Tussen 1874 en 1915 stond op het Gevers Deynootplein een Badkapel speciaal voor de badgasten omdat de reguliere Scheveningse kerk voor de eigen gemeente al te klein was en de Haagse kerken te ver weg lagen. 

In 1874 lag de Badkapel midden in het duin op een stuk grond van 900 m2.
In 1874 lag de Badkapel midden in het duin op een stuk grond van 900 m2.

Badgasten

In 1873 vatten de predikanten I.C. de Vijver en I.J. Dermout het plan op om ook voor de badgasten een zondagsdienst te organiseren. Ze stichtten hiervoor een vereniging genaamd "De Protestantsche kapel of Badhuiskerk". De opa van Isaäc Johannes Dermout was de hofpredikant van Oranje-Nassau geweest en de kleinzoon had daar goede contacten aan over gehouden. De statuten werden bij koninklijk besluit van 2 september 1873 goedgekeurd.

In korte tijd werd daarna ƒ12.000 opgehaald, de helft van de geschatte bouwkosten. Om het ontbrekende bedrag te kunnen lenen moest de vereniging wel aantonen dat onder de badgasten behoefte was aan een kapel. De Scheveningse Villa Riva werd daarom gehuurd en tijdelijk ingericht voor kerkdiensten en dit leverde zestig tot honderd bezoekers per zondag op.

De bouw kon daarna beginnen en op 19 juli 1874 werd de kerk ingewijd. Onder de bezoekers van deze eerste dienst waren koningin Sophie en prinses Marianne. De diensten werden naar gelang de herkomst van de badgasten in het Nederlands, Duits of Engels gehouden. De kerk kreeg daarmee de bijnaam "Duitse kerk".

De Badkapel met de Binnnenhofachtige torentjes.
De Badkapel met de Binnnenhofachtige torentjes.

Problemen

Toch viel het aantal bezoekers tegen en in 1879, bij het vijfjarig jubileum, waren de financiële problemen zo groot dat het bestuur de kerk wilde verkopen. Het statuut zei hierover: "Mochten te eeniger tijd de bedoelde middelen ontbreken om de Protestantsche Kapel of Badhuiskerk te onderhouden en aan haar doel te laten beantwoorden, en moest dien tengevolge door de leden tot opheffing der Vereeniging worden besloten, dan gaat het bestuur over tot de geheele liquidatie van het beheer door verkoop of amotie van het kerkgebouw " Het bestuur van de vereniging kon echter een renteloze lening van ƒ15.000 afsluiten en de kerk was gered. De geldzaken bleven intussen een punt van aandacht en in 1897 waren er wederom problemen.

Hoewel het Kurhaus en de Rooms-Katholieke Kerk de kapel voor veel geld wilden kopen, mocht de Nederlandse Hervormde Kerk van Scheveningen het gebouw gratis overnemen. De enige voorwaarde was dat het nooit voor roomse doeleinden gebruikt zou mogen worden.

De Badkapel aan het Gevers Deynooplein in 1904.
De Badkapel aan het Gevers Deynooplein in 1904.

Succes en einde

Ondertussen bleef de Scheveningse bevolking groeien en maakte zij steeds vaker gebruik van de kerk. Ook daardoor was de nieuwe eigenaar succesvoller dan zijn voorganger. In 1909 werd besloten om iedere dag een dienst te houden, met op zondag zowaar een niet Scheveningse predikant. En twee jaar later wilde men zelfs de Badkapel uitbreiden van 200 naar 700 zitplaatsen of deze anders elders herbouwen. De gemeente Den Haag had echter andere plannen met het Gevers Deynootplein en eind 1913 kwam men tot overeenstemming over een grondruil. De hervormde kerk kreeg een stuk grond van 1480 m2 op de hoek van de Nieuwe Parklaan en de Nieuwe Duinweg en ook nog een bedrag van ƒ7.000,—. Ook deze keer werd in de akte toegevoegd dat de grond nooit voor rooms-katholieke doeleinden gebruikt zou mogen worden.

De Badkapel uiterst rechts op de foto in 1910. Het bestuur van de kerk vond toen al  dat het gebouw weinig meer paste bij zijn omgeving.  Met links het Station Kurhaus dat vanaf 1908 het eindpunt van de Hofpleinlijn (Rotterdam) was.
De Badkapel uiterst rechts op de foto in 1910. Het bestuur van de kerk vond toen al dat het gebouw weinig meer paste bij zijn omgeving. Met links het Station Kurhaus dat vanaf 1908 het eindpunt van de Hofpleinlijn (Rotterdam) was.
Op 28 augustus 1915 werd de laatste dienst in de Badkapel gehouden en een maand later werd het gebouw gesloopt.  De Nieuwe Badkapel was echter nog niet opgeleverd. De kerkdiensten werden daarom in de tussentijd in het Paviljoen gehouden. Op 6 juli 1916 werd de Nieuwe Badkapel ingewijd.

Architectuur

De kerk had twee torentjes en was in neogotische / eclecticistische  stijl gebouwd naar een ontwerp van architect van den Brink. De kapel was een eenvoudige kruiskerk die plaats bood aan circa 200 mensen. De neogotische voorgevel met zijn twee achthoekige torentjes deed enigszins denken aan die van de Ridderzaal. De rondboogvensters, voor een deel voorzien van gekleurd glas, weken hier echter van af. In het interieur waren de hoekpilaren versierd met Korintische kapitelen en op een galerij was een klein orgel geplaatst. De bouwkosten bedroegen ongeveer ƒ30.000.

 

De Badkapel op het nog gedeeltelijk groene Gevers Deynootplein. De foto werd in 1895 gemaakt. Het gebouw waar het woord Tableaux op staat is een kunstpaviljoen.
De Badkapel op het nog gedeeltelijk groene Gevers Deynootplein. De foto werd in 1895 gemaakt. Het gebouw waar het woord Tableaux op staat is een kunstpaviljoen.
Op deze foto uit 1905 staat de Badkapel in het midden. Links de houten Kurhausbar en het Palace-Hotel. Rechts van de kerk de remise van de paardentram en twee herenhuizen aan de Utrechtsestraat.
Op deze foto uit 1905 staat de Badkapel in het midden. Links de houten Kurhausbar en het Palace-Hotel. Rechts van de kerk de remise van de paardentram en twee herenhuizen aan de Utrechtsestraat.
Het Gevers Deynootplein straalde in 1909 een kermisachtige sfeer uit. Achter Pavillon de Phoenix is nog net de Badkapel zichtbaar.
Het Gevers Deynootplein straalde in 1909 een kermisachtige sfeer uit. Achter Pavillon de Phoenix is nog net de Badkapel zichtbaar.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven