In december 1872 vond de politie op de Bogt van Guinea nummer 25 de lijken van mevrouw Van der Kouwen - ten Cate en van haar dienstmaagd Helena Beelo. Beiden waren door dolkstoten vermoord en het onderzoek wees uit dat de daders er met een buit van circa ƒ 20.000 aan sieraden en effecten vandoor waren gegaan.

Hendrik Jut liet  deze foto liet maken toen hij nog een rijk en vrij man was.
Hendrik Jut liet deze foto liet maken toen hij nog een rijk en vrij man was.

Gevallen vrouwen

Hendrik

Hendrik Jacobus Jut was de natuurlijke zoon van Maria Geertruida Jut. Zijn moeder trouwde in 1855, toen Hendrik vier jaar was, met de vleeshouwer Hendrik Haffner, die vier jaar later al overleed. Op 16-jarige leeftijd ging de jonge Jut als vrijwillig kanonnier voor tien jaar in dienst bij het tweede Regiment Vesting Artillerie te Schoonhoven. Hendrik werd echter gepest door zijn medesoldaten omdat hij een bastaard was. Zijn vader was onbekend. Hij liet zich daarom van een paard vallen en werd afgekeurd. 

Jut werkte daarna als kelner in Rotterdam en Den Haag. In hotel Pico op het Spui leerde hij Stientje (Christina) Goedvolk kennen. Het klikte meteen en in 1872 raakte Stientje zwanger. 

Stientje Goedvolk een jaar voordat ze voor twaalf jaar de gevangenis in ging.
Stientje Goedvolk een jaar voordat ze voor twaalf jaar de gevangenis in ging.
Christina

Christina Goedvolk werd geboren in Delft, als middelste van zeven kinderen. In de negentiende eeuw waren nauwelijks voorbehoedsmiddelen voorhanden en zo raakte Christina raakte op achttienjarige leeftijd ongetrouwd zwanger. Ze  werd door haar ouders het huis uitgezet. Het dochtertje stierf binnen een jaar. Twee jaar later, in 1867, beviel ze in Rotterdam van een zoontje dat ook in zijn eerste levensjaar overleed.

Mevrouw van der Kouwen

Stientje werkte als noodhulp bij een rijke weduwe aan de Bocht van Guinea. Deze excentrieke dame liet haar rijkdommen graag aan iedereen zien. Zo ook aan haar dienstmeisje Christina. 

Ongehuwd een kind baren was tot halverwege de twintigste eeuw een schande voor de familie en zelfs voor de buurtgenoten. De gevallen vrouw was in bepaalde gevallen zelfs strafbaar voor de wet. Hendrik en Christina wilden hun eigen kind  deze nare ervaring besparen. Een huwelijk zou alle problemen wegwassen, maar de geliefden hadden echter geen geld.  

De oude mevrouw van der Kouwen kon goed met haar voormalige dienstmeid opschieten.
De oude mevrouw van der Kouwen kon goed met haar voormalige dienstmeid opschieten.
Bij de rijke mevrouw van der Kouwen ten Cate was inmiddels de vaste dienstbode teruggekomen en Christina, de tijdelijke kracht, werd ontslagen. De wanhoop nabij besloten Hendrik en Christina daarop de weduwe te beroven. Christina wist de buit te liggen: ’30.000 aan waardepapieren en zeker 6.000 aan sieraden en contanten'.  Na een paar mislukte pogingen tot inbraak kocht Jut, van een van zijn moeder geleend tientje, twee pistolen en een dolkmes.

Moord

In de late avond van vrijdag 13 december 1872 wandelde het paar naar het huis van mevrouw van der Kouwen, wachtte in het plantsoen tot 'de visite' wegging en belde aan. Ze werden door de dienstbode Leentje binnen gelaten omdat Christina zogenaamd haar laarzen vergeten was. Mevrouw van der Kouwen was zeer aan haar gewezen noodhulp gehecht; 'kom boven, meid', zei ze. En terwijl Stientje boven was, stak Hendrik Jut in de keuken de niets vermoedende dienstmaagd neer. 'Mevrouw, Leentje is niet goed geworden,' riep hij naar boven. Mevrouw van der Kouwen kwam naar beneden, boog zich over Leentje heen, waarop Jut ook haar vermoordde.

Leentje Beelo was het eerste slachtoffer van Hendrik Jut.
Leentje Beelo was het eerste slachtoffer van Hendrik Jut.
Bruiloft

De politie had geen idee wie de daders waren en Jut trouwde met zijn geliefde Stientje op anderhalve kilometer van het misdrijf, in de Kloosterkerk. Haar modieuze trouwjapon kostte ƒ 150 en het huwelijk werd door dominee Hoevers plechtig ingezegend. De bruid ontving een bijbel, waarin de bruidegom met zwierige letters had geschreven: 'Aan mijn geliefde Christina van H. J. Jut, die beiden vertrouwen op de goedertierenheid Gods'. Daarna gingen de partners in crime met de buit in hun valiezen op huwelijksreis naar de Verenigde Staten, waar het grootste deel van het geroofde goed te gelde werd gemaakt.

Amerika

In Amerika kreeg Jut voor alle kostbaarheden slechts 320 dollar. De effecten brachten echter meer op, nl. 10.700 dollar.  Twee dagen later vertrokken 'monsieur et madame de Montesne, de Bruxelles'' naar Groot Brittannië. In Liverpool slaagde Jut er in de effecten, die nog over waren, te verkopen maar liep daarbij liep bijna tegen de lamp, omdat hij verschillende schuilnamen door elkaar haalde. 

De kranten en tijdschriften profiteerden van de sensatiezucht van het grote publiek. In 1875, drie jaar na de moorden, brachten de kranten nog steeds lugubere details.
De kranten en tijdschriften profiteerden van de sensatiezucht van het grote publiek. In 1875, drie jaar na de moorden, brachten de kranten nog steeds lugubere details.
Tunnelvisie

Ondertussen werd door het publiek gewezen naar ene J. H. de Jong, koopman in grind en Maaszand. Deze De Jong liet daarop een advertentie in een krant opnemen waarin hij ƒ 100 uitloofde aan 'degene, die mij van eenige misdaad, 't zij diefstal of moord, kan overtuigen. Bij het laatste woord krimpt mij het hart ineen; want wie is alleen meester van 's menschen leven? God, en Hij alleen heeft het regt het te Zijner tijd op te eischen'.

De advertentie mocht echter niet baten want De Jong werd met zijn kompaan De Gelder, verdacht 'van het plegen van den dubbelen moord' en door de Haagse politie aangehouden. De Gelder werd al snel vrijgelaten, maar De Jong ging de gevangenis in waar hij zich in zijn cel probeerde op te hangen.

Terug in Nederland ging het criminele echtpaar in Vugt wonen en bracht de dagen door met de africhting van peperdure honden. Er werd met pistolen geoefend door kippen als schietschijf te gebruiken. Christina beviel in deze periode van haar dochter Angelica Arabella Cassandra Christina Jut. 

De jacht op de daders ging ondertussen door. De politie zat echter nog steeds op het verkeerde spoor want in maart 1873 werden de kleermaker Behagel en de opperman Verlind in het Huis van Arrest vastgezet. Met de dag kwam, volgens de krant, de schuld van het vastgehouden trio vaster te staan. Vooral door de verklaringen van vele getuigen, zoals Christina Goedvolk.

De moord sprak zo tot de verbeelding dat er zelfs een lied over geschreven werd.
De moord sprak zo tot de verbeelding dat er zelfs een lied over geschreven werd.
De grond werd het echtpaar nu te heet onder de voeten en in diezelfde maand vertrok het stel naar Hendrik's zuster in Zuid Afrika. Stientje kreeg echter heimwee en een half jaar later waren ze weer terug in Nederland. Jut kocht een logement en tapperij op het Haagse Veer in Rotterdam.

In oktober 1873 werden de drie verdachten na 10 maanden voorarrest wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. De Haagse buurtbewoners bleven roddelen en de kranten bleven sensationeel nieuws spuien over de nog steeds mysterieuze moordzaak. 

Het net sluit zich

Hendrik zijn geweten begon echter steeds luider te spreken en soms kon hij zich 'niet houden'. Op een kwade dag verraadde hij in een dronken bui dan ook zijn grote geheim. Op 9 oktober 1874, bijna twee jaar na de gruwelmoord, ontving commissaris Beukman een anoniem briefje waarin de naam van iemand genoemd wordt die de moord gepleegd zou hebben. Beukman ging met de genoemde persoon praten. Ene Jut.

Hendrik en Stien werden ondervraagd maar konden niet goed uitleggen hoe ze aan hun vermogen kwamen. De verklaring van Jut dat hij 20.000 verdiend had met het plegen van onnatuurlijke handelingen met een Russische baron werd niet geloofd. Op 11 mei 1875 volgde dan ook een huiszoeking.

Op zijn omzwervingen had Jut alles verbrand wat aan de vermoorde mevrouw Van der Kouwen kon herinneren, maar één stukje papier had hij toch bewaard. Een rijmpje in een gekalligrafeerd handschrift van de overleden man van mevrouw Van der Kouwen. 'Ziehier hetgeen ik weet mijn brave lieve vrouw, van wat te zien is in de hoofdkerk van Tergouw'. En dit handschrift werd door getuigen herkend. 

Ondanks de uitgebreide pleidooien van de verdedigers mr. Cort van der Linden en mr. Thorbecke werd Jut wegens moord en roof veroordeeld tot levenslang. Zijn vrouw Stien kreeg twaalf jaar wegens medeplichtigheid aan diefstal.
Ondanks de uitgebreide pleidooien van de verdedigers mr. Cort van der Linden en mr. Thorbecke werd Jut wegens moord en roof veroordeeld tot levenslang. Zijn vrouw Stien kreeg twaalf jaar wegens medeplichtigheid aan diefstal.

Schuld en boete

De echtelieden ontkenden in alle toonaarden iedere betrokkenheid. Maar stapje voor stapje sloot het net zich rond de misdadigers en op 16 augustus 1875 werd het Christina allemaal te veel en bekende ze haar aandeel in het misdrijf. Daarin sloeg ze wel door want om Jut te beschermen nam zij een te groot deel van de schuld op zich. Voor Hendrik was dit de grootste tegenslag, want hij had al die jaren gezwegen vanwege zijn vrouw en kind. Hierna werd de hele geschiedenis door de beide echtelieden uitgebreid opgebiecht. 

Beroemde advocaten

Na een terechtzitting van een paar dagen waarbij de verdedigers mr. Cort van der Linden (de latere minister president) en mr. Thorbecke (de zoon van de beroemde politicus Johan Thorbecke) uitgebreide pleidooien hielden kwam de rechter tot een oordeel. Jut werd wegens moord en roof veroordeeld tot levenslang en zijn vrouw wegens medeplichtigheid aan diefstal tot twaalf jaar gevangenisstraf. 

Een kermisexploitant zag brood in de algemene woede, ontwierp een afbeelding van het hoofd van Hendrik Jut en nodigde de feestvierende massa uit daarop om het hardst de krachten te beproeven.
Een kermisexploitant zag brood in de algemene woede, ontwierp een afbeelding van het hoofd van Hendrik Jut en nodigde de feestvierende massa uit daarop om het hardst de krachten te beproeven.
Publieke verontwaardiging

Het publiek was het niet eens met het oordeel van het Hof. De menigte hoste in die dagen over straten en pleinen op het rijmpje: ' O jut o jut, nou zit je in de put. En had je mevrouw van der Kouwen het leven laten houwen o jut o jut, dan zat je niet in de put.'.

Het Weekblad van het Regt schreef over de zaak-Jut op 20 september 1875: 'Hadden wij nog maar galgen en beulen gehad; hadden die booswichten maar geweten dat wij hen op de Groote Markt in Den Haag zouden vermoorden, zij zouden den moord wel niet bedreven hebben'. 

Uit angst voor een lynchpartij werd Jut daarom overgebracht naar een gevangenis in Leeuwarden, waar hij twee jaar later overleed. Na zijn dood werd zijn hoofd, ook wel kop, van zijn lichaam verwijderd en op sterk water gezet. 

De kop van

Een kermisexploitant zag brood in de algemene woede, ontwierp een afbeelding van het hoofd van de moordenaar en nodigde de feestvierende massa uit daarop om het hardst de krachten te beproeven.

Deze Kop-van-jut werd door tal van collega's gekopieerd en tot de dag van vandaag wordt op kermissen het namaakhoofd van Jut met de lange voorhamer bewerkt.

In de negentiende eeuw was het gebruikelijk dat van rijke of beroemde personen een dodenmasker gemaakt werd. Dit was een soort van driedimensionale foto gemaakt van gips.
In de negentiende eeuw was het gebruikelijk dat van rijke of beroemde personen een dodenmasker gemaakt werd. Dit was een soort van driedimensionale foto gemaakt van gips.
Jut's echte hoofd is tot 1969 bewaard gebleven in het anatomisch museum van de universiteit van Groningen waar het op sterk water stond. Toen ontstond er een barst in de fles met het sterke water. De fles liep leeg en binnen een paar weken was het oude hoofd verrot. Daarna werd het hoofd gecremeerd. 

Christina

Christina zat haar twaalf jaar in de gevangenis van Gorkum uit waarna ze probeerde om haar leven weer op te pakken. Ze ging in Amsterdam als dienstbode werken onder de naam Christina de Graaf. Toen een politieagent echter haar identiteit verraadde, werd haar het leven onmogelijk gemaakt. Op straat werd ze gevolgd en nagejouwd. Uiteindelijk zocht ze de rust in de gevangenis door de diefstal van twee paraplu's en een stukje zeep in de Amsterdamse Franse Bazar.

Terug in de maatschappij trouwde Christina in 1896 met Johann Muennemann. Hij overleed in 1907. De laatste twintig jaar van haar leven bracht ze in het Stads Armen- en Ziekenhuis te Haarlem door waar ze overleed op 26 juni 1926 op 79-jarige leeftijd. Haar dochter Angelica was al eerder in 1915 gestorven.

De straatnaam Bocht van Guinea was waarschijnlijk afgeleid van een herberg die daar voor vertier zorgde.
De straatnaam Bocht van Guinea was waarschijnlijk afgeleid van een herberg die daar voor vertier zorgde.
Naamsverandering

De Bogt van Guinea had door alle gebeurtenissen zo'n slechte naam gekregen dat de bewoners aan het gemeentebestuur om een naamsverandering vroegen. Het verzoek werd ingewilligd en het plein heette sinds 1873 Huygenspark. In 1996 werd de naamsverandering gedeeltelijk weer ongedaan gemaakt. De iets verlegde Bocht van Guinea ligt tussen het Huijgenspark, het Zieken en het Groenewegje.

 

Hendrik Jut werkte onder andere in het Hotel De  Zeven Kerken van Rome aan het Spui.
Hendrik Jut werkte onder andere in het Hotel De Zeven Kerken van Rome aan het Spui.
Mevrouw Van der Kouwen - ten Cate draagt hier de klederdracht van Zuid Nederland.
Mevrouw Van der Kouwen - ten Cate draagt hier de klederdracht van Zuid Nederland.

 

 

 

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven