De Archipelbuurt, ook wel Indische Buurt genoemd, is een wijk in het centrum van Den Haag, en ligt tussen Willemspark en de Scheveningse Bosjes. De Archipelbuurt is tussen 1860 en 1890 aangelegd op het voormalige landgoed Duinweide. Men vindt er veel huizen in de neorenaissance-stijl die aan het eind van de 19de eeuw zeer populair was in Nederland. De Archipelbuurt is met Willemspark II een van de 19 beschermde stadsgezichten van Den Haag. 

Riouwstraat 107 met zicht op het Bankaplein- richting Koninginnegracht. Ongeveer 1900.
Riouwstraat 107 met zicht op het Bankaplein- richting Koninginnegracht. Ongeveer 1900.

Indiëgangers

De wijk werd eertijds doelbewust opgetrokken voor oud-Indiëgangers, die decennia eerder massaal naar de Oost waren vertrokken en zich nu na hun pensionering in de Hofstad wilden vestigen. Dicht in de buurt van het departement en andere overheidsinstellingen, of van de kantoren van bijvoorbeeld de NV Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. Nederlandsch-Indië was een ambtenarenland, Den Haag een ambtenarenstad. Ze vestigden zich dáár waar hun oud-collega's, relaties, vrienden en kennissen zaten, dat leek wel zo aangenaam.

19e eeuw

Tot het einde van de 18de eeuw was het gebied waar nu de Archipelbuurt ligt, een duinlandschap. Er stonden wat buitenplaatsen, er werd gejaagd, er stonden molens, er graasden koeien, en er waren wat moestuinen. In de 19de eeuw veranderde veel door de komst van de Fransen (1795) en het Nederlandse koningshuis (1815). Er kwam welvaart en veel mensen trokken naar Den Haag. Hoewel het Willemspark net was bebouwd had Den Haag dringend woningen nodig.

De aanleg en exploitatie van de Archipelbuurt kwamen met uitzondering van het Prinsevinkenpark op de gebruikelijke laat-19de-eeuwse wijze tot stand, waarbij het ontbreken van een vooropgezette hoofdstructuur kenmerkend is. Particuliere beleggers (waaronder De Lint) of exploitatiemaatschappijen("Duinweide" en "Suriname") verwierven een stuk grond waarop een stratenplan werd uitgezet, dat de te bebouwen kavels bepaalde. De commerciële uitgangspunten leidden tot een hoge bebouwingsdichtheid en de aanleg van een recht stratenpatroon, grotendeels gebaseerd op bestaande ruimtelijke structuurelementen als wegen en waterlopen.

De aanzet tot de Indische wijk in de Hofstad gaat in feite terug tot 1861, toen de Laan van Schuddegeest werd omgedoopt in Javastraat. De eerste echt nieuwe straten ontstonden pas acht jaar later, beginnend met de Balistraat, gevolgd door de Sumatrastraat in 1870 en de Bankastraat in 1873. In de daaropvolgende jaren volgden de Soendastraat, Borneostraat, Madoerastraat en Malakkastraat. Pas twintig jaar na aanvang zou de wijk worden voltooid met de Delistraat, het Prinsevinkenpark en de Lombokstraat. Niet dat het bouwen zo traag ging, maar de bouwspeculanten gingen veelal pas aan de slag als er voldoende klanten waren. Dikwijls hadden de bewoners hun nieuwe huis al in Nederlands-Indië gekocht of gehuurd, via een advertentie in de krant. De buurt kenden ze uiteraard niet, maar de namen van de eilanden klonken vertrouwd en spraken tot de verbeelding.

Gezicht vanaf de Borneostraat op de gracht tussen Alexanderkazerne en Malakkastraat.
Gezicht vanaf de Borneostraat op de gracht tussen Alexanderkazerne en Malakkastraat.

Alexanderkazerne

Er stond al sinds de jaren 40 van de 19e eeuw een nieuwe kazerne, de Alexanderkazerne aan de huidige Burgemeester Patijnlaan. De soldaten moesten ergens wonen, evenals de smid, de kleermaker, de wasvrouw enzovoort. In de brede straten woonden de officieren, de smalle straten waren voor het gewone volk. Het complex werd in 1971 afgebroken. Het terrein dat vrij kwam, wordt nu in beslag genomen door woning-complexen.

Straat en structuur

De structuur van de Archipelbuurt wordt bepaald door een rechthoekig stratenpatroon met enkele zeer lange straten in de oost/west richting en een aantal aanmerkelijk kortere straten in de noord/zuid richting. Bij de opzet van de wijk -als voorname woonwijk- werd de breedte van de straten afgestemd op de aard van de bebouwing. De breedste straten werden verfraaid met bomen en plantsoenen. In een aantal straten werden de bomen later gerooid om ruimte te maken voor het verkeer (Laan Copes van Cattenburch en delen van de  Koninginnegracht). Daardoor verloren deze hoofdstraten een belangrijk deel van hun karakter en functie binnen de wijk en werden de oorspronkelijke structuur en samenhang van de wijk aangetast.

Parallel aan de kust lopen de Javastraat, de Laan Copes van Cattenburch en de Riouwstraat. Haaks daarop de Scheveningseweg, de Surinamestraat, het Nassauplein en de Bankastraat.  De Riouwstraat doorsnijdt de hele Archipelbuurt. Halverwege, op het Bankaplein, staat een fontein. Om dit plein staan een paar schitterende villa’s. De Scheveningseweg, die naar een ontwerp van Constantijn Huygens in 1665 werd aangelegd, vormt de zuidwestelijke grens van de Archipelbuurt. De Javastraat is de scheidingslijn tussen Willemspark en Archipelbuurt. Het Nassauplein en het Burgemeester de Monchyplein (2004) liggen haaks op elkaar en vormen een boeiend contrast tussen oud en nieuw.

Het Nassauplein in 1930.
Het Nassauplein in 1930.
De Bankastraat wordt door het Bankaplein in twee delen gesplitst. De 'lage' Bankastraat dateert uit 1873 en loopt van het Bankaplein naar de Laan Copes, de 'hoge' Bankastraat loopt van het Bankaplein omhoog naar de Scheveningse Bosjes. Hier staat, midden tussen de 19e-eeuwse huizen, het in 2007 gerenoveerde kantoorpand Hoge Banka. Het pand detoneerde als kantoorpand volledig in deze 19e-eeuwse straat; nu zijn er weer woningen in het pand. Het Nassauplein is het bekendste plein van de Archipelbuurt, en heeft voornamelijk huizen uit de 19de eeuw. Met schepen werden van de Nassaukade via de Schelpkade zand en schelpen naar de stad gebracht, waar ook veel gebouwd werd. In 1883 werd de Nassaukade overkluisd en voortaan Nassauplein genoemd. Het Burgemeester De Monchyplein ligt haaks daarop, en werd gesticht op 12 juni 2004.

De rest van de wijk bestaat uit kleinere straten, vaak met eenrichtingverkeer, waardoor het een rustige woonwijk is. De straten aan de Scheveningse kant van de Javastraat hebben namen uit de Indische Archipel, enkele straten zijn vernoemd naar Suriname of de Nederlandse Antillen. Verder is een aantal straten rondom het afgebroken stadhuis vernoemd naar burgemeesters, zoals de Laan Copes van Cattenburch, en de Burgemeester Patijnlaan, waar het hoofdbureau is van de Politie Haaglanden. 

Louis Couperus

Na de repatriëring van zijn gezin uit Nederlands-Indië liet de vader van Louis Couperus  in 1883 een woning bouwen aan de Surinamestraat 20. Het rijke interieur met betimmeringen en glas-in-lood in neorenaissancestijl bleef bewaard.
Na de repatriëring van zijn gezin uit Nederlands-Indië liet de vader van Louis Couperus in 1883 een woning bouwen aan de Surinamestraat 20. Het rijke interieur met betimmeringen en glas-in-lood in neorenaissancestijl bleef bewaard.
De Surinamestraat dateert uit 1881 en wordt wel de mooiste straat van Den Haag genoemd. Louis Couperus woonde hier met zijn ouders, in de periode dat hij zijn roman Eline Vere schreef. Aan het begin van het plein staat nu zijn borstbeeld. Couperus laat de hele Indische wijk veelvuldig in zijn Haagse romans meespelen. Zijn romanfiguren lopen door de Javastraat en Bankastraat, wandelen over de Nassaulaan via de hoge brug naar de Mauritskade en zijn zowel te vinden op de Kerkhoflaan als op de Laan Copes. Zijn favoriete geesteskind Eline Vere woont aan Couperus' eigen Nassauplein.

Begraafplaatsen

Aan de noordzijde van het Archipel-kwartier liggen twee belangrijke begraafplaatsen: de Algemene Begraafplaats met het voormalige Schijndodenhuis (thans kantoor met de erachter gebouwde moderne aula) en talrijke kunsthistorisch belangwekkende grafmonumenten, en de R.K. Begraafplaats waarvan de kapel een Doristisch bouwwerk met koepel van de stadsbouwmees-ter A. Tollus is. Aan de westzijde vormt de historische, in het eind van de 17de eeuw gestichte, Joodse Begraafplaats, bestaande uit een Portugees en een Hoog-Duits gedeelte, een ook uit landschappelijk oogpunt waardevolle afsluiting.

Hofjes

De wijk kent tevens een groot aantal op binnenterreinen gelegen hofjes voor arbeiders en onderofficieren. Het oudste hofje is de Mallemolen uit het einde van de 18e eeuw (Napoleontische tijd) en werd destijds door soldaten bewoond. Toen het werd gebouwd lag het nog midden in een duinlandschap, want de stad lag destijds nog grotendeels binnen de singels. Het hofje dankt zijn naam aan de molen, die kort na de bouw drie wieken verloor. Later woonden hier bekende Nederlanders, zoals Godfried Bomans en Paul van Vliet. Het hofje Schuddegeest (1886) is genoemd naar de geestgrond waarop de huisjes staan. Het ligt aan de Laan van Schuddegeest, (nu Javastraat). In 1881 werd het Paramaribohofje gebouwd, naar ontwerp van architect H. Wesstra in neo-renaissance stijl. In 1937 zijn de hofjes gerestaureerd. In 1874 bouwden J. Jäger en S. van der Kamp het Alexanderhof voor de lagere officieren van de Alexanderkazerne. Andere hofjes zijn het Malakkahofje, een naamloos hofje in de Sumatrastraat (1869) en een ander naamloos hofje aan het eind van de Delistraat bij de Koninginnegracht

Aan de Sumatrastraat:

  • Hofje van Elf
  • Hofje van Kortekaas, nrs 179-183, getoogde poort, vroeger links smederij
  • Hofje van Vromans, tegenover Balistrraat
  • Nieuwe Hof, voorheen Soerabajahof
  • Sumatrahofje
  • Wittepoort, vlak bij de Koninginnegracht

Elders

  • Alexander's-hof
  • Bankahofje
  • Delihofje
  • Duinweide
  • Mallemolen
  • Schuddegeest
  • Sierkanhofje Atjehstraat, poort is rechts van de school
  • Smidswijk, Koninginnegracht bij nrs 119-134.

.

Ga naar boven