijk was, moesten de bedden door middel van schotten worden gescheiden. Vanaf hun tiende jaar dienden de jongens en meisjes strikt gescheiden te worden.

Katholieke congregaties beheerden ziekenhuizen, bejaardenhuizen, scholen, kinderbeschermingstehuizen, armenzorg, enz. Zonder enige opleiding of begeleiding moesten religieuzen het opgedragen werk doen.

De zorg voor voogdijkinderen werd beschouwd als liefdadigheid die niet te veel mocht kosten. Zeker voor de oorlog was er vanuit de overheid veel minder geld en aandacht voor kinderzorg dan tegenwoordig. De opvoedmethoden waren toen anders, veel strenger. Kinderen werden thuis, maar ook op school wel eens geslagen. 

Op Groenestein verbleven kinderen om drie redenen:

  1. Kinderen die geplaatst waren op eigen rekening van de ouders, de zogenaamde particulieren. Deze kinderen hadden regelmatig contact met hun ouders en ontvingen daarom weinig lijfstraffen. 
  2. Kinderen geplaatst door de overheid, in verband met ziekte waardoor de moeder het gezin tijdelijk niet kon verzorgen (vader moest werken).
  3. Kinderen die te maken hadden met de kinderrechter wegens scheiding van de ouders, verwaarlozing, enz. Deze voogdijkinderen konden niet terugvallen op bescherming door hun ouders en waren daarmee vogelvrij. 

De kinderen werden over vijf afdelingen verdeeld. Vanaf de derde afdeling was er een strikte scheiding tussen de jongens en meisjes. De meisjes zaten in de linkervleugel en de jongens aan de rechterkant.

  • De eerste afdeling van 6 — 8 jaar. 
  • De tweede afdeling van 8 — 10 jaar.
  • De derde afdeling van 10 — 12 jaar.
  • De vierde afdeling van 12 — 14 jaar. 
  • De vijfde afdeling van 14 — 21 jaar.

De jongens en meisjes werden tot hun tiende gezamenlijk opgevoed door de Zusters van Liefde. Daarna mochten beide groepen elkaar niet meer zien. Deze foto werd in 1953 voor het gesticht Groenestein gemaakt.
De jongens en meisjes werden tot hun tiende gezamenlijk opgevoed door de Zusters van Liefde. Daarna mochten beide groepen elkaar niet meer zien. Deze foto werd in 1953 voor het gesticht Groenestein gemaakt.
Vrijwilligers

De broeders en zusters van Groenestein, vaak afkomstig uit de missie, hadden weinig pedagogische bagage. Zij waren een soort van vrijwilligers die tegen kost en inwoning zeshonderd kinderen moesten opvoeden. De opvoeders waren producten van hun tijd en om hun gezag te handhaven onder de, moeilijke, Haagse kinderen namen ze hun toevlucht tot soms ronduit sadistische straffen.

Brave kinderen hadden minder te vrezen dan de lastposten, maar kinderen werden al snel als lastposten gezien. Bedplassen, problemen met eten, ongehoorzaamheid, en zelfs menstruatie werd als lastig gezien. Seksuele, fysieke en emotionele mishandeling waren het gevolg. De zusters en de broeders maakten zich in verschillende combinaties schuldig aan machtsmisbruik. In Groenestein heerste hierdoor een permanente angstsfeer.

De reputatie van Groenestein was in katholieke Haagse gezinnen een bruikbaar drukmiddel. Moeder hoefde maar even te dreigen met de Loosduinseweg of het weeshuis, of de boterham verdween gehoorzaam naar binnen.

De meisjes van Groenestein kregen een huishoudelijke opleiding. Zoals te zien is op deze foto (1920) werden in de strijkkamer opleiding en praktijk gecombineerd.
De meisjes van Groenestein kregen een huishoudelijke opleiding. Zoals te zien is op deze foto (1920) werden in de strijkkamer opleiding en praktijk gecombineerd.
Aanklacht in 1930

Rond 1930 schreef de socialist D.J. Broekhuizen een brochure getiteld "Misdadig Rooms Nederland" waarin hij de wantoestanden in Groenestein beschreef. Hij baseerde zijn aanklachten op persoonlijke getuigenissen. "Om de materiaal-verstrekkers en de andere betrokkenen zoveel mogelijk te vrijwaren tegen wraakmaatregelen van roomse kant, zoals het plegen van broodroof, zullen we hun namen niet altijd voluit vermelden". Dit betekent dus dat de misstanden al minstens vanaf 1910 aan de gang waren. 

Broekhuizen drong bij het Ministerie van Justitie herhaaldelijk aan op een onderzoek. Socialisten waren in de jaren dertig echter een soort van natuurlijke vijanden van de katholieke elite. De aanklachten van Broekhuizen werden daarom niet serieus opgepakt door de vaak rooms katholieke ambtenaren in het justitiële en politieapparaat. 

Reactie vanuit de kerk

De katholieke kerk reageerde in 1932 op deze aanklachten met een boekje getiteld "Stille Werkers". Hieruit bleek wel dat het pamflet van Broekhuizen binnen de kerk goed gelezen werd.

In augustus 1971 werd het Groenestein weeshuis gesloopt.
In augustus 1971 werd het Groenestein weeshuis gesloopt.
Het hoofdstuk over Groenestein begon als volgt: "En nu, Groenestein... Den Haag, 't door den heer Broekhuizen in een zijner vieze brochuurtjes zoo onwaardig aangevallen R.K. opvoedingsgesticht". In het boekje worden alle aanklachten ontkend. "Ge moet de jongens eens zien in hun omgang met de Broeders ! ... Dat is heerlijk en voor ons zo sterk sprekend" en "Natuurlijk zijn er bij, die hervallen in 't oude kwaad, hun opvoeders vergeten, ja, als ondankbaren de Broeders belasteren".  

Aanklacht in 1983

In 1983 maakte documentaire maker Hans Koekoek “Het Groenestein-syndroom”, een reconstructie waarin volwassen ex-Groenesteiners vertelden hoe zij hun kinderjaren in het voormalige weeshuis hadden doorgebracht. Deze film zorgde voor ophef, omdat duidelijk werd onder welk regime de kinderen te lijden hadden. 

Aanklacht in 2010

Vanaf 2010 onderzocht de commissie Deetman katholiek seksueel misbruik in Nederland. Tussen de 10.000 en 20.000 kinderen werden door 800 daders misbruikt. Het is niet bekend hoeveel Groenestein kinderen hier tussen zaten.

Fragmenten uit het boekje van D. J. Broekhuizen

Rond 1930 schreef D.J. Broekhuizen een brochure waarin hij de wantoestanden in Groenestein aan de kaak stelde. Hieronder een paar fragmenten uit zijn pamflet

  • Bij broeder Minedorus genoten wij zangles en je was ongelukkig als je dicht bij hem was, terwijl je 'a' moest zingen. Dan was je mond nooit ver genoeg open: dan stak hij z'n handen in je mond en rukte je kaken van elkaar, dat je stellig meende de klem te krijgen. Als je het dan uitgilde van pijn, dan was 't pas goed. Werkelijk gehuil van zijn slachtoffers scheen pas zijn hart te strelen.
  • Door twee rijen jongens gaan. Dan moesten alle jongens je stompen of schoppen. Wie je goed gezind was, gaf je een gooi, zodat je een heel eind vooruit schoot. De broeder keek toe, wie z'n beulenplicht verzuimde. Die kreeg dan apart. 
  • Blaren branden door te dwingen de handen op de centrale verwarming te leggen.
  • Bedwateraars met de natte matras in de tuin tentoonstellen.
 

 

Het Groenestein-terrein vlak na de sloop. Op de achtergrond de schoorstenen van de elektriciteitscentrale (grijs) en de vuilverbranding (wit).
Het Groenestein-terrein vlak na de sloop. Op de achtergrond de schoorstenen van de elektriciteitscentrale (grijs) en de vuilverbranding (wit).
Op de plek van het Groenesteinflat op de hoek met de Asstraat bevond zich ooit het weeshuis Groenestein.
Op de plek van het Groenesteinflat op de hoek met de Asstraat bevond zich ooit het weeshuis Groenestein.

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven