Artikelindex

Alexandrine Pieternella Françoise (17-10-1835 – 2-8-1869) die liefkozend Alexine genoemd werd, was het enige kind uit het huwelijk van jonkvrouw Henriëtte van Capellen en diplomaat en ondernemer Philip Tinne. De familie Tinne woonde eerst op Herengracht 17 en later verhuisden zij naar het Lange Voorhout 32. Toen hij in 1844 stierf, liet hij zijn vrouw en enige dochter een fortuin na dat hen een levenslange onafhankelijkheid garandeerde.

Alexine Tinne in 1858.
Alexine Tinne in 1858.

Op vakantie

De dames Tinne wisten goed de weg binnen de hoogste Haagse kringen, maar eigenlijk hadden ze een afkeer van het deftige en bekrompen Den Haag, dat hen te veel in hun bewegingsvrijheid belemmerde. En dankzij hun reusachtige vermogen hoefden ze zich niet te conformeren aan wie dan ook.

In de zeventiende eeuw kwam de edukatieve reis in zwang. Een ieder die een eerste klas opvoeding en opleiding ontving, kon deze pas als voltooid beschouwen, wanneer hij een reis had gemaakt door de verschillende landen van Europa. In de achtiende en negentiende eeuw verwaterden deze opleidingsreizen steeds meer tot toeristische uitstapjes voor de happy few. En deze reisjes waren een kolfje naar de hand van Alexine die niets liever wilde dan de wereld zien. Begeleid door haar moeder en heel veel personeel reisde ze Europa af. 

Teruggekomen van een Scandinavische reis werd het echter hoog tijd om Alexandrine aan de man te brengen, Ze was immers al negentien en een huwelijk zou haar ongetwijfeld meer aan huis en haard binden. Die pogingen werkten echter averechts. Ze ging steeds meer de verplichte soirees ontwijken en dook in de literatuur die verre landen beschreef.

In de negentiende eeuw was het verzamelen en het laten zien van reis souvenirs een belangrijke sociale gebeurtenis. De elite kon er mee laten zien, hoe geleerd en belangrijk men was. Het was ook een manier om 'op reis' te gaan: door de voorwerpen te bekijken kreeg men een indruk van andere culturen en beschavingen. Verder werden er boeken uitgegeven, bedoeld voor de reizigers naar relatief onbekende gebieden. Een boek kon lange historische inleidingen over een land en zijn heersers hebben. Er waren echter ook heel veel praktische wenken, zoals wat men allemaal mee moest nemen en wat wel en wat niet geoorloofd was. Dit werd aangevuld met prijzen en aanbevelingen van hotels en een handleiding voor het huren van boten, paarden en bedienden. Al deze informatie wakkerde de reislust van Alexine nog meer aan. 

In 1856 en 1957 maakten Alexandrine en haar moeder een tocht langs de Nijl, reisden ze door het Heilige land, Syrie en Libanon en maakten daarna weer een tocht langs de Nijl. Al tijdens haar eerste reis naar Egypte had Alexine het verlangen geuit nog verder de Nijl op te varen en Khartoem te bereiken. Maar eerst gingen moeder en dochter terug naar Den Haag.

Het tolhuis aan het begin van de Scheveningseweg gefotografeerd in 1861 door Alexine Tinne.
Het tolhuis aan het begin van de Scheveningseweg gefotografeerd in 1861 door Alexine Tinne.

Haagse Fotografie

Alexine was altijd in voor iets nieuws. Een aantal jaren eerder was de fotografie uitgevonden en zij vond hier in een mooi tijdsverdrijf. Voor de Hagenaars was het waarschijnlijk een opzienbarende ervaring. De fotografie was nog relatief onbekend en om er een vrouw in het openbaar mee bezig te zien, was niet alleen in het keurige Den Haag opzienbarend. 

Fotografie was in die tijd nog geen gemakkelijke hobby. En Alexine had er zeker problemen mee. Ze schreef aan haar nichtje: 'car je photographe moi-meme maintenant et les tribulations que cela donne sont quelquechose d'incroyables.' Alexandrine en haar moeder maakten meestal gebruik van een soort verbasterd Frans, dat door spottende tijdgenoten Haguois werd genoemd en dat in Haagse kringen in die jaren algemeen gebruikelijk was. 

Alexandrine werd geïnstrueerd door de bekende Haagse fotograaf Maurits Verveer. Zij maakte haar foto's en werkte ze af met behulp van een donkere kamer, die in een koets was gemonteerd. Tinne liet koetsier en palfrenier de zware negatieven (36x45 cm) behandelen. Misschien waren de Haagse foto's voor Alexine wel een oefening voor het fotograferen op reis, inclusief de inzet van een rijdende donkere kamer.

Alexine en haar moeder in 1860. Henriëtte Tinne was de hofdame van koningin Sophie (de eerste echtgenote van koning Willem III).
Alexine en haar moeder in 1860. Henriëtte Tinne was de hofdame van koningin Sophie (de eerste echtgenote van koning Willem III).
In 1861 hadden de Tinne's nieuwe reisplannen gesmeed. Op 5 september schonk Alexine daarom vierentwintig foto's aan de Vereeniging ter beoefening van de geschiedenis der Stad 's Gravenhage en was ze klaar voor haar grootste avontuur. Deze collectie is later overgegaan naar het Gemeentearchief van Den Haag  en behoren nog altijd tot de meest waardevolle basis van de historische fotocollectie van de gemeente.

Op reis

En toen was het zover. Alexine en haar moeder werden op hun volgende reis vergezeld door Adriana van Capellen, ‘tante Addy’, de jongere zuster van moeder Henriette. Soedan, letterlijk “het land van de zwarten”, was door ziektes als malaria en tropenkoorts een gevaarlijke bestemming. Bovendien werd er nog op grote schaal gehandeld in slaven.

De familie Tinne was avontuurlijk ingesteld, maar ook aan de nodige luxe gewend. Ze nam dan ook de nodige reiskoffers mee. Voor een van de expedities waren nodig: zes boten, waaronder een stoomboot voor totaal 150 reizigers met hun bagage. Toen zij vanaf de laatste haven van de Bahr-al-Ghazal rivier, Meshra el Rek, te voet verder gingen, waren een paar honderd dragers nodig om al deze bagage mee te sjouwen. 

Henriëtte schreef: "Alexandrine heeft een draagbed met een baldakijn om de zon tegen te houden en met een matras zodat ze heel comfortabel kan rusten en vaak een verfrissend slaapje doet. Ik heb een stoel. We worden elk gedragen door vier negers. We hebben er elk twaalf, zodat ze om beurten kunnen uitrusten. We hebben nu 120 negers voor onze persoonlijke bagage".

Verder hadden ze talloze cadeaus bij zich voor de lokale heersers die ze onderweg wilde bezoeken, van fietsen tot kanonnen. 

De bemanning van het schip De Meeuw trok met Tinne de woestijn door. Deze foto werd in een studio gemaakt.
De bemanning van het schip De Meeuw trok met Tinne de woestijn door. Deze foto werd in een studio gemaakt.
In 1862 vertrokken de vrouwen naar Khartoum en vandaar de Witte Nijl op tot Gondokoro. In 1863 werd een tocht langs de Bahr al Ghazal (een zijrivier van de Witte Nijl) ondernomen met de Duitse ontdekkingsreizigers Von Heuglin en Steudner. Op deze reis sloeg in de vierde maand het noodlot toe. De groep werd voordurend geteisterd door koorts en buikloop. Moeder Henriette stierf plotseling na een ziekte van slechts enkele dagen op vijfenzestigjarige leeftijd. Ook Steudner overleed.

Alexandrine liet de expeditie rechtsomkeert maken en onder een opeenvolging van tegenslagen - ook de trouwe Haagse bedienden Flora en Anna stierven onderweg - bereikten de overgeblevenen Khartoem weer. Tante Addy overleed in 1864 in Khartoem kort nadat Alexine was terug gekeerd.

Zonder moeder was Alexandrine stuurloos en haar familie in Nederland gaf te kennen dat zij Alexine als schuldige van de dood van haar moeder en tante zagen. Zij vond dat waarschijnlijk ook en dat was waarschijnlijk de reden dat ze niet meer terug wilde naar Den Haag.  Ze besloot daarmee in Afrika te blijven. Alexine's halfbroer John kwam naar Egypte om zijn halfzusje, een bleke schim van haar vroegere zelf, mee te nemen. Zonder succes. De Haagse zwerfster op stand dobberde maar wat rond, op zee en in haar eigen leven.

De moord op Alexine Tinne werd breeduit in de kranten uitgemeten. De verhalen werden geïllustreerd met fantasie tekeningen zoals deze.
De moord op Alexine Tinne werd breeduit in de kranten uitgemeten. De verhalen werden geïllustreerd met fantasie tekeningen zoals deze.
Vermoeid door haar schuldgevoel duurde het tot 1866 voordat zij weer op reis ging. Dit keer met een gehuurd schip naar Toulon om haar eigen kotter, De Meeuw, met Nederlandse bemanning op te halen. Alexine wilde graag de geheimzinnige Toearegstam bezoeken, waarvan de mannen gesluierd waren en de vrouwen niet. Op haar tweede poging in 1869 lukte het haar hun vorst Ichnoechen te ontmoeten. Enige tijd later werd ze door dezelfde Toareags, die uit waren op haar geld, bij Moerzoek vermoord. 

Na de dood

Al tijdens haar leven genoot Alexine Tinne internationale bekendheid en werd zij erkend als een belangrijke ontdekkingsreiziger. De nog beroemdere ontdekkingsreiziger David Livingstone schreef over haar: "Maar toch wordt niemand door mij hoger aangeslagen dan de Nederlandse dame, mejuffrouw Tinne, die na de zwaarste huiselijke rampspoeden, op grootse wijze volhardde, dwars tegen alle moeilijkheden in". Alexine dacht daar echter anders over: "Ik acht mij niet in

De avonturen van Alexine werden in diverse kranten gebagatelliseerd . Dit is een stukje uit de Javabode uit 1869.
De avonturen van Alexine werden in diverse kranten gebagatelliseerd . Dit is een stukje uit de Javabode uit 1869.
staat daartoe, het gaat werkelijk mijn krachten te boven om de aantekeningen te maken die nodig zouden zijn. Bovendien weet u dat mijn arme moeder en ik deze reis werkelijk niet ondernomen hebben om beroemd te worden en ook niet om de aandacht te trekken, maar eenvoudig als toeristen, voor ons eigen genoegen."

Na Alexandrines vroege dood onder mysterieuze en toch wel romantische omstandigheden gooiden vele negentiende-eeuwse schrijvers alle remmen los. Daardoor kan men in de internationale Tinne-literatuur Alexandrine terugvinden als beroemd en onvervaard ontdekkingsreizigster, als strijdster voor de emancipatie van de vrouw, als verkondigster van het christelijk geloof, als Florence Nightingale onder de choleralijders, als bestrijdster van de slavenhandel, en als wetenschappelijk onderzoekster van grote bekwaamheid. 

In tegenstelling tot haar moeder en tante, die uiteindelijk rust vonden op de Haagse begraafplaats Eik en Duinen, zijn Alexandrines stoffelijke resten in haar geliefde Afrika achtergebleven.

In 1869, waarin abrupt een einde kwam aan het individuele toerisme van Alexine Tinne, maakte in Afrika een geheel nieuw soort toerisme zijn opwachting: de groepsreis. De Engelsman Thomas Cook was de bedenker en organisator.

De Engelse kerk aan de Van Den Boschstraat in 1902.
De Engelse kerk aan de Van Den Boschstraat in 1902.

Monument

Geschokt door het lot van zijn geliefde halfzuster besloot de welvarende, inmiddels verengelste koopman John Tinne, een stenen kerk te bouwen als monument voor haar nagedachtenis en die van zijn grootvader en vader.

Tinne was op 16 februari 1872 succesvol met de koop van het buiten van W.H. van Zanten. Op deze kort tevoren gesloopte buitenplaats, een creatie van de 17de-eeuwse krijgsman Karel van der Noot, werd de Engelse kerk neergezet. De voornamen van zijn voorouders vormden de officiele naam; de Church of St. John and St. Philip.  Het kerkje kwam op de kruising van de 1e Van den Boschstraat en de 3e Van den Boschstraat te staan, in die tijd aan de rand van de stad. De kerk werd tijdens het Engelse bombardement in 1945 vernield.  

Enige tijd geleden werd voorgesteld om het tramviaduct over de Utrechtsebaan Alexandrine Tinne-viaduct te noemen. Dit voorstel haalde het echter niet. 

Alexine

Alexine bracht ruim de helft van haar leven in Den Haag door. Haar Europese reizen namen bijna vijf jaar in beslag. Ze woonde elf jaar buiten Europa, waarvan acht jaar in Afrika.

In 1857 opende Maurits Verveer in de Wagenstraat een 'photographisch atelier'. Vele schrijvers, wetenschappers en leden van de koninklijke familie hebben voor hem geposeerd. Alexine en haar stalknecht Erkelens poseerden in 1860 in de manege in de Kazernestraat.
In 1857 opende Maurits Verveer in de Wagenstraat een 'photographisch atelier'. Vele schrijvers, wetenschappers en leden van de koninklijke familie hebben voor hem geposeerd. Alexine en haar stalknecht Erkelens poseerden in 1860 in de manege in de Kazernestraat.
Alexine Tinne, Henriëtte Tinne-van Capellen en Jetty Hora Siccama te Parijs.
Alexine Tinne, Henriëtte Tinne-van Capellen en Jetty Hora Siccama te Parijs.
Een pagina uit de Plantae Tinneanae.
Een pagina uit de Plantae Tinneanae.
Alexine's nicht Jetty Hora Siccama kwam na Alexine's dood in het bezit van de laatste foto's van Alexine. Zoals deze welke werd genomen in Algiers in 1867. Jetty schonk de foto's  vlak voor haar dood in 1924 aan het Rijksarchief in Den Haag.
Alexine's nicht Jetty Hora Siccama kwam na Alexine's dood in het bezit van de laatste foto's van Alexine. Zoals deze welke werd genomen in Algiers in 1867. Jetty schonk de foto's vlak voor haar dood in 1924 aan het Rijksarchief in Den Haag.
Vader Tinne overleed in 1844, toen Alexine acht jaar oud was.
Vader Tinne overleed in 1844, toen Alexine acht jaar oud was.
Henriëtte Tinne was al drieënzestig toen ze samen met haar dochter plannen maakte voor een Afrika reis. De laatste avond van haar leven in Den Haag bracht Henriëtte door in het Huis ten Bosch als gast van de koninklijke familie.
Henriëtte Tinne was al drieënzestig toen ze samen met haar dochter plannen maakte voor een Afrika reis. De laatste avond van haar leven in Den Haag bracht Henriëtte door in het Huis ten Bosch als gast van de koninklijke familie.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven