Aan de Kneuterdijk werd in 1813 een staatsgreep voorbereid die enorme invloed zou hebben op de Nederlandse geschiedenis. Gijsbert Karel van Hogendorp legde hier de grondslag voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Wilhelmina van Pruisen betaalde de opleiding van Gijsbert van Hogendorp. Hij bleef haar zijn hele leven dankbaar.
Wilhelmina van Pruisen betaalde de opleiding van Gijsbert van Hogendorp. Hij bleef haar zijn hele leven dankbaar.
Na het vertrek van de Franse troepen in 1813 vormden de Haagse heren Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum een voorlopig bestuur. Tezamen met enkele anderen spraken zij hun trouw uit aan Willem Frederik van Oranje-Nassau, de zoon van de laatste stadhouder Willem V.

Jeugd

Gijsbert Karel was een somber kind dat in een zeer welvarende omgeving opgroeide. Het sombere kind werd een sombere man met goede contacten in de betere kringen. En deze contacten waren hard nodig want Van Hogendorps vader raakte zijn vermogen kwijt in de economische crises rond 1772.

Tegelijk met zijn broer Dirk trad Gijsbert in 1773 in Pruisische dienst. Er was echter geen geld meer voor hun opleiding en daarom betaalde Wilhelmina van Pruisen (de echtgenote van stadhouder Willem V) hun opleiding aan de kadettenschool in Berlijn.

Gijsbert was een vaandrig in de Beierse successieoorlog en keerde in 1782 naar Nederland terug. Zijn moeder stelde voor om een reis te maken naar de net gestichte Verenigde Staten van Amerika.

Thomas Jefferson

Jean François Valois schilderde na het overlijden van Gijsbert Karel van Hogendorp in 1834 dit eerbetoon. In de achtergrond is  een borstbeeld zichtbaar van de vrouw van stadhouder Willem V, Wilhelmina van Pruisen.
Jean François Valois schilderde na het overlijden van Gijsbert Karel van Hogendorp in 1834 dit eerbetoon. In de achtergrond is een borstbeeld zichtbaar van de vrouw van stadhouder Willem V, Wilhelmina van Pruisen.
Gijsbert Karel genoot van zijn reis door de jonge staat, zoekende naar bestuursvormen. Hij bracht bezoeken aan het Congres, maar ook aan bijvoorbeeld Thomas Jefferson. Op voorspraak van Benjamin Franklin was hij een paar dagen te gast bij George Washington, de latere 1e president van de Verenigde Staten.

Terug in Nederland was Van Hogendorp gevormd door de Amerikaanse idealen. De fervente orangist bleef corresponderen met de Amerikaanse republikein Thomas Jefferson, een van de opstellers van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring.

Patriotten

In de crisis van de jaren 1880 kwam een nieuwe politieke groep naar voren, de burgers, die tot dan toe nauwelijks een stem hadden gehad in het lands- en stadsbestuur. Zij zagen in stadhouder Willem V van Oranje een soort dictator, en in sommige regenten zijn stromannen. Ze noemden zich de patriotten.

Van Hogendorp was een kritisch Oranje aanhanger. Hij werd nooit een echte fan van de stadhouder. Gijsbert noemde hem ‘zwak en koppig, ten prooi aan vleiers’, het hof was er een dat ‘van beuzelingen hoofdzaak maakt’.

Aan de andere kant beweerde Van Hogendorp dat de Oranjecriticus Johan van Oldenbarnevelt een misdaad tegen de staat had begaan en daarom terecht de dood verdiend had. Gijsbert werd in 1787, net zoals tweehonderd jaar eerder van Oldenbarnevelt, benoemd tot pensionaris van Rotterdam.

Op 17 januari 1795 vluchtte Stadhouder Willem V naar Engeland.
Op 17 januari 1795 vluchtte Stadhouder Willem V naar Engeland.

Bezetting

In 1793 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Nederland. Op 17 januari 1795 vluchtte Stadhouder Willem V naar Engeland. Van Hogendorp was erbij toen Willem V vanaf het Binnenhof richting Scheveningen vertrok. Dezelfde avond trokken de Fransen Den Haag binnen en Van Hogendorp raakte het jaar erop zijn baan kwijt.

Samen met zijn broer ging Gijsbert Karel van Hogendorp in niet al te succesvolle handel en schreef hij vanuit zijn buitenhuis in Beverwijk politieke opiniestukken. Na mislukte speculaties in Afrika moest hij behalve zijn woning in Amsterdam ook dit buitengoed bij Beverwijk opgeven.

Van Hogendorp woonde aan de Kneuterdijk 8. Hier werd op vier september 1913 een gedenksteen  onthuld door  H. graaf van Hogendorp onder het toeziend oog van de familie Van Limburg Stirum. De tekst luidde: Hier stond het huis waar in 1813 het herstel van 's lands onafhankelijkheid werd beraamd en geleid door Gijsbert Karel van Hogendorp'. Dit pand werd in 1922 afgebroken en vervangen door het voormalige ABN-Amro gebouw.
Van Hogendorp woonde aan de Kneuterdijk 8. Hier werd op vier september 1913 een gedenksteen onthuld door H. graaf van Hogendorp onder het toeziend oog van de familie Van Limburg Stirum. De tekst luidde: Hier stond het huis waar in 1813 het herstel van 's lands onafhankelijkheid werd beraamd en geleid door Gijsbert Karel van Hogendorp'. Dit pand werd in 1922 afgebroken en vervangen door het voormalige ABN-Amro gebouw.

Den Haag

Van Hogendorp vond zijn toevlucht in Den Haag, waar veel huizen leeg stonden. 'Ik heb eindelijk een huis gekocht in Den Haag', schreef Van Hogendorp in 1809 in het Frans in zijn dagboek. 'In een mooie wijk, groot genoeg voor mijn talrijk gezin, met een tuin en een stal: Een patriciërswoning in een prestigieuze laan, vlak naast het oude huis van (de in 1672 vermoorde) raadpensionaris Johan de Witt'. In het pand dat Van Hogendorp betrok, had ooit nog de zus van de Witt gewoond.

Napoleon

De Franse keizer Napoleon Bonaparte bracht in oktober 1811 een bezoek aan Den Haag. De stad was feestelijk verlicht en het keizerlijk paar maakte een rondrit over onder andere de Cours de l'Impatrice (Lange Vijverberg). Iedereen die er toe deed, ging bij Napoleon langs. Zoals Dirk van Hogendorp die probeerde om zijn broer Gijsbert mee te nemen. Deze weigerde echter in alle toonaarden de bezetter een blik waardig te gunnen. Gijsbert was met andere zaken bezig.

Opstand

Keizer Napoleon
Keizer Napoleon
Op de Kneuterdijk 8 schetste Gijsbert de eerste contouren voor een nieuwe grondwet.

Napoleon leed in 1812 enorme verliezen in Rusland en hij had dringend behoefte aan verse troepen. Hij rekruteerde deze bij de welgestelden. Van Hogendorp: 'Het is niet te beschrijven welk een nadeel de Fransche regeering zich met dezen maatregel der  Garde d’Honneur heeft gedaan'. Nu de aanzienlijken benadeeld werden, groeide de noodzaak tot verzet. Gijsbert begon een nieuwe grondwet te ontwerpen.

'De Franschen zijn in de war, en kunnen op het oogenblik niet om ons denken. Maken wij nu de Revolutie, zoo spoeden zich de Bondgenooten met op te marcheeren, zoo zenden ons de Engelschen alles wat wij noodig hebben, en zoo komen de Franschen te laat, als zij een weinig verademd zullen zijn. Dan is het land in staat van tegenweer en wij beginnen in het voorjaar een geregelden oorlog'.

De Fransen waren echter nog lang niet verslagen en uit voorzorg plaatste Van Hogendorp boven het stuk het jaartal 1806. Op die manier leek het op een studiestuk, een gedachten-exercitie.

Regenten

Gijsbert zocht in het diepste geheim contact met geestverwanten uit de oude Republiek. Oude regenten zoals Frans Adam van der Duyn van Maasdam en militairen zoals Leopold van Limburg Stirum kwamen met Van Hogendorp praten aan de Kneuterdijk. Dit ging echter niet zonder slag of stoot.

De instelling van het voorlopig bewind op 20 november 1813. Van Hogendorp zit aan tafel met zijn hand op de vlag.
De instelling van het voorlopig bewind op 20 november 1813. Van Hogendorp zit aan tafel met zijn hand op de vlag.
Leopold van Limburg Stirum zei bijvoorbeeld over Van Hogendorp dat hij een ‘edel en moedig hart’ had en ‘uitstekende bekwaamheid’ en ‘de uitgestrektste kennis in staatszaken’ bezat, maar ook ‘een heerszuchtige geest’ had. Anderen spraken van een ‘regeerziek karakter’.

1813

De groep opstandelingen wilde belangrijke knopen doorhakken. Hoe konden ze er voor zorgen dat Nederland opnieuw een zelfstandig land werd. Moest een stadhouder terugkomen of toch maar een nieuwe staatsvorm met een grondwet. En misschien wilde de zoon van de overleden Willem V dan koning worden?

De aanvaarding van het Voorlopig Bewind op 21 november 1813. Van links naar rechts: C=Elias Canneman,  H= Van Hogendorp,  D = Van der Duyn van Maasdam, L=Van Limburg Stirum, O= Johan Gerard van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh, H= Willem van Heynsbergen
De aanvaarding van het Voorlopig Bewind op 21 november 1813. Van links naar rechts: C=Elias Canneman, H= Van Hogendorp, D = Van der Duyn van Maasdam, L=Van Limburg Stirum, O= Johan Gerard van Oldenbarneveld genaamd Witte Tullingh, H= Willem van Heynsbergen
Toen de geallieerden de grens overstaken en de Fransen begonnen weg te trekken, brak in Amsterdam op 15 november een volksopstand uit. Twee dagen later gingen de Hagenaars met oranje lintjes de straat op. Van Hogendorp en Van Limburg Stirum wandelden op dezelfde dag met een oranje kokarde (rond lintje) naar oud-burgemeester Jan Slicher en vandaar naar Van der Duyn van Maasdam.

Op 18 november nodigde Van Hogendorp bij hem thuis aan de Kneuterdijk een grote groep oud-regenten uit. Hij wilde dat ze gezamenlijk de onafhankelijkheid zouden uitroepen. Maar de regenten durfden dat niet of wilden geen terugkeer naar de tijd van stadhouder Willem V. Twee dagen later mislukte een bijeenkomst met de patriotten ook.

