Eeuwenlang was de Hofkapel één van de oudste gebouwen van het Binnenhof. De kerk werd door de katholieken (vanaf de 14e eeuw), door de protestanten (vanaf de 16e eeuw), en weer door de katholieken (vanaf de 19e eeuw) voor hun erediensten gebruikt. De kapel werd in 1879 afgebroken.

 Het onderschrift bij dit schilderij uit 1770 luidde: De Fransche kerk in 's Hage, van binnen, met de ontdekking van verscheidene grafkelders, lijken en andere overblijfselen, bij het ontblooten der grondlagen.
Het onderschrift bij dit schilderij uit 1770 luidde: De Fransche kerk in 's Hage, van binnen, met de ontdekking van verscheidene grafkelders, lijken en andere overblijfselen, bij het ontblooten der grondlagen.

Het begin

Oorspronkelijk stond op de plek van de huidige Grote Kerk een houten kapel, de hulpkerk van de parochie van Monster. In 1280 werd de kapel vervangen door een eveneens houten kerkje. De beschermheilige van de nieuwe zelfstandige kerk was (en is) de apostel Jacob(us).

Ongeveer tegelijkertijd liet graaf Floris V ten noordwesten van de Ridderzaal de Hofkapel bouwen. Het was een klein, onaanzienlijk gebouwtje dat nog niet aan de Hofvijver grensde. In ‘die Haghe’ was de kapel bekend als Maria-ten-Hove, of Maria-ter-Haghe. In 1352 werd het eerste orgel geplaatst.

Floris V

De Hofkapel werd gebouwd in opdracht van Floris V, graaf van Holland en zoon van rooms-koning Willem II. Zijn betovergrootvader Floris III huwde in 1162 de Schotse koningsdochter Ada van Schotland. Als haar afstammeling maakt hij aan het einde van de 13e eeuw aanspraak op de Schotse troon. Hij trok echter zijn claim in en ontving  daarom (waarschijnlijk) een afkoopsom. Met dat geld bekostigde hij de bouw van de Grote Zaal en de Hofkapel.

De nieuwe kapel was bedoeld voor de leden rondom het hof. Zo werd de eerste stap gezet naar de ontwikkeling van twee gescheiden kernen binnen de Haagse nederzetting. 

De onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt in 1619 op het Binnenhof met op de achtergrond de Hofkapel.
De onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt in 1619 op het Binnenhof met op de achtergrond de Hofkapel.
Enerzijds het welvarende hof met zijn aanzienlijke kapel, anderzijds het nijvere dorp met zijn minder welgestelde kerk. Zo hadden bijvoorbeeld de deken en zijn kanunniken (geestelijken) van de Hofkapel in processies voorrang op de dorpspastoor van de Oude Kerk. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw nam het belang van de kapel en het kapittel af. 

Katholiek

Als de graaf in Den Haag was, deed het gebouw dienst als hofkapel voor de grafelijke familie: er werden erediensten opgevoerd, kinderen gedoopt en huwelijken gesloten. Aan de kapel was een eigen mannenkoor verbonden, bestaande uit de koster en zeven zangers, gekleed in groen laken met wit, later met rood en wit gevoerd.

Albrecht van Beieren was vanaf 1358 de baas in Holland.
Albrecht van Beieren was vanaf 1358 de baas in Holland.
Albrecht van Beieren

In 1367 verbonden hertog Albrecht van Beieren en zijn vrouw Margaretha van Brieg een kapittel aan de Hofkapel. Het dagelijks bestuur van de kapel lag in deze jaren in handen van dit kapittel dat bestond uit een deken en een twaalftal kanunniken, die waarschijnlijk ook andere bestuurlijke taken in de hofhouding voor hun rekening namen.

Hof en kapittel hebben ervoor gezorgd dat de tot een parochiekerk uitgegroeide hofkapel een rijk aanzien kreeg. Tot de inventaris behoorden onder meer een veertiende-eeuws orgel, met edelstenen ingelegde reliekhouders, schilderijen en beeldhouwwerken. In het voorportaal stond een verguld beeld van Maria met Kind.

De kerk bevatte later een aantal beelden van graven en gravinnen van Holland, waaronder van die van Albrecht en Jacoba van Beieren. Verder kregen vele edellieden en hoge geestelijken hier hun laatste rustplaats.

De Hofkapel bezat geen doopvont of begraafplaats. Dit betekende dat er voor de de doop- en begrafenisplechtigheden een samenwerkingsverband ontstond tussen de deken van de kapel en de pastoor van de Grote Kerk .

De reformatie - protestant

Dit schilderij van de Hofkapel hangt in de pastorie van de Jacobus de Meerdere kerk in de Parktraat. Tegen de tweede pilaar van links staat het beeld van Sint-Jakob dat tegenwoordig achteraan in dezelfde kerk staat. C.J. Behr maakte dit schilderij in 1874.
Dit schilderij van de Hofkapel hangt in de pastorie van de Jacobus de Meerdere kerk in de Parktraat. Tegen de tweede pilaar van links staat het beeld van Sint-Jakob dat tegenwoordig achteraan in dezelfde kerk staat. C.J. Behr maakte dit schilderij in 1874.
In het begin van de zestiende eeuw werd de kritiek van onder andere de Duitse Maarten Luther op de door de paus geleide kerk van Rome steeds groter. Dit resulteerde uiteindelijk in de vorming van meerdere protestantse kerkreformaties. Dit werd de Reformatie genoemd. Vanaf dat moment werden katholieke eigendommen door protestanten vernield of onteigend. Deze beeldenstorm bereikte rond 1585 Den Haag.  

Louise de Coligny

De Hofkapel op het Binnenhof werd vanaf 1589 overgenomen door de nieuwe religieuze stroming. In Den Haag woonden veel gevluchte Walen en Franse Hugenoten en zij werden de nieuwe eigenaren van de Hofkapel. 

Toen de weduwe van Willem van Oranje, Louise de Coligny, zich in 1591 in Den Haag vestigde, (in het Huis van Goudt, nu Paleis Noordeinde), nam ze haar Waalse predikant Pierre Moreau mee. Vanaf dat moment werd in het Frans gepreekt.  De Hofkapel werd voortaan de Fransche Kerk genoemd. De kerk behield tot het einde van de Republiek een grote aantrekkingskracht op de francofiele elite van Den Haag. 

De Hofkapel is op deze foto uit 1879 links van het midden zichtbaar (het gebouw met het ronde torentje).
De Hofkapel is op deze foto uit 1879 links van het midden zichtbaar (het gebouw met het ronde torentje).
Het interieur van de kapel bleef tijdens deze jaren niet gespaard. De altaren en de orgelgalerij waren in deze roerige tijd, na 1566, weggenomen of vernield. De sacristie, het 8-kant uitgebouwd traptorentje, en het elegante daktorentje verdwenen later. Het gebouw behield echter wel grotendeels zijn middeleeuwse uiterlijk. 

Brand

Op afbeeldingen van het Binnenhof uit de zestiende en zeventiende eeuw zien we een eenbeukig kerkje met grote gotische vensters en een spits torentje. Deze vorm bleef intact totdat een brand in het jaar 1644 het gebouw grotendeels in de as legde. Alleen de muren en fundamenten van de kapel bleven gespaard. De Hofkapel werd echter binnen twee jaar herbouwd.

In 1688 volgde bovendien een tweede verbouwing, waarbij de kapel met een tweede beuk aan de noordzijde werd uitgebreid en de bestaande noordwand door een zuilenrij werd vervangen. Met deze verbouwing werd de oppervlakte van het gebouw verdubbeld, waardoor het plaats kon bieden aan de grote toestroom protestantse vluchtelingen uit Frankrijk.

Hofkapel 1879
In 1879 werd de Hofkapel leeggehaald. Op de grond liggen kerkboeken, wachtend op transport.
Een laatste aanpassing vond plaats in 1770, toen onder andere een nieuwe loge voor de stadhouderlijke familie werd aangebracht. Tijdens deze naar verhouding bescheiden aanpassing werd ook voor het eerst onderzoek verricht naar de aanwezige grafkelders in de kapel.

Koning Lodewijk - katholiek

Onder Koning Lodewijk (de broer van Napoleon) werd in 1806 de kerk opnieuw voor de rooms-katholieke eredienst ingericht en gewijd aan Jacobus de Meerdere. De katholieken gebruikten tot dat moment een schuilkerk aan de Oude Molstraat.

Een domper op de vreugde was het ontbreken van een pastorieruimte in het Binnenhof. Hierdoor kon de oude schuilkerk nog niet afgestoten worden.

Op kerstavond 1807 werd voor het eerst in meer dan tweehonderd jaar een katholieke mis opgevoerd op het Binnenhof.

Toen na het herstel van de kerkelijke organisatie in 1853 de pastoor van de oudste Haagse parochie tot deken werd benoemd, werd het kleinste roomse kerkje van de residentie tevens haar hoofdkerk.

Waalse kerk

De Waalse Kerk aan het Noordeinde vertoont grote gelijkenis met de Hofkapel, zoals die er in 1806 uitzag.
De Waalse Kerk aan het Noordeinde vertoont grote gelijkenis met de Hofkapel, zoals die er in 1806 uitzag.
De laatste Waalse protestantse dienst in de Hofkapel vond op 19 oktober 1806 plaats. De Waalse Gemeente die de kapel moest ontruimen, ontving een vergoeding van ƒ 60.000 en een nieuw orgel. De Waalse gemeente gebruikte dit geld voor de bouw van de Eglise Wallone aan het Noordeinde.

De Waalse Kerk aan het Noordeinde vertoont grote gelijkenis met de Hofkapel, zoals die er in 1806 uitzag. Dezelfde stijl, dezelfde vorm van de vensters en overeenkomst in de klokkentorens. Er werd in de Waalse kerk een plafond aangelegd in paats van een gewelf, maar de kerken hadden wel ongeveer dezelfde afmetingen. Kennelijk probeerde de architect in de nieuwe kerk zoveel mogelijk de gedachte aan de oude hofkapel te laten herleven.  

Muziek

Geregeld vonden er concerten en muziek-missen plaats die op veel belangstelling konden rekenen. Vooral tijdens de regering van de protestantse koning Willem Il in de jaren 1840 waren de muzikale plechtigheden op het Binnenhof een populaire vorm van vermaak en trokken de bijeenkomsten steeds meer hoogwaardigheidsbekleders. Deze ontwikkeling werd in de protestantse pers met argusogen gevolgd. 

Boven het plafond van een zolderkamer in het Eerste Kamergebouw is in een van de spanten het jaartal 1644 uitgehakt.
Boven het plafond van een zolderkamer in het Eerste Kamergebouw is in een van de spanten het jaartal 1644 uitgehakt.
Johannes Verhulst, één van de beroemdste Nederlandse negentiende eeuwse  componisten, was tijdens zijn jonge jaren de vaste organist in de Hofkapel

Het einde

Eigenaar

Het eigendomsrecht van de parochie berustte op een brief van de aalmoezenier van Lodewijk Napoleon waarin deze verklaarde dat de vorst het besluit tot schenking van de kapel aan de katholieken had genomen. Het besluit zelf was overigens kwijtgeraakt en werd nooit teruggevonden. 

Op dit schilderij uit 1878 van C.J. Behr is de Hofkapel aan de linkerkant zichtbaar.
Op dit schilderij uit 1878 van C.J. Behr is de Hofkapel aan de linkerkant zichtbaar.
In 1863 moest een van de muren aan de vijverkant gerepareerd worden en moest er iets veranderen aan de riolen, die niet meer op de Hofvijver mochten lozen. Nu pas bleek dat de kelders het  eigendom waren van de Staat en dat het gebouw eigendom was van de parochie. De Staat der Nederlanden was ongelukkig met deze situatie. Zij bezat immers alle gebouwen op het Binnenhof, maar niet de Hofkapel.

Het kerkbestuur vond dat het Rijk, als belangrijkste eigenaar, de reparaties moest betalen. Het Rijk ging hiermee akkoord op voorwaarde dat het eigenaar werd van de complete kapel.

In 1875 keurde de Tweede Kamer goed dat het departement van Binnenlandse Zaken de kapel voor 55.200 gulden van de parochie zou overnemen en voor eigen gebruik zou inrichten. 

De laatste plechtigheid in de Hofkapel door deken Rioche vond plaats op 22 juli 1877. Onder het zingen van het Te Deum werd de klok geluid. Het luiden van de klok op dit ongewone tijdstip veroorzaakte echter een opstootje omdat men dacht dat de kerk in brand stond. 

Voor de afbraak van de Hofkapel, werd de grafkelder leeggehaald. De lijken werden voor de deur ten toongesteld. Het lijk van Van Oldenbarneveld werd niet gevonden.
Voor de afbraak van de Hofkapel, werd de grafkelder leeggehaald. De lijken werden voor de deur ten toongesteld. Het lijk van Van Oldenbarneveld werd niet gevonden.
Omgebouwd

De kapel werd leeggehaald en omgebouwd tot eigentijdse kantoorruimten. In de praktijk betekende dit besluit het einde van het bestaan van de Hofkapel. De kapel werd bij de werkzaamheden gesloopt voor de uitbreiding van de Eerste Kamer en de nieuwbouw van het ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Alleen het oude torentje op de hoek bij het Mauritshuis bleef bestaan.

Grafkelder

Net als in 1770 volgde ook deze keer een onderzoek naar de grafkelders. Voordat deze werden dichtgestort, haalde men de lichamen van de oude Hollandse graven naar boven om deze te fotograferen en aan het toegestroomde publiek ten toon te stellen.

Zowel de afbraak van de kapel als de omgang met de eeuwenoude graven oogstte veel kritiek. Kranten spraken van een onverantwoordelijk en beschamend optreden en zelfs de zoon van de koning bemoeide zich met de kwestie. Het neveneffect was echter dat al deze kritiek de ontluikende monumentenzorg in een stroomversnelling bracht. 

De grafstenen werden deze keer niet opnieuw begraven maar opgeslagen. Een eeuw later werden in de kelder onder de Ridderzaal verschillende grafstenen uit de vroege zestiende eeuw langs de wanden van de ruimte opgehangen. Deze soms rijkversierde stenen bedekten de graven van verschillende geestelijken en andere functionarissen die aan het hof of elders werkzaam waren. 

Op  9 Juni 1879  werden de grafkelders geopend en de inhoud van de lijkkisten werd opgetekend door Mr. D. Veegens. Op de foto de lijkkist van Albrecht van Beyeren.
Op 9 Juni 1879 werden de grafkelders geopend en de inhoud van de lijkkisten werd opgetekend door Mr. D. Veegens. Op de foto de lijkkist van Albrecht van Beyeren.
Herdenkingssteen

Op  31 maart 1880 werd in de zuidelijke buitenmuur van de gang, naast de voormalige Hofkapel, een herdenkingssteen gemetseld. De tekst luidt: "De Voormalige Hofkapel in MDCCCLXXIX (1879) verbouwd. In de kelders dezer kapel zijn de grafsteenen van Graven en Gravinnen van HOLLAND en werd het lijk van JOHAN VAN OLDENBARNEVELD den XIV Mei MDCXIX (14 mei 1619) bijgezet."

