Artikelindex

Prinsjesdag symboliseert het samengaan van onze democratische instituties met het erfelijk koningschap onder het Huis van Oranje-Nassau. Dit jaarlijkse feest voor de democratie stamt uit de tijd van de eerste koning van Nederland, Willem I.

Willem I opent het nieuwe parlementaire jaar in de Gotische zaal in 1815.
Willem I opent het nieuwe parlementaire jaar in de Gotische zaal in 1815.

Oorsprong

Stadhouder Willem V, de vader van onze eerste koning Willem I, was een intelligente man, maar had aan besturen en het doorhakken van knopen een broertje dood. Hij lag voortdurend overhoop met de Patriotten die aan het einde van de 18e eeuw democratisering wilden stimuleren. 

Een hoveling heeft eens verklaard dat er op Willems werkkamer kasten waren 'die zó met nog niet afgewerkte staatsstukken volgepropt zaten, dat de deuren niet meer dicht konden'. Om z'n imago op te poetsen organiseerden zijn aanhangers, de Orangisten, op de verjaardag van de stadhouder een extra uitbundig en hierdoor provocerend feest: Prinsjesdag. De naam beklijfde. Het feest had echter geen invloed op de populariteit van de stadhouder. De onbeminde Willem V werd pas 150 jaar na zijn dood bijgezet in de koninklijke grafkelder van de Delftse Nieuwe Kerk.

Bij het ontstaan van het koninkrijk in 1813 vond de opening van de Staten-Generaal op de eerste maandag in november plaats. Later die eeuw werd dit de derde maandag in oktober. Vanaf 1848 werd Prinsjesdag op een maandag in september gehouden.  De maandag was echter geen goede dag. Voor een groot aantal Kamerleden die uit afgelegen delen van het land moesten komen, was het moeilijk om op maandag op tijd in Den Haag te zijn. Kamerlid Schimmelpenninck van der Oye van Nijenbeek stelde daarom in 1887 voor er de derde dingsdag van te maken om te voorkomen dat ze op zondag moesten reizen (in verband met de zondagsrust).

De naam Prinsjesdag werd overigens pas in de tweede helft van de negentiende eeuw gebruikt voor de feestelijke opening van de zitting van de Staten-Generaal.

De stoet marcheert over het Korte Voorhout. Links achter is de Amerikaanse ambassade zichtbaar.
De stoet marcheert over het Korte Voorhout. Links achter is de Amerikaanse ambassade zichtbaar.

De stoet

19e eeuw

Vanaf maandag 2 mei 1814 begaf koning Willem I zich naar de Trèveszaal op het Binnenhof. In de stoet was ook plaats ingeruimd voor de hoofden van de verschillende ministeriële departementen, enkele leden van de Raad van State, maar ook de grootofficieren van het Vorstelijk Huis, adjudanten, kamerheren en edelen. De stoet werd voorafgegaan en gevolgd door een escorte ruiterij.

Op het Binnenhof vormde de Haagse schutterij de erewacht. Er waren zo'n 3000 militairen in groot tenue op de been. De koning nam zijn mannelijke familieleden mee in de stoet. Dit was het begin van een traditie die in gewijzigde vorm nog steeds bestaat. 

Willem II was een sportieve man en hij stapte daarom niet in een koets, maar ging per paard naar het Binnenhof. Zijn oudste zoon, Willem III, verkleinde de hoeveelheid cavaleristen, maar liet voor de rest alles bij het oude. Op 20 november 1890 werd zijn tweede echtgenote, Emma, in een verenigde vergadering in de vergaderzaal van de Tweede Kamer beëdigd als Regentes van het Koninkrijk. Vanaf dat moment namen er voor het eerst vrouwen deel aan de koninklijke stoet. 

20e eeuw

In 1903 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, en hoewel Nederland neutraal bleef, had het Nederlandse gemobiliseerde leger paarden nodig. De Gouden Koets werd nog steeds getrokken door acht paarden, maar verder reed er nog maar één, met twee paarden bespannen, rijtuig mee. Begin jaren dertig werd de oude luister van voor 1914 hersteld waarbij het aantal paarden voor de koetsen werd terug gebracht naar twee, met uitzondering van de gouden koets waarvoor een achtspan bleef lopen.

Koningin Wilhelmina en prins Hendrik in de nog nieuwe Gouden Koets in 1917.
Koningin Wilhelmina en prins Hendrik in de nog nieuwe Gouden Koets in 1917.
De eerste jaren na de Tweede Wereld Oorlog was er vrijwel geen rijtoer. De paarden waren door de Duitsers gestolen en te veel pracht en praal gaf op dat moment geen pas. Koningin Wilhelmina vond dit overigens de 'de mooiste opening der Staten-Generaal die er ooit geweest is'. In de jaren vijftig werd er veel gesleuteld aan de cavalerie. Het gemotoriseerde leger bezat immers geen paarden meer, maar een escorte met daarin alleen marcherende infanterie werd als te karig gezien.

Tegenwoordig levert het Koninklijk Huis een paar paarden, maar het overgrote merendeel wordt van particulieren geleend. Om deze reden oefenen de verschillende bereden onderdelen een paar dagen voor Prinsjesdag in de Haagse straten. 

In 1974 werden als gevolg van een gijzeling de meeste ceremoniën sterk versoberd.  In 2001 werd er geen muziek gespeeld vanwege de aanslag van 11 september in de Verenigde Staten. De Gouden Koets stond tijdens de toer even stil bij de Amerikaanse ambassade om zo een groet te brengen.

Tijdens de regeerperiode van koningin Juliana was het paleis Lange Voorhout het begin- en het eindpunt van de stoet. Zoals op deze opname uit 1964.
Tijdens de regeerperiode van koningin Juliana was het paleis Lange Voorhout het begin- en het eindpunt van de stoet.
 De toer

De koning en de belangrijkste leden van het Koninklijk Huis maken een rijtoer met de Gouden Koets van Paleis Noordeinde via het Lange Voorhout naar de Ridderzaal op het Binnenhof. Daar zijn ook alle ministers, staatssecretarissen, leden van de Eerste en Tweede Kamer en andere genodigden aanwezig. 

In 1925 werd de huidige route bepaald, toen het door een verhoging van de straat het niet langer mogelijk was om onder de Stadhouderspoort aan de voorzijde van het Binnenhof door te gaan. De Gouden Koets komt nu via de Mauritspoort en de Binnenpoort het Binnenhof op. Zie het tabje onderaan de pagina voor gedetailleerde info.

Tijdens de traditionele rijtoer wordt er elke minuut een saluutschot afgevuurd door de batterij 11de Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld.  

 

Details van de Gouden Koets.
Details van de Gouden Koets.

De koets

De gebroeders Spijker bouwden in 1903 de eerste Nederlandse auto, maar waren in de negentiende eeuw vooral koetsontwerpers. Zij maakten in opdracht van de Amsterdamse burgerij een rijtuig van met bladgoud belegd djatihout. Smeden, houtwerkers, schilders, decorateurs, glasblazers, vergulders, lakenwevers, ivoorsnijders, bronsbewerkers en weesmeisjes kwamen eraan te pas om het rijtuig tot een opvallend symbool te maken.

Zo stellen de wielen gouden zonnen voor, symbool voor een mild koningschap. De hond- en uilenemblemen op scharnieren en deursloten staan voor trouw en waakzaamheid. Drijvende waterlelies op de traptreden manen tot voorzichtigheid. Op de voorzijde van de koets staat de toekomst afgebeeld. op de achterzijde het verleden. En de met de hand op het vloertapijt geborduurde narcissen. tulpen en hyacinten symboliseren het met bloemen bestrooide pad van de vorstin.

Op de beide zijkanten van de koets zijn drieluiken bevestigd. De schildering aan de rechterkant stelt de 'Hulde van Nederland' voor. In het midden staan Nederland en Oranje waaromheen een aantal allegorische figuren staan zoals Vrede, Onderwijs en de Tucht. Aan de linkerkant is de 'Hulde van de Koloniën' afgebeeld. De Nederlandse maagd krijgt hier geschenken aangeboden van Indische vorsten. Dit laatste paneel roept discussies op omdat deze het koloniale verleden van Nederland zou verheerlijken. 

De Gouden Koets was in 1898 een geschenk van de Amsterdamse burgerij voor koningin Wilhelmina, het jaar waarin ze officieel werd ingehuldigd. Koningin-regentes Emma, de moeder van Wilhelmina, was hier aanvankelijk niet tevreden over. ‘Men had moeten begrijpen dat zulk een gouden koets te eenenmale in strijd is met de beginselen van eenvoud der Regentes en dat men met zulk een geschenk als het ware de theorieën van de Koningin-Moeder ontheiligt.’

De gouden koets met koning Willem Alexander en koningin Maxima op weg naar het Binnenhof in september 2015.
De gouden koets met koning Willem Alexander en koningin Maxima op weg naar het Binnenhof in september 2015.
Daarvoor begaf de koning(in) zich in de veel oudere Glazen Koets naar het Binnenhof. Vooral Wilhelmina was bijzonder gesteld op de historische Glazen Koets 'en alleen de wens van het Volk' gaf bij haar de doorslag om ter gelegenheid van de opening van de Staten-Generaal gebruik te maken van de Gouden Koets.

In 1901 stapte Wilhelmina dan voor de eerste keer officieel in de koets ter ere van het huwelijk met prins Hendrik. Sinds 1903 wordt dit rijtuig op Prinsjesdag gebruikt.

Tijdens de bezetting hebben de Duitsers geprobeerd de koets naar Berlijn te transporteren. Dit is echter niet gelukt omdat de koets te hoog voor transport was. 

Na Prinsjesdag 2015 verdwijnt de koets voor minimaal drie jaar uit het zicht om grondig gerestaureerd te worden. 

Vanaf het moment waarop de koning het Koninklijk Paleis Noordeinde verlaten heeft tot het moment waarop hij daar is teruggekeerd, worden saluutschoten vanaf het Malieveld afgevuurd. Deze foto van de Gele Rijders werd in 2011 genomen.
Vanaf het moment waarop de koning het Koninklijk Paleis Noordeinde verlaten heeft tot het moment waarop hij daar is teruggekeerd, worden saluutschoten vanaf het Malieveld afgevuurd.

Saluutbatterij

Op de Koekamp / Malieveld staat op Prinsjesdag de saluutbatterij van de 11e afdeling rijdende artillerie, de Gele Rijders, uit Arnhem opgesteld.

Deze batterij, bestaande uit vier historische 25-ponders, geeft minuutschoten vanaf het ogenblik dat de koning het paleis verlaat, tot op het moment waarop hij daar is teruggekeerd. Gemiddeld gaat het om 66 schoten, die in ruim een uur worden gelost. Deze traditie werd geïntroduceerd tijdens het regentschap van koningin Emma. 

In de jaren tachtig waren er plannen om de kanonnen op de Lange Vijverberg te zetten om zo een betere aansluiting te krijgen met de koninklijke stoet. Dit plan ging echter niet door omdat geluidsmetingen aantoonden dat de dreunende kanonnen waarschijnlijk voor geluidsoverlast zouden geven in de Ridderzaal

 

Minister-president Ruijs de Beerenbrouck arriveert op het Binnenhof in 1930.
Minister-president Ruijs de Beerenbrouck arriveert op het Binnenhof in 1930.

Troonrede

Koning Willem I was opgegroeid in Groot-Brittannië en wellicht zijn de openingsplechtigheid in ons land in 1814 gemodelleerd naar de parlementaire gebruiken in dat land. 

Artikel 65 van onze huidige grondwet stelt dat: 'Jaarlijks op de derde dinsdag van september of op een bij de wet te bepalen eerder tijdstip wordt door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid gegeven.' Op dezelfde dag wordt de begroting voor het volgende kalenderjaar aan de Staten-Generaal aangeboden (artikel 105, tweede lid).

De eerste Prinsjesdag, die toen ook een openingsplechtigheid was, voltrok zich in 1814 in de Treveszaal. De zaal was echter niet groot genoeg en vanaf 1815 vond de bijeenkomt plaats aan de overkant van het Binnenhof, in de zaal van de Tweede Kamer, waar ook de troon van de koning stond. In 1904 verhuide men naar de huidige zaal, de oude Ridderzaal.

In 1948 werd de Gouden Koets weer ingezet.
In 1948 werd de Gouden Koets weer ingezet.
De troonrede werd voor het eerst op 2 mei 1814 uitgesproken. Aanvankelijk ter gelegenheid van de opening van de zitting (vergaderperiode) van de Staten-Generaal. Gewone zittingen begonnen in het najaar en daarnaast kende men buitengewone zitting die, bijvoorbeeld na verkiezingen, op een ander tijdstip begonnen. Bij de grondwetsherziening van 1983 is de zittingsduur van de Eerste en Tweede Kamer echter bepaald op vier jaar. Vanaf dat jaar begon op Prinsjesdag (de derde dinsdag in september) het nieuwe parlementaire jaar.

De troonrede, waarin de kabinetsplannen voor het komende jaar worden ontvouwd, valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid: de opstelling ervan gebeurt in samenspraak tussen minister-president en staatshoofd (koning).  Een persoonlijke, niet-politieke noot van de koning in het verhaal is toegestaan. 

Tot in de jaren zestig was het gebruikelijk dat de koningin bij het voorlezen van de troonrede geflankeerd werd door familie en functionarissen. Koningin Juliana wordt op deze foto ondersteund door kroonprinses Beatrix, prins Bernhard, prinses Margriet en prinses Irene.
Tot in de jaren zestig was het gebruikelijk dat de koningin bij het voorlezen van de troonrede geflankeerd werd door familie en functionarissen.
Plaatsvervangers

In een aantal jaren is het voorgekomen dat niet de koning(in), maar een minister (meestal de minister-president) de troonrede voorlas. Dat kon te maken hebben met de gezondheid van de vorst(in). Bijvoorbeeld in 1889 en 1890 toen koning Willem III ziek was en in 1908 en 1909 toen koningin Wilhelmina zwanger was.

In 1911 weigerde Wilhelmina de troonrede uit te spreken. De beslissing van de koningin had te maken met haar ergernis over de weigering van de onbekwaam geachte voorzitter van de Tweede Kamer, W. graaf van Bylandt, om zich terug te trekken: 'Ik open de Staten-Generaal niet als Bylandt herkozen wordt.' 

Vanaf 1923 is de troonrede op Prinsjesdag steeds door de koningin voorgelezen, met uitzondering van 1947. In dat jaar was koningin Wilhelmina afwezig vanwege ziekte en las minister-president Beel de troonrede voor. 

De kroonprins van Ser kana en de prins van Deli, met daarachter de kroonprins van Deli
Indische vorsten in 1931
Leve de koningin

De 17-jarige koningin Wilhelmina vergezelde op 21 september 1897 haar moeder bij de openingsplechtigheid. Het oudste Kamerlid, ds. J.H. Donner  riep na afloop van de troonrede spontaan 'leve de koningin'. Deze aanhankelijkheidsbetuiging stuitte op bijval en werd 'door schier alle aanwezigen' driemaal herhaald. Later werd ook deze traditie geformaliseerd.

Kritiek

Er waren en zijn enkele criticasters die de vorm van de troonrede afkeuren. Vooral de opstelling van de troon ten opzichte van de ministers is hier een heikel punt. De koningin zit tijdens het voorlezen van de rede op de troon welke ook nog op een verhoging staat. De ministers zitten tegenover haar, evenals de leden van het parlement.

De critici merken op dat de ministers verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de troonrede en dus vanuit democratisch oogpunt naast de koningin moeten zitten. Zij zitten dan tevens tegenover het parlement aan wie zij verantwoording schuldig zijn en wie de regeringsplannen moeten beoordelen en de uitvoering ervan controleren.

Begroting

Nadat het staatshoofd de troonrede heeft voorgelezen vergadert de Tweede Kamer. De minister van Financiën biedt dan namens de regering de rijksbegroting en de miljoenennota aan. Deze rijksbegroting en miljoenennota neemt de minister mee in een beroemd koffertje waarop in gouden letter staat geschreven ‘Derde dinsdag in september’. De minister van Financiën neemt plaats achter de ministerstafel waarna na een korte toespraak het koffertje door een bode naar de voorzitter van de kamer gebracht wordt. De inhoud van de koffer is symbolisch want de begroting is tienduizenden pagina's groot en past daarmee niet in de koffer.

De Gouden Koets en een galaberline arriveren op het Binnenhof in 2013.
De Gouden Koets en een galaberline arriveren op het Binnenhof in 2013.
Allereerst zijn er de algemene begrotingswetsvoorstellen. De Comptabiliteitswet (art. 1) schrijft voor dat iedere begroting in een afzonderlijk wetsvoorstel wordt vervat. Er zijn begrotingen voor het koninklijk huis, de Staten-Generaal, de overige hoge colleges van staat en het Kabinet van de Koning en elk ministerie. Voorts zijn er nog aparte begrotingen voor de begrotingsfondsen die afzonderlijk worden beheerd, zoals het Gemeentefonds en het Waddenfonds.

Bij koninklijk besluit kunnen andere begrotingen aan de Rijksbegroting worden toegevoegd of ingetrokken. In een begrotingswetsvoorstel worden bedragen geraamd voor de te verrichten uitgaven, de aan te gane verplichtingen en de verwachte ontvangsten.  

Het koffertje 

In 2015 bood minister Dijsselbloem de begroting aan in het oude koffertje van Lieftinck als een 'klein symbool van herstel, want net als in de periode na de oorlog komt Nederland ook nu uit een economisch moeilijke periode'.
In 2015 bood minister Dijsselbloem de begroting aan in het oude koffertje van Lieftinck als een 'klein symbool van herstel. want net als in de periode na de oorlog komt Nederland ook nu uit een economisch moeilijke periode'.

Eerste exemplaar

De traditie van het beroemde koffertje is in Nederland begonnen door minister Piet Lieftinck. Deze wilde de eerste naoorlogse begroting in stijl aanbieden aan de Tweede Kamer. Daarbij werd gekeken naar de Britse traditie: hier gebeurde het presenteren van de begroting al sinds 1850 d.m.v. een rood koffertje. Minister Lieftinck zou daarom in 1946 hebben gezegd: 'Ik ga een traditie in het leven roepen.'

Het koffertje van Lieftinck is chocoladebruin van kleur, draagt als opschrift 'Derde Dinsdag in September' en is gemaakt van vulcan-fiber. De koffer werd door een ambtenaar voor ƒ 3,75 gekocht bij leerhandel Van de Broek op de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Op het eenvoudige koffertje werden vervolgens letters van goud papier geplakt.

Elf jaar later vond minister Henk Hofstra dat hij voor schut liep met het goedkoop uitziende koffertje en brak in 1957 met de jonge traditie door met een gewone aktetas in de Kamer te verschijnen. Een groep studenten uit Amsterdam van het dispuutgezelschap genaamd Beets bood hem hierop een nieuw koffertje aan onder het motto ,'Traditie, Excellentie'. Op donderdagmorgen 17 oktober 1957 meldden ze zich bij het Ministerie van Financiën, compleet met pandjesjas en hoge hoed. Het koffertje werd dankbaar in ontvangst genomen, maar verdween kort daarna om nooit meer terugevonden te worden. Een jaar later nam de minister daarom het gewone koffertje maar weer mee.

Minister van Financiën Onno Ruding van het CDA arriveert in 1987, met het beroemde koffertje, bij de Ridderzaal.
Minister van Financiën Onno Ruding van het CDA arriveert in 1987, met het beroemde koffertje, bij de Ridderzaal.
Tweede exemplaar

In 1964, bij haar 150 jarig bestaan, deed de Staatsdrukkerij een nieuw koffertje cadeau. Men vond dat het huidige koffertje 'voor zo'n belangrijk staatsstuk niet waardig en stijlvol genoeg' was. Dat afgedankte exemplaar verdween naar het Belastingmuseum. 

Het nieuwe koffertje werd een attachékoffer gemaakt van antiek geitenperkament en versierd met 's lands wapen en de letters ,,Derde dinsdag in september". Van binnen is het perkament gevoerd met Nassau-blauw satijn.

De nieuwe koffer werd op maandag 14 september aangeboden aan minister Witteveen, nadat het enkele dagen eerder aan de koningin was getoond. Dit koffertje wordt tot op de dag van vandaag gebruikt, met als uitzondering de Prinsjesdag van 2015, toen het oude koffertje van Lieftinck weer uit de mottenballen gehaald was.

De balkonscene met de koninklijke familie in 2012. Van links naar rechts: prins Constantijn, prinses Laurentien, prinses Maxima, prins Willem-Alexander, koningin Beatrix, prinses Margriet, Pieter van Vollenhoven.
De balkonscene met de koninklijke familie in 2012. Van links naar rechts: prins Constantijn, prinses Laurentien, prinses Maxima, prins Willem-Alexander, koningin Beatrix, prinses Margriet, Pieter van Vollenhoven.

Balkonscene

Rond 13:50 uur vertrekt de Koninklijke Familie met de Gouden Koets vanaf het Binnenhof. Nadat koning Willem-Alexander en de andere leden van het Koninklijk Huis zijn teruggekeerd op Paleis Noordeinde, volgt rond 14:00 uur de balkonscène waarbij de koninklijke familie op het balkon door het volk wordt toegejuicht. Deze balkonscène is om veiligheidsredenen in de jaren '60 ingevoerd. Voorheen stapte de familie, als het weer het toeliet tijdens Prinsjesdag, na terugkomst in het paleis van de Gouden Koets over in een open koets die met dravende paarden door Den Haag reed.

Weetjes en details

Details en leuke weetjes over Prinsjesdag

Koningin Beatrix en prins Claus.
Koningin Beatrix en prins Claus.
Vanaf dertien september 1974 werd het personeel van de Franse ambassade gegijzeld door terroristen. Op zeventien september 1974 ging koningin Juliana daarom niet met de Gouden Koets naar de Ridderzaal, maar in een Ford Granada.
Vanaf dertien september 1974 werd het personeel van de Franse ambassade gegijzeld door terroristen. Op zeventien september 1974 ging koningin Juliana daarom niet met de Gouden Koets naar de Ridderzaal, maar in een Ford Granada.
Koningin Wilhelmina vertrekt vanaf de Ridderzaal op 16 september 1930.
Koningin Wilhelmina vertrekt vanaf de Ridderzaal op 16 september 1930.
De dochters van koningin Juliana op Prinsjesdag in 1960.
De dochters van koningin Juliana op Prinsjesdag in 1960.
Op Prinsjesdag marcheren ook groepen van de Studentenweerbaarheid. Op deze foto uit de jaren negentig zet Prins Pieter Christiaan (de zoon van prinses Margriet) de Utrechtse studenten in de houding.
Op Prinsjesdag marcheren ook groepen van de Studentenweerbaarheid. Op deze foto uit de jaren negentig zet Prins Pieter Christiaan (de zoon van prinses Margriet) de Utrechtse studenten in de houding.
Koning Willem I in de Glazen Koets in 1839.
Koning Willem I in de Glazen Koets in 1839.
De nog lege Ridderzaal in 2015.
De nog lege Ridderzaal in 2015.

.

Ga naar boven