Abraham Kuyper was een veelzijdig man: predikant, kerksplitser, hoogleraar aan de door hem gestichte Vrije Universiteit in Amsterdam, kerkelijk voorman, Kamerlid, partijleider, minister-president en journalist.

Abraham Kuyper op ongeveer vijftigjarige leeftijd.
Abraham Kuyper op ongeveer vijftigjarige leeftijd.
Abraham Kuijper werd in 1837 in het strenggelovige Maassluis geboren. Hij werd net zoals zijn vader predikant. Niet tevreden met de vrijzinnige richting die de hervormde kerk opgegaan was, switchte Abraham in 1865 naar de gereformeerde orthodoxie gebaseerd op de leer van de zestiende-eeuwse reformator Johannes Calvijn. 

Kuyper wilde graag opkomen voor de 'gewone' gereformeerden, de kleine luyden. Hij keerde zich tegen de beginselen van de Franse revolutie en noemde zich anti-revolutionair. Volgens de anti-revolutionaire opvattingen ging het overheidsgezag uit van God en niet van de mensen. Gods Woord moest richtsnoer zijn voor het overheidshandelen.

Den Haag

Abraham werd in 1874 Kamerlid voor de Antirevolutionairen en verhuisde in alle stilte naar Den Haag zonder zijn vele Amsterdamse vrienden daarvan op de hoogte te stellen. In eerste instantie woonde hij op de Bezuidenhoutseweg in een ruim en breed, maar niet hoog pand waarin voorheen de uitspanning Pax Intrantibus zat. Dit huis werd echter al snel ingeruild voor een woonhuis met wat meer statuur, de Kanaalstraat nummer 5.

Na de Doleantie van 1886 werd aan de Bazarlaan een kerkzaal gesticht met daarboven woningen. Op deze plek splitsten op 30 december 1886 de Haagse Doleanten zich formeel af van de Hervormde Kerk. Deze foto werd rond 1950 gemaakt.
Na de Doleantie van 1886 werd aan de Bazarlaan een kerkzaal gesticht met daarboven woningen. Op deze plek splitsten op 30 december 1886 de Haagse Doleanten zich formeel af van de Hervormde Kerk. Deze foto werd rond 1950 gemaakt.
Kuyper die zijn achternaam inmiddels met UY schreef, wilde de orthodoxie in de kerk verankeren. Toen het kerkbestuur niet inging op de eisen van de orthodoxen om het modernisme in de kerk formeel aan te pakken volgde in 1886 een splitsing.  Na deze Doleantie noemde de kerk zich Nederduits Gereformeerde Kerk en later in 1892 de Gereformeerde kerken in Nederland. Veel personen traden uit de Hervormde kerk.

Haagse Doleantie

Haagse hervormden drongen er bij de kerkenraad op aan om ook de banden met de synode te verbreken. In tegenstelling tot Amsterdam en Rotterdam koos echter geen enkele predikant de kant van de dolerenden. 

De afsplitsende, dolerende, kerkgangers moesten dus het heft in eigen hand nemen. In 1886 werd de Bazarlaankerk gesticht. Deze gereformeerde noodkerk deed dienst tot 16 december 1906, waarna de nieuwe Noorderkerk in gebruik werd genomen. Het was een kleine rechthoekige zaal met een traditionele kansel aan de achtermuur en het orgel boven het toegangsportaal geplaatst.

Vanaf het begin van 1887, werden kerkbijeenkomsten gehouden in de mandenmakerswerkplaats van Arie Schuil aan de Haagweg, hoek Nieuweslag. Op zaterdagavond werd de werkplaats aangeveegd, stoelen geplaatst, kisten met planken neergezet en de kerk was gereed. Het huisorgeltje van Schuil begeleidde de gemeentezang. Het aantal kerkleden groeide en in de loop van 1887 werd in enkele maanden tijd een kerkje gebouwd aan de Emmastraat achter de dorpssmid Hoogendoorn.

In 1892 doleerden de Christelijke Gereformeerde Kerken in de Wagenstraat en de Nobelstraat. Dominee J. Wisse, sedert 1878 dominee in de Wagenstraat, weigerde zich evenwel aan te sluiten bij de beweging van Abraham Kuyper. Op 20 juli 1892 besloot hij zelfstandig te blijven onder de naam Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Besloten werd grond te kopen in de Snoekstraat en hier een kerk te bouwen.

De familie Kuyper in 1885. Middenachter staat Abraham.
De familie Kuyper in 1885. Middenachter staat Abraham.
De Doleantie trok ook in Scheveningen haar sporen. In 1893 verrees aan de Nieuwe Laantjes een eigen godshuis. De hervormde gemeente zag de concurrentie met lede ogen aan. Er werd daarom haast gemaakt met de bouw van een tweede kerk om 'overloop' te voorkomen. Ironisch genoeg werden in hetzelfde jaar 1893 een gereformeerde en een hervormde kerk geopend die beide ontworpen waren door architect Roelof Kuipers.

Maar toch stak de aanhang van de Haagse Doleantie met slechts 2,3 procent van de hervormden mager af tegen het landelijk gemiddelde van bijna 8 procent.

Onderwijs

Na de dood van Thorbecke maakte de liberale Jan Kappeyne van de Coppello grote stappen.  In 1877 bracht hij als minister van Binnenlandse Zaken een schoolwet tot stand die het openbaar onderwijs kwalitatief en financieel  aanmerkelijk verbeterde. Juist daardoor achtte het bijzonder onderwijs zich gediscrimineerd. Kuyper verliet hierop de Tweede Kamer. 

Abraham Kuyper was vaak op reis. Hij werd daarom schertsend de minister van buitenlandse reizen genoemd. Deze foto werd in Zwitserland gemaakt.
Abraham Kuyper was vaak op reis. Hij werd daarom schertsend de minister van buitenlandse reizen genoemd. Deze foto werd in Zwitserland gemaakt.
Dagblad

De charismatische Kuyper had eerder in 1872 de krant De Standaard opgericht, waarin hij als opinieleider zijn achterban opzweepte. Hij liet een reeks artikelen verschijnen die zijn 'soevereiniteitin eigen kring' moesten onderbouwen.De overheid moest niet alles regelen, maar burgers konden dit best zelf in hun eigen maatschappelijke verbanden.

Zijn emotionele en persoonlijke taal raakte zijn publiek diep. De bedaarde politici verafschuwden echter  die 'volksopgewondenheid'. De socialist Domela Nieuwenhuis schreef veel later: "Gij en ik, wij zijn buitengemeen geliefd en buitengewoon gehaat."

Samenwerking met de katholieken

Abrahams dagblad De Standaard was een handig middel om de gereformeerde achterban te mobiliseren. En dit wierp zijn vruchten af in 1878 toen een voor die tijd unieke samenwerking ontstond tussen de antirevolutionairen en de katholieken. De dominee Abraham Kuyper en de priester Herman Schaepman zetten in dat jaar hun schouders onder een volkspetitionnement, waarbij ruim 300.000 protestanten en 164.000 katholieken de koning smeekten de schoolwet niet te tekenen.

Kuyper verdedigde zijn samenwerking met de katholieken met de woorden "Wij stoelen op dezelfde wortel des Geloofs".  Koning Willem III trok zich overigens weinig aan van dit proto-referendum en tekende gewoon de schoolwet.

Het woonhuis van Abraham Kuyper in juni 2014. Links de Laan van Roos en Doorn.
Het woonhuis van Abraham Kuyper in juni 2014. Links de Laan van Roos en Doorn.
Kuyper voegde hierop de plaatselijke Antirevolutionaire kiesverenigingen samen en richtte op 3 april 1879 de eerste politieke partij van Nederland op, de Anti- Revolutionaire Partij (ARP).

Abraham bleef pronken met de door hemzelf bedachte term de kleine luyden. De mede-antirevolutionair Willem Hovy voegde hem op een dag fijntjes toe: 'De godsvruchtigheid onder de lagere standen is meer legende dan werkelijkheid'. Kuyper wist daar echter niets van want  'Gij beweegt u nimmer onder het volk'. Abraham wilde echter niet tot de meerderheid van 'het' volk behoren, maar alleen tot 'zijn' volk - een minderheid die het echte Nederland vertolkte. 

Kiesrecht

Abraham Kuyper maakte in 1898 een reis door de Verenigde Staten. Hij ging naar Princeton om er een eredoctoraat in ontvangst te nemen en hij hield daar de fameuze Stone Lectures over de betekenis van het Calvinisme.
Abraham Kuyper maakte in 1898 een reis door de Verenigde Staten. Hij ging naar Princeton om er een eredoctoraat in ontvangst te nemen en hij hield daar de fameuze Stone Lectures over de betekenis van het Calvinisme.
Kuyper realiseerde zich dat als hij zijn doelen wilde bereiken een dagblad en een politieke partij onvoldoende waren. De uitbreiding van het kiesrecht vormde een cruciale stap naar de emancipatie van de achterban. Meer gewone stemgerechtigden zouden er immers voor zorgen dat Kuyper met de ARP zijn politieke doelstellingen zou bereiken. Zowel de uitbreiding van het kiesrecht als het aaneensmeden van het gewone volk zou echter een complexe opgave blijken.

Samenwerking met de liberalen

In 1891 wilde de liberale Johannes Tak van Poortvliet dat alle mannen die konden lezen en schrijven en geen bedeling ontvingen moesten kunnen stemmen. De kwestie leidde tot een voor Nederlandse begrippen ongekend politieke strijd tussen 'Takkianen' en 'anti- Takkianen', die dwars door politieke stromingen heen liep. De starre Kuyper zag hierin een kans en steunde wederom soepel zijn politieke vijand.

Zijn  grote missie, de emancipatie van de gereformeerde kleine luyden, kwam met de uitbreiding van het kiesrecht weer stapje dichterbij. 

Ondertussen bleef zijn kloeke stijl en gespierde taal wrevel opwekken. De Liberalen vonden zo'n partij met een sterke leider maar verdacht. Een van hen, Willem Hendrik de Beaufort, bestempelde Kuyper als 'het type van den politicus der democratische maatschappij, naar Amerikaansch model'. Hij bedoelde een populist die de massa bespeelde. Door zijn volgelingen werd Kuyper echter gezien als de door God gegeven leider.

Abraham werd in 1896 weer in de Tweede Kamer gekozen en met de volgende verkiezingen van 1901 werd hij zelfs minister-president.  

In de huiselijke kring van Kuyper was het inmiddels al een tijdje regel dat Kuyper niet meer persoonlijk de post uit de bus zou halen, omdat elke postbestelling een stroom van haatbrieven, persoonlijke beledigingen, en vuil bevatte.

Abraham Kuyper in 1912 in zijn werkkamer in de Kanaalstraat.
Abraham Kuyper in 1912 in zijn werkkamer in de Kanaalstraat.

Sultan van de Kanaalstraat

Kuypers ministerschap zorgde in meerdere opzichten voor een breuk met het verleden. Meer dan zijn vooral liberale voorgangers, profileerde Kuyper zich als een echte premier en de onbetwiste leider van zijn kabinet. Hij liet bij koninklijk besluit het reglement van orde van de ministerraad wijzigen om zo zijn voorzitterschap formeel kracht bij te zetten. Daar kwam vanuit de Eerste en Tweede Kamer veel kritiek op.

Met name de liberalen meenden dat Kuyper misbruik maakte van het minister-presidentschap. Zijn collega's in de ministerraad dachten daar echter anders over. Abraham bleek namelijk erg bereid tot overleg en hij gaf hij zijn collega's de ruimte. Volgens partijgenoot en minister A.F. de Savornin Lohman luisterde Kuyper 'gaarne' naar de raad, 'als men maar zorgt, dat hij openlijk nooit ongelijk krijgt'.

Ministerpresident Abraham Kuyper in 1903 in Den Haag.
Ministerpresident Abraham Kuyper in 1903 in Den Haag.
Hoewel Kuyper minister van Binnenlandse Zaken was, bemoeide hij zich met uiteenlopende vraagstukken en reisde hij veel naar het buitenland. Hij werd daarom gekscherend de minister van buitenlandsche reizen genoemd.  

Geen Torentje

Kuyper was de enige minister van Binnenlandse Zaken na Thorbecke die geen zitting had in het Torentje. Na zijn aankomst op het ministerie liet hij namelijk al vrij snel een nieuwe werkkamer inrichten, die meer centraal in het gebouw was gelegen. Hier werkte Kuyper gedurende de vier jaar dat zijn ministerschap duurde. Hoewel Kuyper dus voor een centrale werkplek koos, sloot hij zich ook van de buitenwereld af. Zodra hij zijn kamer betrad, sloot hij de gordijnen en werkte hij bij elektrisch licht, zelfs op klaarlichte dag als de zon scheen. Een gewoonte die, naar gezegd werd, menig wandelaar op de Vijverberg in verbazing deed stilstaan.

Voor 1901 was het gebruikelijk om te vergaderen in de nabijheid van de Tweede Kamer, in één van de zalen van het nieuwe ministerie van Justitie. Kuyper hechtte echter aan decorum en verplaatste de bijeenkomsten van de ministerraad naar de Trêveszaal, één van de fraaiste vergaderzalen op het Binnenhof.

Worgwetten

Het belangrijkste wapenfeit van het Kabinet-Kuyper (1901-1905) was het breken van de spoorwegstaking in 1903. In januari 1903 braken in de havens van Amsterdam stakingen uit. De werkgevers wilden daarop spoorwegarbeiders inschakelen bij het lossen van de boten. Uit protest daartegen brak in het hele land een spoorwegstaking uit. 

Tijdens de spoorwegstaking van 1903 werden op alle stations militairen gestationeerd. Zo ook op het station Hollands Spoor.
Tijdens de spoorwegstaking van 1903 werden op alle stations militairen gestationeerd. Zo ook op het station Hollands Spoor.
Het kabinet-Kuyper diende als reactie op deze gebeurtenissen wetsvoorstellen in die stakingen bij openbare diensten moesten verbieden. Ondanks hevig verzet werd het wetsontwerp al op 11 april 1903 opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Staken of daartoe oproepen door ambtenaren of 'eenig in het openbaar spoorwegverkeer voortdurend of tijdelijk werkzaam gesteld persoon' kon bestraft worden met straffen die opliepen tot maximaal vier jaar. Tegenstanders van de wet zouden nog lange tijd spreken over de 'worgwetten van Kuyper'. Hij werd hierdoor een van de meest gehate personen van Nederland.

Het einde

Wilhelmina

Een bijeenkomst in de Treveszaal van het kabinet Kuyper (1901-1905). Kuyper zit op de achterste rij in het midden.
Een bijeenkomst in de Treveszaal van het kabinet Kuyper (1901-1905). Kuyper zit op de achterste rij in het midden.

Koningin Wilhelmina en Kuyper konden niet goed met elkaar opschieten. Kuyper (64), die tientallen jaren ouder was dan de jonge koningin (21), moest eigenlijk niets hebben van 'Een vrouw op de troon! Onnatuurlijk en tegen Gods wil'. Eerder in 1898 bij de beëdiging van Wilhelmina was Kuyper weggebleven zodat hij geen eed van trouw hoefde af te leggen.

Toen Kuyper een regering moest samenstellen drong zij er sterk op aan dat hij ook rooms-katholieke ministers uitkoos en dat hij de strijd van de Transvalers en in Atjeh zou blijven steunen. De verhouding  verslechterde nog meer toen Kuyper in zijn eigen tijdschrift de Standaard verslag deed van vertrouwelijke gesprekken met Wilhelmina en ook nog een aantal kritische artikelen schreef over het uitblijven van een troonopvolger.

In 1905 viel het kabinet Kuyper. Het kabinet was geen groot succes. Abraham de Geweldige was geen echte bestuurder maar meer een partijorganisator en profeet. Hij rekende er echter wel op dat hij vier jaar later, in 1908, weer in de Tweede Kamer zou komen. En dat gebeurde ook. De vorstin vond echter dat de Sultan van de Kanaalstraat als minister-president wat te veel zijn gang was gegaan en haar te weinig respect had betoond.  Dr. Kuyper nam in 1912 afscheid van de Tweede Kamer en werd een jaar later in 1913 lid van de Eerste Kamer.

Mathilde Westmeijer chanteerde jarenlang Abraham Kuyper. In katholieke kring ging zelfs het gerucht dat  ze kon leven als een demi-mondaine omdat ze Kuypers maîtresse was.
Mathilde Westmeijer chanteerde jarenlang Abraham Kuyper. In katholieke kring ging zelfs het gerucht dat ze kon leven als een demi-mondaine omdat ze Kuypers maîtresse was.
De ARP ging in 1909 van tien naar vijfentwintig zetels (van de honderd) en werd daarmee de grootste partij. Een groot succes. De ARP leverde wel ministers maar de bijna zeventigjarige Kuyper was echter dermate beschadigd dat zijn politieke rol uitgespeeld was.

Chantage

Vlak na de verkiezingen van 1909 publiceerde het socialistische dagblad Het Volk op 27 juni een stuk waarin uitgelegd werd dat ene Mathilde Westmeijer de ARP-voorman zeven jaar lang gechanteerd had.

De afpersingspraktijken begonnen in 1902 toen de Amsterdamse gebroeders Lehmann geridderd wilde worden. Ze schakelden Westmeijer in omdat ze goede contacten had met Abraham Kuyper, op dat moment minister van binnenlandse zaken. Ze had zich aan hem voorgedaan als een vrouw met nuttige contacten die hem en zijn partij graag wilde helpen. Kuyper was op dat aanbod ingegaan en had via, via, grote bedragen van de zakenmannen ontvangen. Een jaar later, in 1903, ontving Lehman zijn onderscheiding, officier van Oranje-Nassau. 

Mathilde beschikte echter over de brieven van Kuyper en liet doorschemeren dat zij er een dagboek op na hield. Zowel Kuyper als Lehmann betaalden de navolgende jaren duizenden guldens om haar af te kopen.

Onderzoek

Er kwam een groot onderzoek waarbij ook Mathilde aan de tand gevoeld werd. Ze was echter goed voorbereid en financieel gecompenseerd door Kuyper. Het rapport waarmee het onderzoeksteam later kwam, pleitte Kuyper dan ook vrij van alle beschuldigingen. Er was geen bewijs gevonden voor een verband tussen de verdiensten en schenkingen van Lehmann en de betrekkingen die Kuyper met hen beiden had onderhouden. Er was dus geen sprake

Abraham Kuyper bezocht als eindpunt van zijn wandeling het café Neuf, tegenover het Hollands Spoor. Deze foto werd in 1905 gemaakt. Het gebouw werd in 1974 gesloopt.
Abraham Kuyper bezocht als eindpunt van zijn wandeling het café Neuf, tegenover het Hollands Spoor. Deze foto werd in 1905 gemaakt. Het gebouw werd in 1974 gesloopt.
van corruptie. Hiermee was de Lintjesaffaire als publieke affaire beëindigd, maar nog jaren lang zou Mathilde Westmeijer Kuyper chanteren en hem met verzoeken om geld lastigvallen.

In eigen gereformeerde kring besefte men dat Kuyper als een zondig mens had gehandeld, maar de hechte en bijna mystieke band tussen Kuyper en zijn volgelingen kon niet gemakkelijk worden verbroken.  

Wandelen door Den Haag

Kuyper wandelde precies twee uur per dag om fris te blijven voor zijn werk. Hij trok het liefst alleen Den Haag door en volgde altijd dezelfde route.  Kuyper was klein, zwaar gebouwd en had een groot karakteristiek hoofd waardoor hij op straat gemakkelijk herkend werd.  Hij leek sprekend op de destijds bekende karikatuur die Albert Hahn van hem tekende.  

Dit staatsieportret van dr. Kuyper  werd op 29 oktober 1907 bij zijn zeventigste verjaardag gemaakt.
Dit staatsieportret van dr. Kuyper werd op 29 oktober 1907 bij zijn zeventigste verjaardag gemaakt.
Kuyper had de eigenaardige gewoonte om in de Venestraat op de verkeerde stoep te lopen, tegen het verkeer in. Dames die dan voor hem opzij moesten en hem niet kenden, keken licht verontwaardigd naar hem. Waarschijnlijk deed hij dat om de mensen die hij tegenkwam recht in het gezicht te kunnen zien. Soms ging hij even dwars staan, om iemand te laten passeren.

Op zijn punctuele avondwandeling liep hij altijd twee en een halve kilometer naar het stationskoffiehuis café Neuf, bij het Hollands Spoor aan de rand van de stad. Dit was een rustige gelegenheid, met een grote tuin.Hier nam Abraham een versnapering en rustte hij wat uit voordat hij aan de terugreis begon. Het was een lange wandeling, heen en terug naar zijn grote wat somber uitziende woonhuis in de Kanaalstraat. 

Nadagen

Abrahams zeventigste verjaardag op 29 oktober 1907 werd uitgebreid gevierd. Hij ontving van 15.000 fans en boekenkast en een geschilderd portret. Kuyper werd de hele dag in het zonnetje gezet met vele toespraken van vrienden en partijgenoten. Dit hoogtepunt was echter ook zijn laatste grote publieke optreden.

In België volgde echter op 21 september 1911 nog een publiek optreden toen dr. Kuyper gearresteerd werd omdat hij naakt voor het raam van zijn Brusselse hotelraam stond. Dit was extra pikant omdat Kuypers partij, de ARP, een paar maanden eerder een ideologische triomf had geboekt met de totstandkoming van de ‘Wet tot bestrijding der zedeloosheid’. Kuyper bagatelliseerde later het voorval.

Tot ver na zijn pensioen bleef Kuyper (l) zich met de politiek bemoeien.
Tot ver na zijn pensioen bleef Kuyper (l) zich met de politiek bemoeien.
Teleurstelling

Abraham Kuyper voelde zich als een schelm weggejaagd, maar bleef zich toch gevraagd en steeds meer ongevraagd met de ARP bemoeien. Zijn zelfkennis was niet groot en de teleurstelling in zijn ex-collega's was nog groter. In een brief aan zijn vriend en partijgenoot Idenburg schreef hij: 'Het is stil aan mijn bureau, niemand komt meer bij mij voor mij voor raad of advies.'

Kuyper wilde graag dat dezelfde Idenburg zijn opvolger als partijleider zou worden.  Toen de 81-jarige Kuyper in oktober 1918 echter aftrad als partijleider werd duidelijk dat Kuypers invloed dermate verschrompeld was dat Hendrik Colijn zijn opvolger zou worden en niet Idenburg.

De begrafenis van Kuyper op 12 november 1920 was een nationale gebeurtenis die uitgebreid vastgelegd werd. Dit is het woonhuis van Kuyper aan de Kanaalstraat met de begrafeniskoets.
De begrafenis van Kuyper op 12 november 1920 was een nationale gebeurtenis die uitgebreid vastgelegd werd. Dit is het woonhuis van Kuyper aan de Kanaalstraat met de begrafeniskoets.
Aan het einde van 1919  legde Kuyper zijn hoofdredacteurschap van De Standaard neer waarna hij op 8 november 1920 overleed. 

Begrafenis

'Op den 12den dag van November van het jaar onzes Heeren 1920, hebben duizenden, tienduizenden stilgestaan. Niet één oogenblik, maar uren stilgestaan. In de straten, waar de rouwklagers henengingen, omdat een mensch naar zijn eeuwig huis was gegaan.'

Kuyper werd gegraven via de Zuiderkerk. Vanwege de overgrote belangstelling was op een speciaal terrein op de begraafplaats Oud Eik en Duinen een tijdelijk graf in gereedheid gebracht, waarin het stoffelijk overschot werd neergelaten. Na de plechtigheid werd Kuyper in zijn eigen grafkelder bijgezet. Het grafnummer is KD 1129 of 1-1432.

Straat, Dam, Brug en Huis 

In de zomer van 2014 werd de Dr. Kuyperstraat  afgesloten vanwege werkzaamheden. Het terras van dit restaurant kon daardoor naar de straat verplaatst worden.
In de zomer van 2014 werd de Dr. Kuyperstraat afgesloten vanwege werkzaamheden. Het terras van dit restaurant kon daardoor naar de straat verplaatst worden.
Dr. Kuyperstraat

Na de dood van Kuyper ontstond het plan om de Kanaalstraat, waar Kuyper bijna 45 jaar gewoond had, om te dopen naar Dr. Kuyperstraat.

Er bestond echter al sinds 1896 een Willem Kuyperstraat, vernoemd naar een lid van de Scheveningse reddingsbrigade die in 1840 verdronk bij de redding van schipbreukelingen. Verder bestond bij de Zuidwal de Kuiperstraat, vernoemd naar de kuiperij die aan de brouwerij de Rode Leeuw verbonden was. Deze laatste straat werd in 1922 herdoopt in Rode Leeuwstraat

In 1969 werd een dam in het Kanaal gelegd die vanaf 2 december van dat jaar de Dr. Kuyperdam genoemd werd. Deze dam werd in 2015 vervangen door de Dr. Kuyperbrug

Op 30 april 1979 onthulde de kleindochter van Abraham Kuyper in de Tweede Kamer een borstbeeld van haar opa. De ARP bestond toen honderd jaar. Links staat de De staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, J.G. Kraaijeveld-Wouters.
Op 30 april 1979 onthulde de kleindochter van Abraham Kuyper in de Tweede Kamer een borstbeeld van haar opa. De ARP bestond toen honderd jaar. Links staat de De staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, J.G. Kraaijeveld-Wouters.
Kuyperhuis

Een paar maanden na het overlijden van Kuyper, op 20 April 1921, werd in Den Haag de Dr. A. Kuyperstichting opgericht.  En het woonhuis van Kuyper aan de Dr. Kuyperstraat nummer 5 werd het hoofdkantoor. De vroegere woonkamers van dr. Kuyper werden als vergaderkamers ingericht, maar de belangrijkste kamer was echter Abrahams' oude werkkamer die ingericht bleef alsof de oude leider ieder moment kon terugkomen. 

Statige schilderijen met taferelen ontleend aan de gewijde geschiedenis, welwillend door het Rijk welwillend in bruikleen afgestaan, droegen er toe bij dat de vertrekken een stemmig en toch tegelijk gezellig uiterlijk kregen. Verder bleef de complete bibliotheek in het Kuyperhuis aanwezig. De ARP gebruikte het Kuyperhuis bijna zestig jaar lang als partijbureau. 

CDA

De ARP fuseerde op 11 oktober 1980 met de protestantse CHU en de katholieke KVP. De nieuwe partij werd het Christen-Democratisch Appèl (CDA) genoemd. Deze partij kocht de naastliggende panden voor 6 miljoen gulden waardoor een groot hoofdkantoor ontstond.

De werkkamer van Abraham Kuyper. Bovenop de kast staat beeldjes van Johannes Calvijn, Maarten Luther en Huldrych Zwingli. Allen protestantse hervormers.
De werkkamer van Abraham Kuyper. Bovenop de kast staat beeldjes van Johannes Calvijn, Maarten Luther en Huldrych Zwingli. Allen protestantse hervormers.
De exploitatiekosten van 500.000 gulden per jaar drukten echte zwaar op het CDA budget en al vanaf 1988 startte periodiek een discussie of er niet gezocht moest worden naar een goedkoper onderkomen: 'we kunnen geen museum onderhouden'. De Kuypertraditie woog echter zwaar, maar in 2004 werd de knoop dan toch doorgehakt. Het Kuyperhuis werd verkocht en vervangen door een onderkomen aan het Buitenom 18, het vroegere hoofdkantoor van de DuinWaterLeiding. Ter compensatie werd een van de ruimtes van het nieuwe onderkomen  ingericht als de originele werkkamer van Abraham Kuyper

Republikein George W. Bush verraste op 21 mei 2005 zijn gehoor in Calvin College, Michigan, door Abraham Kuyper ten voorbeeld te stellen van zijn compassionate conservatism.  

 

Details

Details over het leven van Abraham Kuyper

Kuyper in 1862 op 25 jarige leeftijd.
Kuyper in 1862 op 25 jarige leeftijd.
Op zijn zeventigste verjaardag werd deze foto gemaakt van dr. Kuyper, zijn kinderen en zijn kleinkinderen.
Op zijn zeventigste verjaardag werd deze foto gemaakt van dr. Kuyper, zijn kinderen en zijn kleinkinderen.
Abraham Kuyper
Abraham Kuyper
In 1910 was de rol van Kuyper binnen de landspolitiek zo goed als uitgespeeld.
In 1910 was de rol van Kuyper binnen de landspolitiek zo goed als uitgespeeld.
Dit staatsieportret van dr. Kuyper  werd op 29 oktober 1907 bij zijn zeventigste verjaardag gemaakt.
Dit staatsieportret van dr. Kuyper werd op 29 oktober 1907 bij zijn zeventigste verjaardag gemaakt.
Ter ere van zijn zeventigste verjaardag in 1907 werd een herdenkingsmunt van Abraham Kuyper geslagen.
Ter ere van zijn zeventigste verjaardag in 1907 werd een herdenkingsmunt van Abraham Kuyper geslagen.
Ondanks zijn haat-liefde verhouding met het Koninklijk Huis, stuurde de koninklijke familie na het overlijden van Kuypers twee vertegenwoordigers naar zijn woning.
Ondanks zijn haat-liefde verhouding met het Koninklijk Huis, stuurde de koninklijke familie na het overlijden van Kuypers twee vertegenwoordigers naar zijn woning.
De werkkamer van Kuyper aan de Dr. Kuyperstraat in 1988.
De werkkamer van Kuyper aan de Dr. Kuyperstraat in 1988.
Op de route naar het kerkhof stond een tienduizendkoppige menigte.
Op de route naar het kerkhof stond een tienduizendkoppige menigte.
Minister Heemskerk sprak de aanwezigen toe op de begraafplaats Oud Eik en Duinen.
Minister Heemskerk sprak de aanwezigen toe op de begraafplaats Oud Eik en Duinen.
Door de massale toestroom van belangstellenden werd dr. Kuyper in een tijdelijk graf ter aarde besteld. Later werd het lichaam naar zijn definitieve plek gebracht.
Door de massale toestroom van belangstellenden werd dr. Kuyper in een tijdelijk graf ter aarde besteld. Later werd het lichaam naar zijn definitieve plek gebracht.

Het dodenmasker van Abraham Kuyper. Een dodenmasker was een afgietsel in was of gips dat van het gezicht van een overledene werd gemaakt. Het fungeerde als een soort van driedimensionaal portret.
Het dodenmasker van Abraham Kuyper. Een dodenmasker was een afgietsel in was of gips dat van het gezicht van een overledene werd gemaakt. Het fungeerde als een soort van driedimensionaal portret.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven