Artikelindex

Vincent van Gogh woonde in de periodes 1869-1873 en 1882-1883 in Den Haag.  Hij noemde Den Haag zijn tweede huis. Vanuit de Haagse geschiedenis gezien is het werk van Vincent van Gogh belangrijk, omdat hij stukjes Den Haag heeft vastgelegd, die door geen enkele andere schilder of fotograaf tot onderwerp zijn gekozen. Hij voegt dus iets toe aan het beeld van het negentiende-eeuwse Den Haag.

Vincent van Gogh op negentienjarige leeftijd
Vincent van Gogh op negentienjarige leeftijd
De familie Van Gogh woonde generaties lang in Den Haag en Vincent de schilder is een rechtstreekse afstammeling van de Vincent van Gogh, die in 1674 in de Grote kerk in Den Haag werd gedoopt en in 1749 in dezelfde stad werd begraven.

Vincent's opa, die ook Vincent heette, emigreerde in 1811 naar Gelderland, daarna naar Utrecht en van daar naar Brabant. Op 30 maart 1853 werd Vincent Willem van Gogh geboren als oudste zoon van dominee Theodorus van Gogh en zijn vrouw Anna Cornelia Carbentus in het Brabantse Zundert. 

Den Haag 1

Na een fragmentarische schoolopleiding, werd Vincent in 1869 bediende bij de Haagse vestiging van de Franse kunst- en prentenhandel Goupil & Cie (op de Plaats nummer 20), waarvan zijn oom Vincent van Gogh medevennoot was. Als jongste bediende moest hij van de achteringang in het Hartogstraatje gebruik maken en hij verdiende er slechts dertig gulden per maand mee. Van Gogh was echter zo succesvol dat hij zowel in 1872 als in  1873 een loonsverhoging van tien gulden kreeg.

Vanaf 1873 gedroeg Vincent zich steeds onaangepaster en hoewel zijn oom zich aanvankelijk nog inschikkelijk had opgesteld - Vincent werd overgeplaatst naar de filialen in Londen, en later in Parijs - leidde zijn gedrag uiteindelijk toch tot ontslag. Tijdens deze eerste Haagse periode ontwikkelde hij zijn kennis van de beeldende kunsten. Een gedenkplaatje herinnert nog aan die leertijd van Van Gogh

In 1971 werd duidelijk dat Vincent zijn Haagse woningen ook getekend heeft. Op de voorgrond van deze tekening van de Schenkstraat heeft Vincent een sloot weergegeven, die parallel aan de Schenkweg ligt. Rechts is een bruggetje zichtbaar dat de Schenkstraat met de Schenkweg verbindt. De linker bovenwoning van het blok van twee huizen rechts betrok Vincent op 1 januari 1882. Dit blok van twee beneden- en bovenwoningen was omstreeks 1875 de eerste bouwactiviteit aan de Schenkstraat.
In 1971 werd duidelijk dat Vincent zijn Haagse woningen ook getekend heeft. Op de voorgrond van deze tekening van de Schenkstraat heeft Vincent een sloot weergegeven, die parallel aan de Schenkweg ligt. Rechts is een bruggetje zichtbaar dat de Schenkstraat met de Schenkweg verbindt. De linker bovenwoning van het blok van twee huizen rechts betrok Vincent op 1 januari 1882. Dit blok van twee beneden- en bovenwoningen was omstreeks 1875 de eerste bouwactiviteit aan de Schenkstraat.

Den Haag 2

Na een aantal mislukte baantjes verhuisde Van Gogh in oktober 1880 naar een atelier in Brussel. Hij raakte, door een introductie van zijn jongere broer Theo, bevriend met de jonge schilder Anthon van Rappard. Vincent wilde in Brussel opleidingen gaan volgen, maar ook hier zorgde zijn explosieve karakter er voor dat hij buiten gesloten werd.

Hij ging in 1881 weer bij zijn ouders wonen maar had voortdurend conflicten met zijn vader en dus vertrok hij op 25 december 1881 weer naar Den Haag om les te nemen bij zijn neef Anton Mauve, in die tijd al een bekende schilder van de Haagse School. Hij leerde veel van Mauve (‘ik houd veel van hem en sympathiseer met hem’).  

Volksbuurten

Vanaf dat moment maakte Vincent tientallen stadsgezichten van Den Haag, plekken in het centrum, aan de rand van de stad en in Scheveningen. De onderwerpen die Vincent boeiden vond hij aan de zelfkant van de samenleving. Samen met de schilder George Breitner stroopte hij de Haagse achterbuurten af, bezocht hij arbeidershofjes en gaarkeukens, bouwterreinen en landarbeiders. Hoewel Breitner een academicus was en Van Gogh een autodidact, zochten ze naar dezelfde motieven en vonden ze in hun Haagse periode in elkaar een geestverwant.

De buurten waar Van Gogh en Breitner samen volkse typen bestudeerden, waren de armste wijken van Den Haag. Vincent schreef in zijn brieven over het bezoeken van de Geest en het Paddemoes met Breitner.

Het gedeelte aan de grens van de stad met de straten Geest, Juffrouw Idastraat, Oude Molstraat, Papestraat, Pastoorswarande, Torenstraat stond ook wel bekend als De Geest. Verder bezocht Vincent "dat jodenbuurtje bij de nieuwe kerk". Het Paddemoes was van oudsher al een beruchte naam, het was de armste wijk in de 16e en 17e eeuw.

De Opgebroken Noordstraat met spitters uit april 1882. Van Gogh vond composities met meerdere figuren een moeilijke opgave, ondanks dat hij een aantal van de karakters al eerder in tekeningen gebruikte.  Hij maakte deze tekening vanuit het huis van de moeder van Sien.
De Opgebroken Noordstraat met spitters uit april 1882. Van Gogh vond composities met meerdere figuren een moeilijke opgave, ondanks dat hij een aantal van de karakters al eerder in tekeningen gebruikte. Hij maakte deze tekening vanuit het huis van de moeder van Sien.

Geld

Van Gogh was vrijwel zonder geld en slechts met wat schaarse bezittingen naar Den Haag gekomen; zijn portefeuille met tekeningen, zijn verfdoos, zijn nieuwe schilderskist, zijn prenten en wat kleren, waren alles wat hij bij zich had. Hij  slaagde er echter nauwelijks in om geld te verdienen met zijn schilderijen.

Zijn broer Theo zorgde daarom voor financiële ondersteuning, Hij sponsorde 100 francs in de maand (= 50 gulden), later 150 francs. Een arbeider verdiende in die tijd gemiddeld tien gulden in de week. Het was dus mogelijk om van die 50 gulden te leven.  Vincent's grote probleem was echter dat het vak dat hij leerde zoveel geld kostte. Hij moest papier, tekenmaterialen, verf, penselen en schilderslinnen aanschaffen en dat in aanzienlijke hoeveelheden, omdat hij onafgebroken oefende.

Ome Cor

Vincents oom Cornelis Marinus van Gogh, kunsthandelaar in Amsterdam, bestelde een serie met Haagse stadsgezichten. Ome Cor verwachtte dat Vincent goed verkoopbare tekeningen en aquarellen van couperiaans Den Haag in de stijl van de schilders van de Haagse School zou gaan maken. Hij kwam echter bedrogen uit.

Het waterverf schilderij: Blekerij uit 1882.  In een blekerij werd het wasgoed met de hand gewassen, gebleekt en gedroogd door de stukken uitgespreid op het gras te leggen. Deze blekerij lag op Scheveningen. De huizen rechts staan aan de Kerklaan.
Het waterverf schilderij: Blekerij uit 1882. In een blekerij werd het wasgoed met de hand gewassen, gebleekt en gedroogd door de stukken uitgespreid op het gras te leggen. Deze blekerij lag op Scheveningen. De huizen rechts staan aan de Kerklaan.
Vincent tekende opgebroken straten achter de Grote Kerk, zoals de Geest, de aanleg van het Van Stolkpark, het rangeerterrein van het station Rhijnspoor, het latere Centraal Station, en het fabrieksterrein van ijzergieterij De Prins van Oranje. Dit soort tekeningen waren onverkoopbaar, en oom Cor liet dit duidelijk merken aan de schilder. Vincent reageerde hierop dat hij meer hechtte aan de artistieke dan aan de handelswaarde en hij zich liever verdiepte in de natuur dan in de berekening van prijzen.

Er ontstonden nog meer spanningen toen Vincent zijn broer Theo ervan beschuldigde zich onvoldoende in te zetten om Vincents schilderijen te verkopen. Theo wees zijn broer erop dat het hem toegezonden werk donker van kleur was en haaks stond op het lichtgetinte palet van Parijse stijl. Zowel Breitner als Van Gogh waren in die tijd echter nog niet bekend met het kleurgebruik van de Franse impressionisten. Beide kunstenaars werden sterk beïnvloed door de 'grijze' Haagse schilders. De Haagse School was zeer bepalend voor het kleurgebruik van Nederlandse kunstenaars. 

 

Vrouw met baby op schoot, herfst 1882. In 1882 ging Vincent samenwonen met Sien Hoornik, een voormalig prostituee.  Zij en haar pasgeboren kind stonden regelmatig model voor Vincent's experimenten met olieverf.
Vrouw met baby op schoot, herfst 1882. In 1882 ging Vincent samenwonen met Sien Hoornik, een voormalig prostituee. Zij en haar pasgeboren kind stonden regelmatig model voor Vincent's experimenten met olieverf.

Sien

In het voorjaar van 1873 ontmoette Vincent de Haagse Caroline Haanebeek. Vincent werd verliefd op haar, maar zij trouwde in datzelfde jaar met iemand anders. Later dat jaar, toen Van Gogh in Londen woonde, gebeurde hetzelfde met Eugenie Loyer. Tijdens zijn tweede Haagse periode in 1881 werd hij verliefd op zijn nicht Kee Vos. Zij wees hem echter af met 'Nooit, neen, nimmer'.  

Eind januari 1882 ontmoette Vincent dan de liefde van zijn leven. Christine Hoornik was een 32 jarige zwangere prostituee met een dochtertje van bijna vijf. Van Gogh noemde haar Sien 'die vrouw is nu aan mij gehecht als een tamme duif'. Vincent wilde deze afwijkende vrouw van de ondergang te redden.

Sien woonde bij haar moeder in de Noordstraat 16 en later op het Slijkeinde 31. Ze nam daarna haar intrek in de kleine woning van Vincent in de Schenkstraat en ze probeerden elkaar op de been te houden. Hij besteedde een groot deel van de toelage die hij van zijn broer Theo ontving aan Sien, haar kinderen en haar moeder. Sien was een van de weinigen die Vincent's  nukkige karakter accepteerde en zij poseerde daarom vaak voor hem. Ze is op veel tekeningen en aquarellen te herkennen.

De keuze voor een (voormalige) prostituee met wie Vincent ook nog eens ongehuwd ging samenwonen stuitte echter op veel onbegrip bij zijn familie en vrienden. Ondanks zijn liefde voor Sien viel de zorg voor haar en haar 2 kinderen hem zwaar. Op aandringen van Theo werd de relatie na ruim 1,5 jaar verbroken en vluchtte Vincent plots vanuit Den Haag naar Drenthe.

Op 12 november 1904 pleegde Sien Hoornik, 54 jaar oud, zelfmoord in Rotterdam.

Frankrijk

Via Hoogeveen en zijn ouderlijk huis in Nuenen kwam Van Gogh in Antwerpen terecht. Hij ging studeren aan de kunstacademie en zou uiteindelijk nooit meer in Nederland terugkomen. Na 3 maanden brak hij zijn studie weer af en ging in Parijs bij zijn broer Theo wonen. Hoewel Van Goghs werk nog een forse omslag maakte toen hij in zich in 1886 in Frankrijk vestigde, vergat hij zijn ‘leertijd’ in Den Haag nooit meer helemaal. Vooral Anton Mauve, zijn stimulator en leermeester bleef hij dankbaar. 

Het Meisje in het bos, schilderde Vincent in augustus 1882.
Het Meisje in het bos, schilderde Vincent in augustus 1882.
Hij kwam in Frankrijk in aanraking met de school van Barbizon, de eerste impressionisten die veel naar buiten gingen om te schilderen en in februari 1888 verhuisde Vincent naar Arles in Zuid Frankrijk en maakte daar de later beroemd geworden schilderijen als Zonnebloemen, Gele huis, Slaapkamer enz.  

Inrichting

Ondanks de ondersteuning door zijn broer ging het na 1888 steeds slechter met Vincent. Hij werd steeds grilliger, egoistischer, lastiger en gekker en in 1889 liet Vincent zich uiteindelijk opnemen in de psychiatrische inrichting van St.-Rémy-de-Provence. Hij maakte daar schilderijen naar werk van Millet, Delacroix en Rembrandt. Maar ondanks dat hij in een gesticht zat, boekte hij zijn eerste successen.

Op de vijfde tentoonstelling van de Societé des Artistes Indépendants werd een aantal werken van hem getoond, alsook ook op een tentoonstelling van de Belgische avant-gardistische kunstenaarsgroep Les Vingt.

In de regen is een schilderij uit  1882. Uit kostenoverwegingen maakte Van Gogh regelmatig gebruik van waterverf in plaats van de veel duurdere olieverf.
In de regen is een schilderij uit 1882. Uit kostenoverwegingen maakte Van Gogh regelmatig gebruik van waterverf in plaats van de veel duurdere olieverf.
Zelfmoord

In mei 1890 verliet hij de inrichting en vestigde zich in Auvers-sur-Oise nabij Parijs. Hier schilderde hij opnieuw, in een koortsachtig tempo, het landschap en het boerenleven. Op 27 juli schoot Van Gogh zichzelf in de borst, in een veld bij het dorp. Twee dagen later overleed hij in het bijzijn van Theo. 6 maanden later, in januari 1891 overleed Theo ook en beide liggen naast elkaar begraven in Auvers-sur-Oise.

In de ± 10 jaar dat Vincent schilderde, produceerde hij ± 900 schilderijen en ± 1100 tekeningen en schetsen. Er zijn ongeveer 900 brieven zijn bewaard gebleven.

Den Haag 3

In 1891 richtten enkele Haagse kunstenaars onder leiding van Théophile de Bock (die aan het Panorama Mesdag had meegewerkt) de Haagse Kunstkring op. De oprichters wilden ruimte voor nieuwe stromingen in de kunst. Hun eerste grote wapenfeit was het organiseren van een tentoonstelling met het werk van Vincent van Gogh, een jaar na diens dood in 1890. Voor de expositie maakte Jan Toorop, president van de afdeling Schilderkunst van de Kunstkring, een keuze uit het werk dat bij de schoonzuster van Vincent, Jo van Gogh-Bonger (1862-1925), in Bussum aanwezig was. 

Expositie

De feestelijke opening van de expositie vond plaats op maandag 16 mei 1892. Er werd echter geen Haags werk van Vincent vertoond. Het merendeel van de 45 getoonde schilderijen was in Frankrijk gemaakt. Van de 44 tekeningen was de helft vervaardigd in Nuenen, waar de kunstenaar van december 1883 tot november' 1885 had gewoond. Op zes schilderijen na waren alle werken op de expositie te koop. De gunstige kritieken ten spijt werd slechts één schilderij verkocht; "Bergachtig landschap achter het ziekenhuis van Saint Paul". De vrouw van Theo genaamd Jo van Gogh ontving hiervoor van de Kunstkring een kwitantie van ƒ 270,-

Voor het eerst kon het grote publiek kennis maken met het latere werk van Van Gogh. Het viel echter niet bij iedereen in de smaak. Vincent's oude vriend Breitner zei: "Vandaag ben ik op de expositie van Van Gogh geweest. Ik kan het niet helpen, maar ik vind het kunst voor Eskimo's, ik kan er niet van genieten. Ik vind het eerlijk grof en onhebbelijk, zonder de minste distinctie, en buitendien alles nog een gestolen goedje van Millet en anderen"

Vincent woonde van 1869-1873 in een  pension aan de Lange Beestenmarkt 32. Van november 1873 tot en met oktober 1879 verbleef Vincents broer Theo ook in het hetzelfde pension. Deze foto van huisnummer 22A - 52 komt uit 1967.
Vincent woonde van 1869-1873 in een pension aan de Lange Beestenmarkt 32. Van november 1873 tot en met oktober 1879 verbleef Vincents broer Theo ook in het hetzelfde pension. Deze foto van huisnummer 22A - 52 komt uit 1967.

Adressen in Den Haag

Van 8 augustus 1869 - 13 juni 1873 werkte Vincent op de Plaats 14 (bij de firma Goupil). Hij woonde op de Lange Beestenmarkt 32, in het kosthuis van de familie Roos. Dit adres bestaat niet meer.

Van 28 november 1881 - 11 september 1883 woonde Vincent aan de Derde straat van de Schenkweg. Achtereenvolgens op de nummers 138 en 136. Deze zijstraat had nog geen naam, maar zou in 1884 Schenkstraat genoemd worden, met respectievelijk de huisnummers 9 en 13. (Zie ook het kaartje verderop). Beide woningen waren eerste etages, die Vincent in onderhuur kreeg. 

Vincent woonde in feite buiten de stad achter het station Rhijnspoor (later Staatsspoor en weer later Centraal Station) met uitzicht op de weilanden van de Veenpolder, waar later de wijk Bezuidenhout zou verrijzen.

Afgebroken

De Schenkstraat werd geruime tijd geleden afgebroken. Het woonhuis van Vincent stond ongeveer op de plek van de huidige Hendrick Hamelstraat 22. 

Geen straat

Aan de rand van de Schilderswijk werd rond 1895 een nieuwe wijk uit de grond gestampt. De eigenaren in het bouwplan Wester Bouwgrondmaatschappij drongen bij de Gemeente Den Haag aan op spoedige naamgeving van de al bewoonde straten in dit nieuwe deel van Den Haag. Aan de overkant van de Loosduinsevaart bezaten een aantal bekende Hagenaars  (b.v. Hovius, Schiefbaan, Van Gogh) een stuk grond. De gemeentearchivaris stelde daarom, als tweede keus, voor om de namen van deze grondeigenaren als straatnaam te gebruiken.

Familie van Gogh

Aan de Loosduinseweg woonde de familie Van Gogh die voor tientallen jaren de houtzaagmolen Willem de Eerste bezat. Dit was, voor zover bekend, geen familie van Vincent. De werf was in de 19e eeuw in Den Haag een begrip. Vader A. van Gogh en zoon Hermanus Hendrik van Gogh leidden de houthandel. Herman van Gogh was van 1839-1879 ook nog brandweerman. De Van Goghstraat werd in 1891 vernoemd naar deze familie van Gogh

Vincent overleed in 1890 en was een vrijwel onbekende, maar zeker geen gewaardeerde schilder. De Van Goghstraat aan de rand van de Schilderswijk is dus niet vernoemd naar Vincent

De Van Goghstraat met een mooie, maar monotone, typische Schilderswijk bouw.
De Van Goghstraat met een mooie, maar monotone, typische Schilderswijk bouw.

Gemiste kans

Als de naam niet reeds vergeven was aan de familie van Gogh, dan had Vincent wellicht in 1920 een straat gekregen in de schildersbuurt in het Benoordenhout. Bijvoorbeeld in de buurt van de Mauvestraat (aangetrouwde familie). En als Vincent Van Gogh in de jaren 20 nog niet populair genoeg was, dan had hij zeker bij de uitbreiding van de schildersbuurt rond 1955 een straat in de buurt van de Breitnerlaan (zijn Haagse vriend) gekregen.

 

Om een indruk te krijgen hoe de kaart er in de tijd van Vincent uitzag, is op deze moderne kaart de bebouwing van na 1880 uitgegumd. Alleen het gebied links was bebouwd.  De Schenkweg (SW) was in de negentiende eeuw veel langer dan tegenwoordig en begon bij de  Bezuidenhoutseweg. Het was een boerenweg die langs de spoorbaan liep en voor een groot deel door de Veenpolder. Van Gogh (V) woonde aan de derde straat van de Schenkweg die later in 1884  de naam Schenkstraat (SS) kreeg. De eerste straat werd de Ternootstraat (TS) en de tweede Binckhorststraat (BS). Vincent keek uit over de polders richting de Remise (R) van het station Rhijnspoor.
Om een indruk te krijgen hoe de kaart er in de tijd van Vincent uitzag, is op deze moderne kaart de bebouwing van na 1880 uitgegumd. Alleen het gebied links was bebouwd. De Schenkweg (SW) was in de negentiende eeuw veel langer dan tegenwoordig en begon bij de Bezuidenhoutseweg. Het was een boerenweg die langs de spoorbaan liep en voor een groot deel door de Veenpolder. Van Gogh (V) woonde aan de derde straat van de Schenkweg die later in 1884 de naam Schenkstraat (SS) kreeg. De eerste straat werd de Ternootstraat (TS) en de tweede Binckhorststraat (BS). Vincent keek uit over de polders richting de Remise (R) van het station Rhijnspoor.
Het Spui bij de nieuwe kerk op dezelfde plek als waar Vincent Van Gogh in 1882 zijn tekening maakte.
Het Spui bij de nieuwe kerk op dezelfde plek als waar Vincent Van Gogh in 1882 zijn tekening maakte.
Het hek rond de Nieuwe kerk. Vincent stond op het Spui. Het hekwerk met de pilaren met de bol staat  er in gewijzigde vorm nog steeds. De huizen op de achtergrond staan op de St. Jacobstraat (nu Theater aan het Spui). (februari 1882).
Het hek rond de Nieuwe kerk. Vincent stond op het Spui. Het hekwerk met de pilaren met de bol staat er in gewijzigde vorm nog steeds. De huizen op de achtergrond staan op de St. Jacobstraat (nu Theater aan het Spui). (februari 1882).
De ingang van de bank van lening (kredietbank) zit nog steeds aan de Korte Lombardstraat. In de verte is het hoofdgebouw aan het Westeinde zichtbaar.
De ingang van de bank van lening (kredietbank) zit nog steeds aan de Korte Lombardstraat. In de verte is het hoofdgebouw aan het Westeinde zichtbaar.
Dit is de nog steeds bestaande ingang  van de Bank van Lening aan de korte Lombardstraat. De hoofdingang was gevestigd aan het Westeinde 10 (nu huisnummer 40). Aan de rechterkant staan de huizen aan de Assendelftstraat. De tekening komt uit maart 1882.
Dit is de nog steeds bestaande ingang van de Bank van Lening aan de korte Lombardstraat. De hoofdingang was gevestigd aan het Westeinde 10 (nu huisnummer 40). Aan de rechterkant staan de huizen aan de Assendelftstraat. De tekening komt uit maart 1882.
Vanaf dit punt tekende Vincent van Gogh in 1882 de kruising van de Prinsessegracht met de Herengracht. Deze foto komt uit juni 2015.
Vanaf dit punt tekende Vincent van Gogh in 1882 de kruising van de Prinsessegracht met de Herengracht. Deze foto komt uit juni 2015.
De hoek van de Prinsessegracht en de Herengracht, gezien vanaf de andere zijde van de gracht / de Koekamp. In het pand waar het mannetje voorbij loopt zat tot 2015 boekhandel van Stockum. Vincent maakte deze tekening in maart 1882.
De hoek van de Prinsessegracht en de Herengracht, gezien vanaf de andere zijde van de gracht / de Koekamp. In het pand waar het mannetje voorbij loopt zat tot 2015 boekhandel van Stockum. Vincent maakte deze tekening in maart 1882.
De bebouwing van de huidige Lange Beestenmarkt. Huisnummer 32 bestaat niet meer. De huisnummers achter de poort werden in 1908 neergezet.
De bebouwing van de huidige Lange Beestenmarkt. Huisnummer 32 bestaat niet meer. De huisnummers achter de poort werden in 1908 neergezet.
Vincent verhuisde in mei 1882 naar de Schenkweg 136 (de huidige Hendrick Hamelstraat). Hij bleef tot het einde van zijn verblijf in Den Haag (11 september 1883) in dit atelier  wonen en werken. Zichtbaar zijn de Veenpolder, de Schenkweg en de remise van het station Rijnspoor.
Vincent verhuisde in mei 1882 naar de Schenkweg 136 (de huidige Hendrick Hamelstraat). Hij bleef tot het einde van zijn verblijf in Den Haag (11 september 1883) in dit atelier wonen en werken. Zichtbaar zijn de Veenpolder, de Schenkweg en de remise van het station Rijnspoor.

.

Cultuur

Tijdperken

Wijken

Ga naar boven