Architectuur

De Hofkapel was een kerkje van zo'n 21 bij 8 meter en dateerde uit het laatste kwart van de 13e eeuw. De kapel werd in 1453 met 5,5 meter verbreed. De lengteas van het gebouw liep evenwijdig aan de Hofvijver, maar de kapel stond wel een stuk van het water af.

Zowel aan de vijver- als aan de hofzijde waren vier grote spitsboogramen aangebracht en in de west- en oostgevel bevond zich aan elke kant een groot raam, waarvan dat aan de westzijde in de 15de eeuw gesierd werd met de beeltenis van Karel de Stoute.

Reeds in 1371 had de kapel een toren met klok, en aan de noordzijde een achtkant traptorentje, de wendelsteen genaamd. Die toren werd later vervangen door een op het dak geplaatst zeskant houten klokkentorentje, waarvan de zijkanten met wapenschilden versierd waren. De kapel bezat volgens een inventaris van 1512 een kleine bibliotheek. Enkele boeken waren, naar middeleeuws gebruik, met vertinde ijzeren kettinkjes aan de kasten of lessenaars bevestigd.

Deze grafstenen uit de vroege zestiende eeuw zijn afkomstig uit de in 1879 gesloopte Hofkapel en bedekten de graven van verschillende geestelijken en andere functionarissen die aan het hof of elders werkzaam waren. Ze hangen nu in de kelder onder de Ridderzaal.
Deze grafstenen uit de vroege zestiende eeuw zijn afkomstig uit de in 1879 gesloopte Hofkapel en bedekten de graven van verschillende geestelijken en andere functionarissen die aan het hof of elders werkzaam waren. Ze hangen nu in de kelder onder de Ridderzaal.
Interieur

Van het interieur is tot aan de zeventiende eeuw niet veel bekend. 

De kerk was meer breed dan diep. Tegen de lange achterwand stond het altaar en aan de evangeliezijde op korte afstand van het altaar de preekstoel. Vóór het altaar en opzij van het priesterkoor zaten de gelovigen, en op bepaalde momenten leunden de bezoekers met hun kerkboek bijna op zijn rug.

Langs de eerste verdieping, boven de uitbouw van de kerk liep een galerij, die het kwartier van de Staten van Holland met een galerij in de griffie en via deze galerij met het kwartier van de Staten-Generaal verbond.

Een paar grote zilveren kandelaars op mahoniehouten voetstukken stonden aan weerszijden bij de communiebank. Ruggelings langs de wanden stonden de banken die door families konden worden gehuurd. De toegang werd door de vader met een sleutel gesloten. Familie die te laat kwam, moest hierdoor wachten totdat vader met zijn sleutel kwam om zijn wettige afstammelingen in zijn wettig bezit toe te laten.

De afbraak van de Hofkapel in 1879 gezien vanaf het Binnenhof.
De afbraak van de Hofkapel in 1879 gezien vanaf het Binnenhof.
Achterin de kapel, tegenover het altaar en afgesloten met een hek, was de soldatenkerk. En in een hoek daarvan stond het altaar van Maria ten Hemelopneming.

Op de galerij op de eerste verdieping bevonden zich vijf loges van waaruit de stadhouderlijke familie aan de kerkdienst kon deelnemen en waarvan de deurwaarder van de Staten-Generaal de sleutels beheerde.

De kerk was gedurende de negentiende eeuw eeuw zeer sober ingericht; niets herinnerde nog aan haar middeleeuwse pracht. De kerk  had in deze periode twee schepen, brede galerijen en ruimte voor 1200 personen.

Herinnering

Van het interieur van de Hofkapel is weinig bewaard gebleven. In de Grote Kerk is het tweede raam in de noordelijke muur (de verkondiging van de engel aan Maria) vermoedelijk in 1541 geschonken door de kanunniken van de Hofkapel.

Louis Royer maakte dit beeld van de apostel Jacob in 1837 voor de Hofkapel. Na de sloop van de Hofkapel werd het beeld in de Parkstraatkerk geplaatst. Deze foto werd in 1978 gemaakt.
Louis Royer maakte dit beeld van de apostel Jacob in 1837 voor de Hofkapel. Na de sloop van de Hofkapel werd het beeld in de Parkstraatkerk geplaatst. Deze foto werd in 1978 gemaakt.
Het orgel was in 1807 vanuit de Oude Molstraat naar de Hofkapel gebracht. Het werd tussen 1854 en 1856 grondig hersteld en vernieuwd en deed vanaf 1878 dienst in de nieuwe Heilige Jacobuskerk aan de Parkstraat.  

Verder werd een standbeeld van de patroonheilige, Jacob, overgeplaatst vanuit de Hofkapel naar de Parkstraatkerk.

Nieuwbouw

De architect E.J. Nieuwenhuis die eerder de Utrechtse Dom restaureerde ontwierp een kantoorvleugel met een reeks werkvertrekken en in het midden een gang, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping. De bovenverdieping kwam, in tegenstelling tot de begane grond, meteen na de verbouwing van 1879 ter beschikking van de Eerste Kamer.

In het midden liep een gang met aan weerszijden werkvertrekken. Aan de kant van de Hofvijver waren vier vertrekken en aan de kant van het Binnenhof twee heel grote ruimtes en een kleine kamer. In 1982 kwam ook de benedenverdieping van de voormalige Hofkapel als kantoorgebouw bij de Eerste Kamer. Na de renovatie van 2004 werden in de vertrekken aan beide kanten van de gang de zware gordelbogen uit de 19e eeuw weer zichtbaar.

Renovatie

Het Binnenhof gaat vanaf 2020 voor 5,5 jaar dicht vanwege een grondige verbouwing. "Het is niet uitgesloten dat het historisch erfgoed in de fundamenten van het gebouw de komende jaren in bredere zin een aandachtspunt gaat worden."

Het gebouw van de eerste kamer staat op de plek van de voormalige Hofkapel. De oude kelder dient als oplslagplaats voor de Senaat. Rechts van het middelste zonnescherm is de hedenkingssteen zichtbaar. De foto werd in juli 2016 gemaakt.
Het gebouw van de eerste kamer staat op de plek van de voormalige Hofkapel. De oude kelder dient als oplslagplaats voor de Senaat. Rechts van het middelste zonnescherm is de hedenkingssteen zichtbaar. De foto werd in juli 2016 gemaakt.
In 1880 werd een plaquette aan de zuidelijke buitenmuur bevestigd: "De Voormalige Hofkapel in MDCCCLXXIX (1879) verbouwd. In de kelders dezer kapel zijn de grafsteenen van Graven en Gravinnen van HOLLAND en werd het lijk van JOHAN VAN OLDENBARNEVELD den XIV Mei MDCXIX (14 mei 1619) bijgezet."
In 1880 werd een plaquette aan de zuidelijke buitenmuur bevestigd: "De Voormalige Hofkapel in MDCCCLXXIX (1879) verbouwd. In de kelders dezer kapel zijn de grafsteenen van Graven en Gravinnen van HOLLAND en werd het lijk van JOHAN VAN OLDENBARNEVELD den XIV Mei MDCXIX (14 mei 1619) bijgezet."
Een detail van de herdenkingssteen van de voormalige Hofkapel.
Een detail van de herdenkingssteen van de voormalige Hofkapel.
Dit is het nog bestaande plavond van de voormalige Hofkapel. Op de kruising van de spanten is een gesneden rozet aangebracht.
Dit is het nog bestaande plavond van de voormalige Hofkapel. Op de kruising van de spanten is een gesneden rozet aangebracht.
De Hofkapel gefotografeerd in 1879 vlak voor de afbraak.
De Hofkapel gefotografeerd in 1879 vlak voor de afbraak.

 

 

 

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven