Eduard Douwes Dekker (1820 - 1887) was een Nederlands schrijver, bekend onder het pseudoniem Multatuli. Hij heeft drie straten in Spoorwijk. De Douwes Dekkerstraat, de Multatulistraat en de Max Haverlaarstraat.

Eduard Douwes Dekker
Eduard Douwes Dekker

De schrijver

Eduard Douwes Dekker was een jongen van eenvoudige afkomst die zijn milieu ontsteeg. Zijn ouders hoopten dat Eduard later dominee zou worden, maar hij maakte zijn school niet af. Op zijn achttiende voer hij met zijn vader (een kapitein) naar Nederlands-Indië. Eduard werd op 22 januari 1856 assistent-resident (bestuurder) van Lebak (residentie Bantam). Een maand later beschuldigde hij de regent (zijn inheemse wederhelft) van misbruik van gezag en knevelarij (afpersing).

Eduard nam ontslag en keerde na enige werktijd op de plantage van zijn broer terug naar Europa.

Aanklacht

In 1859 schreef Douwes Dekker het boek Max Havelaar, of de Koffij-veiligen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Als pseudoniem nam hij de naam Multatuli aan. Het uiterst kritische boek over de bestuurscultuur van Nederlands-Indië maakte diepe indruk in Nederland.

In de negentiende eeuw golden er nog strenge literaire voorschriften. Zo moest een roman een verhaal vertellen met een behoorlijk begin, midden en einde. Multatuli hield zich in Max Havelaar niet aan die eis. Ook als persoon was hij in het 'fatsoenlijke' Nederland van zijn eigen tijd ook omstreden. Hij bleef namelijk strijden tegen allerlei verschillende vormen van inperking (lichamelijk, sociaal, literair). 

Na de verschijning van Max Havelaar woonde hij nog enkele jaren in Nederland en Den Haag, maar kon het daar uiteindelijk niet uithouden. Douwes Dekker woonde de laatste jaren van zijn leven in Duitsland. Ook toen hij in 1887 overleed, weigerde hij zich te laten opsluiten in het houten korset van de doodskist. Hij was een van de eerste Nederlanders die zich liet cremeren. 

De Zuidwestbinnensingel 18 waar Multatuli woonde in 1869 en 1870.
De Zuidwestbinnensingel 18 waar Multatuli woonde in 1869 en 1870.

Den Haag

In 1860 verscheen de Max Havelaar en Multatuli wachtte in Brussel ongeduldig op Nederlandse reacties. Om het belang van zijn boek te onderstrepen ("lawaai te gaan maken") vertrok hij naar Den Haag omdat daar de regering zat.

In de navolgende jaren woonde Eduard overal en nergens, maar hij bleef regelmatig in Den Haag terugkomen.

Douwes Dekker logeerde in het hotel Le Maréchal de Turenne in de Korte Houtstraat. Verder woonde de schrijver februari 1861 in Hotel des Pays-Bas / Logement der Nederlanden, in de Bocht van Guinea (nu Huygenspark). De broer van Douwes Dekker, Jan, woonde aan de Sophialaan. Dit werd in de zomer van 1862 Eduard's logeeradres.

Douwes Dekker woonde op de Zuidwestbinnensingel 18. Dit is wel de tweede versie van de gedenkplaat. Op de eerste versie was de sterfdatum van de schrijver niet goed vermeld (1889 in plaats van 1887).
Douwes Dekker woonde op de Zuidwestbinnensingel 18. Dit is wel de tweede versie van de gedenkplaat. Op de eerste versie was de sterfdatum van de schrijver niet goed vermeld (1889 in plaats van 1887).
Plaquette

Van februari 1869 tot april 1870 woonde Eduard Douwes Dekker met zijn eerste vrouw Tine, zijn tweede vrouw Mimi en de kinderen op Zuidwestbinnensingel 18. Het huis werd ingericht met de ƒ5000 die Mimi van haar grootouders had geërfd. Beneden tochtte het zo, dat ze de parterre maar niet gebruikten.

De overkant van de straat (Houtzagerssingel en de achterliggende Schilderswijk) was nog niet bebouwd. “Voor de deur een vaart, waarin ik van den zomer een schuitje wil hebben. Over de vaart is een weiland, er staan slechts een paar huizen, dus van inkijkende overburen geen sprake“

De Zuidwestbinnensingel  en het huis werden in 1990 afgebroken. Op de plek waar het huis ooit stond (nu Buitenom 156) herinnert sinds 2 juli 1992 een plaquette aan het woonhuis van Multatuli. Momenteel is dit wel de tweede versie van de gedenkplaat. Op de eerste versie was de sterfdatum van de schrijver niet goed vermeld (1889 in plaats van 1887).

Broer

De broer van Eduard, Jan Douwes Dekker, was net als zijn vader kapitein in de koopvaardij. Hij werkte in en handelde met Nederlands-Indië en verdiende daar een goede boterham. Jan woonde aan de Sophialaan 9. Het pand werd tezamen met huisnummers 11 en 13 gebouwd in circa 1860 als een vrijstaand symmetrisch bouwblok. Jan ging in 1862 terug naar Indië, waar hij twee jaar later overleed. Voor zijn vertrek verkocht hij zijn woning aan jhr. Jan Cornelis Reynst, de grootvader van schrijver Louis Couperus.

Op deze luchtfoto uit 2006 zijn de straten van Douwes Dekker goed zichtbaar.
Op deze luchtfoto uit 2006 zijn de straten van Douwes Dekker goed zichtbaar.
Douwes Dekker loggerde onder andere in Hotel Maréchal de Turenne in de Korte Houtstraat.
Douwes Dekker loggerde onder andere in Hotel Maréchal de Turenne in de Korte Houtstraat.
Multatuli verbleef in februari 1861 in hotel Logement der Nederlanden in de Bocht van Guinee. Deze foto dateert van 1900.
Multatuli verbleef in februari 1861 in hotel Logement der Nederlanden in de Bocht van Guinee. Deze foto dateert van 1900.
De Douwes Dekkerstraat vlak na de oplevering van de bebouwing in 1931.
De Douwes Dekkerstraat vlak na de oplevering van de bebouwing in 1931.
De oorspronkelijke plaquette met de foute sterfdatum.
De oorspronkelijke plaquette met de foute sterfdatum.

 

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven