Elisabeth Wolff-Bekker(Betje)  was een Nederlands schrijfster. Ze werd beroemd door haar samenwerking met Aagje Deken. In 1933 werd in Moerwijk een straat naar Betje vernoemd.

Betje Wolff rond 1800.
Betje Wolff rond 1800.

Leven

Rebel

Elizabeth Bekker werd in 1738 in Vlissingen geboren. Ze begon al op jonge leeftijd te schrijven en was al vroeg kritisch over het orthodoxe geloof van haar Vlissingse omgeving. Ze werd een aanhanger van de Verlichting. 

Betje werd op zeventienjarige leeftijd ‘geschaakt’ door een vaandrig en werd door deze schande besmet. De kerkenraad van Vlissingen stelde haar onder censuur en de vaandrig werd gedwongen naar Indië te vertrekken.

Dominee

Ze werd gered door Adriaan Wolff, een oudere dominee die met haar een verstandshuwelijk sloot en haar meenam naar de Beemster (Noord-Holland).  

Betje en Aagje woonden in de Herderinnestraat 7. Deze foto werd in 1984 gemaakt.
Betje en Aagje woonden in de Herderinnestraat 7. Deze foto werd in 1984 gemaakt.
Ze kreeg veel kritiek met haar felle geschriften tegen de regenten en de in haar ogen ouderwetse kerk. Eén van haar criticasters was Agatha Deken. Aagje was ontstemd over de felle spot van Betje Wolff en schreef haar een kritische brief. Er ontstond een drukke correspondentie, waaruit bleek dat Wolff en Deken qua mentaliteit helemaal niet zo veel van elkaar verschilden.

Patriotten wilden aan het einde van de 18e eeuw democratisering stimuleren en het absolutisme van de stadhouder Willem V stoppen. Betje was een rasechte Patriot, en toen de stadhouder op 21 juli 1773 Beemster bezocht, mocht Betje, als vrouw van de dominee, een gedicht voordragen.  Ze bleek echter eieren voor haar geld gekozen te hebben, want Willem V nam het gedicht welwillend in ontvangst. Zo riep ze onder andere de prins toe: ''k Weet niets van u, mijn Prins, dan goed'.

Aagje

De vriendschap tussen beide vrouwen groeide en werd steeds inniger. Toen Adriaan Wolff in 1777 overleed, besloten Wolff en Deken bij elkaar te gaan wonen. Aagje Deken had in de tussentijd ook een erfenis gekregen dat het hun mogelijk maakte in De Rijp te gaan wonen. In 1781 kochten ze ‘Lommerlust’, een buitenhuis in Beverwijk.

In de tuin stond een rieten huisje, waarin ze samen hun werken schreven. Ze zouden voor de rest van hun leven bij elkaar blijven.

De winkels aan de Sara Burgerhartweg werden in 1951 opgeleverd en op 29 november 1951  feestelijk geopend door toenmalige wethouder Jan van Aartsen (de vader van de latere burgemeester Jozias van Aartsen).
De winkels aan de Sara Burgerhartweg werden in 1951 opgeleverd en op 29 november 1951 feestelijk geopend door toenmalige wethouder Jan van Aartsen (de vader van de latere burgemeester Jozias van Aartsen).
Haarfijn en kritisch becommentarieerden  ze in hun romans de zeden van de burgerij van hun tijd. Beide dames waren vóór de verworvenheden van de Franse Revolutie en tégen het Nederland van het Huis van Oranje.

Sara Burgerhart

Beroemd werden de vriendinnen met De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782), Nederlands eerste oorspronkelijke briefroman. In Sara Burgerhart is geen verteller aan het woord. De personages wisselen hun belevenissen uit in brieven aan elkaar. Na Sara schreven zij nog enkele brievenboeken, de omvangrijke Historie van den heer Willem Leevend (1784-1785) en de Historie van mejuffrouw Cornelia Wildschut (1793-1796).

Frankrijk

Toen de stadhouder in 1787 de patriottenbeweging uit elkaar had geslagen, besloten de patriottische dames Nederland te verlaten.

Betje en Aagje werden begraven op het kerkhof Ter Navolging op Scheveningen. Op 9 november 1954 was het 150 jaar geleden dat de beide dames overleden. De burgemeester van Den Haag Frans Schokking legde daarom een krans bij de gedenksteen van de dames.
Betje en Aagje werden begraven op het kerkhof Ter Navolging op Scheveningen. Op 9 november 1954 was het 150 jaar geleden dat de beide dames overleden. De burgemeester van Den Haag Frans Schokking legde daarom een krans bij de gedenksteen van de dames.
Ze verkochten in 1788 Lommerlust, veilden al hun boeken en prenten en vertrokken in gezelschap van een Franse vriendin naar Trévoux in Midden-Frankrijk. Na acht jaar willen ze terug naar Nederland. Dit was door financieel wanbeleid van een zaakwaarnemer echter niet direct mogelijk. Een jaar later lukte het met de hulp van een oude vriend alsnog de Bataafse Republiek (Nederland) te bereiken.

Den Haag

Het duo woonde de laatste zeven jaar van hun leven op diverse adressen in Den Haag en de vriendinnen leefden vooral van vertalingen omdat hun eigen publicaties bijna niet verkocht werden.

Aan het eind van de achttiende eeuw hield Betje Wolff nog een pleidooi om binnen de publieke staatskerk zoveel mogelijk ruimte te bieden aan andere religieuze stromingen. De invloed van de vriendinnen was echter voorbij. Ze verhuisden naar hun laatste woning aan de Herderinnestraat nummer 7. 

De geldzorgen werden in 1800 verlicht dankzij een erfenis. In dezelfde tijd bleek Betje echter ernstig ziek te zijn. Op 5 november 1804 overleed ze aan de gevolgen van haar ziekte. Haar levensgezel stierf opvallend genoeg negen dagen later.

Ter Navolging

Beiden werden begraven op begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen (onder grafnummer 27). Betje en Aagje werden niet meer gelezen en daarna vergeten. Het graf werd daarom vijftig jaar na hun overlijden geruimd. 

Vanaf 1865 raakte de letterkundige Johannes van Vloten (van de Van Vlotenstraat) in de ban van Betje en Aagje. Dit rakelde de belangstelling voor de beide dames weer op. Enige tijd later werd de Haagse bankier D.F Scheurleer de directeur van de begraafplaats Ter Navolging. Deze fan vond een monument op zijn begraafplaats wel een goed idee en zo werd 21 oktober 1895 een memoriesteen onthuld. Klein probleem: de sterfdatum van Aagje Deken werd foutief vermeld - 17 in plaats van 14 november. 

Bij de ingang van de begraafplaats is deze in de muur ingemetselde epitaaf nog te bezichtigen.

Nagedachtenis

  • Het gedeelte van Moerwijk rond de Jan Luykenlaan en de Betje Wolffstraat werd in de jaren 1930 gebouwd in de Eskamppolder
  • De Betje Wolffstraat werd op 21 augustus 1933 gesticht. De bebouwing volgde echter pas aan het begin van de jaren 1950. De straat loopt van de Melis Stokelaan naar de Erasmusweg
  • De buurtwinkels werden in 1951 opgeleverd en op negentien november 1951 feestelijk geopend door toenmalige wethouder J. van Aartsen.
  • Op negen november 1954 opende het gemeentemuseum een tentoonstelling ter ere van het feit dat Betje Wolff en Aagje Deken 150 jaar eerder overleden.
    Op twaalf oktober 1957 werd de Betje Wolffbrug (over de Korte Laak op de Erasmusweg) officieel in gebruik gesteld. De actrice Coba Kelling (uit Swiebertje), verkleed als Betje Wolff, knipte het lintje door.
    Op twaalf oktober 1957 werd de Betje Wolffbrug (over de Korte Laak op de Erasmusweg) officieel in gebruik gesteld. De actrice Coba Kelling (uit Swiebertje), verkleed als Betje Wolff, knipte het lintje door.
  • Op twaalf oktober 1957 werd de Betje Wolffbrug (over de Korte Laak op de Erasmusweg) officieel in gebruik gesteld. De actrice Coba Kelling (uit Swiebertje), verkleed als Betje Wolff, knipte het lintje door.
  • Op vijf november 2004, op het uur af 200 jaar na de dood van Betje Wolff ,bracht de schrijver Kees 't Hart om 13.30 uur op de begraafplaats Ter Navolging een ode aan de schrijfster.

Herderinnestraat

Betje en Aagje woonden de laatste jaren van hun leven op de Herderinnestraat nummer 7. Dit pand bestaat nog steeds en  bezit een van de laatste 17e-eeuwse Haagse trapgevels (1641).  

Details

Details

Betje Wollf en Aagje Deken woonden aan de Herderinnestraat 7. Dit is een van de zeer weinige Haagse panden met een authentieke trapgevel.
Betje Wollf en Aagje Deken woonden aan de Herderinnestraat 7. Dit is een van de zeer weinige Haagse panden met een authentieke trapgevel.
De Betje Wolffstraat in 1954.
De Betje Wolffstraat in 1954.
De Betje Wolffstraat op de hoek met de Erasmusweg in 1954. Achter de pilaren bevinden zich de winkels.
De Betje Wolffstraat op de hoek met de Erasmusweg in 1954. Achter de pilaren bevinden zich de winkels.
Betje Wollf en Aagje Deken lagen samen begraven op de begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen. Het graf werd in 1854 geruimd. De gedenksteen stamt uit 1895. Het opschrift is vrijwel onleesbaar geworden. Rechts is de Antonius Abtkerk zichtbaar.
Betje Wollf en Aagje Deken lagen samen begraven op de begraafplaats Ter Navolging op Scheveningen. Het graf werd in 1854 geruimd. De gedenksteen stamt uit 1895. Het opschrift is vrijwel onleesbaar geworden. Rechts is de Antonius Abtkerk zichtbaar.
Rond 1930 was Moerwijk een wijk in ontwikkeling. Op deze kaart zijn de Betje Wolffstraat (BW), de Aagje Dekenlaan en de Sara Burgerhartweg ingetekend.
Rond 1930 was Moerwijk een wijk in ontwikkeling. Op deze kaart zijn de Betje Wolffstraat (BW), de Aagje Dekenlaan en de Sara Burgerhartweg ingetekend.
Het moderne interieur van een woning in de Betje Wolffstraat. De foto werd rond 1955 gemaakt.
Het moderne interieur van een woning in de Betje Wolffstraat. De foto werd rond 1955 gemaakt.
De Betje Wolffbrug in 1980,
De Betje Wolffbrug in 1980,
De herkenbare Moerwijk bouw uit 1951. Dit is het begin van de Betje Wolffstraat, bij de Melis Stokelaan.
De herkenbare Moerwijkbouw uit 1951. Dit is het begin van de Betje Wolffstraat, bij de Melis Stokelaan.

 

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven