Daar waar groepen mensen bij elkaar gaan wonen, ontstaat behoefte aan orde, gezag en een bijbehorende gevangenis. In een overwegend met hout bebouwde omgeving werd een stenen gevangenis een Steen genoemd.

Deze plaat uit 1795 laat zien dat de doorgang van de grafelijke grond naar het dorp Den Haag via de Voorpoort van den Hove liep (de Gevangenpoort).
Deze plaat uit 1795 laat zien dat de doorgang van de grafelijke grond naar het dorp Den Haag via de Voorpoort van den Hove liep (de Gevangenpoort).

Ingewikkeld

Den Haag was lange tijd gesplitst in een grafelijk deel (het Hof van Holland) en het dorp Die Haghe. Beiden met een eigen grondgebied en een eigen rechtspraak. Iedere instantie had haar eigen politie. De dienaren of dienders van het Hof stonden onder de drossaard van den Hove, die van die Haghe onder de baljuw of schout. Het dorpje Die Haghe was in de 14e en 15e eeuw echter zo klein dat het zich geen gevangenis kon veroorloven.

Tussen 1320 en 1433 was de 'Inderste Poort' tussen Binnen- en Buitenhof als huis van bewaring in gebruik.

De poort tussen het grafelijk gebied en het dorp werd echter permanent bewaakt. Omdat de bewaking toch al aanwezig was, werd in 1420 boven en naast deze poort, de Voorpoort van den Hove, een gevangenis ingericht. Dit is de huidige Gevangenpoort waarin de zware criminelen terechtkwamen.

Een romantische blijk op de Voorpoort (de Gevangenpoort). Een wandelaar die in voorgaande eeuwen door de poort liep kwam uit op de Plaats in het dorp Den Haag.  Johannes van der Drift schilderde dit tafereeltje in 1830.
Een romantische blijk op de Voorpoort (de Gevangenpoort). Een wandelaar die in voorgaande eeuwen door de poort liep kwam uit op de Plaats in het dorp Den Haag. Johannes van der Drift schilderde dit tafereeltje in 1830.
Steen

Er was echter ook behoefte aan een gevangenis waarin 'lediggangers, nachtloopers en vagebonden' opgesloten konden worden. Dit stenen gebouw werd de Steen genoemd en vanaf 1353 is bekend dat de 'steenwaerder' de Steen op het Nederhof (Buitenhof) bewaakte. Dit stenen gebouw bevond zich op de plek van de huidige bioscoop Pathé-Cineac op het Buitenhof.

De graaf had in die tijd het beheer over de 'Steenen' uitbesteed aan de baljuw van Rijn- en Woerderland. Deze beheerde rond 1371 de Steenen van Leiden, Oudewater, Woerden en Den Haag.

Uit stukken van 1563, 1601 en 1641 blijkt dat het gebouw zeer klein was. Twee vierkante torengebouwen, met daar tussenin een grote poort rooiende van zuid naar noord.

Het Buitenhof was net zoals het Binnenhof eigendom van de graaf.

De Steen werd dus gebruikt als een gevanckenisse aldaer de bailluw van Den Haigc voirtyts gevangenen te leggen plach, soo bisinnige als petulante buyrluydenkinderen vander Hage'. Of te wel: ´bedelaers die onder den dekmantel van aalmoezen te bidden langs der goede luiden deuren, dikwijls den tijd en gelegentheid der plaatsen bespiedende hunne klauwen komen te slaen in een anders goed, zich alzoo uit de gedaante van jammerlijke bedelaars in slepende roofvogels en grijpende wolven veranderende en die voor den fijt van 8 dagen geleyt werden in den Diefsteen te water en te broede´.

Restaurant Des Deux Villes aan het Buitenhof in 1929.
Restaurant Des Deux Villes aan het Buitenhof in 1929.
In 1445 werd de gevangenis voor het eerst Diefsteen genoemd (in plaats van Steen).

De gevangenis was echter niet bedoeld om gevangenen langdurig in op te sluiten. Daar was de inrichting te klein voor.

Een verdachte werd tijdelijk opgesloten in de Diefsteen en verhoord en gevonnist door de raadsheren van het Hof van Holland (de grafelijke rechtbank) of door de schepenen van de vierschaar (de Haagse rechtbank).

Veroordeelden werden nooit tot een langdurige gevangenisstraf veroordeeld. De gedetineerde kreeg een boete, een lijfstraf, of erger.

Cadeau

Het Buitenhof in december 2019. Op de plek waar nu links het grote gebouw (Pathé) staat, bevond zich sinds de veertiende eeuw de gevangenis de Diefsteen.
Het Buitenhof in december 2019. Op de plek waar nu links het grote gebouw (Pathé) staat, bevond zich sinds de veertiende eeuw de gevangenis de Diefsteen.
Het dorp Den Haag was in de zestiende eeuw nog zo armlastig dat het zich nog steeds geen eigen gevangenis kon veroorloven. De heerser over Nederland, de Spaanse Filips II, schonk daarom op 22 november 1556 de Diefsteen aan het bestuur van Den Haag om 'daer off een gevangenisse te doen maecken.' De Gevangenpoort bleef het eigendom van de graaf (zeg maar Rijksoverheid).

De gemeente Den Haag twijfelde echter of ze dit geschenk, een vervallen huysinghe, moest aannemen.

De Diefsteen bevond zich immers op grafelijk gebied en daarmee kreeg het Haagse bestuur niet het volledige beheer over het gebouw. Verder ontbrak een verhoorkamer waardoor gevangenen 'met groote moeyte' naar de vierschaar in het stadhuis moesten worden overgebracht. De magistraat besloot daarom geen geld te besteden aan een grote en dure verbouwing.

De ingang van Hotel de Twee Steden in 1921.
De ingang van Hotel de Twee Steden in 1921.

Nieuwe bestemmingen

Het bouwval werd in 1613 verkocht aan Jan Pietersz. van Ree die het gebouw liet afbreken. Met de opbrengst wilde de Haagse overheid een nieuwe gevangenis bij het stadhuis op het Kerkplein laten bouwen (wat uiteindelijk niet door ging).

Het erf en de bijna geheel gesloopte Diefsteen werden daarna bij onwillig decreet van 5 maart 1618 voor 600,- verkocht aan Cornelis Flory, Procureur van de Hove van Holland, optredende voor de Haagse Magistraat, die dus opnieuw de eigenaar van de grond werd.

Heyndricx Doudins (Hendrik Doudijns) omzeilde een half jaar later alle beperkingen en kocht niet alleen de grond van de Diefsteen maar ook de grafelijk grond voor de voormalige Diefsteen. Hij liet in 1619 een nieuwe huysinge neerzetten.

Deze woning ging in 1641 over op Johan Doudijns, de burgemeester van 's-Gravenhage. De zoon van Johan is de schilder Willem Doedijns, de naamgever van de Doedijnsstraat

In 1665, vestigde zich hier het logement der gecommitteerden ter Algemene Staten van de Noord-Hollandsche steden Alkmaar en Enkhuizen.

Halverwege de negentiende eeuw bevond zich hier de chocoladefabriek van Caillou en van Kempen.

Op de gevel van de bioscoop Pathé-Buitenhof is nog steeds de naam zichtbaar van het restaurant dat hier tot 1935 gevestigd was, Restaurant De Twee Steden.
Op de gevel van de bioscoop Pathé-Buitenhof is nog steeds de naam zichtbaar van het restaurant dat hier tot 1935 gevestigd was, Restaurant De Twee Steden.
In 1903 werd dit naastliggend pand gekocht en het complex verbouwd tot Restaurant Des Deux Villes / Restaurant De Twee Steden.

Vanaf 1935 werden en worden op deze plek films vertoond in de bioscoop Cineac.

Details

Details

Overdracht Diefsteen

In de oude Haagse archieven bevindt zich een regestenlijst. Dit is de beknopte inhoudsopgave van stukken in het archief. Hierin werd de overdracht van de Diefsteen beschreven.

De regeerders van Den Haag requestreren aan de stadhouder en capiteyn-generael van Holland de Heer van Beveren van der Vere, etc. om hen te willen accorderen de gift van de oude vervallen huizinge, genaamd de Diefsteen staande beneden den Hove, en een gevangenis placht te wezen, waar de baljuw van Den Haag vroeger zijn gevangenen placht te leggen, dat nu al 14 of 15 jaar vervallen staat, op zich nemende de persoon, die van de stadhouder eertijds de bewoning gekregen heeft volkomen genoegdoening te geven. Met toestemmend appointement van de stadhouder Maximiliaan van Bourgondië, Heer van Beveren van der Vere.

Cornelis van Aicken en Symon van der Does, schepenen in Den Haag, oorkonden, dat Margritte Willemsdochter, wed. van Joris Craenbout, in leven deurwaarder van den Hove van Holland, met Adriaen Benninck haar gekoren voogd, verklaarde te hebben verkocht ten behoeve van het corpus van Den Haag, krachtens goedkeuring van de stadhouder, de huizinge en bewoninge van 'de Diefsteen' in zulker voege als haar die vroeger door de stadhouders van Holland gegund en gegeven is.

Filips, Koning van Castilië etc., schenkt aan de regeerders van de vrijheid van den Haighe een oude en vervallen huizinge, staande op het benedenhof, genaamd 'de Diefsteen' om daar een gevangenis te doen maken teneinde daar de 'buyrluyden kinderen van den Haige', krankzinnigen, opstandigen, ende die van quaden ende zoberen regimente zijn gevangen te kunnen zetten.