Artikelindex

De Haagse katholieken moeten in 1878 bijzonder trots zijn geweest. Voor het eerst sinds de reformatie werd het silhouet van de stad weer gemarkeerd door een rijzige roomse kerktoren. De kerk aan de Parkstraat werd in de jaren 1875-1878 gebouwd naar een ontwerp van architect P.J.H. Cuypers. Het gebouw is van binnen beschilderd met motieven en voorstellingen. De toren is ruim 90 meter hoog.

Dankzij  de grote gift van Mevrouw Meijer-Hovius kon de Parkstraatkerk gebouwd worden.
Dankzij de grote gift van Mevrouw Meijer-Hovius kon de Parkstraatkerk gebouwd worden.

De naam

De Haagse katholieke parochie is sinds de 14e eeuw toegewijd aan Sint Jacobus de Meerdere (oudere), één van de 12 Apostelen. Het is echter niet bekend waarom de Haagse parochiekerk aan deze apostel werd gewijd. Er bestaat immers geen verband tussen het toen nog jeugdige 's-Gravenhage en de in Santiago de Compostela (noordwest Spanje) vereerde apostel.

Oude Kerk

De eerste Haagse Jacobuskerk stond en staat sinds de 13e eeuw op het Kerkplein en wordt de Grote kerk of Oude Kerk of Jacobskerk genoemd. Na de reformatie en de opkomst van het protestantisme in de 16e eeuw, raakte de katholieke gemeenschap haar Jacobskerk kwijt en moest ze eeuwenlang een toevlucht zoeken in de schuilkerk in de Oude Molstraat nummer 35, het huidige Willibrordushuis.

Pas aan het eind van de 19e eeuw kon de kerkende parochie weer een echte katholieke kerk laten bouwen. Die aan de Parkstraat 65a. De Jacobus de Meerderekerk aan de Parkstraat belichaamt als het ware het herstel van de oude Haagse parochie.

De bouw van de pastorie aan de achterkant van de Jacobus de Meerderekerk.
De bouw van de pastorie aan de achterkant van de Jacobus de Meerderekerk.

De bouw

De katholieke parochie bezat op het Binnenhof de Kapel van Maria-ten-Hove. De rijksoverheid wilde in 1863 een muur en de kelders renoveren maar de kapel stond in de weg.

De parochie wilde de kapel wel verkopen om de  opbrengst te gebruiken voor de bouw van een nieuwe kerk. Jaren later en na veel onderhandelen betaalde de overheid ƒ 60.000 en de geloofsgemeenschap kreeg twee jaar de tijd om een ander terrein te vinden. Ook de Oude Molstraatskerk werd met de pastorie verkocht aan de St. Willibrordus-Vereeniging, die daar een aantal scholen en een zusterhuis bouwde.  

De Jacobus de Meerderekerk (K) en de pastorie (P). Bij de letter  V Sociëteit De Vereeniging dat een deel van de tuin aan de kerk verkocht. Bij de R hofje Rusthof (1845). Aan de andere kant van de kerk een modern hofje (H) genaamd Haagsche Hof.
De Jacobus de Meerderekerk (K) en de pastorie (P). Bij de letter V Sociëteit De Vereeniging dat een deel van de tuin aan de kerk verkocht. Bij de R hofje Rusthof (1845). Aan de andere kant van de kerk een modern hofje (H) genaamd Haagsche Hof.
De parochie kocht daarna een oud arbeidershofje aan de Parkstraat met 31 huisjes, dat het Hofje van Schavamps genoemd werd. Verder werd een aangrenzende tuin van de Sociëteit de Vereeniging aan de Willemstraat aangekocht. Hiermee verkreeg het een geschikt bouwterrein dat alles bij elkaar ƒ 114.500, kostte. De vergoeding van ƒ 60.000.—, die van het Rijk voor de Hofkapel was ontvangen vormde echter een behoorlijke aanbetaling.

Kloosterkerk

De gekozen lokatie had evenwel één belangrijk bezwaar: de nabijheid van de op 105 meter afstand staande oude dominicanenkerk oftewel de hervormde Kloosterkerk. De protestanten protesteerden inderdaad en de argumenten die in 1838 de bouw van de Teresiakerk aan de Laan verijdeld hadden — lawaai- en verkeersoverlast — werden weer van stal gehaald. Zelfs de uitdrukkelijke belofte van katholieke zijde dat er geen klokken zouden worden geluid  stelde de hervormden niet gerust. Het gemeentebestuur moest daarom speciale toestemming  voor de bouw geven.

De vele kleuren en de bepleistering ondervonden felle kritiek van de 19e eeuwse Carel Vosmaer, die het kerkinterieur vergeleek met een 'veile geblankette deern'.
De vele kleuren en de bepleistering ondervonden felle kritiek van de 19e eeuwse Carel Vosmaer, die het kerkinterieur vergeleek met een 'veile geblankette deern'.
De nieuwe kerk zou het weer gegroeide zelfbewustzijn van de katholieken moeten uitstralen en worden opgetrokken in een stijl die daaraan bij uitstek uitdrukking kon geven: de op de middeleeuwen geïnspireerde neogotiek. Geen wonder dat men daarvoor architect P.J.H. Cuypers aanzocht, de belangrijkste vertegenwoordiger van deze stijlrichting.

Gulle gift

Dankzij een royale gift van ƒ 300.000,— door de kinderloze weduwe mevrouw Meyer-Hovius, kon het dure ontwerp van de architect worden gefinancierd, en op 31 augustus 1875 vond de openbare aanbesteding plaats. Aannemer L. de Rooy, die met ƒ 220.000,— de laagste inschrijver was, ging daarna aan de slag. Het hofje werd gesloopt en in juli 1876 kon de eerste steen worden gelegd. De eigenlijke bouw, die in totaal op zo'n ƒ 265.000,— uitkwam, nam twee jaar in beslag. 

Op 25 september 1878 werd de nieuwe kerk, een van de duurste van Nederland, plechtig geconsacreerd door bisschop Petrus Mathias Snickers.  

Het gebouw

De enorme driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl is het enige bouwwerk van architect P.J.H. Cuypers in Den Haag. Polychromie, beglazing, tegelvloeren, beelden en meubilair zijn grotendeels als Gesamtkunstwerk door het atelier Cuypers-Stoltzenberg geleverd of naar Cuypers' inzichten door andere kunstenaars uitgevoerd. Veel van de gebrandschilderde ramen zijn het werk van de fa. Nicolas te Roermond. 

Al mocht er niet worden geluid, sinds 1883 was er wel een slagklok voor het uurwerk. Vanaf 1923 werd deze bij gelegenheden zelfs als luiklok gebruikt, hoewel de officiële toestemming van hervormde zijde voorlopig uitbleef.
Al mocht er niet worden geluid, sinds 1883 was er wel een slagklok voor het uurwerk. Vanaf 1923 werd deze bij gelegenheden zelfs als luiklok gebruikt, hoewel de officiële toestemming van hervormde zijde voorlopig uitbleef.
Het kleurige interieur dateert van 1887 en verkeert nog vrijwel in de oorspronkelijke staat en geeft een goede indruk van het kerkinterieur zoals men dat in de 2e helft van de 19e eeuw als ideaal zag. De protestantse publicist Carel Vosmaer hekelde in 1887 deze uitingen van 'roomse blijschap' echter in felle bewoordingen: `Al wat men ziet is groene rondvensters, gekleurde glazen, hard gekleurde poppen. muren en geledingen van rood, wit, groene deuren. gouden kapiteelen, tezamen eene harmonie vormende, die wij tot dusver slechts aan de poffertjeskraam zagen'.

De toren

De toren was met zijn 91 m lange tijd het hoogste bouwwerk van Den Haag en behoorde tot een van Nederlands hoogste torens. De toren heeft een fors vierkant grondoppervlak en is half in de kerk ingebouwd. De toren biedt ook de toegang tot de kerk. De toren is opgebouwd uit een vierkant ondergedeelte met drie geledingen, waarop een rondgang is aangebracht.

Daarboven een, eveneens vierkante, opbouw. Hierboven rijst een achthoekig deel op, met daarboven de, eveneens achthoekige puntige, torenspits. In de bovenste drie geledingen zijn rondom galmgaten aangebracht, waarachter de luidklokken hangen. Er mocht dus niet worden geluid maar er was sinds 1883 wel een slagklok voor het uurwerk. 50 jaar na de bouw werd in januari 1924 om ontheffing van het luiverbod gevraagd, welke door het stadsbestuur geweigerd werd. Vanaf dat moment werd er echter regelmatig de hand gelicht met dit verbod en was het gebeier in de wijde omgeving te horen. 

Dit beeld van Maria stond tot 1875 in de vroegere schuilkerk aan de Oude Molstraat.
Dit beeld van Maria stond tot 1875 in de vroegere schuilkerk aan de Oude Molstraat.

Interieur

Aan weerszijden onder het orgel staan twee lindehouten beelden, Maria en Jozef voorstellend, daterend uit omstreeks 1700 en waarschijnlijk afkomstig uit Antwerpen. Zij hebben deel uitgemaakt van de inventaris van de schuilkerk van de Jacobusstatie in de Oude Molstraat die vanaf ca. 1600-1878 in gebruik was. Het in stucwerk vervaardigde beeld van Jacobus achter in de kerk is een werk van Louis Royer uit ca. 1830 en afkomstig uit de Hofkapel aan het Binnenhof.

Op 21 oktober 1909 werd het kerkbestuur van St. Jacobus door publieke verkoop eigenaar van het huis aan de Willemstraat 2a, het perceel naast de pastorie.  Op zondag 21 augustus 1910 was de elektrische verlichting van de kerk voltooid en werd deze onder het Plechtig Lof met processie voor het eerst in gebruik genomen.  

Restauraties

In de jaren 60 werd duidelijk dat het vele jaren uitstellen van het groot onderhoud een zeer kostbare renovatie van 1 miljoen gulden noodzakelijk maakte. De kerk kon dit niet betalen en sluiten was de enige uitweg. Er kwamen echter felle protesten. Van sluiten en slopen wilde een belangrijk deel van de parochianen totaal niets weten. Dat deed het kerkbestuur van gedachten veranderen.

Deze beeldengroep met voorstellingen uit het leven van de apostel Jacobus de Meerdere werd in 1990 gerestaureerd.
Deze beeldengroep met voorstellingen uit het leven van de apostel Jacobus de Meerdere werd in 1990 gerestaureerd.
In de loop van 1969 werden plannen uitgewerkt voor een restauratie, en toen in 1970 een toezegging kwam voor een rijkssubsidie van 50%, zag de toekomst er al heel wat rooskleuriger uit. Toezeggingen van provincie en gemeente volgden en in september 1973 waren de voorbereidingen zover dat de steigers konden worden geplaatst. Voor de financiële ondersteuning kwam er even later een 'Stichting tot instandhouding van de kerk van de Heilige Jacobus de Meerdere te 's-Gravenhage', die binnen een jaar 120.000 gulden verzamelde. Een andere vorm van steun kreeg men in februari 1974, toen de kerk op de monumentenlijst werd gezet.

In 1992-1993 werd de toren gerestaureerd. 

Tussen 2001-2010 werd een 10 miljoen euro kostende restauratie van kerk en toren voltooid. De helft werd door de overheid betaald, de andere helft moest de kerkgemeenschap zelf bijeen brengen. De gewelven, wanden en buitengevels werden hersteld. Een groot deel van de beschilderingen van het interieur, de glas-in-loodramen, vloeren, altaren, preekstoel, orgels en verlichting werden opgeknapt.  Op het voorplein werd de oorspronkelijke tegelmozaïekvloer met labyrint teruggebracht.

Jaarlijks is een bedrag van € 75.000 nodig om de kerk te onderhouden.

Details

  • Lengte van de kerk incl. toren: ca. 64 m. 
  • Hoogte middenschip onder gewelven: 17 m. 
  • Aantal zitplaatsen: ruim 1100
  • Hoogte van de toren: ruim 90 m.

Details

Details

Het bestuur van de kerk kocht een deel van de tuin van Societeit de Vereeniging. De kegelbaan in dit bijgebouwtje van de vereniging staat daardoor bijna tegen de kerk aan.
Het bestuur van de kerk kocht een deel van de tuin van Societeit de Vereeniging. De kegelbaan in dit bijgebouwtje van de vereniging staat daardoor bijna tegen de kerk aan.
De hoogte van het schip (ruim 17 meter) wordt geaccentueerd door de ranke met geometrische motieven beschilderde colonnetten die vanaf de grond langs de pilaren oprijzen en zich voortzetten in de ribben van de gemetselde kruisgewelven.
De hoogte van het schip (ruim 17 meter) wordt geaccentueerd door de ranke met geometrische motieven beschilderde colonnetten die vanaf de grond langs de pilaren oprijzen en zich voortzetten in de ribben van de gemetselde kruisgewelven.
In dit Jozefaltaar zijn drie in hout gesneden figuren zichtbaar.  De heilige Jozef met Jezus op de arm. Links staat een mannelijke heilige met palmtak en rechts een vrouwelijke heilige met een duif op de schouder. De predella (opstapje)  is versierd met reliefs, die de verschijning van een engel in Jozefs droom en de Vlucht naar Egypte voorstellen.
In dit Jozefaltaar zijn drie in hout gesneden figuren zichtbaar. De heilige Jozef met Jezus op de arm. Links staat een mannelijke heilige met palmtak en rechts een vrouwelijke heilige met een duif op de schouder. De predella (opstapje) is versierd met reliefs, die de verschijning van een engel in Jozefs droom en de Vlucht naar Egypte voorstellen.
Het dwarsschip van de kerk springt niet buiten de zijbeuken uit en het priesterkoor is versmald ten opzichte van het middenschip. Hierdoor konden  aan weerszijden twee ruime kapellen worden gesitueerd.
Het dwarsschip van de kerk springt niet buiten de zijbeuken uit en het priesterkoor is versmald ten opzichte van het middenschip. Hierdoor konden aan weerszijden twee ruime kapellen worden gesitueerd.
De heilige Servaas en de heilige Willibrordus.
De heilige Servaas en de heilige Willibrordus.
Alexander Klaesene schilderde in 1887  de kruiswegstaties.
Alexander Klaesene schilderde in 1887 de kruiswegstaties.
De Jacobus de Meerderekerk in 1994. Op het braakliggende terrein staat tegenwoordig het kantoorgebouw Haagsche Hof.
De Jacobus de Meerderekerk in 1994. Op het braakliggende terrein staat tegenwoordig het kantoorgebouw Haagsche Hof.
Het orgel werd in 1978 aangekocht. Dit exemplaar werd in 1889-1891 door P. J. Adema en Zonen in de kerk van 0. L. Vrouw en de H. Dominicus te Haarlem gebouwd.
Het orgel werd in 1978 aangekocht. Dit exemplaar werd in 1889-1891 door P. J. Adema en Zonen in de kerk van 0. L. Vrouw en de H. Dominicus te Haarlem gebouwd.
Bij de laatste renovatie werd de tegelvloer in (ongeveer) het originele patroon van 1880 gelegd.
Bij de laatste renovatie werd de tegelvloer in (ongeveer) het originele patroon van 1880 gelegd.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven