Al eeuwenlang doet in Loosduinen een merkwaardige legende de ronde. Gravin Margaretha van Henneberg zou er op Goede Vrijdag 1276 in één keer het leven hebben geschonken aan 365 kinderen. Dit sprak zo tot de  verbeelding dat vrouwen uit heel Europa er graag een lange reis naar de voormalige tuindersgemeente voor over hadden. In de Abdijkerk aan de Willem III-straat in Loosduinen zakten de bezoeksters op de knieën om daarna in een diep gebed te verzinken.

De Abdijkerk in 1728.
De Abdijkerk in 1728.

Voorgeschiedenis

Enkele jaren eerder in 1229 besloten graaf Floris IV en zijn vrouw Machteld van Brabant tot stichting van een klooster op hun landgoed te Loosduinen. Op die plek stond een "villa", een verzameling van een aantal hoeven. Ook was er een kapel, die reeds in 1186 genoemd werd als locatie voor het huwelijk van Dirk, zoon van Floris III en Aleid van Kleef. 

Beschikten de nonnen aanvankelijk over een sobere kapel van hout, al na enkele jaren werd een begin gemaakt met de bouw van een stenen gebedshuis. De Abdijkerk kwam daaruit voort. Deze kerk is daarmee het oudste gebouw van Den Haag. Een financiële basis verschaften de graaf en zijn vrouw door een aantal schenkingen, met name van de bestaande kapel en de daaraan verbonden inkomsten.

De kerk vlak na de renovatie van 1908, inclusief een nieuw Gotisch deel aan de achterkant van de kerk.
De kerk vlak na de renovatie van 1908, inclusief een nieuw Gotisch deel aan de achterkant van de kerk.

De bouw

Architectuur

De kerk is in minstens twee etappes is gebouwd. Het oudste deel — dat aan de oostzijde, bij het koor, begint en drie traveeën telt — stamt uit dezelfde tijd als het vroegste deel van het Binnenhof-complex, dat wil zeggen uit het tweede kwart van de 13de eeuw. Dat blijkt onder meer uit de toegepaste bouwstijl, de overgangsstijl, tussen de romaanse en gotische bouwstijl in. 

Eigenlijk is alleen het oudste, oostelijke deel van de kerk (tegenover de toren) in deze stijl opgetrokken. Het meer westelijke deel (tegen de toren) is al helemaal gotisch van karakter. Dat deel is enige tijd later, in de tweede helft van de 13e eeuw, bijgebouwd, tegelijk met de toren. De bouwnaad tussen de twee delen is nog duidelijk te zien door het verschil in gebruikte steensoort.

De Abdijkerk tijdens de renovatie  in 1973.
De Abdijkerk tijdens de renovatie in 1973.
Typerend voor de Scheldegotiek is de behandeling van de ramen. Aan elke zijde van de kerk zijn zes smalle ramen te zien, die telkens paarsgewijs onder één wat spits toelopende ontlastingsboog zijn geplaatst. Daarbij zijn alle ramen onderling verbonden door een 30 cm brede 'gang', die in de kerkmuur is uitgespaard. 

De vlakke muur die het oudste, oostelijke deel van de kerk afsluit (waartegen de preekstoel staat) is niet origineel. De kerk is oorspronkelijk waarschijnlijk langer geweest en afgesloten met een halfrond koor. Het kerkje is niet groot, 26 meter lang en 11 meter breed.

Katholiek

In de 14e en 15e eeuw schijnt het niet zo nauw genomen te zijn met de strenge richtlijnen van de cisterciënzer orde. Gasten waren altijd al welkom maar de mannen werden, volgens de geruchten, door sommige zustertjes wel zeer verwend. Uiteindelijk werd de tucht hersteld in 1485 toen het klooster onder toezicht van een Duitse orde kwam.

Eerder viel de verantwoording voor het houden van toezicht rechtstreeks op de abt van Citeaux, later werd dit door hem gedelegeerd naar Vlaamse kloosters, zoals Ter Doest. Uit deze plaats kwamen ook de bouwers van de kerk. Al die tijd was de kapel alleen voor intern gebruik bedoeld, de Loosduiners zelf moesten in Monster, Den Haag of Eikenduinen kerken.

De Abdijkerk in 1950. De aanbouw aan de linkerkant werd er in 1908 aangezet en er bij de renovatie van 1973 weer afgesloopt.
De Abdijkerk in 1950. De aanbouw aan de linkerkant werd er in 1908 aangezet en er bij de renovatie van 1973 weer afgesloopt.
In de 16e eeuw kreeg het klooster last van een economische teruggang, in verslagen wordt het klooster zelfs 'behouftigh' genoemd. Door de alsmaar dichterbijkomende strijd tussen de Spanjaarden en de Geuzen werden de bewoners van het klooster in 1573 gedwongen hun gebouwen te verlaten. Vanaf die tijd werd het klooster regelmatig door zowel Spanjaarden als Geuzen geplunderd.

Het uiteindelijke resultaat was dat de 'geheele timmerage van den convente van Loosduinen met de fondamenten vandien geruineerd, gedemolierd, en uytgerood werdt'. Alleen de kerktoren en delen van de kerkmuren bleven overeind staan. 

Hervormd

In 1580 kreeg de hervormde gemeente, die al enige jaren actief was en bijeen kwam in een schuur bij het landhuis Kraayensteijn, van de staat de beschikking over de overblijfselen van het klooster en de kerk. De in 1578 benoemde predikant, Ds. J.C. Meursius, begon direct met de opbouw van de kerk en het verwijderen van de puinhopen. De stenen van het klooster werden hergebruikt.

De Abdijkerk in Loosduinen in maart 2015.
De Abdijkerk in Loosduinen in maart 2015.
Om het draagvlak van de geloofsgemeenschap zo breed mogelijk te maken, werd de concurrerende Eikenduinse kapel afgebroken: De preekstoel en de kerkbanken werden overgeplaatst en de daar wonende protestanten zouden voortaan, of zij wilden of niet, in Loosduinen moeten kerken.  

Het koor werd al in 1580 gesloopt, maar in de jaren die volgden werd het kerkje echter langzaam verfraaid. In 1587 werd een uurwerk aangebracht in de toren. De schoolmeester kreeg de taak om de klok te luiden en op te roepen voor de eredienst. Echter pas in 1780 werd de kerk voorzien van een orgel. Deze werd in 1791 vergroot en in 1856 nogmaals volledig verbouwd en aangepast aan de muzikale voorkeur van die tijd. 

 

Restauraties

Aan het einde van de 18de eeuw gaf de dorpskerk evenwel nauwelijks meer aanleiding tot tevredenheid. Niet alleen had het uiterlijk een sterk vervallen aanzien gekregen, maar ook was het interieur onwaardig en donker: 'een treurig schemerlicht' maakte 'het onderzoek van het hartverblijdend evangelie [. . .] moeyelijk'  In 1791 was dus een grote restauratie van de kerk noodzakelijk. Hierbij werd de koormuur opnieuw opgemetseld, werden tegen de zuidmuur drie steunberen geplaatst en werd het dak van binnen geheel beschoten.

De Abdijkerk tussen de kassen in 1964.
De Abdijkerk tussen de kassen in 1964.
Het gebouw werd in 1908 voorzien van twee neogothische zijbeuken. De toren, die eigendom is van de gemeente Den Haag, werd in 1941 gerestaureerd. In 1952 werden er in afwachting van goedkeuring voor een grootscheepse restauratie noodzakelijke reparaties gedaan en worden de kerkbanken vervangen door losse stoelen. 

Het meest ingrijpend was de restauratie van 1969 tot 1974. Het dak ging er letterlijk af en het in 1908 aangebouwde gedeelte (o.a. transept) werd weer gesloopt. De abdijkerk werd zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De oostgevel werd herbouwd en tijdens graafwerkzaamheden kwamen resten van oude kloostergangen naar boven. Bij deze restauratie werd ook een gemeentecentrum aangebouwd dat voor voor kerkelijke activiteiten gebruikt wordt. 

Het rococo orgel is in 1780/1791 gebouwd door de Haagse orgelbouwer Joachim Reichner. Deze foto komt uit 1980.
Het rococo orgel is in 1780/1791 gebouwd door de Haagse orgelbouwer Joachim Reichner. Deze foto komt uit 1980.
Uiteindelijk werd  in 2006 een hernieuwde restauratie afgerond. 

Orgel

Het orgel werd in 1780 gebouwd door Johannes Reichner uit 's-Gravenhage. Aanvankelijk had het één manuaal. In 1791 breidde Reichner het uit met een rugpositief. De orgelmaker C.G.F. Witte van de fa. J. Bätz & Co. uit Utrecht vernieuwde het grotendeels in 1856: nieuwe klaviatuur, windvoorziening, lade Hoofdwerk, mechanieken en verschillende nieuwe registers. In 1916 leverde de firma J. de Koff (Utrecht) een nieuwe balg. De Koff leverde vervolgens in 1941 een nieuw pedaalklavier met een omvang van 30 tonen. De firma Flentrop Orgelbouw (Zaandam) restaureerde het instrument in 1975. Ook nu kwam er een nieuw pedaalklavier, dat overigens nog steeds aangehangen is. In 2006 restaureerde de firma Steendam Orgelbouw uit Roodeschool het orgel en breidde het uit met een zelfstandig pedaal.

Doopbekkens

De twee doopbekkens ter herinnering aan de miraculeuze geboorte van de 365 kinderen hangen nog steeds in de kerk. Ze zijn bevestigd op een paneel waarop in het Nederlands en het Latijn de legende wordt beschreven. Dit zijn echter niet de 'originele' doopbekkens uit de 13e eeuw. Deze werden in de 16e eeuw waarschijnlijk door de Spanjaarden gestolen. De gemeenteleden losten dit probleem in de 17e eeuw  op door in Delft twee andere goedgelijkende schalen aan te schaffen.

De Abdijkerk en de molen de Korenaer in 1982. De omgeving is al volledig volgebouwd. Op de voorgrond de flats van de Forellendaal.
De Abdijkerk en de molen de Korenaer in 1982. De omgeving is al volledig volgebouwd. Op de voorgrond de flats van de Forellendaal.
De begraafplaats is 2.200 m² groot, en bevat 122 graven. Rechts op de achtergrond molen De Korenaer.
De begraafplaats is 2.200 m² groot, en bevat 122 graven. Rechts op de achtergrond molen De Korenaer.
Een dorpsige blik op de Willem III straat.
Een dorpsige blik op de Willem III straat.
De Abdijkerk van Loosduinen behoorde tot de oudste bouwwerken van het vroegere graafschap Holland.
De Abdijkerk van Loosduinen behoorde tot de oudste bouwwerken van het vroegere graafschap Holland.
Het sobere interieur van de kerk in 1850.
Het sobere interieur van de kerk in 1850.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven