Dominee Petrus Faassen de Heer (15 januari 1762 - 26 juli 1840) was van 1798 tot 1835 predikant op Scheveningen. Hij kocht in 1835 op een buitenplaats bij Overschie (Rotterdam) een oude koepel, die hij op een hoge duin bij het Seinpost liet plaatsen. Vanaf dat moment werd de Theekoepel van Dominee Faassen de Heer een landmark in de Scheveningse duinen.

Dominee Faassen de Heer
Dominee Faassen de Heer

De dominee

De dominee kwam een paar jaar na de Franse invasie van 1795 naar Scheveningen om voorman te worden van de protestantse gemeente. De pastorie in de Keizerstraat werd zijn nieuwe woning. Hij zag zijn taak echter veel breder dan alleen het herdersambt. Faassen de Heer bemoeide zich met veel aspecten van het Scheveningse leven en wilde eigenlijk op ieder bestuurlijk niveau een vinger in de pap hebben. Hij had het hart op de goede plaats zitten voor de Scheveningse bevolking, maar vergat daarbij vooral zichzelf niet.  

Tijdens de Franse bezetting was Engeland de grote vijand geworden. Van 1806 tot 1814 was het Continentaal stelsel van kracht dat neer kwam op een embargo op alle Britse producten. Verder had de bezetter de visvangst zeer beperkt. De Scheveningse vissers kwamen hierdoor in de problemen. Ze werden door de Fransen gearresteerd als ze handel dreven met Engeland en de Scheveningse vissersboten werden op zee door de Engelsen geconfisqueerd omdat ze onderdeel uitmaakten van de Franse vijand. Dit zorgde in sommige jaren voor bittere armoe bij de vissersfamilies.

De dominee organiseerde collectes voor de nooddruftigen, maar regelde ook toestemming voor de bouw van een verhard pad van het duin naar het verharde zeestrand. Deze brug over het strand moest er voor zorgen dat gefortuneerde Hagenaars hun voeten schoon konden houden. Ze betaalden als vergoeding voor deze dienst een bedrag aan het Schevenings armenfonds. 

Om de gang naar het strand te vergemakkelijken werd in 1804 een brug naar het strand gebouwd. De voorwaarde was "dat  men een duit zal moeten betalen, als men naar het strand toegaat en een duit zo men over die brug terugkeert" Het geld ging naar de armen. De brug deed dienst tot 1877.
Om de gang naar het strand te vergemakkelijken werd in 1804 een brug naar het strand gebouwd. De voorwaarde was "dat men een duit zal moeten betalen, als men naar het strand toegaat en een duit zo men over die brug terugkeert" Het geld ging naar de armen. De brug deed dienst tot 1877.
Tijdens de bezetting werd een groep Scheveningse vissers gevangen gehouden door de vijand, de Engelsen. De voorganger schreef hierop een brief naar de prins van Oranje die naar Engeland gevlucht was. Deze moest zijn invloed uitoefenen op de Engelse koning om zo de gevangen los te krijgen. "Ik weet niet, of er eenig bezwaar is, hun dit verzoek toe te staan, maar ik kan van hen getuigen, dat het menschen zijn, die de goede zaak zeer toegedaan zijn, die geen ander handwerk hebben dan de visscherij en die tot den bedelstaf zullen worden gebracht, als zij de visscherij niet kunnen uitoefenen." Toen de vissers echter per boot naar Nederland terug kwamen mochten ze echter het land niet in en moest Faassen de Heer de commandant van de Franse troepen overhalen om toestemming te geven.

Faassen de Heer maakte zich minder populair toen hij in 1806 het oneigenlijke gebruik van kerkgelden wilde terugdringen. Allerlei partijen fêteerden zichzelf uit de kerkkas; van etentjes van de notabelen tot aan het onderhoud van het Kalhuis (praathuis) van de vissers. Hij maakte met het aanvechten van deze jarenlange traditie, maar ook met zijn dictatoriaal gedrag, vijanden waar hij nog jaren last van had. 

In 1840 stond de koepel van Faassen de Heer nog volledig vrij in het duinlandschap. Dit tafereel werd geschilderd door Bartholomeus Johannes Van Hove.
In 1840 stond de koepel van Faassen de Heer nog volledig vrij in het duinlandschap. Dit tafereel werd geschilderd door Bartholomeus Johannes Van Hove.

Smokkel

Door de invoering van het continentaal stelsel door Keizer Napoleon, viel er in de vissersplaatsen langs de kust geld te verdienen met de handel in Engelse koopwaar. En Petrus Faassen de Heer deed daar flink aan mee. Verder verdiende hij een goede boterham met het naar Engeland overzetten van vluchtelingen. Hij ontving voor deze mensensmokkel bedragen oplopend tot 800 gulden. 

In de zomer van 1808 werd de dominee hiervoor bestraft. Hij mocht drie maanden lang niet in Scheveningen of een andere kustplaats wonen. Omdat Faassen hier nog al geheimzinnig over deed, ging het gerucht dat hij in de gevangenis zat. Bij zijn terugkomst werd hardop de vraag gesteld of hij nog wel geschikt was als Schevenings bestuurder. 

Een paar jaar later, in 1813, waren de Fransen vertrokken en landde de nieuwe Nederlandse koning, Willem I, op Scheveningen. Faassen de Heer kon hierbij echter niet aanwezig zijn omdat hij, waarschijnlijk, in een gevangenis in Frankrijk zat. Zijn dochters namen de honneurs waar. De predikant keerde in 1814 weer terug naar Scheveningen. Opnieuw werd zijn bestuurlijke bekwaamheid in twijfel getrokken en opnieuw bewoog hij hemel en aarde om zijn reputatie gezuiverd te krijgen.  

De theekoepel werd door de dominee gebruikt om in alle rust een verversching te kunnen gebruiken. Na de dood van Faassen de Heer werd de koepel commercieel voor het zelfde doel gebruikt. De uitbater had onder rand reclameleuzen geschilderd: bier, koffij en thee. Deze gravure komt uit 1860.
De theekoepel werd door de dominee gebruikt om in alle rust een verversching te kunnen gebruiken. Na de dood van Faassen de Heer werd de koepel commercieel voor het zelfde doel gebruikt. De uitbater had onder rand reclameleuzen geschilderd: bier, koffij en thee. Deze gravure komt uit 1860.
Zelfs in 1828 was het dictatoriale gedrag van Faassen de Heer nog niet vergeten. Er verscheen een tweetal vlugschriften, waarin hem allerlei wandaden werden verweten. In de "Billijke klagt van de gemeente te Scheveningen over den Persoon van P. F. de Heer" werd de dominee niet alleen als smokkelaar afgeschilderd maar ook als een soort van landverrader.

"Menschen die ten tijden, toen Napoleon aan het roer van staat was, toen het despotismus beslisser was over het recht der volken, uwe belangens zag gekrenkt ; toen de vrije vischvangst u werd verboden en alleen aan Faassen de Heer was gegund ; toen in weerwil der strenge wetten, de In- en Uitgaande Regten, voor duizenden, (meer uit nood dan wel uit weelde) door u werd binnengehaald. Hoe waart gij te moede, toen de grootste smokkelaar van uw dorp uw verrader werd, en gij uw goederen zag aangerand door de gendarmerie, welke alleen onderrigt was door hem, die zelfs uw grootste voorganger was."

 

De koepel gezien vanaf het strand in 1870.
De koepel gezien vanaf het strand in 1870.

De koepel

Faassen de Heer kocht in 1835, na zijn emiraat, op een buitenplaats bij Overschie (Rotterdam) een oude koepel, die hij als pied-a-terre op een hoge duin bij het Seinpost liet plaatsen. Dit is ongeveer op de plek van de huidige Zeekant 53-58. Hij maakte hier gebruik van tot aan zijn dood in 1840. De erfgenamen van de dominee verkochten de koepel  een paar jaar later en de nieuwe eigenaar richtte het in als uitspanningsplaats. In feite een vroege strandtent. Weer een paar jaar later ging de koepel onderdeel uitmaken van Hotel Bellevue. Er werden aan de voorkant en zijkanten veranda's aangebouwd waardoor de netto vloeroppervlak sterk vergroot werd. 

Vanaf 1857 kwam de koepel in gebruik als het Café Bellevue. De uitbater had, heel modern, onder de rand reclame leuzen geschilderd: bier, koffij en thee. Bijna vijftig jaar na de dood van de predikant ontdekten vermogende Hagenaars de gezonde zeelucht en lieten ze kapitale villa's en herenhuizen aan de kust bouwen. Dit bezegelde het lot van de koepel. Deze werd in 1889 afgebroken waarna er nieuwe woningen gebouwd werden gebouwd. De huidige bebouwing stamt uit de periode 1903-1907. 

Hotel Zeerust met op de achtergrond de koepel. Deze tekening werd in 1855 gemaakt, toen de koepel nog vrijstaand was.
Hotel Zeerust met op de achtergrond de koepel. Deze tekening werd in 1855 gemaakt, toen de koepel nog vrijstaand was.
Deze foto werd in 1870 gemaakt achter de Wassenaarsestraat waar deze uitkwam bij het einde van het Kanaal. De koepel is weer prominent aanwezig.
Deze foto werd in 1870 gemaakt achter de Wassenaarsestraat waar deze uitkwam bij het einde van het Kanaal. De koepel is weer prominent aanwezig.
Op het Panorama Mesdag staat de theekoepel duidelijk afgebeeld. Verder zijn zichtbaar: de kerk, de Keizerstraat, hotel Rauch en societeit Neptunus.
Op het Panorama Mesdag staat de theekoepel duidelijk afgebeeld. Verder zijn zichtbaar: de kerk, de Keizerstraat, hotel Rauch en societeit Neptunus.
De schilder Mesdag liet ter voorbereiding van zijn panorama Mesdag foto's maken vanaf het Seinpostduin. Op deze foto uit 1880 is de koepel in gebruik als Café.
De schilder Mesdag liet ter voorbereiding van zijn panorama Mesdag foto's maken vanaf het Seinpostduin. Op deze foto uit 1880 is de koepel in gebruik als Café.
De Belgisch / Haagse  schilder Johannes Joseph Destrée legde dit tafereeltje vast rond 1870 . Rechts is de koepel zichtbaar.
De Belgisch / Haagse schilder Johannes Joseph Destrée legde dit tafereeltje vast rond 1870 . Rechts is de koepel zichtbaar.
Het markante bouwwerk ging na het overlijden van de dominee een onderdeel vormen van Hotel Bellevue. Deze foto werd in 1881 gemaakt, een paar jaar voor de sloop. In het midden staat hotel Rauch met daarachter de Oude kerk uit de Keizerstraat.
Het markante bouwwerk ging na het overlijden van de dominee een onderdeel vormen van Hotel Bellevue. Deze foto werd in 1881 gemaakt, een paar jaar voor de sloop. In het midden staat hotel Rauch met daarachter de Oude kerk uit de Keizerstraat.
Dit rijtje huizen uit 1907 aan de Zeekant staat op de plek van waar in de negentiende eeuw de Koepel van Faassen de Heer stond.
Dit rijtje huizen uit 1907 aan de Zeekant staat op de plek van waar in de negentiende eeuw de Koepel van Faassen de Heer stond.
Het woonhuis aan de Zeekant 58 werd in 1903 ontworpen door de Haagse architect Johan Mutters. In deze periode waren torentjes in de mode, maar wellicht is dit ook een aandenken aan de koepel die hier vijftien jaar eerder nog stond.
Het woonhuis aan de Zeekant 58 werd in 1903 ontworpen door de Haagse architect Johan Mutters. In deze periode waren torentjes in de mode, maar wellicht is dit ook een aandenken aan de koepel die hier vijftien jaar eerder nog stond.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven