Aagje Deken werd in 1741 geboren bij Amstelveen en opgevoed in een deftig weeshuis. Veertig jaar later zou ze samen met haar vriendin een van de beroemdste schrijfsters van de achttiende eeuw worden. In 1933 werd in Moerwijk een straat naar Aagje vernoemd.

Aagje Deken rond 1800.
Aagje Deken rond 1800.

Leven

Weeshuis

Aagje keek met een warmte blik terug naar haar opvoeding in het weeshuis en zou hier in 1802 nog een boek over schrijven, Geschrift eener bejaarde vrouw. Ze trad in 1767 als gezelschapsdame in dienst bij de ziekelijke Maria Bosch. Hier kreeg Aagje de kans om haar ontluikende schrijverstalent te ontplooien.

Patriotten

Aan het einde van de 18e eeuw was het onrustig in Nederland. Patriotten wilden democratisering stimuleren en het absolutisme van de stadhouder Willem V stoppen. Ene Betje Wolff publiceerde felle commentaren over de regenten, en zeker het absolutisme van de stadhouder Willem V was haar een doorn in het oog. Verder was deze vrouw van de dominee zeer kritisch over de ouderwetse kerk.

Betje Wolff rond 1800.
Betje Wolff rond 1800.
Aagje dacht hier compleet anders over. Ze schreef samen met Maria Bosch een bundel met Stichtelijke Gedichten. Met daarin dichtregels als 'En leer mij needrig stil te zwijgen,/ Als 't spreeken spotternij verwekt ze noemt zich, besmet van lippen, en bidt: - bewaar de deuren van mijn mond.'

De vrome Aagje was ontstemd en zeker verontwaardigd over de felle spot van Betje Wolff en schreef haar een kritische brief. Er ontstond een drukke correspondentie, waaruit bleek dat Wolff en Deken toch niet niet zo veel van elkaar verschilden.

Aagjes andere vriendin en werkgeefster Maria overleed in 1773.

De vriendschap tussen beide vrouwen groeide en werd steeds inniger. Op 16 april 1777 schreef Betje aan Aagje: 'Vaarwel, kom spoedig, 'k wagt u reeds met ongeduld '. Aagje trok echter pas twee weken later bij Betje in toen ze hoorde dat Betjes man, de oude Adriaan Wolff, overleden was.

Erfenis

De actrice Emma Morel speelde in 1911 in een toneelbewerking van Sara Burgerhart.
De actrice Emma Morel speelde in 1911 in een toneelbewerking van Sara Burgerhart.
Aagje Deken had in de tussentijd een erfenis van een rijke neef gekregen die het mogelijk maakte in De Rijp te gaan wonen. In 1781/1782 kochten ze ‘Lommerlust’, een buitenhuis in Beverwijk.

In de tuin stond een rieten huisje, waarin ze samen hun werken schreven. Ze zouden voor de rest van hun leven bij elkaar blijven.

Haarfijn en kritisch becommentarieerden ze in hun romans de zeden van de burgerij van hun tijd. Beide dames waren vóór de verworvenheden van de Franse Revolutie en tégen het Nederland van het Huis van Oranje.

Sara Burgerhart

Beroemd werden de vriendinnen met De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1 oktober 1782), Nederlands eerste oorspronkelijke briefroman.

In Sara Burgerhart is geen verteller aan het woord, maar de personages wisselen hun belevenissen uit in brieven aan elkaar. Sara Burgerhart is net zoals Aagje Deken een wees. En Burgerhart wordt net als Betje Wolff maatschappelijk veroordeeld vanwege een liefdesrelatie.

Het thema van het boek sprak iedereen aan, de zoektocht van een jonge vrouw naar het geluk en de liefde, terwijl  de achterliggende boodschap revolutionair was: vrouwen moeten hun verstand ontwikkelen en zelfstandig keuzes maken.

Betje en Aagje woonden in de Herderinnestraat 7. Deze foto werd in 1984 gemaakt.
Betje en Aagje woonden in de Herderinnestraat 7. Deze foto werd in 1984 gemaakt.
De roman kwam in 2020 in de Canon van Nederland terecht. Deze canon geeft de vijftig belangrijkste gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis weer. 

Na Sara schreven de dames nog enkele brievenboeken, de omvangrijke Historie van den heer Willem Leevend (1784-1785) en de Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut (1793-1796). De romans beleefden in hun tijd een ongeëvenaard succes.

Frankrijk

Toen de stadhouder in 1787 de patriottenbeweging uit elkaar had geslagen, besloten de patriottische dames Nederland te verlaten.

Deken en Wolff verkochten in 1788 Lommerlust, veilden al hun boeken en prenten en vertrokken in gezelschap van een Franse vriendin naar Trévoux in Midden-Frankrijk.

Na acht jaar willen ze terug naar Nederland. Dit was door financieel wanbeleid van een zaakwaarnemer echter niet direct mogelijk. Een jaar later in de tweede helft van oktober 1797 lukte het met de hulp van een oude vriend alsnog de Bataafse Republiek (Nederland) te bereiken.

Den Haag

Betje Wollf en Aagje Deken woonden aan de Herderinnestraat 7. Dit is een van de zeer weinige Haagse panden met een authentieke trapgevel.
Betje Wollf en Aagje Deken woonden aan de Herderinnestraat 7. Dit is een van de zeer weinige Haagse panden met een authentieke trapgevel.
De dames vertrokken naar Den Haag omdat hun belangrijkste uitgever, Isaac van Cleef, hier op het Spui woonde. Bij deze uitgever verscheen eerder in 1782 de roman waarmee zij beroemd waren geworden: De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Kleef werd later een van de stichters van de Koninklijk Bibliotheek. De uitgeverij Van Cleef bestond tot 1967.

Verarmd

Het verarmde duo woonde de laatste zeven jaar van hun leven op diverse adressen in Den Haag en de vriendinnen leefden vooral van vertalingen omdat hun eigen publicaties bijna niet verkocht werden.

In oktober 1797 woonden de vriendinnen bij het Plein, op gemeubileerde kamers boven een winkel. Op 19 november lieten Wolff en Deken door notaris Cornelis van der Cocq een nieuw testament opmaken.

Aan het eind van de achttiende eeuw hield Betje Wolff nog een pleidooi om binnen de publieke staatskerk zoveel mogelijk ruimte te bieden aan andere religieuze stromingen. Het betoog had echter weinig impact. De invloed van de vriendinnen was voorbij.

Twee jaar later, in mei 1800, verhuisden ze naar het huis van koopman Hendrik Weber in de Spuistraat, waardoor ze vlak bij hun op het Spui gevestigde uitgever Isaac van Cleef kwamen te wonen.

En weer twee jaar later, in mei 1802, verhuisden Betje en Aagje voor de laatste maal. Nu naar de Herderinnestraat, nr. 437 (nu nummer 7) Ze gingen inwonen bij Jansje Teerlink, een nicht van Betje.

Betje en Aagje werden begraven op het kerkhof Ter Navolging op Scheveningen. Op 9 november 1954 was het 150 jaar geleden dat de beide dames overleden. De burgemeester van Den Haag Frans Schokking legde daarom een krans bij de gedenksteen van de dames.
Betje en Aagje werden begraven op het kerkhof Ter Navolging op Scheveningen. Op 9 november 1954 was het 150 jaar geleden dat de beide dames overleden. De burgemeester van Den Haag Frans Schokking legde daarom een krans bij de gedenksteen van de dames.
De geldzorgen werden in 1800 verlicht dankzij een erfenis. In dezelfde tijd bleek Betje echter ernstig ziek te zijn. Op 5 november 1804 overleed ze aan de gevolgen van haar ziekte. Aagje stierf opvallend genoeg negen dagen later.

Ter Navolging

De begraafplaats Ter Navolging werd in 1777 gesticht door de Zwitser Abraham Pernot, werkzaam bij het stadhouderlijk hof in Den Haag. Het was dè begraafplaats voor progressieve en verlichte burgers.

Beide vriendinnen werden op 9 en 17 november 1804 begraven op begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen (onder grafnummer 27). Betje en Aagje werden niet meer gelezen en daarna vergeten. Het graf werd daarom vijftig jaar na hun overlijden geruimd.

Vanaf 1865 raakte de letterkundige Johannes van Vloten (van de Van Vlotenstraat) in de ban van Betje en Aagje. Dit rakelde de belangstelling voor de beide dames weer op.

Monument

Enige tijd later werd de Haagse bankier D.F Scheurleer de directeur van de begraafplaats Ter Navolging. Deze fan vond een monument op zijn begraafplaats wel een goed idee en zo werd 21 oktober 1895 een memoriesteen onthuld. Klein probleem: de sterfdatum van Aagje Deken werd foutief vermeld - 17 in plaats van 14 november.

Bij de ingang van de begraafplaats is deze in de muur ingemetselde epitaaf nog te bezichtigen. Het bijna onleesbare opschrift luidt: Elizabeth Wolff geb. Bekker 24 Juli 1738-1804. 5 Nov. en Agatha Deken 10 Dec. 1741-1804..17 Nov.
Bij de ingang van de begraafplaats is deze in de muur ingemetselde epitaaf nog te bezichtigen. Het bijna onleesbare opschrift luidt: Elizabeth Wolff geb. Bekker 24 Juli 1738-1804. 5 Nov. en Agatha Deken 10 Dec. 1741-1804..17 Nov.
Bij de ingang van de begraafplaats is deze in de muur ingemetselde epitaaf nog te bezichtigen. Het opschrift luidt: Elizabeth Wolff geb. Bekker 24 Juli 1738-1804. 5 Nov. en Agatha Deken 10 Dec. 1741-1804..17 Nov.

Na de dood

Nagedachtenis

    • De hervormde predikant uit Gouda Petrus Theodorus Couperus (1722-1799) was bevriend was met Betje Wolff. Op een aan Betje Wolff en Aagje Deken gewijde tentoonstelling in Vlissingen in 1884 hing zijn portret aan de muur. Deze Couperus is een voorvader van de bekende schrijver Louis Couperus. Het schilderij was het eigendom van tante Wilhelmina en werd door de 21-jarige Louis persoonlijk bij de tentoonstelling afgeleverd.

De Aagje Dekenlaan bij huisnummer 47 uit 1997. Op de voorgrond het kunstwerk Vier Zuilen van Els de Groot.
De Aagje Dekenlaan bij huisnummer 47 uit 1997. Op de voorgrond het kunstwerk Vier Zuilen van Els de Groot.

  • Het gedeelte van Moerwijk rond de Jan Luykenlaan en de Aagje Dekenlaan werd in de jaren 1930 gebouwd in de Eskamppolder.
  • De Aagje Dekenlaan werd op 21 augustus 1933 gesticht. De bebouwing volgde echter pas aan het begin van de jaren 1950. De straat loopt van de Melis Stokelaan naar de Erasmusweg.

  • Op negen november 1954 opende het gemeentemuseum een tentoonstelling ter ere van het feit dat Betje Wolff en Aagje Deken 150 jaar eerder overleden.

  • Er zijn in Nederland ruim veertig plaatsen waar straten naar Aagje en Betje vernoemd zijn.

  • De Canon van Nederland is een lijst met de vijftig belangrijkste thema's uit de Nederlandse geschiedenis. De beroemdste roman van Betje en Aagje, Sara Burgerhart, werd in 2020 in deze Canon opgenomen.

Herderinnestraat

Betje en Aagje woonden de laatste jaren van hun leven op de Herderinnestraat nummer 7. Dit pand bestaat nog steeds en bezit een van de laatste 17e-eeuwse Haagse trapgevels (1641). De in Usselsteen opgetrokken trapgevel heeft strekken met natuurstenen sluitstenen boven de vensters, twaalf oorspronkelijke lelie-ankers en hardstenen tafels op de trappen. De winkelpui dateert van rond 1900.

 

Betje Wollf en Aagje Deken lagen samen begraven op de begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen. Het graf werd in 1854 geruimd. De gedenksteen stamt uit 1895. Het opschrift is vrijwel onleesbaar geworden. Rechts is de Antonius Abtkerk zichtbaar.
Betje Wollf en Aagje Deken lagen samen begraven op de begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen. Het graf werd in 1854 geruimd. De gedenksteen stamt uit 1895. Het opschrift is vrijwel onleesbaar geworden. Rechts is de Antonius Abtkerk zichtbaar.

Details

Details

De begraafplaats Ter Navolging werd in 1777 gesticht door de Zwitser Abraham Pernot, werkzaam bij het stadhouderlijk hof in Den Haag.
De begraafplaats Ter Navolging werd in 1777 gesticht door de Zwitser Abraham Pernot, werkzaam bij het stadhouderlijk hof in Den Haag.
Rond 1930 was Moerwijk een wijk in ontwikkeling. Op deze kaart zijn de Betje Wolffstraat (BW), de Aagje Dekenlaan en de Sara Burgerhartweg ingetekend.
Rond 1930 was Moerwijk een wijk in ontwikkeling. Op deze kaart zijn de Betje Wolffstraat (BW), de Aagje Dekenlaan en de Sara Burgerhartweg ingetekend.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven