De Haagse katholieken moeten in 1878 bijzonder trots zijn geweest. Voor het eerst sinds de reformatie werd het silhouet van de stad weer gemarkeerd door een rijzige roomse kerktoren. De kerk aan de Parkstraat werd in de jaren 1875-1878 gebouwd naar een ontwerp van architect P.J.H. Cuypers. Het gebouw is van binnen beschilderd met motieven en voorstellingen. De toren is ruim 90 meter hoog.

Dankzij  de grote gift van Mevrouw Meijer-Hovius kon de Parkstraatkerk gebouwd worden.
Dankzij de grote gift van Mevrouw Meijer-Hovius kon de Parkstraatkerk gebouwd worden.

De naam

De Haagse katholieke parochie is sinds de 14e eeuw toegewijd aan Sint Jacobus de Meerdere (oudere), één van de 12 Apostelen. Het is echter niet bekend waarom de Haagse parochiekerk aan deze apostel werd gewijd. Er bestaat immers geen verband tussen het toen nog jeugdige 's-Gravenhage en de in Santiago de Compostela (noordwest Spanje) vereerde apostel.

Oude Kerk

De eerste Haagse Jacobuskerk stond en staat sinds de 13e eeuw op het Kerkplein en wordt de Grote kerk of Oude Kerk of Jacobskerk genoemd. Na de reformatie en de opkomst van het protestantisme in de 16e eeuw, raakte de katholieke gemeenschap haar Jacobskerk kwijt en moest ze eeuwenlang een toevlucht zoeken in de schuilkerk in de Oude Molstraat nummer 35, het huidige Willibrordushuis.

Pas aan het eind van de 19e eeuw kon de kerkende parochie weer een echte katholieke kerk laten bouwen. Die aan de Parkstraat 65a. De Jacobuskerk aan de Parkstraat belichaamt als het ware het herstel van de oude Haagse parochie.

De bouw van de pastorie aan de achterkant van de Jacobus de Meerderekerk.
De bouw van de pastorie aan de achterkant van de Jacobus de Meerderekerk.

De bouw

De katholieke parochie bezat op het Binnenhof de Kapel van Maria-ten-Hove. De rijksoverheid wilde in 1863 een muur en de kelders renoveren maar de kapel stond in de weg.

Verkoop en aankoop

De parochie wilde de kapel wel verkopen om de  opbrengst te gebruiken voor de bouw van een nieuwe kerk. Jaren later en na veel onderhandelen betaalde de overheid ƒ 60.000 en de geloofsgemeenschap kreeg twee jaar de tijd om een ander terrein te vinden. Ook de Oude Molstraatskerk werd met de pastorie verkocht aan de St. Willibrordus-Vereeniging, die daar een aantal scholen en een zusterhuis bouwde.  

De Jacobus de Meerderekerk (K) en de pastorie (P). Bij de letter  V Sociëteit De Vereeniging dat een deel van de tuin aan de kerk verkocht. Bij de R hofje Rusthof (1845). Aan de andere kant van de kerk een modern hofje (H) genaamd Haagsche Hof.
De Jacobus de Meerderekerk (K) en de pastorie (P). Bij de letter V Sociëteit De Vereeniging dat een deel van de tuin aan de kerk verkocht. Bij de R hofje Rusthof (1845). Aan de andere kant van de kerk een modern hofje (H) genaamd Haagsche Hof.
De parochie kocht daarna een oud arbeidershofje aan de Parkstraat met 31 huisjes, dat het Hofje van Schavamps genoemd werd. Verder werd een aangrenzende tuin van de Sociëteit de Vereeniging aan de Willemstraat aangekocht. Hiermee verkreeg het een geschikt bouwterrein dat alles bij elkaar ƒ 114.500, kostte. De vergoeding van ƒ 60.000.—, die van het Rijk voor de Hofkapel was ontvangen vormde echter een behoorlijke aanbetaling.

Kloosterkerk

De gekozen lokatie had evenwel één belangrijk bezwaar: de nabijheid van de op 105 meter afstand staande oude dominicanenkerk oftewel de hervormde Kloosterkerk. De protestanten protesteerden inderdaad en de argumenten die in 1838 de bouw van de Teresiakerk aan de Laan verijdeld hadden — lawaai- en verkeersoverlast — werden weer van stal gehaald. 

De vele kleuren en de bepleistering ondervonden felle kritiek van de 19e eeuwse Carel Vosmaer, die het kerkinterieur vergeleek met een 'veile geblankette deern'.
De vele kleuren en de bepleistering ondervonden felle kritiek van de 19e eeuwse Carel Vosmaer, die het kerkinterieur vergeleek met een 'veile geblankette deern'.
Zelfs de uitdrukkelijke belofte van katholieke zijde dat er geen klokken zouden worden geluid  stelde de hervormden niet gerust. Het gemeentebestuur moest daarom speciale toestemming  voor de bouw geven.

De nieuwe kerk zou het weer gegroeide zelfbewustzijn van de katholieken moeten uitstralen en worden opgetrokken in een stijl die daaraan bij uitstek uitdrukking kon geven: de op de middeleeuwen geïnspireerde neogotiek. Geen wonder dat men daarvoor architect P.J.H. Cuypers aanzocht, de belangrijkste vertegenwoordiger van deze stijlrichting.

Gulle gift

Dankzij een royale gift van ƒ 300.000 door de kinderloze weduwe mevrouw Meyer-Hovius, kon het dure ontwerp van de architect worden gefinancierd, en op 31 augustus 1875 vond de openbare aanbesteding plaats. Aannemer L. de Rooy, die met ƒ 220.000,— de laagste inschrijver was, ging daarna aan de slag.

Het hofje werd gesloopt en in juli 1876 kon de eerste steen worden gelegd. De eigenlijke bouw, die in totaal op zo'n ƒ 265.000,— uitkwam, nam twee jaar in beslag. 

Op 25 september 1878 werd de nieuwe kerk, een van de duurste van Nederland, plechtig geconsacreerd door bisschop Petrus Mathias Snickers.  

Het gebouw

Er mocht niet worden geluid maar er was sinds 1883 wel een slagklok voor het uurwerk. Vanaf 1923 werd deze bij gelegenheden zelfs als luiklok gebruikt, hoewel de officiële toestemming van hervormde zijde voorlopig uitbleef.
Er mocht niet worden geluid maar er was sinds 1883 wel een slagklok voor het uurwerk. Vanaf 1923 werd deze bij gelegenheden zelfs als luiklok gebruikt, hoewel de officiële toestemming van hervormde zijde voorlopig uitbleef.
De enorme driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl is het enige bouwwerk van architect P.J.H. Cuypers in Den Haag. Polychromie, beglazing, tegelvloeren, beelden en meubilair zijn grotendeels als Gesamtkunstwerk door het atelier Cuypers-Stoltzenberg geleverd of naar Cuypers' inzichten door andere kunstenaars uitgevoerd. Veel van de gebrandschilderde ramen zijn het werk van de fa. Nicolas te Roermond. 

Het kleurige interieur dateert van 1887 en verkeert nog vrijwel in de oorspronkelijke staat en geeft een goede indruk van het kerkinterieur zoals men dat in de 2e helft van de 19e eeuw als ideaal zag. 

Vosmaer

De protestantse publicist Carel Vosmaer hekelde in 1887 deze uitingen van 'roomse blijschap' echter in felle bewoordingen: `Al wat men ziet is groene rondvensters, gekleurde glazen, hard gekleurde poppen. muren en geledingen van rood, wit, groene deuren. gouden kapiteelen, tezamen eene harmonie vormende, die wij tot dusver slechts aan de poffertjeskraam zagen'.

De toren

De kerktoren was met zijn 91 m lange tijd het hoogste bouwwerk van Den Haag en behoorde tot een van de hoogste Nederlandse gebouwen.

De toren heeft een fors vierkant grondoppervlak, is half in de kerk ingebouwd en biedt ook de toegang tot de kerk. De toren is opgebouwd uit een vierkant ondergedeelte met drie geledingen, waarop een rondgang is aangebracht.

Dit beeld van Maria stond tot 1875 in de vroegere schuilkerk aan de Oude Molstraat.
Dit beeld van Maria stond tot 1875 in de vroegere schuilkerk aan de Oude Molstraat.
Daarboven een, eveneens vierkante, opbouw. Hierboven rijst een achthoekig deel op, met daarboven de, eveneens achthoekige puntige, torenspits. In de bovenste drie geledingen zijn rondom galmgaten aangebracht, waarachter de luidklokken hangen.

Er mocht dus niet worden geluid maar er was sinds 1883 wel een slagklok voor het uurwerk. 50 jaar na de bouw werd in januari 1924 om ontheffing van het luiverbod gevraagd, welke door het stadsbestuur geweigerd werd. Vanaf dat moment werd er echter regelmatig de hand gelicht met dit verbod en was het gebeier in de wijde omgeving te horen. 

Interieur

Aan weerszijden onder het orgel staan twee lindehouten beelden, Maria en Jozef voorstellend, daterend uit omstreeks 1700 en waarschijnlijk afkomstig uit Antwerpen. Zij hebben deel uitgemaakt van de inventaris van de schuilkerk van de Jacobusstatie in de Oude Molstraat die vanaf ca. 1600-1878 in gebruik was. Het in stucwerk vervaardigde beeld van Jacobus achter in de kerk is een werk van Louis Royer uit ca. 1830 en afkomstig uit de Hofkapel aan het Binnenhof.

Op 21 oktober 1909 werd het kerkbestuur van St. Jacobus door publieke verkoop eigenaar van het huis aan de Willemstraat 2a, het perceel naast de pastorie.  Op zondag 21 augustus 1910 was de elektrische verlichting van de kerk voltooid en werd deze onder het Plechtig Lof met processie voor het eerst in gebruik genomen.  

Deze beeldengroep met voorstellingen uit het leven van de apostel Jacobus de Meerdere werd in 1990 gerestaureerd.
Deze beeldengroep met voorstellingen uit het leven van de apostel Jacobus de Meerdere werd in 1990 gerestaureerd.

Restauraties

In de jaren 60 werd duidelijk dat het vele jaren uitstellen van het groot onderhoud een zeer kostbare renovatie van 1 miljoen gulden noodzakelijk maakte. De kerk kon dit niet betalen en sluiten was de enige uitweg. Er kwamen echter felle protesten. Van sluiten en slopen wilde een belangrijk deel van de parochianen totaal niets weten. Dat deed het kerkbestuur van gedachten veranderen.

In de loop van 1969 werden plannen uitgewerkt voor een restauratie, en toen in 1970 een toezegging kwam voor een rijkssubsidie van 50%, zag de toekomst er al heel wat rooskleuriger uit. Toezeggingen van provincie en gemeente volgden en in september 1973 waren de voorbereidingen zover dat de steigers konden worden geplaatst.

Voor de financiële ondersteuning kwam er even later een 'Stichting tot instandhouding van de kerk van de Heilige Jacobus de Meerdere te 's-Gravenhage', die binnen een jaar 120.000 gulden verzamelde. Een andere vorm van steun kreeg men in februari 1974, toen de kerk op de monumentenlijst werd gezet.

In 1992-1993 werd de toren gerestaureerd. 

Tussen 2001-2010 werd een 10 miljoen euro kostende restauratie van kerk en toren voltooid. De helft werd door de overheid betaald, de andere helft moest de kerkgemeenschap zelf bijeen brengen. De gewelven, wanden en buitengevels werden hersteld. Een groot deel van de beschilderingen van het interieur, de glas-in-loodramen, vloeren, altaren, preekstoel, orgels en verlichting werden opgeknapt.  

Bij de laatste renovatie werd de tegelvloer in (ongeveer) het originele patroon van 1880 gelegd. In het midden ligt een sluitsteen met het Christus-monogram.
Bij de laatste renovatie werd de tegelvloer in (ongeveer) het originele patroon van 1880 gelegd. In het midden ligt een sluitsteen met het Christus-monogram.
Tegelvloer

 De bestrating voor de deur van de kerk was verzakt. Bij de laatste renovatie werd besloten om het door architect Cuypers ontworpen doolhof terug te leggen. 

Op 13 december 2009 werd de sluitsteen in het midden van het labyrint vastgezet. Deze sluitsteen draagt het Christus-monogram en laat zien dat alle wegen bij Christus uitkomen. 

Voor het doolhof, op de drempel van het voorplein, staat de tekst : 'Ego sum via et veritas en vita' (Ik ben de weg, de waarheid en het leven).

Jaarlijks is een bedrag van € 75.000 nodig om de kerk te onderhouden.

Details

De sluitsteen met het Christus-monogram is het centrum van het doolhof dat voor de deur van de kerk ligt.
De sluitsteen met het Christus-monogram is het centrum van het doolhof dat voor de deur van de kerk ligt.

Details

Details

Het polychromeer contract

De tekst van het polychromeercontract dat tussen het kerkbestuur en de firma Cuypers-Stoltzenberg werd afgesloten:

Tusschen de Ondergeteekenden G. F. Drabbe, Voorzitter van het R. C. Parochiaal Kerkbestuur van den H. Jacobus de Meerdere te 's-Gravenhage ter eene en Cuypers & Stoltzenberg te Roermond ter andere zijde, is het navolgende overeengekomen.

Art. 1
Contraktanten ter andere zijde nemen aan: het polychromeeren en schilderen der Parochiale Kerk van den H. Jacobus in de Parkstraat te 's-Gravenhage, als: het Priesterchoor transept, midden- en zijbeuken, de Kapellen naast het Choor, waar de 4 Zijaltaren staan, alsmede het zangkoor, volgens ontwerp en naar de teekeningen van den Architect P. J. H. Cuypers te Amsterdam.
Art. 2
Al de in de overeenkomst bedoelde werken zullen worden uitgevoerd naar de teekeningen, gegevens en overeenkomsten onder goedkeuring van den Heer Architect P. J. H. Cuypers te Amsterdam wiens bevelen en voorschriften door contraktanten ter andere zijde stipt zullen moeten worden nagekomen. Geene steigerwerken zullen mogen worden weggebroken van een beschilderd gedeelte, dan nadat dit door voormelden architect is goedgekeurd. Uitgevoerde schilderingen, welke de goedkeuring niet hebben verkregen, zullen ten kosten van contraktanten ter andere zijde, 31 moeten opnieuw gemaakt worden.
Art. 3
De uitvoering zal geheel overeenkomstig de eischen der Kunst en met gebruikmaking der beste soort materialen moeten geschieden. Bovendien zullen contraktanten ter andere zijde gedurende 2 jaren voor de deugdelijkheid van het verrichte werk instaan en alle inmiddels in de schildering zich voordoende gebreken te hunnen kosten doen herstellen, ook die welke het gevolg zijn van de vochtige plakken die zich thans in het gewelf van het middenschip vertoonen. Eene som van een duizend gulden zal gedurende deze 2 jaren, blijven staan als waarborg voor de richtige nakoming der evenvermelde verplichting en de uitbetaling door contraktant ter eene zijde eerst dan geschieden wanneer het, na het eindigen van dezen termijn gebleken zal zijn dat het werk zich in volkomen goeden staat heeft gehouden en door contraktanten ter andere zijde aan al hunne verplichtingen is voldaan.
Art. 4
Voor de uitvoering der in Art. 1 genoemde Polychromie en schilderwerken alsmede de daarvoor benoodigde steigerwerken en toestellen zal aan contraktanten ter andere zijde door contraktanten ter eene zijde worden vergoed de somma van twaalf duizend gulden betaalbaar in termijnen als volgt. 1 April e.k. f 2000.-1 Juni e.k. f 2000.- en 1 Augustus e.k. f 2000.- terwijl de resteerende som zal worden uitbetaald zoodra, na de totale oplevering van het geheele werk, de middelen van het Kerkbestuur voornoemd dit zullen toelaten. Van de som, die op 1 Augustus e.k. evenwel nog niet zal zijn betaald, zal aan contraktanten ter andere zijde van dan af tot aan den dag der betaling eene rente worden vergoed á 5% 's jaars, behalve van de som een duizend gulden waarvan melding gemaakt wordt in Art. 3 en die gedurende 2 jaren, als waarborg zal blijven staan.
Art. 5
Mocht, door contraktant ter eene zijde nader nog worden verlangd dat ook de tribunes, sacristy en doopkapel worden gepolychromeerd en geschilderd, dan verbinden contraktanten ter andere zijde zich nu reeds deze werken voor de somma van eenduizend gulden, onder dezelfde conditiën als de bij deze opgemaakte, te zullen uitvoeren. Aldus opgemaakt te 's-Gravenhage/Roermond, den . . . Maart 1887.
Gezien en goedgekeurd Amsterdam den Maart 1887, C(uypers).

Vosmaer in De Spectator

De zeer invloedrijke criticus Carel Vosmaer plaatste in het negentiende-eeuwse tijdschrift De Spectator een venijnig stukje over de net opgeleverde Jacob de Meerderekerk. In zijn verontwaardiging ging Vosmaer echter voorbij aan het feit dat Cuypers' polychromie wel degelijk op middeleeuwse voorbeelden terugging. Met als voorbeeld kerken als Maria zur Wiese in het Westfaalse Soest en de dorpskerk van Schwarzrheindorf bij Bonn

De inwendige beschildering van de nieuwe St. Jacobskerk in de Parkstraat alhier, evenals de bouw zelf een werk van den heer Cuypers, biedt op het oogenblik een merkwaardigen toetssteen voor den aard en de vertrouwbaarheid der bouwkundige en decoratieve leerstellingen, die thans onze regeeringskunst beheerschen. Deze beschildering is namelijk een volstrekte ontkenning en omkeering van wat de kunstleer van de heeren Thijm, Cuypers en De Stuers ons sinds jaren heeft gepredikt. Immers het zal wel dertig jaren zijn sinds de heer Alberdingk Thijm telkens te velde trekt tegen den leugen in de bouwkunst: tegen het 'plaeisteren', tegen zulke bouw- en versieringsstelsels waarbij constructie en bouwstof worden verloochend.

Schier even lang arbeidt de heer Cuypers in de uitoefening der leer van Viollet-le-Duc, die de constructie en stof zichtbaar eischt. En sinds zijn openlijk optreden spot de heer De Stuers met het witkalken van de Protestantsche kerken, het marmeren van hout, het eikenhouten van grenenhout, het simuleeren van steen, en al zulk verven en pleisteren dat aan de stof een schijngestalte geeft. Allen zijn het eens dat de klassiek moet verworpen worden, de renaissance sinds 1600 op een dwaalspoor is en alle heil en schoonheid uitsluitend te verwachten zijn van een terugkeer tot de kunst der middeleeuwen.

De Minister Heemskerk drukt daarop zijn zegel, de kunst is regeeringszaak, de staatsmiddelen gaven en geven millioenen om die leer bij nieuwen bouw en bij herstellingen ten uitvoerte brengen. Construction apparente, zichtbaar materiaal en vormen, geen verf die stoffen doet liegen, zietdaar de leus. En nu de practijk in de genoemde kerk. De kerk is gebouwd van baksteen en zandsteen en ook van binnen was aanvankelijk die constructie zichtbaar. De kerk in de Houttuinen te Amsterdam (bedoeld is de 'Posthoorn') is evenzoo gebouwd. Ik heb deze bouwwijs nooit toegejuicht, althans ik kan haar slechts ten deele laten gelden. Nochtans erken ik dat er in vele gevallen schoonheid mede is te verkrijgen en in het geval der kerk in de Parkstraat was ik geenszins ongevoelig voor de waarde ener constructie, die ons rekenschap geeft van de vormen en hun samenhang, van de dragende krachten en versierende leden, en die door het zachte rood van den baksteen en het geelgrijze van den zandsteen een fijnen toon gaf.

Ik vind het dan ook jammer dat van dit alles niets meer overblijft, maar in hooge mate ergerlijk, dat er zoo gespot wordt met de leerstellingen, die zooveel jaren gediend hebben om alle andere kunst te bekampen en te weren, leerstellingen die nu blijken louter voorwendsels te zijn geweest. De gansche kerk in de Parkstraat wordt thans van binnen geverfd, de geheele constructie gaat met de zichtbare bouwstof verloren en de heele leer valt in duigen onder den streek der verfkwast.

De kerk vertoonde van binnen net gevoegde baksteenen, terwijl de verbindende en versierende deelen van zandsteen waren. Al wat baksteen was wordt thans gekalkt en vervolgens worden er weer . baksteenen met witte voegen op geverfd! De fraai gehouwen bladeren der kapiteelen worden verguld, waardoor materie, vorm en duidelijkheid van omtrek verdwijnen. De halfronde schaften die, zichtbaar aan de zuilen verbonden, de boogribben dragen, een zoo duidelijk constructief bestanddeel, zijn geheel geverfd en met zigzag-lijnen besmeerd, die haar functie en beteekenis geheel wegnemen. Op de bovengalerij zijn de eikenhouten deuren groen geverfd. Ten gevolge van dit alles kan men niet meer zien waaruit de kerk bestaat; alles, allergemeenst en schreeuwend geverfd - het kunstwoord daarvoor heet polychromeren - heeft een aanzien van geverfd bordpapier; alles ziet er uit even waar en echt als de beschilderde huisjes op de markt der voedingstentoonstelling. Van echt is alles decoratie, van oprechtheid leugen geworden.

Er zijn nog enkele hoekjes over die niet verknoeid zijn; men ga ze zien en het zal in het oog springen hoe afschuwelijk de gepleisterde en als een veile deern geblankette kerk er uit ziet, afstekende bij den fijnen toon en de eenvoudige natuurlijkheid der weinige nog overgebleven gedeelten. Al wat men ziet is groene rondvensters, gekleurde glazen, hard gekleurde poppen, muren en geledingen van rood, wit, groen, groene deuren, gouden kapiteelen, tezamen eene harmonie vormende, die wij tot dusver slechts aan de poffertjeskraam zagen. Ik weet van vele geachte katholieken dat zij dit met de grootste verontwaardiging aanzien. Dat dezelfde polychromische verfpotten over het Rijksmuseum te Amsterdam zijn uitgegoten, is een niet te dulden nationale ergernis; dat dit in de katholieke kerk geschiedt daartoe hebben de heeren het recht. Ik zou daar dan ook geen aanmerking op maken, ware het niet dat hieruit blijkt hoe ongegrond en onwaar de leerstellingen zijn, welke de heeren zoo hoog in hun vaan voeren. Nu zij op zoo barbaarsche wijze hun eigen beginselen verkrachten, zullen zij best doen ze niet langer buiten hun privaat gebied zoo luide in woord en daad te verkondigen.

Wij voor ons weten voortaan hoe het met de oprechtheid dier kunstleer gesteld is en verzetten ons tegen zulk een practijk, waar zij van regeeringswege wordt toegepast op openbare kunstwerken, die heeten moeten nationaal te zijn'.

Het bestuur van de kerk kocht een deel van de tuin van Societeit de Vereeniging. De kegelbaan in dit bijgebouwtje van de Vereeniging staat daardoor bijna tegen de kerk aan.
Het bestuur van de kerk kocht een deel van de tuin van Societeit de Vereeniging. De kegelbaan in dit bijgebouwtje van de Vereeniging staat daardoor bijna tegen de kerk aan.
De hoogte van het schip (ruim 17 meter) wordt geaccentueerd door de ranke met geometrische motieven beschilderde colonnetten die vanaf de grond langs de pilaren oprijzen en zich voortzetten in de ribben van de gemetselde kruisgewelven.
De hoogte van het schip (ruim 17 meter) wordt geaccentueerd door de ranke met geometrische motieven beschilderde colonnetten die vanaf de grond langs de pilaren oprijzen en zich voortzetten in de ribben van de gemetselde kruisgewelven.
In dit Jozefaltaar zijn drie in hout gesneden figuren zichtbaar.  De heilige Jozef met Jezus op de arm. Links staat een mannelijke heilige met palmtak en rechts een vrouwelijke heilige met een duif op de schouder. De predella (opstapje)  is versierd met reliefs, die de verschijning van een engel in Jozefs droom en de Vlucht naar Egypte voorstellen.
In dit Jozefaltaar zijn drie in hout gesneden figuren zichtbaar. De heilige Jozef met Jezus op de arm. Links staat een mannelijke heilige met palmtak en rechts een vrouwelijke heilige met een duif op de schouder. De predella (opstapje) is versierd met reliefs, die de verschijning van een engel in Jozefs droom en de Vlucht naar Egypte voorstellen.
Het dwarsschip van de kerk springt niet buiten de zijbeuken uit en het priesterkoor is versmald ten opzichte van het middenschip. Hierdoor konden  aan weerszijden twee ruime kapellen worden gesitueerd.
Het dwarsschip van de kerk springt niet buiten de zijbeuken uit en het priesterkoor is versmald ten opzichte van het middenschip. Hierdoor konden aan weerszijden twee ruime kapellen worden gesitueerd.
De heilige Servaas en de heilige Willibrordus.
De heilige Servaas en de heilige Willibrordus.
Alexander Klaesene schilderde in 1887  de kruiswegstaties.
Alexander Klaesene schilderde in 1887 de kruiswegstaties.
De Jacobus de Meerderekerk in 1994. Op het braakliggende terrein staat tegenwoordig het kantoorgebouw Haagsche Hof.
De Jacobus de Meerderekerk in 1994. Op het braakliggende terrein staat tegenwoordig het kantoorgebouw Haagsche Hof.
Het orgel werd in 1978 aangekocht. Dit exemplaar werd in 1889-1891 door P. J. Adema en Zonen in de kerk van 0. L. Vrouw en de H. Dominicus te Haarlem gebouwd.
Het orgel werd in 1978 aangekocht. Dit exemplaar werd in 1889-1891 door P. J. Adema en Zonen in de kerk van 0. L. Vrouw en de H. Dominicus te Haarlem gebouwd.


De naamgever van de kerk gefotografeerd in augustus 2016. Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim. Een lange mantel,  staf, maar vooral een  pelgrimsschelp op zijn borst. Deze St-Jacobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago de Compostela en als souvenirs meegenomen.
De naamgever van de kerk gefotografeerd in augustus 2016. Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim. Een lange mantel, staf, maar vooral een pelgrimsschelp op zijn borst. Deze St-Jacobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago de Compostela en als souvenirs meegenomen.
De plafonds zijn gevormd door gemetselde polychroom beschilderde kruis-ribgewelven.
De plafonds zijn gevormd door gemetselde polychroom beschilderde kruis-ribgewelven.
De rechterzijbeuk van de H. Jacobus. Dit deel van de kerk werd door middel van door Cuypers ontworpen gaskronen verlicht.
De rechterzijbeuk van de H. Jacobus. Dit deel van de kerk werd door middel van door Cuypers ontworpen gaskronen verlicht.
De toren van de Sint-Jacobus de Meerderekerk heeft een opvallend hoge punt.  De toren is 91 meter hoog.
De toren van de Sint-Jacobus de Meerderekerk heeft een opvallend hoge punt. De toren is 91 meter hoog.
Het grote orgel is grotendeels gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer P.J. Adema in 1889 voor de Spaarnekerk in Haarlem. In 1976 werd het naar de Haagse Jacobuskerk overgebracht, gerestaureerd en uitgebreid met delen van het oorspronkelijk hier aanwezige orgel, onder meer van Maarschalkerweerd uit 1902.
Het grote orgel is grotendeels gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer P.J. Adema in 1889 voor de Spaarnekerk in Haarlem. In 1976 werd het naar de Haagse Jacobuskerk overgebracht, gerestaureerd en uitgebreid met delen van het oorspronkelijk hier aanwezige orgel, onder meer van Maarschalkerweerd uit 1902.
De kerk gezien vanuit de Algemene rekenkamer aan het Lange Voorhout.
De kerk gezien vanuit de Algemene rekenkamer aan het Lange Voorhout.
De Sint-Jacobus de Meerderekerk in januari 2015.
De Sint-Jacobus de Meerderekerk in januari 2015.
De St. Jacobus de Meerderekerk in 2006. Het pleintje  werd in 1880 betegeld met een mozaïek werk van zwarte en witte stenen, in de vorm van een labyrint. Dit patroon werd in 1959 vervangen door een nieuw plaveisel.
De St. Jacobus de Meerderekerk in 2006. Het pleintje werd in 1880 betegeld met een mozaïek werk van zwarte en witte stenen, in de vorm van een labyrint. Dit patroon werd in 1959 vervangen door een nieuw plaveisel.

De pastorie en tuin van de Jacobus de Meerderekerk aan de Willemstraat.
De pastorie en tuin van de Jacobus de Meerderekerk aan de Willemstraat.


De ontwerptekening van de bekende architect Cuypers.
De ontwerptekening van de bekende architect Cuypers.
De bekende schilder Mesdag schilderde vanaf het hoogste duin van Scheveningen, het Seinpostduin, de omgeving. Op deze foto zijn de Parkstraatkerk, de Grote Kerk en de Bethelkerk aan de Heemraadslag zichtbaar. De laatste kerk werd in 1905 afgebroken.
De bekende schilder Mesdag schilderde vanaf het hoogste duin van Scheveningen, het Seinpostduin, de omgeving. Op deze foto zijn de Parkstraatkerk, de Grote Kerk en de Bethelkerk aan de Heemraadslag zichtbaar. De laatste kerk werd in 1905 afgebroken.
De restauratie van het schilderwerk van de Jacobus de Meerderekerk in 1974.
De restauratie van het schilderwerk van de Jacobus de Meerderekerk in 1974.
De Parkstraatkerk gezien vanuit het naastgelegen Rusthof.
De Parkstraatkerk gezien vanuit het naastgelegen Rusthof.
De Parkstraatkerk werd in 1974 volledig gerenoveerd.
De Parkstraatkerk werd in 1974 volledig gerenoveerd.
Het Maria-altaar met een wit-marmeren Mariabeeld.  Het beeld werd 1904 geschonken door de Aartsbroederschap van het Heilig en Onbevlekt Hart van Maria tot bekeering der zondaars. Het werd voor 4500 gulden gehouwen in het atelier van architect Cuypers.
Het Maria-altaar met een wit-marmeren Mariabeeld. Het beeld werd 1904 geschonken door de Aartsbroederschap van het Heilig en Onbevlekt Hart van Maria tot bekeering der zondaars. Het werd voor 4500 gulden gehouwen in het atelier van architect Cuypers.

 

De Parkstraatkerk gezien vanaf het Haagsche Hof.
De Parkstraatkerk gezien vanaf het Haagsche Hof.
Boven de ingang bevindt zich een Majestas Domini: een beeld van de op een troon gezeten Christus met de paradijsstromen aan zijn voeten.  Op de latei boven de deuren staat een tekst uit Johannes 10, vers 1-10, Ego sum ostium ovium' (Ik ben de deur van de schapen).
Boven de ingang bevindt zich een Majestas Domini: een beeld van de op een troon gezeten Christus met de paradijsstromen aan zijn voeten. Op de latei boven de deuren staat een tekst uit Johannes 10, vers 1-10, Ego sum ostium ovium' (Ik ben de deur van de schapen).
De Parkstraatkerk is rijk gedecoreerd.
De Parkstraatkerk is rijk gedecoreerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten diverse onderduikers op de zolder van de Jacobus de Meerderekerk ondergedoken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten diverse onderduikers op de zolder van de Jacobus de Meerderekerk ondergedoken.
Het voorplein van de kerk wordt van de Parkstraat gescheiden door een smeedijzeren hek met sierlantaarns in neogotische trant, naar het ontwerp van architect  Cuypers.
Het voorplein van de kerk wordt van de Parkstraat gescheiden door een smeedijzeren hek met sierlantaarns in neogotische trant, naar het ontwerp van architect Cuypers.
Rechts van de kerk leidt een smal pad naar de tuin aan de Willemstraat.
Rechts van de kerk leidt een smal pad naar de tuin aan de Willemstraat.
Het pleintje voor de kerk heet sinds  1 mei 2011 onofficieel het Paus Johannes Paulus II plein.
Het pleintje voor de kerk heet sinds 1 mei 2011 onofficieel het Paus Johannes Paulus II plein.