Daarop lanceerden de drie dappere heren de proclamatie die ze al een tijdje klaar hadden liggen: 'Oranje Boven, Holland is vrij (...) de oude tijden keren weerom, Oranje Boven! (zie voor de volledige tekst het tabblad hieronder).

De Graaf Van Limburg Stirum werd, in naam van de prins van Oranje (die van niets wist), benoemd als ad interim Gouverneur van Den Haag. Van Hogendorp nam dit besluit in overleg met Frans van der Duyn van Maasdam, François Clement de Jonge, François Daniël Changuion, Ocker Repelaer van Driel, Johan François van Hogendorp en, uiteraard , Van Limburg Stirum zelf.

Gijsbert Karel van Hogendorp nam op 17 november 1813 in Den Haag het voortouw om te breken met het Franse bewind. Dit is een detail van het monument op Plein 1813.
Gijsbert Karel van Hogendorp nam op 17 november 1813 in Den Haag het voortouw om te breken met het Franse bewind. Dit is een detail van het monument op Plein 1813.
Op de Stadhuistoren werd de Oranjevlag uitgestoken. De prefect was het hoofd van een departement tijdens de Franse periode. Een soort Commissaris van de koning. Deze Goswin de Stassart verliet heimelijk zijn huis aan het Lange Voorhout via de achtertuin (die uitkwam in de Kazernestraat). En daarna richting het zuiden. De omwenteling was een feit.

Binnenhof

Van Hogendorp wilde de vele verbeteringen uit de Franse tijd behouden. Naar buiten verkondigde hij echter wat anders: 'De oude tijden komen wederom'. En hierbij hoorde het Binnenhof als regeringscentrum. Dit was echter niet zo logisch als het nu lijkt. In de meeste Europese landen had de regering immers zitting in de hoofdstad en waarom zou dat in Nederland anders zijn?

Machtsstrijd

Van Hogendorp stond bekend als een heerszuchtig man. Hij was een aanhanger van Oranje, maar ook een criticaster van de prins. Bij de komst van de aanstaande koning zat Van Hogendorp echter met jicht thuis en kon hij zijn zaak niet verdedigen.De prins moest daarom Van Hoogendorp gaan opzoeken aan de Kneuterdijk.

Prins Willem deed dit met grote tegenzin. Hij weigerde Van Hogendorps uitgestoken hand en overhandigde hem in plaats daarvan zijn eerste verordening. In een klap werd duidelijk wie de nieuwe baas was en hoe in het vervolg de hazen gingen lopen.

 

Koning Willem I met  de nieuwe grondwet in 1813.
Koning Willem I met de nieuwe grondwet in 1813.
Gijsbert werd in de opvolgende jaren voorzitter van de grondwetscommissie en later de vicevoorzitter van de Raad van State en lid en voorzitter van de Tweede Kamer. Hij probeerde in deze functies tevergeefs de macht van de koning te beperken. Gijsbert wilde de Staten-Generaal en de provincies een tegenwicht laten vormen tegen de macht van de vorst. Maar de koning zag meer in de opvatting dat Napoleons ‘keizerlijke constitutie voor het Nederlandse koninkrijk zou kunnen voldoen met wijziging van de namen alleen’.

Van Hogendorp werd in 1815 minister van Staat en op 20 september van dat jaar in de adelstand verheven (Graaf), maar door zijn voortdurende kritiek raakte hij deze functie echter in 1819 weer kwijt. In 1825 gaf graaf Gijsbert de strijd op en ging hij met pensioen.

Graf

Gijsbert Karel van Hogendorp overleed op 5 augustus 1834. De familie Hogendorp had in de Grote Kerk, in de noordelijke kapel (de voormalige Maria- kapel), een groot familiegraf. Tussen 1600 en 1785 werden hier negen familieleden begraven, inclusief vier mannen met de naam Gijsbert. De omlijsting van het grafschrift in vroege Lodewijk XV-stijl wordt bekroond door het familiewapen.

Bovenaan staan twee Latijnse spreuken: "Ne Iupiter quidem omnibus" (Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken) en "Sic finit gloria mundi" (Zo gaat 's werelds roem voorbij). Onderaan: Men soekt de doot te ontvlien om datse het leven blust. Het leven is een droom de doot het bedt van Rust.

Dirk van Hogendorp was de oudere broer van Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij stond jarenlang in de schaduw van zijn (vermeende) superieure broer.
Dirk van Hogendorp was de oudere broer van Gijsbert Karel van Hogendorp. Hij stond jarenlang in de schaduw van zijn (vermeende) superieure broer.
Onze Gijsbert vond hier echter niet zijn laatste rustplaats omdat vanaf 1830 begravingen in de Grote Kerk verboden waren. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Het grafnummer is A3/r4/4.

Broer Dirk

De oudere broer van Gijsbert Karel was Dirk van Hogendorp. Beiden waren in hun jeugd opgeleid in het Pruisische leger. Gijsbert was en bleef een bevlogen Orangist. Dirk was een echte soldaat. Hij koos voor het avontuur en sloot zich aan bij het leger van Napoleon. Hij bekleedde allerlei bestuursfuncties en werd zelfs minister van oorlog in Wenen.

Dirk werd in 1811 benoemd tot divisiegeneraal en adjudant van de Franse keizer Napoleon. Hij werd tevens tot graaf van het Keizerrijk verheven (comte de l'Empire). Van Hogendorp begeleidde Napoleon tijdens zijn bezoek aan o.a. Vlissingen, Utrecht, Amsterdam en Den Helder. De relatie was zo goed dat Dirk er voor koos voortaan met de naam Thierry te worden aangesproken.

Na de val van Napoleon keerde Dirk Van Hogendorp terug naar Nederland. Hij werd als een soort van landverrader beschouwd, maar probeerde toch via zijn broer een plek te vinden in het Nederlands bestuur. De koningsgezinden hielden dit echter tegen.

Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum werden in 1869 vereeuwigd op het monument Plein 1813.
Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum werden in 1869 vereeuwigd op het monument Plein 1813.
Toen Napoleon in een laatste stuiptrekking opnieuw op het punt stond Europa te veroveren, liep Dirk van Hogendorp weer over naar de vijand. Hij werd door Napoleon tot gouverneur van Nantes benoemd. Na de Slag bij Waterloo in 1815 was Napoleon definitief verslagen. Dirk kon niet meer naar zijn geboorteland terugkeren en vertrok daarom als een vrijwillige balling naar Brazilië. Napoleon liet hem in zijn testament 100.000 franc na. 

1863

In 1863 was het precies vijftig jaar geleden dat het Koninkrijk der Nederlanden gesticht werd. Dit moest herdacht worden door middel van een monument. Na veel gedoe werd dit in 1869 het monument op het Plein 1813Gijsbert Karel en de heren Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum staan op dit beeld op gelijke hoogte met de koning Willem I. Bovenop het monument waakt de Nederlandse Maagd over het land. 

Van Hogendorpstraat

In 1864 werd in de Stationsbuurt de Van Hogendorpstraat gesticht. De straat loopt parallel met de Van der Duynstraat en de Van Limburg Stirumstraat. Alle drie straten lopen vanaf de Stationsweg naar het Oranjeplein.

Halverwege de negentiende eeuw waren de leefopmstandigheden voor de arbeiders zeer slecht. Er ontstonden daarom diverse initiatieven om het leed van de werkende klasse te verlichten. Zoals de Vereeniging tot Verbetering van de Woningen der Arbeidende Klasse. Zij kocht in 1860 een stuk land waarop in 1863 32 woningen gebouwd werden. Dit was het eerste stuk van de Van Hogendorpstraat. In 1864 volgde nog eens 52 huizen.

Een hofje tussen de  Van Hogendorpstraat en de Van der Duynstraat in de jaren 1920.
Een hofje tussen de Van Hogendorpstraat en de Van der Duynstraat in de jaren 1920.
De vereniging van 1854  bezat na een paar jaar 68 woningen in de Van Hogendorpstraat en de Van der Duynstraat

Om de kosten te drukken werden vier-onder-eenkappers gebouwd. Elke woning had een voor- en een achtertuintje, maar ook een zolder. Het model was gebaseerd op de fabriekswoningen(Cité Ouvrière) van de Oost-Franse industriestad Mulhouse. Dat was de eerste arbeiderstuinstad op het Europese continent.

Deze relatief luxueuze woningen waren echter zo duur dat de armste doelgroep er niet kon wonen. De woningen werden echter populair bij  de beter betaalde arbeiders. 

De architect van de woningen won tijdens de wereldtentoonstelling van 1873 de eerste prijs. Het ontwerp werd ook in andere steden gebruikt voor arbeiderswoningen.

Details

Details

Tijdlijn van Gijsbert Karel

In 1866 verscheen de biografie van Gijsbert Karel van Hogendorp geredigeerd door "zijn jongsten, thans eenigen zoon" Hieronder beschrijft de vader zijn leven in kort.

1762 27 Oct. Geboren te Rotterdam. Ingeënt omtrent vijf jaar oud, toen iets nieuws, en nog met warme vertrekken en vermijding van de lucht. Met veel zorg opgevoed door mijne moeder.

1768. Verhuisd naar den Haag, waar mijn vader zitting nam in de gecommitteerde Raden van Holland. Mijne ouders waren veel in de groote wereld, zagen vele menschen aan huis, en ik ieerde al vroeg met dezelven omgaan. Daaronder waren vele vreemden, inzonderheid de Prinses Galitzin, geb. Gravin von Schmettau, eene bijzondere vriendin van mijne moeder. Ik ontving onderwijs van allerhande meesters, ook van mijn vader, doch meest van mijne moeder.

1773. Mijn vader vertrok naar Oost-Indië om zijn fortuin te herstellen. Mijne moeder en Prinses Galitzin, bragten mij naar Berlijn, waar ik geplaatst werd bij het kadettenkorps, door de Prinses van Oranje, echtgenoote van Prins Willem den V. Hier genoot ik vijf jaren lang allerhande onderwijs, onder anderen van den predikant Ancillon, vader van een beroemden zoon, en van den beroemden dichter Rammler, die mij zeer voortrok. Ik was veel aan huis van den Graaf van Heyden, Hollandsch gezant, alsmede bij verscheidene andere gezanten en aanzienlijke lieden van Berlijn. Toen Paul I, nog Grootvorst, een bezoek bij Frederik II aflegde, verkoos mij de Generaal von Buddenbrock uit meer dan twee honderd makkers, om den Grootvorst voor het front van het korps in het Fransch aan te spreken.

1778. De oorlog barstte uit met Oostenrijk. Ik wilde den veldtogt mede doen, en werd aan den beroemden Hertog van Brunswijk voorgesteld. Deze vond mij te jong en te zwak. Hij wilde dat ik na den veldtogt in de winterkwartieren bij hem kwam, om mij dan tot officier voor te stellen. Ik slaagde beter bij Prins Hendrik, broeder des Konings, die mij tot vaanjonker bij zijn regiment aanstelde. Zeer vermoeijende was de veldtogt, dien ik te voet moestdoen, en na denzelven nam de Prins mij op onder zijne pages.

1779. De winterkwartieren doorgebragt in Dresden, en veel omgang aan de Hoven. Met groote vriendschap behandeld door den Keurvorstelijken bibliothecaar Dassdorff, en dagelijks verkeerende in de openbare bibliotheek en de beroemde galerij van schilderijen. Vervolgens twee jaren te Berlijn doorgebragt, meestal in vrijheid en aan mij zelven overgelaten. De vriendschap en het onderwijs genoten van den geleerden Biester, toen secretaris van den Minister Zedlitz, hoofd van het openbaar onderwijs. Veel omgang met allerhande geleerden en kunstenaren. Aangehouden omgang met den Graaf van Heyden en anderen.

1781. Aangesteld door Prins Willem V tot vaandrig met rang van luitenant in de Hollandsche garde. Eene reis gedaan naar Hamburg, (Klopstock, Asmus, Busch) en vervolgens door Saxen en Pruissen naar Koningsberg om mijn oudsten broeder te bezoeken. Dagelijks verkeerd in het huis van den Graaf en Gravin von Keyserling, waar de grooten en geleerden zamenvloeiden. Kennis met den vermaarden Kant, met Hamann, met Kramer.Dantzig en Thorn bezocht. Over Leipzig en Munster naar Holland. Te Munster een dag gebleven bij de Prinses Galitzin, in gezelschap van den beroemden Flirstenberg. In den Haag de groote wereld gezien. Met moeite wederom Hollandsch geleerd. Uren doorgebragt bij den beroemden philosooph Hemsterhuis. Vriendschap met den kolonel Sandoz of Le Roy Sansdol.

1783. Eene reis gedaan naar Noord-Amerika op het eskader, dat onzen gezant van Berckel naar Philadelpbia bragt. Ons schip verlaten, schipbreuk geleden ineenorkaan, twee maanden gedobberd; met veertig man uit drie honderd vijftig gered; te Boston aangekomen en een paar maanden vertoefd.

1784. Zeven maanden in Noord-Amerika gereisd tot Annapolis toe, waar het congres vergaderd was. Aldaar veel vriendschap genoten van den president Jefferson, den secretaris Charles Thomson, den generaal Burgoyne en anderen. Eenige dagen gelogeerd bij Washington, op zijn landgoed Mount-Vernon. Over het algemeen kennis gemaakt met beroemde lieden, Hancock, Samuel Adams, generaal Clinton, Livingston, Hamilton, generaal Knox, overste Smith, Dewer, Morris, enz. enz. Teruggekomen over Engeland. Van Falmouth over Exeter naar Londen. Aldaar de eerste redevoeringen van Pitt in het Parlement, als Minister, gehoord, alsmede Fox en Sheridan. Mijn vader de te huis reize aangenomen, denkelijk met man en muis vergaan bezuiden de Kaap, doch nooit iets er van vernomen.

1785. Luitenant met rang van kapitein in de grenadiers-kompagnie van den Erfprins, heden Koning Willem I. In garnizoen te Breda, uit hoofde van den verwachten oorlog met Keizer Joseph II. Dââr, zoo als te voren in den Haag, den tijd verdeeld tusschen de groote wereld en de studiën.

1786. Op de hoogesehool van Leyden gestudeerd onder professor Pestel, en publiek gepromoveerd in de regten met de montering van de Hollandsche garde aan. Eenige maanden later de militaire dienst verlaten, uit hoofde van de groeijende partijschappen in den Staat, en om vrijelijk deel te kunnen nemen tegen de overheersching van Frankrijk en tot behoud van het Huis van Oranje. Reeds te voren in den vertrouwelijksten omgang geweest met den Graaf von Gortz, Pruissisch Staats-minister, gelast door den nieuwen Koning van Pruissen om de zaak van het Huis van Oranje en van de Prinses, zijne zuster, voor te staan. . ',.i.

1787. Naauwe betrekkingen met het Huis van Oranje, met den Engelschen ambassadeur, toen Ridder Harris, naderhand Lord Malmesbury, met den Graaf BentinckRhoon, enz. enz. Na de revolutie aangesteld door de Regering van Rotterdam tot Raad en Pensionaris van die stad. Als zoodanig in den vertrouwelijksten omgang gebleven met den nieuwen Raad-Pensionaris van de Spiegel. 1789 Mei. Getrouwd met Hester Clifford, en uit dit huwelijk gehad tien kinderen waarvan nog acht in leven. 1795. Bij den inval der Franschen en opgevolgde revolutie uit mijn ambt gevallen, met de geheele regering van het land. Een maand of drie daarna, door het overlijden van mijne schoonmoeder rijk en onafhankelijk geworden. 1796. Het groot handelshuis van mijne schoonmoeder te Amsterdam overgenomen en voortgezet. 1798. Eene reis in het noorden van Duitschland gedaan, om de vrienden van mijn handelshuis te leeren kennen.

1799. De Engelschen in Noord-Holland en digt bij mijne buitenplaats Adrichem. 1801. Verklaring aan het Staatsbewind der Bataafsche Republiek, ingevolge den vrede van Luneville. Onderaeming eener kolonisatie aan de Eaap de Goede Hoop.

1805. President van eene stedelijke commissie te Amsterdam, benoemd om een ontwerp te niaken van een armenbestuur.

1809. Amsterdam en Adrichem verlaten, om stil in den Haag te wonen en voor de opvoeding van mijne zonen te zorgen. De handelszaken had ik overgedaan aan mijn broeder Willem, en de kolonisatie aan de Kaap was te niet geloopen, zooals uitvoerig beschreven is in mijn handschrift: Lettres à mes enfants.

1812 Dec. Mijne moeder overleden aan eene beroerte.

1813. In het voorjaar blinde opstand van eenig gemeen in den Haag en bij Leyden. In den zomer mijn oudste zoon Garded'honneur. In November algemeene opstand tegen Napoleon. Provisionele regering aangenomen met den Graaf van der Duyn. Secretaris van Staat voor de buitenlandsche zaken.

1814. President van de Commissie voor de Grondwet. Secretaris van Staat en Vice-President van den Raad van State. Lid van de Ridderschap van Holland. Lid van de Staten-Generaal. Grootkruis van de Orde van den Nederlandschen Leeuw.

1815. President van de Staten-Generaal. President van de Commissie tot herziening Van de Grondwet. Bedankt voor eene plaats in de Eerste Kamer der StatenGeneraal. Benoemd in de Tweede Kamer. Minister van Staat en de eerste op de lijst van het Koninklijk Ministerie. Verheffing tot Graaf.

1816 Sept. Ontslag verzocht uit het Ministerie. Nov. Ontslag verkregen met behoud van rang en titel van Minister van Staat en met een pensioen van f 10,000. 1817. Aanstelling tot lid van de Eerste Kamer.; Met aangenomen en gebleven in de Tweede. Reis door de zuidelijke provinciën. Oppositie in de Staten-Generaal.

1818. Tweede reis door sommige provinciën.

1819. Na de sluiting van de vergadering der Staten-Generaal mijn rang en titel van Minister van Staat bij Koninklijk besluit verloren. Kort daarop door de Staten van Holland ingekozen voor de Staten-Generaal. 1821. Reis naar Parijs en Wiesbaden. Te Parijs kennis met Richelieu, Marbois, d'Argenson, Say, Jaucourt, Vitrolles. Te Wiesbaden wedergezien den Landgraaf van HessenKassel, den Hertog van Cambridge, enz. 1822. Door de Staten van Holland ingekozen voor de StatenGeneraal. Reis naar den Helder.

1825. Aan de Staten van Holland verzocht mij niet wederom te benoemen voor de Staten-Generaal, uithoofde van mijne verzwakte gezondheid.

1826 Nov. Mijne vrouw overleden. Volgens haar testament drie vierde van haar goed overgegeven aan mijne acht kinderen en een vierde in eigendom behouden, waardoor wij allen wel bezorgd zijn.

1827. Advies geschreven voor de Maatschappij van Haarlem over ingekomen verhandelingen omtrent den koophandel.

1828. Voor de Prinses van Oranje geschreven eene verhandeling over Frederik : Hendrik, om te dienen voor de jonge Prinsen. 1829 Jan. Mijne jongste dochter mcerderjarig geworden, zoodat al mijne kinderen hun eigen mcestcr zijn, en mijne zorg voor hunne opvoeding heeft plaats gemaakt voor het enkel genot van hunne liefde. Lettres sur la prosj;érité publique.

Voor mijne diensten aan den Staat heb ik de tractementen genoten, die aan de onderscheidene ambten verbonden waren. Al de commissiën heb ik om niet waargenomen.

Hetgeen mij thans in mijne rust en ambteloos leven overblijft is het volgende: 1°. de Ridderschap van Holland; 2°. de titel van Graaf; 3°. het Grootkruis; 4°. mijn pensioen. Het slot van ailes is, in zeker opzigt, ijdelheid der ijdelheden. Wij komen in eene wereld vol gebreken en verkeerdheden. Wij verlaten eene wereld vol verkeerdheden en gebreken. Oude gebreken maken plaats voor nieuwe, oude verkeerdheden voor nieuwe. Wij zien daaruit dat deze wereld niet het doel is van ons bestaan. Wij worden in dezelve voorbereid tot een nieuw leven. Wij leeren hier, dat al ons heil gelegen is in het liefhebben van God boven alles, en van onze naasten als ons zelven.

Wij zijn bestemd om volmaakt te worden in die liefde, maar brengen het hier lang niet zoo ver. Wel voorbereid zijnde zullen wij het verder brengen op een volgenden trap van ons bestaan, aan gene zijde van het graf. Daar zullen wij verkeeren in nieuwe betrekkingen, in nieuwe omstandigheden, die, zoo als de omstandigheden en betrekkingen van deze wereld, dienen zullen als middelen tot hetzelfde oogmerk. Wij zien dit alles in, van tijd tot tijd en naarmate wij ouder worden.

Wij leeren cindelijk de waarheid onderscheiden van de ijdel heid. Wij voelen ons hart afgetrokken van de eene, om zich geheel over te geven aan de andere. Deze beschouwing is de ware troost in den ouderdom. Door dezelve wordt het hart geopend tot het eenig heil. Ik ben tot ; de kennis van deze waarheid geraakt, aan de eene zijde door de ondervinding van mijn leven, aan de andere zijde door een vlijtig lezen en overdenken van het Evangelie. Door middel van mijne ondervinding heb ik de woorden van den Heiland beter leeren verstaan, en door middel van deze ben ik gekomen tot eene vastere uitkomst van mijne ondervinding.

Semi-patriottische pamflet

In de crisis van de jaren 1880 kwam een nieuwe politieke groep naar voren, de burgers, die tot dan toe nauwelijks een stem hadden gehad in het lands- en stadsbestuur. Zij zagen in stadhouder Willem V een soort dictator, en in sommige regenten zijn stromannen. Ze noemden zich de patriotten.

Gijsbert Karel van Hogendorp schreef in 1785 een pamflet waarin de stadhouder Willem V als een beschermheer tegen de adel opgevoerd werd:

De oppermagt aan éénen onder bepalingen overgeven dat zou het laatste middel zijn. Er is echter een middel en de ondervinding leert ons het nut er van laat een aangezien burger met zoodanig een gezag bekleed worden dat het zijn belang zij de zaak des volks welk geen onmiddelbaar aandeel aan het bestier heeft voor te staan, Die man de man des volks is bij ons een Stadhouder. Wij zien in de geschiedenis dat het volk bij het openstaan van het Stadhouderschap altijd gezocht heeft naar de herstelling dier waardigheid en niet berust gerust heeft tot dat dezelve hersteld was.

Die algemeene trek heeft mij de zaak nader doen overwegen en ik geloof dat ik de beweegreden gevonden heb welke het volk aanzet om in den Stadhouder zijnen beschermer tegen den geest der aristocratie te zoeken.

Het misbruik van het gezag door de aristocraten bestaat daarin, dat zij zich zelven als het ware van het volk afzonderen; dat zij zich en de hunnen het vermogen van het gezamenlijk volk willen toeëigenen. Vele ambten bezitten zij, in den koophandel zijn zij bevoorregt, van lasten bevrijden zij zich zoo veel zij kunnen; de regter durft hen niet aantasten; oorlog wordt er gevoerd en vrede gemaakt om hunnentwille, want een gering getal van Regenten heerscht eigendunkelijk en zij houden elkander de geheime belofte, van niemand hunner over iets strafwaardigs aan te spreken.

In die stilzwijgende overeenkomst ligt hun gezag, en deszelfs misbruik opgesloten. Om dit landverdervend gezag te vernietigen diende een grooter magt dan de hunne het eedgenootschap te ontbinden; maar waar is in het Gemeenebest het zegenrijk zwaard, 't welk dien gordiaanschen knoop zal ontbinden? Ware er een grootere macht dan die der aristocraten of oligarchen, zoo zoude zij zelve de landverdervende worden.

Oranje boven

Toen de Fransen Den Haag verlieten werd in het stadhuis aan de Groenmarkt een voorlopig stadsbestuur in het leven geroepen. Iets vergelijkbaars probeerde Gijsbert Karel van Hogendorp te bewerkstelligen in zijn woning aan de Kneuterdijk. De door jicht aan zijn stoel gekluisterde Gijsbert Karel, een in sociaal opzicht stroeve man, slaagde er nauwelijks in de notabelen achter zijn plannen te krijgen. Om de bevolking achter zich te krijgen vaardigde hij een proclamatie uit.

Oranje Boven!

Holland is vrij

De Bondgenooten trekken op Utrecht.

De Engelschn tvorden geroepen.

De Franschen vlugten aan alle kanten.

De zee is open.

De koophandel herleeft.

Alle partyschap heeft opgehouden.

Al het geledene is vergeeten

En vergeet.

Alle de aanzienlyken komen in de regeering.

De regeering roept den Prins Hit

Tot hooge Overheid.

Wy voegen ons by de bondgenooten

En dwingen den vyand tot vrede.

Het volk krygt een vrolijken dag

Op gemeen(' kosten,

Zonder plundering, noch mishandeling.

Elk dankt God!

De oude tyden komen wederom.

Oranje boven!

Ruzie

Van Hogendorp en de toekomstige koning konden vanaf de eerste ontmoeting op Nederlands grondgebied niet met elkaar opschieten. Van Hogendorp was door podagra (jicht) aan huis gekluisterd en wachtte ongeduldig op de prins.
„Hij hield in zijne hand een langen blikken koker, dien hij mij overgaf. Ik zeide hem, dat nu alle mijne wenschen vervuld waren, en strekte eene hand uit, in verwagting van de zijne. De hand kwam ook, maar niet ongevraagd, en het is bij die reis gebleven.
In den koker stak zijn eerste Publicatie, meestal genomen uit mijn „Holland is vrij". Ik heb dezelve nog in handen, en gis dat ik op dit oogenblik de Nederlandsche Natie verbeeldde; zoodat dit stuk als het ware het eerste maatschappelijk verdrag was tusschen Vorst en volk.
„Nu hoop ik", zeide de admiraal Melvill, „dat wij onze oude constitutie weder zullen krijgen". „Ja", riep de graaf van Stirum uit, al lachende, „en nog iets meer". Men liet den Prins alleen bij mij; hij verhaalde mij hoe het in Engeland stond, en ik gaf hem de laatste berigten van hier. Hij ging slapen in het huis van den Heer d'Escury, naast het mijne".

Engelse hoop


Lange tijd was niet duidelijk of Engeland zou helpen met het uit Nederland verdrijven van de Franse troepen. De bevolking was hier een beetje neerslachtig over. Totdat een Engelse koopman in Den Haag arriveerde. Deze werd door de bevolking voor een Engelse koerier aangezien. Hij werd naar Van Limburg Stirum begeleid die een gelegenheid zag om de bevolking een hart onder de riem te steken. De graaf verzocht de Engelse koopman om zich om te kleden in een formele Engelse dracht. De toevallige passant werd hierop aan het volk getoond dat onder luid gejuich de 'Engelse steun' accepteerde.

Documentaire

In 2014 maakte de NTR een interessante fake documentaire waarin Van Hogendorp en een aantal tijdsgenoten hun verhaal vertelden over de omwenteling van 1813. Met Gijs Scholten van Aschat.

Gijsbert van Hogendorp op een detail uit een schilderij uit 1828 van Jan Willem Pieneman.
Gijsbert van Hogendorp op een detail uit een schilderij uit 1828 van Jan Willem Pieneman.
De Prins van Oranje wordt op deze plaat van  L. Moritz ontvangen in het huis aan het Lange Voorhout van de militair gouverneur van Den Haag, Leopold van Limburg Stirum.
De Prins van Oranje wordt op deze plaat van L. Moritz ontvangen in het huis aan het Lange Voorhout van de militair gouverneur van Den Haag, Leopold van Limburg Stirum.
Bij de herdenking in 1863 werden de bustes van de drie koningen  tentoongesteld. Koning Willem II, I en III. Daaronder de namen van de Grote Drie. De beelden zijn te bewonderen in de  vitrine van de Raad van State op de hoek van de Parkstraat en de Kneuterdijk.
Bij de herdenking in 1863 werden de bustes van de drie koningen tentoongesteld. Koning Willem II, I en III. Daaronder de namen van de Grote Drie. De beelden zijn te bewonderen in de vitrine van de Raad van State op de hoek van de Parkstraat en de Kneuterdijk.
Op  vier september 1913 werd op het voormalige woonhuis van Gijsbert Karel van Hogendorp een gedenksteen onthuld. Het woonhuis is afgebroken, maar de plaquette aan de  Kneuterdijk 8 is nog steeds te bewonderen.
Op vier september 1913 werd op het voormalige woonhuis van Gijsbert Karel van Hogendorp een gedenksteen onthuld. Het woonhuis is afgebroken, maar de plaquette aan de Kneuterdijk 8 is nog steeds te bewonderen.

Stadhouder Willem V werd in 1789 geschilderd door Johann Heinrich Wilhelm Tischbein.
Stadhouder Willem V werd in 1789 geschilderd door Johann Heinrich Wilhelm Tischbein.
 
De onthulling van Monument Plein 1813 op 17 november 1869 zesenvijftig jaar nadat het Franse juk was afgeworpen. Er waren ereplaatsen ingeruimd voor de families Van Hogendorp, Van Limburg Stirum en Van der Duyn. Dit is een tekening van Johannes Jacobus Mesker.
De onthulling van Monument Plein 1813 op 17 november 1869 zesenvijftig jaar nadat het Franse juk was afgeworpen. Er waren ereplaatsen ingeruimd voor de families Van Hogendorp, Van Limburg Stirum en Van der Duyn. Dit is een tekening van Johannes Jacobus Mesker.
Honderd jaar na de herdenking van 1863 legde op 21 november 1963  burgemeester Kolfschoten een krans op het graf van Gijsbert Karel van Hogendorp.
Honderd jaar na de herdenking van 1863 legde op 21 november 1963 burgemeester Kolfschoten een krans op het graf van Gijsbert Karel van Hogendorp.

Van Hogendorpstraat op de hoek met de Stationsweg in 1933. Dit is een van weinige panden uit de Van Hogendorpstraat dat de grote sanering van de jaren 1970 overleeft heeft.
Van Hogendorpstraat op de hoek met de Stationsweg in 1933. Dit is een van weinige panden uit de Van Hogendorpstraat dat de grote sanering van de jaren 1970 overleeft heeft.
De van Hogendorpstraat in 1904. Dit deel van de straat werd in 1932 afgebroken.
De van Hogendorpstraat in 1904. Dit deel van de straat werd in 1932 afgebroken.
De Van Hogendorpstraat in 1990.
De Van Hogendorpstraat in 1990.