18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, was voor Scheveningen een belangrijke dag; koning Willem I en zijn vrouw namen die dag met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

Het Pavillon de la Reine gefotogafeerd vanaf het Seinpostduin. Op de achtergrond het Hotel des Galeries (gesloopt in 1971).
Het Pavillon de la Reine gefotogafeerd vanaf het Seinpostduin. Op de achtergrond het Hotel des Galeries (gesloopt in 1971).

Koninklijk

De aanbesteding van het paviljoen vond plaats op 4 april 1826.  Met de bouw werd direct in april begonnen en uiteindelijk werd voor de bouw ƒ 82736,44 uitgegeven. Het in classicistische stijl opgetrokken gebouwtje werd het Pavillon de la Reine aan de Wassenaarsestraat genoemd. Oftewel het Koninklijk paviljoen. Het Paviljoen was echter slechts een dagverblijf en het voldeed meer aan de eisen voor een tuinhuis dan aan die voor een klein buitenhuis.

Op 18 november 1827 werd het pand opgeleverd en feestelijk geopend waarbij een achttiental Scheveningse meisjes, allen in 't wit, hare majesteit niet alleen grot- en schelpwerk aanbood, maar ook een gedicht van de Scheveningse dichter Cornelis Gebel.

Die avond gingen de festiviteiten door. Alle pinken (vissersboten) die op het strand lagen, waren verlicht. Er waren zelfs twee vissers aanwezig die tijdens de Franse invasie in 1795 de koninklijke familie naar Engeland hadden helpen vluchten. Verder werden op de hoogste duinen pek-tonnen gebrand.  

Meer info

Koningin Wilhelmina overleed tien jaar later in 1837 en na de dood van Willem I (1843) erfde zijn zoon Frederik het paviljoen. Hij verbleef er hoogst zelden, want hij gaf de voorkeur aan zijn landhuis De Paauw en andere uitgestrekte goederen in Wassenaar. Ook toen zijn dochter Marie, gehuwd met prins Willem Zu Wied, het erfde (1881) werd het paviljoen nauwelijks meer benut; toch ging men het juist in die jaren Paviljoen von Wied noemen, en onder die naam zou het gebouw bekend blijven. 

Het paviljoen in de jaren 50 toen het in gebruik was als dependance van de Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte.
Het paviljoen in de jaren 50 toen het in gebruik was als dependance van de Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte.

Troonpretendenten

In het begin van de 20e eeuw bezochten de kinderen van prinses Marie, de jonge prinsen zu Wied, hun bezit in Scheveningen herhaaldelijk. Ze waren echter niet alleen geinteresseerd in de frisse zeewind, maar vooral in de Nederlandse troon. Koningin Wilhelmina was kinderloos en de prinsen zaten in de lijn van troon opvolgers.  

Na de geboorte van prinses Juliana in 1909 toonden de Duitse eigenaren daarom geen enkele interesse meer in hun Scheveningse bezit. In juli 1911 verkocht de prins zu Wied gebouw en terrein aan een Londens consortium onder leiding van Edward Titus Rubinstein. Deze wilde een theater en een casinohotel laten bouwen, gecombineerd met een vaste verbinding naar Hoek van Holland om ook 'week-enders' het verblijf aantrekkelijk te maken. De wereldoorlog verhinderde deze plannen.

Het paviljoen kreeg zijn naam door de familie Zu Wied, maar door een spraakverwarring werd de naamstelling Von Wied.  

Het Paviljoen Von Wied aan de Pellenaerstraat in maart 2015.
Het Paviljoen Von Wied aan de Pellenaerstraat in maart 2015.

Een nieuwe bestemming

In 1918 kocht de Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte het pand voor ƒ 375.000 om het als buitensociëteit te gebruiken. De sociëteit verkocht echter bijna direct daarna tweederde van de grond als bouwgrond.

Dit tot leedwezen van de directeur Stadsontwikkeling en Volkskshuisvesting Piet Bakker Schut die aan het college van burgemeester en wethouders schreef: "Ik betwijfel of ooit de Gemeente er toe zou zijn overgegaan dit duin met het karakteristieke gebouwtje te bestemmen voor bouwterrein, indien het haar eigendom ware geweest. De vraag is niet te mijner beantwoording, in hoeverre het op den weg van een dergelijke Vereeniging ligt, houwterreinen te gaan exploiteren, ik kan er slechts mijn teleurstelling over uitspreken, dat door den straataanleg en een bebouwing, hoe fraai van architectuur wellicht, op zich zelf beschouwd, geen toestand zal kunnen worden geschapen gelijkwaardig aan den bestaanden".

Het Paviljoen gezien vanuit de Ijsbrandszstraat in mei 2015.
Het Paviljoen gezien vanuit de Ijsbrandszstraat in mei 2015.
Nieuwe straten

Op de verkochte grond werden vier straten gebouwd. Het stratenplan is symmetrisch van opzet: de Jongeneelstraat en de Harteveltstraat flankeren het Paviljoen aan weerszijden en evenwijdig aan de voet, loopt de Pellenaerstraat. De IJsbrantstraat doorsnijdt de bouwblokken tussen het Paviljoen en de Gevers Deynootweg en is precies in de zichtlijn van de ingangspartij van het Paviljoen gelegen.

Schade

De Duitse bezetting bracht vanaf het najaar van 1942 ernstige schade toe aan de badplaats, die geheel werd afgesloten als Festung Scheveningen. Onder meer bouwde men langs de kust een keten van betonnen bunkers en muren, waardoor nu ook de geblindeerde dépendance van De Witte omsloten werd; flinke schade door leegstand en verwaarlozing was het gevolg. In 1955 vond een grote restauratie plaats. 

Op 18 oktober 1830 werd de heer Mullersee NLG 4200,- betaald voor het vervaardigen en plaatsen van twee attributen voor de kolossale standbeelden die voor het paviljoen geplaatst werden.
Op 18 oktober 1830 werd de heer Mullersee NLG 4200,- betaald voor het vervaardigen en plaatsen van twee attributen voor de kolossale standbeelden die voor het paviljoen geplaatst werden.

Architectuur

Het van een geblokte bepleistering voorziene paviljoen bestaat uit een souterrain, beletage en schilddak. De gevels worden afgesloten door een houten hoofdgestel met in het fries trigliefen en metopen en klossen onder de kroonlijst. Het middendeel van de voorgevel bezit een portiek met vier Toscaanse zuilen waarboven een hoofdgestel met trigliefenfries en een fronton. De vensters hebben zesruitsstolpramen en in de portiek zijn drie openslaande deuren met achtruitsramen toegepast.

De zuilenportiek is bereikbaar via een natuurstenen trap, geflankeerd door sokkels waarop twee gebeeldhouwde zeegoden die waarschijnlijk uit de 17de eeuw dateren. Deze kunnen afkomstig zijn uit de tuinen van een van de rond 1800 gesloopte paleizen Honselaarsdijk of Ter Nieuburg. Het interieur bevat als centrale ruimte een achthoekige zaal met uitzicht over de zee. Deze zaal heeft een stucplafond met een rijk versierd middengedeelte en tegen de wanden langs het plafond een breed fries met voorstellingen van zeepaarden, andere zeedieren en allegorische figuren die op de zee betrekking hebben, schelpen en dergelijke, alles in verfijnd stucwerk uitgevoerd. 

Bijzondere plaats

Het Paviljoen von Wied neemt in de Nederlandse bouwkunstgeschiedenis een bijzondere plaats in. Het gebouw is het eerste nog bestaande koninklijke werk uit het begin van het koninnkrijk. Het is echter ook een van de eerste bewijzen dat in het begin van de negentiende eeuw de natuur en dan vooral de zee niet meer alleen als de vijand gezien werd. Het paviljoen toont de nieuwe bewustwording van de natuur en haar betekenis zoals die in de Verlichting was opgekomen.

In de duinen voor het Paviljoen Von Wied staat een beeld van Tom Otterness.
In de duinen voor het Paviljoen Von Wied staat een beeld van Tom Otterness.

Museum

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed.

Door middel van de bijbehorende financiële constructie kon het gebouw opgeknapt, en weer toekomstbestendig gemaakt worden. Het museum betaalt verder tot 2091 jaarlijks een erfpachtbedrag aan de sociëteit.

Protest

Tot juli 1993 protesteerden en procedeerden de omwonenden echter tegen de museumplannen. In dat jaar besliste de Raad van State echter in het voordeel van het museum en kon de bouw beginnen. Maar eerst moesten alle

Voordat het Museum Beelden aan Zee aangelegd kon worden, moesten alle verdedingswerken uit de Tweede Wereldoorlog in het duin rond het Paviljoen von Wied opgeruimd worden.
Voordat het Museum Beelden aan Zee aangelegd kon worden, moesten alle verdedingswerken uit de Tweede Wereldoorlog in het duin rond het Paviljoen von Wied opgeruimd worden.
verdedingswerken uit de Tweede Wereldoorlog in het duin rond het Paviljoen von Wied opgeruimd worden. Tegelijkertijd werden onder andere de water- en gasleidingen vervangen en werden een lift en een nieuwe keuken werden aangelegd.

Onzichtbaar

De gemeente eiste dat het nieuwe museum zowel vanaf het strand als vanaf de boulevard onzichtbaar zou zijn. En dat lukte, het paviljoen is zichtbaar, het museum niet. Op 9 september 1994 opende koningin Beatrix het nieuwe Museum Beelden aan Zee dat gevuld werd met beelden die in de dertig jaar ervoor waren verzameld door het echtpaar Scholten-Miltenburg.

Het museum bestaat uit twee bijna cirkelvormige bouwdelen die om het paviljoen heen geplaatst zijn. De kelder van het paviljoen is bij de nieuwbouw getrokken en is vanuit het museum toegankelijk. In drie binnenexpositieruimten en zes buitenexpositieruimten worden de sculpturen tentoongesteld.

De glaswand 'De Transparant', die op 5 november 1998 door burgemeester Deetman van Den Haag werd onthuld, is 65 m lang en dient ter afsluiting van het parkeerterrein. Op de glaswand staan gedichten geschreven welke speciaal voor

Op de boulevard, vlakbij het museum is een groot buitenterras aangelegd met drie grote en twintig kleinere beelden. De enorme Haringeter is het icoon van de boulevard geworden.
Op de boulevard, vlakbij het museum is een groot buitenterras aangelegd met drie grote en twintig kleinere beelden. De enorme Haringeter is het icoon van de boulevard geworden.
deze plek werden gemaakt. De ingang van het pand ligt aan de Harteveltstraat 1.

Boulevard

Aan de boulevardzijde werd in 2004 een terras met bronzen beelden geopend. De Amerikaanse beeldhouwer Tom Otterness boetseerde drieëntwintig beeldengroepen geïnspireerd op legenden over de zee, waarvan de grootste — De Haringeter — maar liefst dertien meter hoog is. In 2012 werd deze sprookjesbeeldengroep verplaatst naar de boulevard en is nu, gratis, voor iedereen te bezichtigen.

Het museum bevindt zich onder het Paviljoen en is vrijwel onzichtbaar in het duin opgenomen.
Het museum bevindt zich onder het Paviljoen en is vrijwel onzichtbaar in het duin opgenomen.
Het Paviljoen Von Wied oftewel het Museum Beelden aan zee gezien vanaf de Zeekant. In de verte ligt de pier. De straat rechts is de Jongeneelstraat.
Het Paviljoen Von Wied oftewel het Museum Beelden aan zee gezien vanaf de Zeekant. In de verte ligt de pier. De straat rechts is de Jongeneelstraat.
De afscheiding tussen straat en paviljoen bestaat uit een 65 meter lange wand van hardglazen panelen en wordt 'De Transparant' genoemd. Op zestien panelen zijn korte teksten over kunst geëtst.
De afscheiding tussen straat en paviljoen bestaat uit een 65 meter lange wand van hardglazen panelen en wordt 'De Transparant' genoemd. Op zestien panelen zijn korte teksten over kunst geëtst.
Het paviljoen bood tijdens de oorlog onderdak aan de SS.
Het paviljoen bood tijdens de oorlog onderdak aan de SS.
Het Museum Beelden aan Zee.
Het Museum Beelden aan Zee.
De renovatie van de Grote Zaal in 1994.
De renovatie van de Grote Zaal in 1994.
De aanleg van de Grote Museumzaal van het Museum Beelden aan Zee.
De aanleg van de Grote Museumzaal van het Museum Beelden aan Zee.
Tijdens de restauratie in 1993 werd een Duitse overdekte  loopgraaf zichtbaar.
Tijdens de restauratie in 1993 werd een Duitse overdekte loopgraaf zichtbaar.
Het paviljoen gezien vanaf de boulevard in april 2016.
Het paviljoen gezien vanaf de boulevard in april 2016.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven